Nuchtere bidders
'En het einde aller dingen is nabij; zijt dan nuchteren en waakt in de gebeden.'1 Petrus 4 : 7
Onheilsprofetie?
Dat lijkt er weer zo een – zo'n onheilsprofeet – die op de hoek van de straat staat te roepen en die de mensen bang maakt met het naderende wereldeinde. Eigenlijk een figuur die je met een korrel zout neemt. Zwartkijkers zijn er altijd al geweest. Je loopt er schouderophalend aan voorbij. Tot nu toe hebben ze in ieder geval altijd ongelijk gehad, nietwaar?
Is Petrus er ook zo één? Een oer-pessimist? Hij zegt toch: En het einde aller dingen, is nabij. Je zou haast denken: een sombere en gebogen figuur voor wie het leven alle fleur verloren heeft en die nu gelaten op het einde wacht. Eerlijk gezegd: wij hebben een innerlijke hekel aan zulke figuren. Maar komen we er zelf bovenuit, boven zo'n houding? Welke gedachten roept de wederkomst van Christus nu eigenlijk bij ons op? Liever voorlopig nog maar niet? Ondertussen moeten we daarvoor wel heel wat gegevens uit de Bijbel wegsnijden. In het Nieuwe Testament neemt de prediking van het einde een centrale plaats in. Je zou zelfs kunnen zeggen: zonder dat verliest het Nieuwe Testament zijn kracht. Maar wat doen we ermee?
Nabij
Petrus predikt ons het nabije einde. Let wel: hij concludeert daar niet toe vanwege de barre omstandigheden, of iets dergelijks. Hij verkondigt het! Zoals ook de prediking van Johannes en van Jezus daarmee begon: het Koninkrijk is nabij gekomen! De beslissende stap is gezet in Kruis en Opstanding en nu wacht alles op de laatste stap: het einde. Petrus zegt: het is nabij! wat bedoelt hij met dat 'nabij'?
In de eerste plaats: het is zó dichtbij dat het nog maar een heel kleine stap is vergeleken met de onmetelijke stap die God gezet heeft in de komst van Zijn Zoon naar deze aarde. Zo dichtbij vooral dat het einde je leven wil bepalen, doorslaggevend wil beïnvloeden. Zó dichtbij ook dat je een dwaas bent, als je de invloed van het einde aller dingen probeert te ontwijken. Ligt dat inderdaad zo in ons leven? En dan niet in deze zin dat dat einde ons benauwt en ontregelt, maar dat het ons leven juist brengt in de geregelde vrijheid van het komende Koninkrijk van God?
In de tweede plaats: 'nabij' betekent ook dat het er nog niet is. Wij wachten nog. Er is maar één Koninkrijk van God en dat is er hier nog niet. Dat hebben we onszelf altijd weer te realiseren. Wij laten noch in ons persoonlijke leven noch in de grotere verbanden van de geschiedenis het einde doorbreken. Het is wel nabij, maar het is er nog niet.
Het einde
Dat alles geeft al enig zicht op Petrus' eigenlijke bedoeling met deze woorden: het einde. Het betekent niet dat straks alles is afgelopen en dat er een leeg heelal overblijft. Integendeel, het gaat Petrus om de vol-einding, om het doel-einde van alle dingen, om het Koninkrijk van God dat in kracht komen zal. En zo mogen we zeggen: Gode zij dank, er komt een einde! Wij zitten niet gevangen in een einde-loze kringloop van zonde, kwaad en ellende. Er komt een vol-einding. Dan zal er wel iets afgelopen zijn, namelijk het kwade; maar dan begint het ook pas, namelijk het leven in het Koninkrijk van God.
