Exodus – Over de uittocht uit Egypte (II)
De woestijntocht naar de berg Gods
Van de ervaringen van het volk op zijn weg naar de berg des HEEREN noemt de musical alleen de vreselijke hitte, die de karavaan overvalt. Het verblijf bij de oase van Elim, het bittere water van de Marabron en de spijziging van het volk met hemels brood, komen niet ter sprake.
Hitte en dorst kwellen het volk; het mort tegen Mozes en twist met hem. Asar de negatieve tegenpool van Mozes zet het volk tegen zijn leider op. Mozes weet dan op onverklaarbare wijze voor water te zorgen.
In het Schriftverhaal zegt Mozes tot de HEERE, 'Wat moet ik met dit volk doen? Nog een ogenblik en zij gaan mij stenigen' (Ex. 17, 4). Mozes slaat dan op Gods bevel op de rots bij Horeb en de rots geeft water zodat het volk kan drinken. Voor de apostel Paulus is dit Goddelijk ingrijpen een heenwijzing naar de geestelijke rots Christus, die ons te drinken geeft (1 Kor. 10, 4). De Schrift maakt zo de watervoorziening van het volk inzichtelijk en plaatst deze in heilshistorisch perspectief.
In de musical onderneemt Mozes de tocht naar de berg. Dat was hem in een droom bevolen: en stem zei hem, 'Mozes ga en kom terug met een wet'. Dit is wel een zeer bondige samenvatting van het doel van Mozes' opgang naar de berg Sinaï. Het bijbelboek Exodus zegt daarover: 'Toen klom Mozes op tot God en de HEERE riep tot hem van de berg' (Ex. 19 : 3).
En dan volgt de plechtige sluiting van Gods verbond met Israël. Dit verbondsverdrag vindt uitdrukking in de Tien Geboden. Die zeggen wat de HEERE heeft gedaan en nog zal doen en waartoe het volk zich verplicht: 'Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb. Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben', en zoals verder is beschreven in Ex. 20 : 1-17. Mozes verblijft op de berg veertig dagen en veertig nachten. En met het Verbondsverdrag, door de vinger Gods geschreven op twee stenen tafelen, daalt hij van de berg af tot het volk.
De musical stelt voor Mozes' afwezigheid een tijd van drie maanden. Er komt onder het volk twijfel aan zijn terugkomst. Zijn dood wordt rondverteld.
Asar wil dat Aäron het leiderschap op zich neemt. Hij zal de nieuwe koning zijn. Aäron twijfelt, maar laat zich toch deze rol aanpraten.
De dans om het gouden kalf
Hij geeft dan op aansporen van Asar een groot feest. Er volgt nu een variant op het bijbels verhaal van het gouden kalf. Naast Aäron, de moeder van Mozes en zijn zuster Mirjam, treden nu ook Zippora, Mozes' vrouw en haar zes zusters op. Aäron maakt avances naar Zippora. Haar zusters dwalen rond en zoeken naar een man.
In plaats van het 'gouden kalf', een jonge stier, teken van ongebreidelde mannelijke kracht, van vruchtbaarheid en van leven, komt er een 'goud-godin' in beeld. Een naakt vrouwenbeeld doet de ronde van hand tot hand. Het afhoereren van de God der vaderen en – van het Verbond, wordt in deze scène treffend uitgebeeld. Evenals in het Schriftverhaal bij de verering van het heidense stierkalf gebeurde, zien wij ook hier een luidruchtig feest met rondedansen en lallend gezang. Een uitzinnige menigte huppelt en springt in het rond.
Midden in deze orgie van uitspattingen komt Mozes. Hij stormt op het beeld af en wil het omver werpen. Bij de val van het beeld raakt Mozes gewond. Zijn moeder, Mirjam en Zippora snellen toe om hem te helpen, en de iedereen dwarsbomende Asar maakt laatdunkende opmerkingen over de teruggekeerde leider. Het feest gaat als een nachtkaars uit en eindigt zo in een anticlimax.
In het Schriftverhaal gaat het om méér dan de ergernis van Mozes over de dienst van het 'gouden kalf'. De HEERE God ziet vanaf de berg de zonde van Israël. Hij wil het volk vernietigen en Mozes tot groot volk maken. Maar Mozes pleit voor Israël en de HEERE heeft berouw over Zijn voornemen.
Als Mozes dan van de berg afdaalt en het teugelloze volk ziet, verbrijzelt hij de twee wetstafelen en ook het gouden kalf.
