De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Exodus – Over de uittocht uit Egypte (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Exodus – Over de uittocht uit Egypte (1)

10 minuten leestijd

door drs. ing. P. C. Kardol

Enige tijd geleden ging in première de musical Exodus. Een voordracht samengesteld uit gesproken en gezongen teksten, muziek en dans. Onderwerp: Uittocht uit Egypte. Het is een produktie van de Stichting Musical Haarlemmermeer te Hoofddorp. De muziek is van de componist Hans Bos. Teksten van Hans Bos, Paul Berkeman en – zoals aangegeven – met medewerking van de overige initiatiefnemers.
De musical is gebaseerd op de uittocht van het volk Israël uit Egypte. De beschrijving daarvan staat in het bijbelboek Exodus.
De teksten van de musical zijn een vrije bewerking van het bijbels gegeven. Sommige gedeelten daarvan komen goed tot hun recht, andere worden slechts terloops aangeduid of buiten proportie aan de orde gesteld. Ook worden er gebeurtenissen gebracht waarvan de Schrift niet spreekt. Evenwel blijft, als wij de musical – teksten, muziek en dans – als geheel beschouwen, Israëls uitredding uit de slavernij volledig in onze aandacht.
Het begin laat zien een volk in slavendienst bij de Egyptenaren: Grijze, sjofele gestalten, gehurkt op de grond, maken kleistenen. Drijvers, in zwarte uniformen, met zwepen in de hand, zetten hen, onder luid geschreeuw, tot werken aan. Zweepslagen knallen.
De harde dwangarbeid maakt het volk opstandig. Het roept om vrijheid en schreeuwt, 'Farao laat ons gaan!' De Farao troont in zijn paleis. Hij is ziedend van woede. Tot straf moeten de jongste zonen van het slavenvolk gedood worden.
De musical noemt dan Rinde, een dochter van de Farao. Die neemt een pasgeboren jongetje, dat te vondeling is gelegd, bij zich. Het is Mozes, en hij zal tot zijn twaalfde jaar door zijn moeder worden verzorgd. Daarna wordt Mozes opgenomen in het paleis bij prinses Rinde. Hij wordt dan door haar als kind aangenomen en opgevoed als prins. Zo krijgt hij zijn plaats in de Egyptische samenleving. Zo de Hebreënbrief zegt: 'als zoon van Farao's dochter'. (Hebr. 11 : 24).
Mozes is er getuige van, dat één van zijn volksgenoten door een slavendrijver wordt mishandeld. Hij doodt de Egyptenaar. Er komt een stem uit het volk, van een zekere Asar, een cynisch figuur. Hij verwijt Mozes de moord op de drijver; immers de slaven zullen er voor gestraft worden. Deze ingeschoven figuur tekent de onzekerheid, het ongeloof en de halsstarrigheid van het slavenvolk waarvan de Schrift ons spreekt. Mozes neemt nu de vlucht en komt in Midian. Hij slaapt daar bij een waterput. De zeven dochters van de opperpriester in het land komen om water te putten voor het vee. Herders uit de omgeving vallen hen lastig en dringen hen opzij. Mozes komt de vrouwen te hulp en de herders slaan op de vlucht.
Van de zusters, die al hun aandacht aan Mozes geven is het Zippora, die op hen voorsprong heeft. Het is tussen haar en Mozes liefde op het eerste gezicht. Mozes wordt in het huis van de opperpriester Rehuël opgenomen. Die geeft hem dan zijn dochter Zippora tot vrouw, en er volgt een uitbundig gevierde bruiloft.

