De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Theologie van de dienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Theologie van de dienst

10 minuten leestijd

Enige tijd geleden ontving ik een belangrijk boek over de theologie van de dienst, geschreven door de Hongaarse theoloog Vilmos Vajta, oud-direkteur van het studiecentrum van de Lutherse Wereldbond. Hij bespreekt daarin de theologie, die sinds de Tweede Wereldoorlog binnen de protestantse kerken van Hongarije is opgekomen. Men propageert deze manier van denken als hèt antwoord op de vragen, waarvoor de kerk komt te staan in de maatschappij, die op marxistische leest geschoeid is. In de Hervormde Kerk kwam dit denken al snel na de machtswisseling op; in de Lutherse Kerk is vooral de inmiddels overleden bisschop Káldy – die de strijdbare bisschop Ordass opvolgde – de promotor van deze theologie geweest.

Dienende kerk
Centraal staat de gedachte, dat de kerk in een marxistische maatschappij geen heersende positie kan innemen. Ze is geroepen om de dienst van Christus uit te voeren. Hij is immers niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Zo zal de kerk in de navolging van haar Heere dienend bezig moeten zijn, bereid de laatste plaats in te nemen. Ze moet niet in de oppositie tegen het bewind gaan, zich ook niet aanpassen of zich uit de maatschappij terugtrekken, maar eenvoudig haar taak in de maatschappij ten dienste van het volk verrichten. Daarbij komt het laatste deel van Markus 10 : 45, – dat de Zoon des mensen Zijn ziel komt geven tot een rantsoen van velen – nauwelijks aan de orde. Men spreekt weinig over de verlossing, maar veel meer over de diakonale taken, die de kerk in de samenleving heeft te verrichten. Daarbij aanvaardt men de socialistische samenleving als de meest ideale. Daar wordt iets zichtbaar van Gods bedoeling met de mensen. Daarom ondersteunen de kerken de praktische doelstellingen van het socialisme en aanvaarden zij het maatschappelijk programma van het marxisme. De ideologie – met name het atheïsme – wijzen ze af. Maar hoewel die tegenstelling telkens genoemd wordt, gaat men er niet dieper op in. Men erkent de macht van het marxisme en stelt de principes daarvan niet ter discussie. Tegelijk volgt men wel de sociale politiek van de partij en probeert men die vanuit het evangelie te sanctioneren. Kritiek richt men op het westen, waar het kapitalisme de doorwerking van het evangelie tegenstaat en theologen in hun denken gebonden worden door het maatschappelijk systeem, waarin ze leven. Dat zou in de socialistische maatschappij niet zo zijn, al bewijst de praktijk het tegendeel. De kerk is geroepen tot allerlei dienst in de samenleving, waarbij het vredesdenken centraal staat. In de afgelopen jaren hebben de kerken het regeringsbeleid altijd gesteund en op conferenties gepropageerd. Zo verklaarde bisschop Káldy: 'Voor ons zijn vrede en socialisme onlosmakelijk verbonden'.

Kritiek
Deze Hongaarse theologie had tot voor kort binnen de grote protestantse kerken – met name ook binnen de Lutherse Kerk – het alleenrecht. Er was geen andere wijze van theologiseren mogelijk. De leiding bepaalde de kerkelijke lijn; wie afweek kwam niet aan bod en werd monddood gemaakt. Toen de Lutherse Wereldbond in 1984 in Budapest bijeenkwam en bisschop Káldy gekozen werd tot president, richtte een Hongaarse predikant, Zoltán Dóka, zich in een open brief tot de afgevaardigden. Hij wees op de gebreken van de theologie van de dienst en op de autoritaire wijze, waarop Káldy de kerk leidde. Dit incident bracht meer aandacht voor de interne problemen van de kerk in Hongarije, waardoor Káldy gedwongen was strafmaatregelen tegen Dóka in te trekken.
Eveneens in 1984 schreef dr. Vajta een kritisch artikel onder de titel 'Umstrittene Theologie der Diakonie'. Hij vroeg zich daarin af, of men in de Hongaarse Lutherse Kerk niet teveel een compromis met de staat nastreefde. Hij wees op het gevaar, dat de christenen zich in de discussie met de marxisten teveel door de politiek lieten leiden, zodat de zaken van het geloof nauwelijks aan de orde konden komen. Bij het streven naar een verbetering van de moraal onder het volk werd zijns inziens te weinig gesproken over de normen, die Gods Woord stelt. Die normen gelden ook in onze tijd en kunnen niet aangepast worden als dat politiek misschien wenselijk zou zijn. Vajta sprak de vrees uit, dat de kerk haar profetische taak in de samenleving dreigte in te ruilen voor een dienende funktie, waarbij de normen en doelstellingen van de overheid bepalend zijn. Zo geeft de kerk geen getuigenis meer van het evangelie, maar dient zij tot ondersteuning van de regeringspolitiek.
Op zijn artikel volgde een woedende reaktie van de Hongaarse Lutherse kerkleiding. Men achtte zich persoonlijk aangesproken en zag in het artikel een aanval op bisschop Káldy. In deze reaktie werd niet ingegaan op de inhoudelijke kritiek van Vajta; de theologische vragen bleven onbeantwoord. Blijkbaar waren zijn argumenten te sterk en had hij de vinger op een zere plek gelegd. Zijn deskundigheid en zijn solidariteit met de kerk in Hongarije werden ter discussie gesteld. Het heeft hem er niet van weerhouden zijn artikel nader uit te werken in een belangwekkend boek, dat voor de kennis van de Hongaarse theologie onmisbaar is. Het is een boek dat studie vraagt, maar dat veel te bieden heeft. Dat is de blijvende waarde van dit werk, juist nu allerlei nieuwe ontwikkelingen binnen de kerken in Hongarije merkbaar zijn.

