Nedergedaald ter helle
'En omtrent de negende ure riep Jezus met grote stem zeggende: Eli, Eli, Lama Sabachtani! Dat is: Mijn God! Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten.'Mattheus 27 : 46
Goede Vrijdag, dat is de dag waarop de hel op aarde neerdaalt. De hel op aarde… Dat is het wat we zien op Golgotha, of beter gezegd, wat we eigenlijk niet eens kunnen zien omdat het zich voltrekt in de drie uren duisternis van Godverlatenheid die Christus moet doormaken.
'Nedergedaald ter helle', dat belijden wij van de Zoon van God. En we geloven dat met deze woorden de diepste diepte van Zijn lijden is uitgezegd. Al kunnen we er niet bij wat het zeggen wil, dat Christus de eeuwige dood, de hel, in drie uren heeft doorleden.
Hij is opgehangen tussen hemel en aarde. De aarde hoeft Hem niet meer, de hemel bijft voor Hem op slot. Dan is alleen de hel nog over… Hij is daar opgehangen in de hel. Wie van ons zal ooit kunnen peilen welk een diepte dat is? De uiterste gevolgen van de zonde worden hier door Hem gedragen. Jezus, Die Zelf geen zonde had gekend of gedaan – Hij was er innerlijk niet eigen mee – Hij is tot zonde gemaakt. En zo is Hij het voorwerp van Gods toorn. Het oordeel sluit zich om Hem heen. Hij is 'gekneld in banden van de dood, daar de angst der hel Hem alle troost doet missen'. Onder het oordeel van God is Hij overgegeven aan de macht van de duisternis. De machten van de hel, de vorst der duisternis, ze lijken in hun element te zijn als het duister wordt om het kruis, en over de gehele aarde waarop de werken der duisternis verspreid zijn.
De Middelaar hangt in de helse verlatenheid. Daar waar ik Hem niet meer zien kan, daar gebeurt het! Waar ik Hem mag weten in de diepte van mijn verlorenheid. Daar baant Hij mij een weg naar het licht. Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood zou moeten sterven. Hij werd van God verlaten, opdat wij tot God genomen en nimmermeer van Hem verlaten zouden worden.
De nacht van de verlatenheid
Nooit was er een nacht als deze. Het is een nacht die niet alleen de helft van de aarde, zoals de gewone nacht, maar de gehele aarde in zijn greep houdt. Zo geeft de evangelist het aan hoe deze nacht betrekking heeft op een verloren wereld met al degenen die daarin wonen. Het is de nacht die de dag op zijn hoogtepunt opslokt. Vfaag niet hoe het kan, vraag maar waarom het zo moest gaan! Gods oordeel daalt neer op de Plaatsvervanger. Hier zien we hoe ontzettend het 'ogenblik in Zijn toorn' is waar David van zingt in Psalm 30. In deze nacht wordt Jezus verlaten. Hij voelt Zich niet alleen verlaten, dat kennen wij soms ook wel min of meer. Hij is ook echt verlaten. Dat is het grote verschil met ons!
De nacht is het teken van het gericht. Gods vriendelijk aangezicht is weg. De Vader wil de Zoon niet meer zien. Hij sluit de deur voor Zijn Zoon. De Zoon moet in de buitenste duisternis blijven. De hel is de eeuwige nacht. Het licht blijft er voorgoed uit, buiten God. Eeuwig, het is niet uit te drukken in tijd, het gaat om intensiteit van oordeel. Maar hier zien we de dood die Adam heeft verdiend, en wij als zijn kinderen, omdat we God de rug hebben toegekeerd. Immers, alleen bij Hem geldt het: 'In Uw licht zien wij het licht.' Daarbuiten is alleen de nacht…
De nacht van de verlatenheid, hebben wij er wel eens iets van ervaren wat het is om verlaten te zijn, van God verlaten? Als we alleen onszelf over houden… Maar dat wilden we dan toch? Mensen die als God wilden zijn, raakten God kwijt, en blijven alleen met Zichzelf in de nacht, tenminste als het alleen van ons zou afhangen… Maar wat zal het zijn als dat voor eeuwig ons deel wordt? Als we overgelaten aan onszelf, aan de nacht van het eeuwige oordeel, alleen nog de zelfverwijten van schuld en verlorenheid overhouden?
Maar nu hangt Hij daar in die nacht, onze nacht, de Heere Jezus! Hij wordt van God verlaten, de Vader moet Hem wel verlaten, want Hij neemt er onze gestalte aan. God kan er niet meer zijn voor Hem, omdat wij Hem hebben buitengesloten. 'God van God ontdaan, wie kan dat verstaan?' Maar tegelijk is Hij er toeh middenin, in de nacht van onze verlatenheid!
