Stammentegenstellingen
Van overzee
In de meditatieve artikelenserie over koning David in het Kerkblaadje (tegenwoordig Ecclesia geheten) van de hand van dr. W. Aalders las ik de voor mij in het oog springende opmerking dat David in zijn koningschap verheven was boven de stammen, en alle stammen gelijkelijk heeft behandeld. Dat is inderdaad een opmerkelijk feit. Toch is de volle inhoud ervan pas echt duidelijk wanneer men leeft in een situatie waarin een aantal stammen samenleven. In Nederland zijn wij zozeer door de loop van de eeuwen tot een hechte eenheid vergroeid, dat wij nauwelijks meer het besef hebben dat het samenleven van stammen vaak verre van onproblematisch is. Door onze verhuizing naar Kenia zijn wij dat eigenlijk pas echt gaan bseffen, en dat heeft ook invloed op de wijze waarop je tegen de geschiedenissen van het volk Israël, de twaalf stammen, aankijkt. Je ziet veel duidelijker dat ook onder het volk Israël de broederlijke eenheid vaak ver te zoeken was. Des te opmerkelijker inderdaad wat dr. Aalders ons meldt over David.
Wij ondervinden hier op allerlei wijzen hoezeer men er vaak op gericht is om allerlei muren rond het eigen stamgebeuren op te trekken. En dat zit diep in het bloed. Al vanuit de traditie. In veel traditionele stamreligies heeft men de godheid gereserveerd voor de eigen stam. En vaak heeft dat tot gevolg dat al wat God geschapen heeft, eigenlijk bedoeld is voor de eigen stam. De Masai, bijvoorbeeld, een nomadisch herdersvolk in Kenia en Tanzania, zijn er van overtuigd dat alle vee op aarde in wezen aan hen toebehoort. Vandaar dat het ook echt geen stelen of misdaad is, als er veeroverijen plaats vinden. Het is slechts naaf je toehalen wat je in wezen al toebehoort.
Misschien kunt u het zich moeilijk voorstellen, maar het hele maatschappelijke gebeuren is gestempeld door deze stammentegenstellingen. De regerende stam zal er altijd op uit zijn zichzelf te bevoordelen in allerlei opzichten. En vaak blijft dat heel lang ogenschijnlijk rustig doorgaan, maar de gevoeligheden komen soms wel gevaarlijk dicht aan de oppervlakte. Het evenwicht dat schijnt te bestaan is zeer wankel.
Nu zou het in de lijn van de verwachting liggen dat dit binnen de kerk mindef scherp zou liggen. Geen geval, geen zorg, geen list, oost noch west noch zandwoestijn, doet ons meer of minder zijn. Mogen we niet verwachten dat in Christus het oude van de stammentegenstellingen is opgeheven en de wortel van de liefde nu de draagkracht is geworden van de gemeente, waardoor we geen Kikuyu, Kalenjin, Turkana of Pokot meer zijn, maar allen een in onze oudste Broeder, in wie we tot een nieuw geslacht zijn geworden. En hoewel we natuurlijk weten dat in de kerk de gebrokenheid niet in een slag opgeheven is geworden, mogen we toch wel verwachten dat een zaak als tribalisme zo goed als verdwenen is, of in elk geval met veel kracht voortdurend zal bestreden worden. Het heeft ons bij onze komst naar Kenia verwonderd en teleurgesteld dat dat niet het geval is. Natuurlijk worden de geluiden wel hier en daar gehoord, maar de werkelijkheid is taai en weerbarstig. Veelbelovende theologen worden uit de kerkleiding geweerd, omdat ze van de verkeerde stam zijn. Men schuift elkaar de baantjes toe, en via nauwkeurig opgezet lobbyen weet men de topposities goed te handhaven. Het is inderdaad schrijnend te zien hoe vele geestelijke zaken door stammenpolitiek worden geschaad. Een voorbeeld: pas hoorde ik dat in een van de gemeenten de dominee van de eigen stam vertrokken was en er een opvolger kwam van een andere stam. Aanleiding voor een rijke ingezetene om zijn goede financiële en materiële bijdrage stop te zetten. In deze gemeente met de grootste akkers en vele relatief rijke boeren heeft de dominee al maanden op zijn salaris moeten wachten. En dan lopen de lijnen niet alleen langs de stammen, maar ook langs de sub stammen en clans, families. Men weet nauwkeurig hoe alles in elkaar steekt. Buitenstaanders als wij, zendelingen, komen er nooit goed achter hoe alles loopt. We ervaren het als een verdrietige en zondige zaak.