Boek
In het eerste deel van zijn boek beschrijft Vajta het ontstaan en de ontwikkeling van deze theologie binnen de Hervormde en de Lutherse Kerk sinds de Tweede Wereldoorlog. Nadat bisschop Káldy de leiding van de Lutherse Kerk had gekregen, ontwikkelde hij de theologie van de dienst, die tot voor kort bepalend was voor het kerkelijk spreken. Onder een andere naam vinden we vrijwel hetzelfde denken terug in de Hervormde theologie. Men wil positief staan tegen de eigen maatschappij als een staatsvorm, die het meest met het evangelie in overeenstemming is. Een eigen exegese van bepaalde teksten uit de Bijbel moeten aantonen dat daar steun voor deze mening te vinden is.
Vajta legt echter scherp analyserend de gebreken bloot van deze theologie: eenzijdige exegese; weinig dogmatisch besef; meer bepaald door de omstandigheden dan door de Schrift. Hij wijst ook aan, hoe weinig zelfkritiek deze beweging kent. Men zegt te willen dienen, maar voert tegelijk een autoritaire kerkelijke politiek. Terwijl men westerse theologen verwijt, dat ze politiek beïnvloed zijn door het kapitalisme, uit men zelf geen woord van kritiek op de eigen maatschappij. Het grootste bezwaar van Vajta is, dat deze theologie tekort dreigt te doen aan het verlossingswerk van Christus, omdat alle nadruk valt op de dienende taak van de kerk. Men loopt gevaar de genade voor werkheiligheid in te ruilen. In het tweede deel van zijn boek bespreekt Vajta de dialoog tussen marxisten en christenen, die in de afgelopen jaren in Hongarije is gevoerd. Dat is een vrij uniek verschijnsel in Oost-Europa. De vraag is alleen, of in die dialoog beide partijen ook werkelijk aan het woord komen. Vajta meent, dat het zwaartepunt nog steeds bij de marxisten ligt. Hun uitgangspunten zijn niet bespreekbaar, terwijl de christenen hun eigen geloofsovertuiging dikwijls niet ter sprake kunnen brengen. Zo kan er niet echt sprake zijn van een dialoog. Men moet immers al bijvoorbaat bepaalde ideologische vooronderstellingen van het marxisme als vaststaand aanvaarden.
Vajta's betoog is niet alleen van belang voor de kennis van het kerkelijk leven in Hongarije. Wat hij schrijft, raakt de kernpunten van de dialoog tussen christendom en marxisme. Wie zijn boek leest, merkt dat de schrijver diep ingaat op de zaken, die in dat gesprek aan de orde zijn. Hij laat het niet bij kritiek, maar wil vanuit de Schrift een antwoord zoeken. Daarbij verraadt zijn wijze van schrijven een nauwe verbondenheid met de kerk in Hongarije. Al is zijn kritiek scherp, hij laat duidelijk merken, dat hij als vriend en broeder de kerk haar feilen tonen wil. Dat blijft waardevol, ook al is er in de laatste tijd veel veranderd in Hongarije.