Een zware strafoefening volgt. De Levieten, die voor de HEERE zijn, voeren deze op Gods bevel naar Mozes' woord uit. Zij trekken hun zwaard: '… en er vielen van het volk op die dag ongeveer drieduizend man' (Ex. 32 : 28).
Hierna wendt Mozes zich tot God en vraagt om vergeving voor het volk en hij zegt daarbij, '… zo niet, delg mij dan uit het boek dat Gij geschreven hebt'. Mozes vraagt hier om plaatsvervangend voor het volk te mogen lijden.
Dan is er een nieuwe openbaring des HEEREN. God blijft, ook na de strafoefening. Zijn Verbond met Israël getrouw en bevestigt dit. En Hij schrijft wederom op twee stenen tafelen de Woorden van het Verbond (Ex. 34 : 28).
Vervolg van de woestijntocht
Daarna breken de Israëlstammen op en vervolgen hun tocht door de woestijn, en komen na veel oponthoud in het Over-Jordaanse. Zij komen daar in aanraking met de Moabitische Godencultus. Daar laat het volk zich verleiden tot Kanaänitische ontuchtsriten. Dan ontbrandt de toorn des HEEREN tegen Israël en Mozes moet een zware strafoefening laten voltrekken.
Op die reis sterven Aäron en Mirjam. Zij delen in de ongenade Gods over de generatie, die uittrok en in de woestijn achterbleef.
Dit is het oordeel over Israël's weerspannigheid en ontrouw: 'Ik zal dit zeker doen aan heel deze boze vergadering, die tegen Mij samenspant. In deze woestijn zullen zij hun einde vinden en daar zullen zij sterven! (Num. 14 : 35).
Van die oordeelsmacht Gods heeft Mozes reeds geweten toen hem werd opgedragen het volk Israël te bevrijden. In het brandende braambos (Ex. 3 : 2-6) openbaart zich de HEERE als de God van het verterend vuur. Geen afdwaling en ontrouw kan voor Zijn aangezicht bestaan. Ook in het Nieuwe Testament wordt ons gezegd: 'onze God is een verterend vuur' (Hebr. 12 : 29).
Mozes' einde
In de musical komt deze ongeveer veertig jaren durende tocht vanaf de Sinaï niet voor. Het verhaal van de Uittocht knapt met Mozes' terugkeer van de berg af. Na zijn afgang bij het feest van het 'gouden kalf' zien wij hem ijlend van de koorts op zijn sterfbed. Zippora zit naast hem. Mozes' kracht is uitgeput. Zij zullen niet samen verder gaan. In een visioen ziet Mozes de toekomst voor zijn volk. Hij beleeft de dag, dat het tot de vrijheid ingaat. En hij ziet zijn eigen bestemming in wat wordt genoemd 'het rijk der geesten'. Echter een rijk der geesten, een wereld van gestorven mensen, kent het Oude Testament niet.
In de Schrift deelt Mozes in het lot van zijn generatie. Ook hij komt niet in het land. De HEERE God onthoudt hem dit voorrecht. Als er, na het vertrek van de Sinaï, in de droge en dorre woestijn gebrek aan water is, loopt het morrend volk tegen Mozes en Aäron te hoop. God zegt dan, dat Mozes tot de rots zal spreken en zij zal water geven. Maar inplaats van het Woord Gods te spreken en gelovig op Diens handelen te wachten, slaat Mozes, in verbolgenheid, met zijn staf op de rots en er komt water uit. Het is nu alsof door het handelen van Mozes het wonder gebeurt en niet door de kracht Gods.
De HEERE zegt dan tot Mozes en Aäron: 'Aangezien gij op mij niet vertrouwd hebt en Mij ten aanschouwen van de Israëlieten niet geheiligd hebt, daarom zult gij deze gemeente niet brengen in het land, dat Ik hun geef' (Num. 20 : 12). Ook in dit moeten dragen, van wat door het zondige volk is uitgelokt, is Mozes de lijdende knecht des HEEREN. Lijdend voor de zonden van het volk is hij het prototype van Christus. In de Schrift lezen wij het echte verhaal over Mozes' einde: 'Toen beklom Mozes, uit de velden van Moab, de berg Nebo…, en de HEERE liet hem het gehele land zien. En de HEERE zeide tot hem: Dit is het land, dat Ik Abraham, Isaäk en Jakob onder ede beloofd heb met deze woorden: aan uw nageslacht zal Ik het geven. Ik heb het u met uw ogen laten zien, maar gij zult daarheen niet vertrekken. Toen stierf Mozes, de knecht des HEEREN, aldaar in het land Moab, volgens des HEEREN woord. Hij begroef hem… en niemand heeft zijn graf geweten tot op de huidige dag' (Deut. 34 : 5, 6).