Toch begint langzamerhand tot me door te dringen dat dit een minder vreemde zaak is dan waarvoor ik 'm aanvankelijk had gehouden. Meer en meer wordt het me duidelijk dat ook de kerk in ons goede vaderland zijn tribalisme kent. Kent (of liever: kende) de Gereformeerde Kerken geen twee bloedgroepen, A en B? Weten of wisten de gereformeerden niet precies te onderscheiden tussen Kampen en Amsterdam? Maar veel dichter bij huis: wat dacht u van onze hervormde modaliteiten. En dan vooral ook nog binnen die modaliteiten: weten wij niet nauwkeurig aan te geven wie daar staat op de modaliteiten-kaart. Zijn er niet allerlei 'clans' aan te wijzen? Hoeveel soorten bonders zou u weten te noemen? Wij weten precies wie bij ons hoort. Pijnlijk kan dat ervaren worden door hen die in een zekere geloofsnaïviteit proberen erboven te staan. Je preekt in A en daarom word je in B niet gevraagd. Je wordt door C beroepen, en dan weet de beroepingscommissie van D al genoeg. Je luistert naar dominee E en dan ga je niet naar F. En zoals alle stammen in Kenia hun eigen tradities, gebruiken en gedragscodes hebben zo hebben we die in Nederland ook, uitgedrukt in kleding, zangtempo of ritme, liederengebruik, bijbelvertaling, liturgische (minuscule) verschillen. Schending van de codes vraagt om sancties. En zoals alle stammen verwikkeld zijn in machtsdenken, zo doen we dat in Nederland ook. Hoe groter de aantallen des te sterker voelen we ons. En dat voorval van de niet betaalde dominee heeft ook in Nederland zijn equivalent: de hand zit snel op de knip. Zo min als het ondoenlijk is voor ons, niet-Afrikanen, de verhoudingen te doorzien, zo is het onmogelijk om hier duidelijk te malen hoe dat nu in Nederland in elkaar steekt. En wie zou geen schaamte op voelen komen als hij het zou proberen?
Is het niet een en dezelfde zonde die altijd weer terugkeert?: verloochening van de roeping zoals Abraham die kreeg. Hij zou de vader van vele volken zijn, en in hem zouden alle geslachten van de aarde gezegend worden. Als God dan al een geslacht verbijzondert, dan is dat om het heil te bewaren en als een nieuw zuurdesem onder de volken te verbergen. Niet om in zichzelf te verzuren. Maar ook Israël heeft er blijk van gegeven deze roeping niet te verstaan. Moest God er niet Zelf aan te pas komen, om hen onder de volken te werpen, en hen uit hun verengde particularistische denken uit te halen, hetgeen nog hardnekkig geweigerd werd ook? Of, weer dichter bij huis, is er in de geschiedenis van het Nederlandse volk geen sprake van grensoverschrijding als de veelzeggende trits Kerk-Oranje-Vaderland verbasterd wordt door God-Nederiand-Oranje? Reserveren wij God niet voor onszelf? Wij kunnen het ons immers vaak nauwelijks indenken dat God ook werkt buiten onze eigen kring! Dat maakt ook dat het zendingsgebeuren vaak niet veel meer is dan een ver-van-mijn-bed-show. Wil dat nu zeggen dat ik een pleidooi voer voor een grijs en vraag eenheidsdenken, waarin de grenzen van het bijbels belijden niet meer getrokken mogen worden? Verre van dat. Wie is er gebaat bij flauwe tolerantie zonder merg van belijden? Geen pleidooi voor eindeloos relativisme, maar wel voor onderkennen van ons zondige navelstaren. Geen pleidooi voor parmantig samen op weg, wel voor elkaar dragen in liefde, zeker zolang we bij elkaar dezelfde geest der waarheid niet kunnen ontkennen. Als het zout smakeloos geworden is, dient het nergens meer toe dan om buitengeworpen en van de mensen vertreden te worden. Moge God ons genadig zijn en het beteren.
Ph. van Wijk, Eldoret, Kenia
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's