Mozes' roeping en zending
Als Mozes de kudde van zijn schoonvader Rehuël (veelal in de Schrift met zijn titel Jethro benoemd) weidt, heeft hij een visioen. Hij ziet een vreemde gloed bij een braambos. Een stem roept hem toe: 'Mozes ga naar je volk en verlos het uit de slavernij'. Hoe die vrijheid zal worden gebruikt wordt in de musical niet gezegd.
In de Schrifttekst echter openbaart God zich aan Mozes als de Heere, de God van Abraham, Izak en Jakob. Hij heeft de ellende van Zijn volk gezien en is nu neergedaald om het te redden uit de macht der Egyptenaren en het te voeren naar 'een goed en wijd land' (Ex. 3 : 8). Mozes zal de Israëlieten bekend maken met de God hunner vaderen. En Hij openbaart Mozes Zijn naam: 'Ik ben, die Ik ben', d.w.z. Ik ben de Allerhoogste; Mijn Naam is te hoog voor u.
Als Mozes dan zegt, dat hij niet welbespraakt is en zich niet geschikt acht voor deze opdracht, zegt de Heere, dat Hij aan Mozes Zijn wil zal bekend maken en dat diens oudere broer Aäron de woordvoerder zal zijn. Naar het Schriftwoord zal Mozes voor zijn broer 'tot God zijn' (Ex. 4 : 16).

Mozes' werkzaamheid in Egypte
In de musical spreken Mozes en Zippora over wat er gaat gebeuren. Het is Zippora, die aarzelt en bezwaren heeft en Mozes, die doorzet. Samen gaan zij op reis en komen in Egypte. Een stem uit het volk verwelkomt hen: Van Mozes wordt verwacht, dat hij Farao's macht zal weerstaan.
Als Mozes en Aäron naar het volk gaan blijkt dit de bevrijding wel te willen. Echter Aäron maakt dan bezwaren en vreest dat het plan zal mislukken. De cynische en negatieve Asar speelt hier weer zijn rol en valt Aäron bij. Als zij de Farao vragen het volk te laten gaan en deze dit verzoek afwijst, is het volk ontevreden. Het neemt tegenover Mozes en Aäron eel houding aan. Dan wendt ook Aäron zich van Mozes af. Hij verwijt hem, dat het plan is mislukt. Aäron, die de woorden Gods moet overbrengen overweegt of hij zich aan zijn taak zal onttrekken. De menigte wil Mozes te lijf gaan, maar die weet met Aäron te ontkomen.

De tien plagen
Mozes en Aäron gaan daarna opnieuw naar de Farao. De reeks van ontmoetingen, die nu volgt, en waarin telkens nieuwe plagen over Egypte worden aangekondigd, is samengevat in een scène waarin deze onheilen worden uitgebeeld. Tekstsprekers reciteren de plagen, die zullen komen. Ronddwarrelende dansfiguren stellen de gevaren voor, die er overal zijn. Veepest en zweren, hagel, die de oogst vernielt; sprinkhanen, die alles kaalvreten. Vogels, die over het toneel heen en weer schieten, doen denken aan overal optredend onheil. Geluidseffecten van allerlei aard, zoals windgeluiden en muziek, verbeelden de toenemende hevigheid van de plagen.
De Farao hoort en ziet alles onaandoenlijk aan. Wij horen het gejammer der Egyptenaren. Dat deze plagen aan het volk Israël voorbijgaan, wordt aangegeven met een groot dun doek waaronder het volk schuil gaat. Als dit beeld bijbels wordt vertaald, kan de toeschouwer weten: 'Hij, die op Gods bescherming wacht, wordt door de hoogste Koning beveiligd in de duist're nacht, beschaduwd in Gods woning' (Ps. 91 ber.).
De negatieve Asar en zijn volgelingen proberen onder het doek vandaan te komen. Willen zij deze Goddelijke bescherming niet?
Om beurt spreken Mozes en de Farao de teksten. Farao bedreigt Mozes met harde maatregelen. Hij zegt, mijn wil is wet. En dan wordt het donker. Een smog overdekt alles, ook het paleis.
De Schrift zegt hierover: 'En Mozes strekte zijn hand uit naar de hemel en er was gedurende drie dagen een dikke duisternis in het gehele land Egypte…; maar alle Israëlieten hadden licht waar zij woonden' (Ex. 10 : 22-23). Voor wie de Schrift leest is het donker van de negende plaag reeds het voorteken van de dood brengende duisternis, die over Egypte zal vallen, de tiende plaag: 'En te middernacht sloeg de Heere iedere eerstgeborene in het land Egypte, van de eerstgeborene van Farao, die op zijn troon zou zitten, tot de eerstgeborene van de gevangene, die in de kerker was, benevens alle eerstgeborenen van het vee' (Ex. 12 : 29).
Er was geen huis waar geen dode was.
In de musical roept het Egyptische volk, 'Farao redt ons'. En wanhopig klaagt hij, 'Mijn zoon, mijn enige zoon!' En dan beveelt hij:
Laat ze gaan, laat ze gaan!'

