De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Strijders van stavast

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Strijders van stavast

7 minuten leestijd

'Zijt nuchteren en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende wie hij zou mogen verslinden; Dewelke wederstaat, vast zijnde in het geloof, wetende dat hetzelfde lijden aan uw broederschap, die in de wereld is, volbracht wordt.'1 Petrus 5 : 8, 9

Dag en nacht
Vooral in het centrum van een grote stad valt je het verschil op tussen de dag en de nacht. Overdag ziet het er zwart van de mensen, van winkelend publiek. Dat heeft iets gezelligs. Maar nauwelijks zijn de winkels gesloten, of die binnenstad raakt uitgestorven en krijgt iets van een spookstad, iets angstaanjagends. Er komt een heel ander publiek tevoorschijn, hoe donkerder het wordt. In de nacht komt het ongedierte naar buiten, zegt een spreekwoord. Er zijn blijkbaar dag-mensen en nacht-mensen… Ook Petrus spreekt over de dag en de nacht. Hij bedoelt ermee: leven met God of zonder God. Bij het leven in de dag hoort: nuchterheid en waakzaamheid. Waarom? Omdat er een tegenpartij is, die voortdurend probeert om Christus' gemeente uit de dag terug te trekken in de nacht.

Uw tegenpartij, de duivel
De gemeente heeft een tegenpartij. Hoe je het ook wendt of keert. In welke situatie die gemeente ook verkeert. In de stad of op het platteland. In het oosten of in het westen. In de Middeleeuwen of in de moderne tijd. Altijd is er iemand 'tegen'! Misschien hebt u in uw directe omgeving te maken met mensen, die altijd tegen zijn. Je kunt het zo mooi en goed niet verzinnen, of ze hebben wel iets tegen je. Dodelijk vermoeiend is dat. Petrus zegt: zo iemand is er ook voor de gemeente. Wie?
Uw tegenpartij, de duivel. Let wel: dat is niet een duiveltje, dat je met een knipoog onschadelijk kunt maken. In de trant van: het valt wel mee, eigenlijk stelt het niet veel voor. Pas op, zegt Petrus, want die duivel is een briesende leeuw. Constant is hij op jacht, op zoek naar prooi. Levensgevaarlijk. Plotseling springt hij op je af. Met maar één doel: verslinden!

Een leeuw op jacht
Die leeuw staat klaar om toe te springen. Misschien bij een jongen die balanceert op de rand van geloof en ongeloof. Of bij een meisje dat nog wel in het spoor meeloopt, maar innerlijk afstand genomen heeft van ­de Bijbel. Bij een man of vrouw die niet los zijn van de dienst van God, maar die worstelen met dat ene in hun leven… En het gemene is: de duivel belooft altijd het mooiste: vrijheid. Maar hij doet altijd het slechtste: verslinden. Geloof maar niet dat een hongerige leeuw medelijden heeft.
Hoe doet de duivel dat: verslinden? Denk aan de situatie van de Petrusbrieven. Christenen leven als een minderheid in een heidense omgeving. Hij verslindt via laster, via zwartmakerij. Hij geeft je het gevoel dat je achterlijk bent. Zou alleen dat kleine groepje christenen gelijk hebben tegenover zo'n overweldigende meerderheid? Hij laat je denken dat het allemaal toch niets helpt. Wat levert het geloof nu op? Of hij vervult je met wanhoop. Verbeeld je maar niets, jij bent toch te slecht. En altijd heeft hij maar weer datzelfde doel voor ogen: verslinden. Losmaken van de dienst van God, weghalen uit de dag naar de nacht en de duisternis…

Wederstaat hem
Petrus heeft een duidelijke opdracht voor de gemeente in de confrontatie met deze duivelse leeuw. Wederstaat hem! Dus niet: vlucht weg! Maar: wederstaat hem, ga de strijd aan! Met andere woorden: het zal niet lukken om de strijd te vermijden. Het klooster biedt geen oplossing. Wij staan midden in het leven en wij kunnen er niet eens uit. Het isolement helpt niet. Nergens komt Petrus met de vermaning om ons maar uit de wereld terug te trekken. Integendeel: zijn brieven staan vol met adviezen voor een christelijke wandel op alle terreinen van het leven. In de houding tegenover de overheid; in het geduld bij verstoorde sociale verhoudingen; liefde in het huwelijk; dienstbaarheid in de gemeente; respect tussen ouderen en jongeren; enz. Op al die levensterreinen klinkt de oproep: wederstaat!
Opvallend. Ook dan heeft Petrus het eigenlijk over 'tegen-zijn'. Zoals de duivel altijd tegen is, zo zijn wij ook geroepen om altijd tegen te zijn. Tegen de briesende leeuw. Nooit een compromis sluiten, nooit marchanderen: altijd tegen! Hoe moet dat? We zijn immers zo zwak, zo kleingelovig, zo naïef. En voor je het weet, ben je ten prooi gevallen aan de boze. Petrus heeft daarop maar één antwoord: vast zijn in het geloof!