Einde-loze troost
Petrus roept ons op om niet te leven bij de feiten, maar bij de heilsfeiten. Ook bij dit heilsfeit: het einde is nabij! Vooral: Hij Die het Einde is, is nabij. Dat mag ons oneindig vertroosten. Persoonlijk. Als onze zonde ons aanklaagt. Als we zuchten onder de gebrokenheid van dit bestaan. Als we verlangen om God en de naaste volkomen te dienen. Maar ook in de grotere verbanden van het leven. Als we lijden onder het onrecht in deze wereld. Wat kan ons hart ineenkrimpen onder zo nameloos veel leed! Het einde is nabij. Bepaalt dat ons leven? Vooral: bepaalt Hij ons leven. Die gesproken heeft: het is volbracht, voleindigd? Die troost is bestemd voor mensen die allerminst volmaakt zijn. Integendeel: voor hen die zichzelf alleen maar af kunnen schrijven voor het aangezicht van God. Tot hen zegt Christus: voor u is de vol-eindiging bestemd!
Een verschil van dag en nacht
Zo spreekt Petrus over het nabije einde. Duidelijk is wel, dat dat bepaald niet los staat van het leven hier en nu. Inmiddels blijft de vraag: wat is dan precies onze roeping in het hier en heden? Wel, zegt Petrus, weest nuchter en waakt in de gebeden! Dat zijn veelzeggende uitdrukkingen. Petrus bedoelt daarmee niet een soort algemene nuchterheid als een karakter-eigenschap. Nuchterheid en waakzaamheid zijn de tegenpolen van dronkenschap en slaperigheid. Daar zit het beeld achter van de dag en de nacht, zoals ook Paulus dat gebruikt in 1 Thess. 5. Een christen leeft niet in de duisternis, hij leidt geen nacht-leven en drinkt zich geen roes aan deze wereld. Integendeel: hij leeft in het licht, het gaat om een dag-leven, nuchter en waakzaam. Dat is inderdaad een verschil van dag en nacht. En dat komt openbaar. In zijn brief heeft Petrus talloze voorbeelden genoemd van dat dag-leven. Het blijkt in een levenswandel naar de wil van God. In de hoofdstukken 2 tot en met 5 maakt Petrus dat concreet. Hij noemt: respect voor de overheid om Christus' wil; geduld onder het onrecht in het voetspoor van Christus; bijbelse verhoudingen in het huwelijk; dienende liefde in de gemeente; oprechte liefde tussen ouderen en jongeren; waakzaamheid tegenover de duivel.
Dat is de levenshouding, die past bij de verwachting van het nabije einde: leven in de dag! Wandelen in het licht! Hebben we onszelf dan niet te veroordelen over heel veel 'dronkenschap' en 'slaperigheid'? Wat is er bij onszelf veel slapheid en lauwheid. Heel makkelijk sluiten we een compromis tussen de dag en de nacht. Of we veroorloven onszelf een leven in een schemertoestand. Geen oprechte keuze voor het leven in de dag en evenmin een consequente keuze voor het leven in de nacht. Ergens daartussen proberen we wat speelruimte voor onszelf te creëren. Maar het gaat niet. Het is òf… òf. Of de dag of de nacht. Een derde weg bestaat er niet.
In de gebeden
Waar ligt dan de krachtbron voor het dagleven? Wel, zegt Petrus, in de gebeden! Wanneer ben je het meest nuchter en het meest waakzaam? In de gebeden! Bidden is geen zaak van: oogkleppen voor. Er wordt nog wel eens wat smalend afgegeven op een biddend leven alsof dat een leven zou zijn in een blind geloof. Wat een vergissing. Van bidden word je niet blind, maar helderziende! Bidden geeft een helder zicht op het einde aller dingen! Zonder het gebed raakt het zicht op het einde vertroebeld. 'Beslagen venster', zo noemt iemand het verstoorde gebedsleven. Wat is dat waar: geen uitzicht op het einde.
Petrus komt met een krachtige oproep om ernst te maken met het bidden. En dan niet één keer, maar voortdurend. In de gebeden; meervoud! Het gaat niet om één daad, maar om een levenshouding: een biddend leven. Daar ligt een bron van kracht en troost met het oog op het einde en tegelijk met het oog op ons leven vandaag in de wereld. Omdat door het kanaal van het gelovige gebed de kracht van Christus ons ten goede komt. Eindeloze kracht. In de zekerheid dat Hij het einde maakt tot een eindeloos begin!
L. Wüllschleger, 's-Gravenhage
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's