De uittocht
Egypte treurt over de dood van de eerstgeborenen; het volk roept om genade en wil alles doen om de plagen te doen ophouden.
De Asarfiguur en trawanten treden nu op. Zij zijn nu niet meer terughoudend tegenover de Egyptische dwingelandij. Zij zeggen dat de pijn moet worden afgekocht door het offeren van goud en zilver, geld en edelstenen, anders zullen er nieuwe plagen volgen.
De Schrift zegt hierover, dat de Heere bewerkte dat de Egyptenaren het volk gunstig gestemd waren, zodat de Israëlieten niet met lege handen, maar voorzien van geschenken weggingen.
Het volk maakt zich voor de uittocht gereed. Het is blij om het nieuwe leven dat hen wacht. In de musical zingen daarvan om beurt Aäron, het volk en Zippora. Zij gaan de vrijheid tegenmoet, verlost van slavernij. Zippora heeft een belangrijk aandeel in de organisatie van de reis. Geheel onverwacht is hier de verschijning van Mozes' schoonvader Rehuël mèt zijn zes dochters. In een uitgebreide scène tracht hij zijn dochters aan de man te brengen. Dan is er Asar, die de gevaren schildert van de woestijnreis en hij probeert het volk van de tocht naar het verre land af te houden. Ook Aäron heeft zijn twijfels. Maar dan komt Mozes en het volk schept weer moed en wil met hem naar het land van melk en honing.
De instelling van het Paasfeest en de viering ervan (Ex. 12 : 1-28) zijn niet in de musical opgenomen. Reisvaardig moest het Paasmaal worden gegeten. En het bloed van het geslachte lam aan de deurposten, deed de doodsengel aan de huizen van Israël voorbijgaan. Teken van Christus' verzoenend bloed, dat ons redt van de eeuwige dood.
In de musical maakt bij de Farao het verdriet over de dood van zijn zoon en over de dood van de vele zonen in Egypte plaats voor woede, dat hij de onmisbare Israëlitische slaven heeft laten gaan. Hij besluit om hen met een legermacht te achtervolgen en weer terug te brengen. Het volk is inmiddels bij de Schelfzee gekomen. Daar verschijnt ook prinses Rinde, Mozes' pleegmoeder. Zij wordt als Egyptische gewantrouwd en zelfs met steniging bedreigd. De Schrift spreekt van allerlei groepen van mensen, die met Israël mee uittrokken (Ez. 12 : 38). Moet Mozes' pleegmoeder daar ook toe gerekend worden?
Nu moet worden gezocht naar een droog vallende plaats in het moerassige gebied om de oversteek naar de vrijheid te maken. Echter het volk voelt zich in grote nood: Vóór hen de zee en achter hen Farao's legermacht. Op aanstichten van Asar mort het volk. Maar het is toch bereid de zelfverzekerde Mozes te volgen.
In de Schrifttekst steekt Mozes op Gods bevel zijn hand uit over de zee: 'en de Heere deed de zee de gehele nacht door een sterke oostenwind wegvloeien' (Ex. 14 : 21).
Op spectaculaire wijze worden in de musical de redding van het volk en de ondergang van de Egyptenaren uitgebeeld.
Als Mozes een teken geeft, gaat het volk door het droge van de zee. Het trekt door een van parachutestof gemaakte tunnel naar de overzijde. Als de Egyptenaren het daarin willen volgen stort alles, onder luid geraas, in elkaar. Het parachutekleed gelijkt nu een golvende zee. Een enkele arm steekt eruit omhoog. Een goede weergave van wat de Schrift hierover zegt: Op Gods bevel steekt Mozes zijn hand opnieuw uit, en… 'de wateren vloeiden terug en bedekten de wagens en de ruiters van de gehele legermacht van de Farao'…; er bleef van hen niet één over' (Ex. 14 : 28). En op het toneel vervolgt aan de overzijde een een stoet van Israëlieten hun weg en begint hun tocht door de woestijn.

P. C. Kardol, Amsterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Exodus – Over de uittocht uit Egypte (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's