De klacht in de verlatenheid
In de nacht klinkt de klacht van de verlatenheid. 'Mijn God, Mijn God! Waarom hebt Gij Mij verlaten!' Eerst na de drie uren Godverlatenheid doorleden te hebben laat de Middelaar Zijn klacht horen. Het zijn de woorden die uit Hem geperst worden door de drie uren in de hel…
'Waarom'… Hoe vaak heeft deze klacht al niet geklonken? Zoveel bitter lijden, waar geen woorden voor zijn, en van zovelen, uit zich in dit enkele woord. 'Waarom?' Is het een noodkreet waarop echt een antwoord van verklaring wordt verwacht? Of is het een woord, om al wat je niet zeggen kunt, maar tocli een woord om lucht te geven aan de benauwdheid, naar boven toe, zoals het van Jezus letterlijk staat in het Grieks dat Hij 'naar boven' riep? Ik denk dat het vaak het laatste is. We zeggen wel eens: 'Je mag niet vragen "waarom"…' Ik weet niet of het wel zo juist is om dat in het algemeen te zeggen. Zeker, het is waar dat ons 'waarom' geen opstandige vraag aan God mag zijn om rekenschap. Maar dat is het ook niet altijd, bet kan ook een bange klacht zijn, naar God toe, uit een verlangen om in het lijden Zijn nabijheid en troost te mogen ervaren. Die zijn soms zo ver weg, en juist dat maakt het lijden zo zwaar. Er is een 'waarom' waarin een mens in opstand zich van God af wil maken. Er is ook een 'waarom', van mensen die in hun lijden God kwijt zijn, en die zo verlangen dat Hij Zijn Aangezicht weer laat lichten.
Hier echter klinkt het 'waarom' als nergens anders ooit. 'Waarom hebt Gij Mij verlaten?' Dat vraagt de Zoon aan de Vader. Christus lijdt aan de ellende waar zovelen – bij alle narigheid die ze meemaken – juist niet aan lijden, hoewel ze er wel middenin zijn: zonder God zijn. Weten wij het dat dit de ellende van de ellende is? Is dat onze ontzetting? O, als God ons eens definitief zou loslaten… Voor eeuwig Hem moeten missen, is dat echt zo erg? Ja, dat horen wij in Jezus' klacht uit de nacht! Hoe ontzettend als je blind bent voor de diepste nood. Maar Christus roept met Zijn klacht dwars door onze duisternis heen. Opdat wij horen zouden wat het ergste is wat ons overkomen kan, en dat door eigen schuld. Maar van dat ergste wil Hij ons ook verlossen! Als ik Hem vind in mijn verdiende verlatenheid. Hij is daar waar ik eeuwig had moeten omkomen. Dan vind ik in Hem daar ook mijn kracht in de verlatenheid.
De kracht in de verlatenheid
De kracht is het Woord dat blijft in de nacht. Het enige wat de lijdende Borg nog over heeft aan het einde van de nacht is een woord uit de Psalmen. 'Eli, Eli, Lama Sabachtani', een klacht uit Psalm 22. In dat woord heeft de Middelaar in de verlatenheid 'nochtans' vastgehouden aan Zijn God. Tussen hemel en aarde, vanaf het kruis, klinkt een woord waarmee Hij hemel en aarde. God en mensen vasthoudt. Een woord waarin de hel van binnenuit stukgebroken wordt. Het kan immers geen hel meer blijven in de nacht waarin nochtans klinkt: 'Mijn God'. Hier is het de Zoon Die het Psalmwoord waar maakt: "k Zal Zijn lof zelfs in de nacht, zingen daar ik Hem verwacht, en mijn hart wat mij moog' treffen, tot de God mijns levens heffen.' Christus heeft Zich door de hel heen 'geloofd'. Wat wij tot in der eeuwigheid niet meer konden en mochten, dat heeft Hij volbracht.
Hij heeft Zijn God vastgehouden. En dat deed Hij voor mensen die dat niet meer kunnen, die Hem kwijt zijn door eigen schuld. Hij heeft in de verlatenheid ons vastgehouden. Daarom heeft Hij met luide stem geroepen in de nacht. Opdat wij zouden weten dat er een weg, dat de weg van het Woord door de nacht heen is gebaand.
Dit bange woord wordt heerlijke prediking. Als wij persoonlijk het 'daarom' gaan verstaan. Daarom was het, om mij er doorheen te halen. Omdat er voor mij geen doorkomen aan zou zijn, als God met mij in het gericht zou gaan. Omdat ik het niet meer durf te zeggen: 'Mijn God', als de nacht van mijn zonden me insluit. Vanaf het kruis wordt God geloofd. Die in Christus zelfs de God van verlatenen is! En waar het Woord bewaard wordt en het gebed, al is het een klacht, daar is de hel geen hel meer!.
Op de paasmorgen wordt het antwoord op de klacht duidelijk. Een ogenblik was er in Gods toom, nu breekt het leven door in Zijn goedgunstigheid! En als pasen en pinksteren op één dag vallen gaat Petrus ervan preken, dat het vervuld is wat psalm 16 zingt. Zingen wij het mee? 'Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten, noch zult Uw heilige overgeven, om verderving te zien'.
M. A. van den Berg, Harderwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's