Vast in het geloof
Wat bedoelt Petrus daarmee? Zoiets van: je moet een sterk geloof hebben? Ach, vergeet dat maar; een illusie is het. 'Vast-zijn' heeft iets te maken met een pilaar. Dat is een beeld van kracht. Kijk maar eens, wat een geweldig gewicht een pilaar draagt in een gothische kathedraal. Alleen: zet diezelfde pilaar nu eens neer in een moeras. Dan zakt alles direct weg. Het grote punt is: waarop is die pilaar gefundeerd? Zo is het ook met het geloof en het vast-zijn daarin. Petrus zegt: weest vast als een pilaar in het geloof. Let wel: niet in jè geloof, maar in hèt geloof Petrus doelt daarmee op de objectieve kant van het geloof. Op God Zelf en Zijn genade. Op Christus en Zijn Woord. Op de Heilige Geest en Zijn werk. Kortom, vast zijn in het geloof is: in al je zwakheid rusten in de kracht van Christus.
Daar ligt het diepste geheim van het geloof. Alles buiten jezelf hebben in Christus alleen. Als een zwakkeling leven uit de kracht van Christus. En tegelijk is dat een diep doorleefde zaak. Het gaat dwars door je heen. Christus bewijst Zijn kracht in de praktijk van het leven. Dat is bevinding: in het leven van alledag de kracht van Christus ervaren. Het is waar!

Vroomheid in de praktijk
Als er vandaag iets nodig is in de gemeente, dan is het dit wel: een diep doorleefde vroomheid, waarmee we midden in het leven staan. Het lijkt een weinig voorkomende combinatie te zijn. We zien de kerk maar al te veel in het leven staan, maar dan helaas op een volstrekt geseculariseerde manier. Ten koste van de vroomheid. En omgekeerd lijkt er ook nog heel wat individuele geloofsbeleving te zijn, maar helaas ook zo vaak zonder oog voor de nood van deze wereld en zonder hart voor onze roeping in deze wereld. Zou het soms een onmogelijke combinatie zijn? Dat zal toch niet waar zijn, als we onze Bijbel goed lezen. Het grote punt is: verworteld zijn in de diepte èn in de breedte van het Woord van God. Een besliste en overtuigde keuze voor God en Zijn dienst. Een ootmoedig luisteren naar het Woord van God in zijn volle rijkdom. Eén ding kunnen we ons in ieder geval ook zeker niet veroorloven. Dat is: hinken op twee gedachten. Het geloof reserveren voor de binnenkant van het leven en aan de buitenkant onze eigen gang gaan. Petrus zegt: wederstaat in een vast geloof! Niet eigenmachtig en zelfvoldaan, maar in diepe afhankelijkheid van Christus Zelf en vol verwachting van Zijn kracht!

Volbracht
Midden in die strijd mogen we weten: we staan niet alleen. Dat kunnen we wel eens denken. Maar het is niet waar. Christus Zelf is nabij. En er is onze broederschap in de wereld. Die maakt dezelfde strijd en hetzelfde lijden mee. Ons overkomt niets vreemds. En het bemoedigende van die broederschap is: we zien er de voorbeelden. Nee, niet het voorbeeld van helden. Integendeel: precies zulke zwakke mensen als wijzelf zijn. Maar staande gehouden in de kracht van Christus. Zolang wij in de wereld zijn, zal het lijden er zijn. Maar het wordt volbracht, voleindigd! Er komt een einde aan. Het is niet meer dan een meedragen van de sporen van het lijden van Hem, die eenmaal sprak: het is volbracht! Zo is het eigenlijk ook met het lijden van de christelijke broederschap in deze wereld: het is volbracht. Het wacht alleen nog op het einde aller dingen! (4 : 7)
Aan dat einde staat Christus. Hij brengt Zijn broeders en zusters behouden binnen, van de kleinste af tot de grootste toe. Niemand uitgezonderd. Hij zegt: de satan heeft zeer begeerd om u te ziften als de tarwe. Máár! Wat maar? Maar u had zo'n sterk geloof? Welnee. Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou ophouden! Hem de eer!

L. Wüllschleger, 's-Gravenhage

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Strijders van stavast

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's