De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pasen en wedergeboorte

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pasen en wedergeboorte

7 minuten leestijd

De Heidelbergse Catechismus spreekt ons in de zeventiende zondag van een drievoudig nut in de opstanding van Christus. In de eerste plaats is er door Christus de doodsoverwinning. Voorts worden wij door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven. Tenslotte hebben wij in Zijn opstanding een zeker pand van onze zalige opstanding. Het gaat niet aan om in een kort artikel als dit de gehele heerlijkheid van Pasen uitvoerig mee te delen. Wij moeten veeleer volstaan met een flits te tonen; een indruk weer te geven van de rijke vruchten, die door Christus' opstanding ons toevloeien. En, dat nog wel met dien verstande, dat wij dan nog alleen maar een momentopname bieden van een enkel onderdeel. Welnu, het behoort ook tot de zegen van Pasen, dat wij door Christus' kracht worden opgewekt tot een nieuw leven. Van nature zijn wij dood door de zonden en de misdaden, maar als wij in gemeenschap met Christus komen, dan worden wij levend. Zo heeft immers de Heere het gesproken: Ik leef en gij zult leven. Christus toch is het levende hoofd van Zijn gemeente geworden, en, wie in gemeenschap met Hem getrouw is, die geniet het leven, dat Hij verwierf. Dat leven nu begint in de wedergeboorte en zet zich voort in de heiligmaking.


Wij hebben van onze natuur uit een huis zonder altaar, een hart zonder gebed, een fletse ziel, die de taal van de aanbidding niet kent. Midden in dat grote knekelveld van de wereld staat nu de verrezen Christus, de fontein van het geestelijke leven. Er gaat een bezielende kracht van Hem uit, waardoor dode harten tot het leven worden gewekt, opdat zij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Wanneer wij die verrezen Christus door het geloof zijn ingelijfd, vloeit Zijn opstandingskracht in ons over, de verdorring houdt op en de verstijving uit onze ziel gaat wijken. Deze levendmakende kracht is puur in gemeenschap met Christus zelf voor ons te verkrijgen. Alleen wie één plant met Hem werd in de gelijkmaking des doods, is het ook in de gelijkmaking Zijner opstanding. Er is geen duurzaam zedelijk leven mogelijk buiten Christus. Het welt alleen uit Hem op als uit een diepe bron. Daarom begeert de apostel Paulus Hem te kennen en de kracht Zijner opstanding. Hij is de oorsprong, waaruit alle zedelijk leven op aarde voortkomt. De opstandingskracht van Christus, die ons als een levenwekkende stroom uit Hem toevloeit, maakt ons tot nieuwe schepselen, die de roeping hebben te wandelen als zodanige mensen, die uit de dood zijn opgestaan. De zonde heerst in ons niet meer om deze in de begeerlijkheden van het vlees te gehoorzamen. Natuurlijk zijn wij niet los van de zonde, maar het is niettemin ons ernstig streven in toenemende mate los van haar te worden en al onze leden Gode te stellen tot wapenen der gerechtigheid.