Nieuwe ontwikkelingen
Momenteel doen zich in Hongarije allerlei nieuwe ontwikkelingen voor. De kerk krijgt steeds meer een eigen plaats in de samenleving. Onder invloed van de politiek van Gorbatsjov zijn in Hongarije talrijke veranderingen tot stand gekomen en wordt nog meer voorbereid. 'Er waait een nieuwe wind in het oosten', zei iemand. Dat is overal merkbaar. Het oude politieke kader onder leiding van János Kádár is grotendeels vervangen. Pragmatici en vernieuwers maken nu de dienst uit. De grote economische problemen waarvoor Hongarije staat, vragen om een nieuwe politiek; anders eindigt het land in een economisch debacle. De geestelijke vragen waarvoor men staat, zijn echter van nog meer belang. Het materialisme en de onverschilligheid zijn mede de oorzaak van de diepe geestelijke crisis, waarin het land verkeert. Dat maakt het voor de overheid bijzonder moeilijk een politiek van bezuiniging te voeren, zoals nodig is voor de economie. Bovendien moet het volk gemotiveerd worden om harder te werken en spaarzamer te zijn.
Men probeert nu de bevolking voor de nieuwe politiek te winnen door het geven van meer vrijheid. Tegelijk blijft het de grote zorg voor de regering, hoe de burgers een economische teruggang zullen accepteren. Daarbij kan de kerk diensten bewijzen door in moeilijke gevallen hulp te verlenen en ook verder de regeringspolitiek te steunen. Als de staat allerlei taken aan de kerken overdraagt, vervallen ook de kosten die de overheid daarvoor moet maken. Zo krijgen de kerken allerlei nieuwe kansen, niet alleen uit geldgebrek bij de staat, maar ook omdat de regering de kerkelijke medewerking niet kan missen. Waar eigen programma's niets uitwerken, kunnen de kerken de bevolking misschien wel bereiken. In dat licht moeten we de opening van nieuwe kerkelijke middelbare scholen zien, de mogelijkheden voor jeugdwerk, bejaardenzorg en sociaal werk. De kerk komt voor nieuwe taken te staan, die kansen bieden voor de verkondiging van het evangelie. Dat betekent echter ook een geweldige lastenverzwaring waarvoor lang niet altijd mankracht en financiën aanwezig zijn.

Theologie
De vraag is, welke gevolgen deze nieuwe ontwikkelingen zullen hebben voor de theologie in de Hongaarse kerken. Als zelfs leidende politici toegeven, dat de vroegere maatschappijvorm nu niet meer houdbaar is, wat moet men dan aan met een theologie, die juist die maatschappij als de enige juiste aanprijst? In een tijd van politiek pluralisme heeft de kerk een eigen getuigenis nodig, dat zich grondt op Gods Woord. Het is opvallend, dat de theologie van de dienst nauwelijks meer ter sprake komt. Wel krijgt de maatschappelijke taak van de kerk nog steeds veel aandacht. Maar er zijn andere kerkelijke aktiviteiten, die nu vooral belangstelling krijgen. Daaraan moet leiding gegeven worden. Groepen christenen verenigen zich om hun idealen kracht bij te zetten. Zo werkt men aan een christelijke jeugdbeweging en is eind 1988 een Hongaarse Bijbel Bond opgericht, die de Hervormde Kerk wil terugvoeren naar haar belijdenis.
De tijd van de theologie van de dienst lijkt voorbij. Het getij verloopt, maar de vraag is, of de bakens ook verzet worden. Talrijke leidinggevenden binnen de kerk waren vanouds aanhanger van de oude lijn. Ook de nieuwe leidende bisschop van de Hervormde kerk, dr. Kocsis Elemér, – die bij verrassing de plaats van bisschop Toth inam – was in het verleden een van de vooraanstaande vertolkers van dit denken. Maar Hongaren passen zich snel aan bij veranderende situaties. De vraag is alleen, waar men zich dan op zal oriënteren. Krijgen Schrift en belijdenis werkelijk meer kansen? Er zijn tekenen, die daarop wijzen. We mogen bidden, dat de Heere de kerk van Hongarije zal leiden in Zijn weg. Want alleen in de dienst van Christus kan de kerk met het evangelie werkelijk tot een zegen voor het Hongaarse volk zijn.

A. W. van der Plas, Urk

N.a.v. Vilmos Vajta: Die diakonische Theologie im Gesellschaftssystem Ungars, Verlag Otto Lembeck, Frankfurt am Main.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Theologie van de dienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's