Mozes verblijft niet in een schimmige geestenwereld. Als de HEERE Zijn knecht begraaft, kan dit levenseinde ons zeggen, dat Mozes op een bijzondere wijze door God aan het doodsverderf is onttrokken.
De komst in het land
De musical brengt, aansluitend bij Mozes' dood, de intocht in het land. De voorbereiding voor deze intocht door Mozes' opvolger Jozua wordt niet genoemd.
Aan het slot van de voorstelling komen alle spelers, het gehele volk, met groot gejuich naar voren. De intocht begint; de grond wordt gekust. Dit is het beloofde land. De spelers staan met de armen schuin naar voren gericht naar de zaal.
Hier denken wij aan het Schriftverhaal over de intocht in Jericho: 'Het volk dan juichte terwijl men op de horens blies; zodra het volk het geluid van de hoorn vernam, hief het een luid gejuich aan. En de muur stortte ineen en het volk klom de stad binnen' (Joz. 6 : 20).
De evaluatie
Onderdelen van de musical, die met het bijbels gebeuren overeenstemmen zijn: De onderdrukking van het volk, de doortocht van de Israëlieten door de zee, de ondergang van de Egyptenaren en de dienst van het 'gouden kalf'. Verder is Zippora's rol, m.n. die bij de Uittocht, verantwoord, gelet op wat de Schrift over haar zegt: Als de HEERE op Mozes' terugreis naar Egypte diens zoon Gersom zoekt te doden, is het Zippora, die de jongen daarvoor bewaart door hem te besnijden. Dit kan erop duiden dat het bondsteken, de besnijdenis, bij de Israëlstammen in vergetelheid was geraakt en dat hier, door de HEERE, het herstel van deze rite wordt geëist. Het is Zippora die daaraan voldoet.
Buiten het Schriftbeeld valt in de musical de vreemde rol van Mozes' schoonvader, opperpriester Rehuël, bij de uittocht, ten gunste van zijn dochters. In tegenstelling daarmee is wat de Schrift over Rehuël zegt positief. Als de opperpriester Mozes in de woestijn bezoekt, belijdt hij dat Israël's God machtiger is dan alle goden. En hij geeft Mozes raad aangaande de rechtspraak over het volk (Ex. 18).
Dan horen wij aan het slot van de musical een spreekstem, die zegt: 'Wij hebben het gehaald, het beloofde land!' En wij vragen ons niet af wie hebben het gehaald? Die het gehaald hebben, zijn niet zij die uittrokken. Die zijn, onder het oordeel Gods, in de woestijn gestorven. Het zijn hun kinderen, die het land binnengaan.
Ook is er de vraag, hoe hebben zij het gehaald. Niet in eigen kracht. De genade – en de almacht Gods hebben het volk uitgeleid uit het diensthuis en ingeleid in, wat ook de musical noemt, 'het beloofde land'. Wat houdt deze bestemming in? Wie het bijbels getuigenis kent, vult wat hij in de musical hoort en ziet met dit Schriftgegeven in. Echter voor wie tot deze invulling niet kan komen, moet de afloop pover zijn. Die zal voor de beantwoording van deze vraag de Schriftbron zelf moeten raadplegen. En daarin wordt ons gezegd: Eens heeft Jozef de kinderen der aartsvaders Abraham, Izak en Jakob naar Egypte doen komen om het volk van het Verbond in het leven te behouden (Gen. 50 : 20). En nu heeft de HEERE dit volk, door Zijn dienaar Mozes, van de ondergang in het diensthuis gered en het gebracht naar het land van de belofte. In dat land zal, op Gods tijd, de heilsweg voor alle geslachten der aarde in Christus Jezus worden ontsloten. Een heilsbelofte, die – reeds in het vroegste begin van het menselijk geslacht – door God is gegeven, en die aan Abram, Israëls vader, is bevestigd (Gen. 12 en Gen. 17 : 1-8). En zoals nu Israël door God uit het diensthuis Egypte is uitgeleid, zo wil Hij nog steeds Israël en ons uitleiden uit het diensthuis van 'een wereld, verloren in schuld' en òns voeren naar het land van de genade Gods. 'Hij is getrouw. Zijn plannen falen niet.' De vrijheid voor het volk, waarvan de musical spreekt, is dan ook geen goed, dat 'los' verkrijgbaar is: Slechts om Hem te dienen maakt God vrij.
