De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pasen: geen verhaal maar het grote Heilsfeit

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pasen: geen verhaal maar het grote Heilsfeit

9 minuten leestijd

In de Paasweek is het in Jeruzalem ongekend druk. Processies van rooms katholieken, die een groot kruis torsen, waaronder ze zelf bijna bezwijken, vallen het meest op. Maar ook vele christenen van andere overtuiging zijn in die week in de stad te vinden om er het Paasfeest te vieren.
De joden zullen ongetwijfeld wel eens glimlachen of ook grimlachen om al het gedoe, dat er dan óók is. Feit is dat de kerken er letterlijk over elkaar heen tuimelen. Op wat dan de heilige plaatsen heten te zijn, zijn zelfs soms kerken over elkaar heen gebouwd. Ieder wil een stukje van de heilige grond. Maar slechts op één plaats in de Schrift wordt van heilig land gesproken, namelijk dáár, waar God aan Mozes verscheen in de brandende braamstruik. Daar waar God verschijnt is de grond heilig. Maar van de heilige plaatsen in Jeruzalem geldt: 'Hij is hier niet, Hij is opgestaan'. Al hebben deze plaatsen best een feit dierbare historische betekenis.
Wie overigens al het gedoe en de drukte tussen de dagelijkse nering van de vele handelaars in de Oude Stad Jeruzalem gadeslaat, vormt zich ook wèl een beeld uit de laatste dagen van Jezus, toen Hij, Zijn kruis dragende, daar Zijn lijdensweg ging. 'Het volk stond en zag het aan', zegt de evangelist.

Op de voet gevolgd
Intussen heeft de laatste week van Jezus in deze tijd toch, desondanks, ook ongekend grote belangstelling gekregen onder joodse geleerden. Ondanks het feit, dat wij christenen Israël vanwege onze verdeeldheid niet tot jaloersheid hebben kunnen verwekken, hebben zij zich de laatste jaren méér dan ooit gezet aan een fundamenteel historisch onderzoek, aan de hand van wat in de Evangeliën beschreven is en wat zij in andere, bijvoorbeeld archeologische bronnen vonden, over de laatste dagen van Jezus. Onder redactie van prof. dr. David Plusser verscheen daarover in 1980 in Tel Aviv een boek. In Nederland is het in vertaling uitgekomen bij Kok in Kampen onder de titel 'De laatste dagen in Jeruzalem' – de Paasweek op de voet gevolgd'.
'Negentien eeuwen lang – zo wordt in het voorwoord gezegd – vanaf de vestiging van de eerste Joods Christelijk Kerk in de stad Jeruzalem, tot aan 1967, was de stad onder bestuur van verschillende vreemde heersers en de joden namen niet actief deel aan het onderzoek naar de christelijke heilige plaatsen'. Maar door de ontdekking van de zogeheten 'Qumran rollen' bij de Dode zee en de theorieën van de christelijke theologen over 'de secte, die, naar hun mening, de bruisende onderstroom van Jezus' eerste volgelingen en van de latere Joods-Christelijke Kerk in Palestina vormden' vonden joodse wetenschappers het nu hun plicht om 'te delen met de christelijke wereld wat zij wisten over de laatste gang van Jezus in Jeruzalem'.
Het onderzoek van deze wetenschappers mag een verrassend onderzoek worden genoemd, al blijft het een joods onderzoek. Maar de feiten zijn zorgvuldig onderzocht en weergegeven. En het is op zich opzienbarend genoeg, dat joodse geleerden zich met Jezus bezighouden.

Alleen te geloven
Aan het eind van het boek zegt prof. Flusser, dat de betekenis van het graf van uitermate grote betekenis is voor de christelijke gelovigen, omdat dit fundamenteel is voor 'het geloof dat Hij uit de doden opstond'. Beschuldigers wierpen tegen, dat men het lichaam van Jezus gestolen had (Mt. 28 : 13-15). En joden zeggen, dat het gebeente van een gestorvene soms begraven werd maar daarna in een beenderum werd verzameld en bijgezet in de geboorteplaats van de overledene.
Nee, zegt Flusser, het lege graf is fundamenteel voor het christelijk geloof. En het slotwoord van de bewerker van het boek luidt intussen: 'In de Christelijke wereld is het hoofdstuk over de laatste nachtwake van Jezus in Jeruzalem allereerst een zaak van geloof en opvoeding. Voor ons. Joden, het volk van Jezus is het een ondeelbaar onderdeel van de kronieken van ons volk'.


Al met al konden ook deze joodse geleerden met hun onderzoek aangaande de feiten niet verder komen dan de kruisgang en de plaats van het lege graf. Tot zover kan men ook wetenschappelijk alleen maar onderzoeken. De Opstanding als Heilsfeit is alleen te geloven, nooit te bewijzen. Maar zo wáár als het Woord Gods is in de beschrijving van de feiten van Jezus' geboorte en van Jezus' kruisiging, zo waar is ook de Openbaring Gods als het gaat om dingen die niet fysisch waarneembaar waren.
Jezus is geboren in een kribbe in Bethlehem. Dat zegt de Schrift en dat geloven we daarom. Maar het Kind was ook zichtbaar, met het oog waarneembaar. Níét waarneembaar was dat Hij was God uit God, waarachtig God en waarachtig mens en dat Hij ontvangen is door de Heilige Geest en zo geboren is uit de maagd Maria.
Jezus is gekruisigd, gestorven en begraven. Dat zegt de Schrift en dat geloven we dáárom. Maar het was ook zichtbaar met het oog. Níét waarneembaar was dat Hij is opgestaan met een verheerlijkt Lichaam. Maar ook dàt geloven we omdat de Schrift het ons eveneens als feit openbaart, al kreeg Thomas als toegift nog de genade van een fysische waarneming, toen hij zijn vinger mocht leggen in het teken van de nagelen.