Het leven, dat door de wedergeboorte ontstaat, heet in de Heilige Schrift: het leven der heiligmaking. Het is een leven, dat aan God komt en tot God voert. Zo heeft het deel aan Gods heilig wezen. Toch is het beslist niet een leven der heiligheid, maar der heiligmaking. Heiligheid, zedelijke volmaaktheid, wordt hier op aarde niet gevonden; heiligmaking is zo onmisbaar, dat de Schrift zegt: zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien. Heiligheid betekent heilig te zijn. Heiligmaking heeft als zin heilig te worden. Een naderkomen tot de heiligheid, dàt kenmerkt het nieuwe leven, dat bij de wedergeboorte ontstond. Die vernieuwing geeft een lust, een begeerte naar de heiligheid, die op het ganse bestaan een eigenaardig stempel drukt. Daar blijft aan de ene kant een besef van onvoldaanheid, omdat het begeerde nog niet is verkregen; aan de andere kant heerst de bewustheid, dat wij toch op de weg zijn, die tot het doel leidt. Het één zowel als het ander wordt weergegeven in het woord van Paulus: 'Niet, dat ik het alrede verkregen heb, of alrede volmaakt ben, maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben. Broeders, ik acht niet, dat ik zelf het gegrepen heb; maar één ding doe ik, vergetende hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen vóór is, jaag ik naar het wit, tot de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.' Een zo vergevorderde als Paulus, is nog niet met zichzelf tevreden. Hij weet, dat er nog wat hogers te verkrijgen is dan wat hij al heeft bereikt. Zijn leven is een jagen naar het doelwit, als van de hardloper in de Griekse spelen. Een voorwaarts streven, waarbij hij niet let op al wat bereikt is alsof dat voldoende zou zijn. Neen, Paulus houdt de blik onafgebroken naar boven gericht. Maar bij dit worstelend zich inspannen heeft hij een vastheid, niet in eigen kracht en standvastigheid gelegen: dit is zijn zekerheid, dat hijzelf door Christus Jezus gegrepen is, en daarom gesterkt zal worden om nu zelf te grijpen, hetgeen daar in de verte hem tegenblinkt.


Het kan niet anders, of het nieuwe leven is bestemd tot opwassen. Bij de wedergeboorte is het wel ontstaan, maar tussen ontstaan en volmaking ligt een lange weg. Terstond is dat nieuwe leven aanwezig, waar het hart Christus heeft aangenomen en zich aan Hem heeft overgegeven. Daarom, al kwam nu onmiddellijk daarna het sterven, zonder dat dit leven zich nog naar buiten had kunnen tonen – zo is de gelovige toch behouden. Let maar op de moordenaar aan het kruis. Maar worden wij voor het gewone aardse leven gespaard, dan moet het kind opgroeien tot man en vader in Christus. Dan moet de zaligheid nader komen, dan toen men eerst geloofd had, niet slechts in tijdruimte, maar ook daarin, dat de ziel nu meer voor die zaligheid rijp wordt. In één woord, juist omdat het nieuwe leven een léven is, moet het groeien en toenemen.


Daar zijn tijden, waarin het geestelijk leven bloeit en toeneemt. Daar zijn andere tijden van verachtering en vermindering. Alleen – die vooruitgang is de bedoeling van Gods voortdurende genadearbeid; die achteruitgang is het gevolg van eigen verwaarlozing der genademiddelen. Intussen, waarin bestaat de vooruitgang in het nieuwe leven? In de ontwikkeling van al datgene, wat bij de wedergeboorte in kiem is gegeven. Daar is, zodra het Paasleven ontstaat, gemeenschap met de Heere, vermijding van zonde, streven om in daden de liefde van het hart te betonen. Dat alles neemt nu toe; dat alles verkrijgt meerdere gelijkmatigheid. Terwijl in het begin, op een hoge verheffing van de ziel, al gauw inzinking volgt, wordt later meer het gehele leven, in al zijn uitingen en onder allerlei omstandigheden, gedragen door vereniging met de Heere.


Wij noemen een paar uitingen van dat nieuwe leven. Het ganse leven wordt meer een biddend leven; alle ontmoetingen en ervaringen worden meer in het licht van de Heere gezien. Ze worden voor ons aanleidingen tot gebed en dankzegging. Het geweten wordt teerder. Dingen, die vroeger onverschillig werden gerekend, worden nu beoordeeld naarmate zij al of niet tot verheerlijking van de Heere kunnen dienen. Niet enkel grote zaken, maar ook de dagelijks voorkomende daden, beginnen meer en meer het stempel te dragen van de toewijding van het hart aan de Heere. In één woord: het éne, grote levensbeginsel doet zijn werking gevoelen als het zuurdeeg, dat de drie maten meel doortrekt. Het gehele bestaan wordt meer en meer een levende offerande. Ja, het wordt een dankoffer voor de grote genade, aan onze ziel bewezen. Pasen werkt dus levenslang uit.

A. v. Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pasen en wedergeboorte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's