Na deze analyse van de musical Exodus, die in grootse en smaakvolle uitvoering over het licht werd gebracht, is er voor ons de vraag: Hoe stelt de christelijke gemeente zich op tegenover deze wijze van beelden van wat de bijbel ons verhaalt? Is zij toelaatbaar en bruikbaar in de samenkomsten van de gemeente op de Rustdag, of in bijeenkomsten, anderszins, in haar kring? In de dertiger jaren van deze eeuw is er een traditie van bijbelse spelen ontstaan, zoals kerst- en pinksterspelen; soms werkstukken van bevoegde literaire hand. Hier valt te denken aan werk van de dichter M. Nijhof. Deze spelen werden ook wel op kerkelijke hoogtijdagen in de eredienst opgevoerd.
De gemeente echter komt op de eerste dag der week samen om het Woord Gods te horen. Dit houdt méér in dan alleen het reciteren van de Schrifttekst, of van teksten, die het Schriftgebeuren zouden weergeven. De gemeente leert daar, door uitleg, het Woord verstaan en wordt erdoor vermaand (1 Tim. 4 : 13). Tegenover de in godsdienstige kring wel gelanceerde mening, dat de kerk een wat eenzijdige woordcultuur heeft, valt te stellen: dat de verkondiging van het Woord Gods, 'levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard' (Hebr. 4 : 12), in uitdrukkend vermogen, die van dramatische beeldkracht te boven gaat.
Wel kan deze vertolking dienstbaar zijn aan de bijbelse verkondiging. Voorwaarde is dan wèl dat Schrifttekst zorgvuldig wordt gevolgd en theologisch, in overeenstemming met het belijden van de Kerk, moet zijn onderbouwd.
Die eis valt te stellen aan spelprodukties, die worden opgevoerd in de kring van de gemeente, alsook – daarbuiten.
Met het hanteren van de hier genoemde norm voorkomen wij het onjuist en onvolledig gebruik van het bijbels gegeven, voor eigen levensbeschouwelijke of commerciële bedoelingen. Immers, Mozes is meer dan kampioen voor een slavenvolk en onze Heere Jezus Christus is meer dan partijganger voor sociaal zwakken en kansarmen. Hij is niet de eerste socialist. Grote gelovigen uit de Bijbel mogen niet worden omgevormd tot sensatie-idolen van literatuur, toneel en film. Het meest recente voorbeeld hiervan is de veel besproken film, 'De laatste verzoeking van Christus'. Die tekent de Heere Jezus, geheel in strijd met de Schrift, als zondig mens, aangevochten door sexuele gevoelens voor Zijn volgelinge Maria Magdalena.
Het is echter voor de artistieke kwaliteit van bijbelse spelprodukties niet nodig dat van de Schriftnorm wordt afgeweken. Integendeel is, voor het maken van deze werkstukken, het een eerste eis, dat wat de Bijbel ons wil zeggen, duidelijk wordt overgebracht. Zo'n werkwijze is de beste waarborg, dat ook de vormgeving van het werkstuk tot haar recht komt.
Zo zou de hier besproken, in menig opzicht aantrekkelijke musical 'Exodus' nog aan waarde hebben gewonnen als het script dichter bij de bijbelse tekst was gebleven. Dit geldt met name de positie en het handelen van Mozes als bemiddelaar voor het volk Israël bij God, èn Gods bemoeienis met het volk gedurende de veertig-jarentocht van de Sinaï naar het land van de Belofte.
Dit overziende, kom ik tot de opmerking; dat bij literaire bewerking van bijbelse stof wat betreft de getrouwheid in weergave van het Schriftgebeuren, het werk van onze grote dichters als Vondel en Da Costa ons tot lering kan zijn. Zij volgden gelovig en zorgvuldig de Schrifttekst.
Bij de bewerking van de historische stof van het Oude Testament, kan in hun spoor de beschrijving van de heilsweg, die de HEERE God met Israël is begonnen, worden geplaatst in het teken van het Nieuwe Verbond in Christus Jezus voor het gehele wereld.
P. C. Kardol, Amsterdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's