Verhaal?
Door de eeuwen heen heeft de ketterij opgeld gedaan, dat Christus niet feitelijk, niet lichamelijk zou zijn opgestaan. Opstanding betekent, dat Hij in de geest van Zijn discipelen is blijven voortleven en dat zo het verhaal van Jezus is verder gegaan, de eeuwen door. Vandaag vinden we de ketterij van 'het verhaal' opnieuw terug. De Amsterdamse dominee N(ico), ter Linden heeft er de aandacht mee getrokken. De heilsfeiten zoals Pasen, zijn wel waar maar niet echt gebeurd. Het gaat om het verhaal. En zo vertelt de Amsterdamse dominee de verhalen, met kleur en verve. Narratieve theologie heet dat tegenwoordig.
Het was met name de genoemde joodse theoloog David Flusser, die tegen deze verminking van het Evangelie (N.B.!) toornde en Ter Linden tegenwierp dat er zo voor ons en onze kinderen niets meer te geloven overbleef.


De discussies over deze narratieve theologie voltrekken zich in hoofdzaak in het blad Trouw.
'De geschiedenis wordt vermoord terwille van de boodschap', schreef de gereformeerde ds. R. van den Berg, voorzitter van het Confessioneel Gereformeerd Beraad, terecht.
En dr. A. A. Spijkerboer wierp Ter Linden tegen, dat bij hem, in zijn theologie, God nergens inbreekt (al is het door gesloten deuren) in onze werkelijkheid. En de (nota bene) vrijzinnige prof. dr. A. van der Meiden zegt dat de aanhangers van deze verteltheologie 'harde bijbelcritici' zijn maar dat ze met hun methode mensen, die van niets weten en niets vermoeden, op een dwaalspoor brengen. Na een Kerstdienst van ds. Ter Linden op eerste Kerstdag 1988 moest hij – zegt hij – alle zeilen bij zetten om een familielid duidelijk te maken dat Ter Linden niet bedoelde, dat Jezus ècht geboren is in Bethlehem. Van der Meiden wilde zeggen: vrijzinnigen zeggen dat ook, maar het is eerlijk om het rechtúit te zeggen, zodat de mensen weten waar ze aan toe zijn.
Welnu, met deze meeslepende verhalen bedrijft Ter Linden meeslepende theologie. Hij sleept met zijn regelmatig terugkerende vrijzinnige uitzendingen voor de NCRV-televisie mensen mee. Hij sleept ze mee: wèg van Pasen. Argeloos worden ze in een fuik getrokken.
Niet het verháál is echter doorslaggevend maar de Bóódschap.

Het grote Feit
Dwars tegen deze modetheologie in laten we de oude en daarom altijd weer nieuwe Paasklok echter luiden. Pasen is en blijft voor hen, die geloven, hèt grote Heilsfeit. De Heere is waarlijk opgestaan! Waarom? Omdat God het zegt, omdat God het ons, dwars tegen de menselijke rede in, heeft geopenbaard. De duivel heeft de eeuwen door de kerk dit grote geheimenis willen ontroven. Want als Christus níét zou zijn opgestaan, waren we nog in onze zonden. Dan was ons geloof ijdel, leeg, tevergeefs. Dan waren nog verloren wie in Christus ontslapen zijn.
Maar nee, Christus is opgestaan, feitelijk, niet te geloven en niet te bewijzen, maar desalniettemin! En daarom is er Hoop. Wie Pasen tot een verhaal maakt heeft geen echte boodschap van bevrijding meer voor de mens, in zijn nood van zonde, schuld en dood. Die houdt alleen wat zoethoudertjes over voor dit moment. Opium vóór het volk. Even bij de mensen zijn met een mooi verhaal(tje). Het lijkt ó zo pastoraal en het is intussen ó zo arm.


Alle heilsfeiten hangen aan het ene grote feit Pasen: Opstanding.
Kerst en Goede Vrijdag zijn zinloos wanneer Pasen niet de uiteindelijke finale, de uiteindelijke triomf van de genade zou zijn geworden.
Hemelvaart en Pinksteren zouden niet mogelijk zijn geweest wanneer Christus in het graf gebleven zou zijn. Dit alles maakt de grondtoon en de toetssteen voor een theologie en prediking, die rechtzinnig mag heten. De Feiten, de Heilsfeiten, dat is het wezenlijke ook ver boven al onze beleving daarvan uit.
Maar nu mag de kerk des Heeren vast en zeker weten, dat na de dood het Leven ons is bereid, omdat we een Voorspraak hebben bij de Vader. Christus leeft!
We mogen eveneens leven bij de heerlijke wetenschap dat Christus aan de rechterhand van Zijn Vader is als Kurios, Heere over deze wereld en dat Hij eenmaal het koninkrijk in de handen van de Vader terug zal geven, als Hij terugkomt op de wolken van de hemel.
Nee, Pasen is niet te bewijzen. Niet na te trekken met archeologische onderzoekingen. Verder dan het (lege) graf komen we dan niet. Maar God heeft ons méér geopenbaard. Daarbij en daaruit mogen we leven en het Eeuwige Leven hebben.
Pasen, goddelijk Evangelie. Amen zegt mijn ziel daarop.

v. d. G.

[Test afbeelding: Uit: prof. dr. David Flusser (red.), 'Laatste dagen in Jeruzalem', uitgave Kok, Kampen.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pasen: geen verhaal maar het grote Heilsfeit

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's