De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In een folder van Het Bijbels Museum te Amsterdam wordt de historische ontwikkeling van dit veel bezochte museum als volgt op een rij gezet:

1842 De 14-jarige Leenden Schouten geeft aan een timmerman in Dordrecht de opdracht een model te maken van de 'Ark des Verbonds'. Dit is het eerste voorwerp uit de latere collectie van het Bijbels Museum.
1851 Het model van de Tabernakel, de 'tempeltent' waarmee het volk Israël door de woestijn trok na de vlucht uit Egypte, is voltooid. Dit model wordt het 'pronkstuk' van de privé-collectie van ds. Schouten.
1925 De collectie van ds. Schouten, na zijn dood eerst opgeslagen op een zolder, verhuist naar Amsterdam waar aan de Hemonylaan het Bijbels Museum van Oudheden wordt geopend.
1975 Het Bijbels Museum wordt in juni heropend door H.K.H. prinses Beatrix in twee monumentale panden aan de Herengracht
1983 Een nieuwe afdeling wordt geopend over de geschiedenis van de Bijbel in de Nederlandse taal.
1989 In september wordt de gehele eerste verdieping opnieuw ingericht met een vaste tentoonstelling over de Tempel te Jeruzalem en de eredienst
Vijf nieuwe grote modellen worden hierbij aan de collectie toegevoegd.


Van 15 maart t/m 13 augustus wordt in het Bijbels Museum een tentoonstelling gehouden onder het motto 'Binnen ieders bereik', dit vanwege het 175-jarig bestaan van het Nederlands Bijbel Genootschap. Hier volgt een stukje informatie:

'Nederlandsch Oost-lndië is niet door de Fransen bezet geweest, maar Nederland wel. Misschien verklaart dat waarom het Bijbelgenootschap in Batavia in 1814 eerder kon worden opgericht dan het Nederlands Bijbelgenootschap in Amsterdam in datzelfde jaar.
Op de kaart die in het Bijbels Museum hangt is te zien dat in de periode van 1804 tot 1814, tussen de oprichting van het eerste bijbelgenootschap in Londen en de oprichting van het Nederlands Bijbelgenootschap (N.B.G.), al in vele landen bijbelgenootschappen waren opgericht.
Vóór de bijbelgenootschappen hun werk begonnen waren er al vele vertalingen van de bijbel in omloop. Denk daarbij aan het monnikenwerk gedurende vele eeuwen of aan Luther of aan de vertalers van de Statenbijbel in ons land.
In 1804 was de bijbel dan ook reeds geheel of gedeeltelijk in 71 talen vertaald. Maar een eeuw later waren dat al 500 talen en aan het eind van onze eeuw zullen dat 2000 talen zijn. Het Bijbels Museum laat "The Book of Thousand Tongues" zien waarin de beginwoorden van het Marcus-evangelie in 1399 talen zijn vertaald; wat ons land betreft dus ook in het Fries.
De bijbelgenootschappen hebben een belangrijk aandeel in dit vertaalwerk. Het Nederlands Bijbelgenootschap stelde van hen als eerste de eis dat het vertaalwerk op wetenschappelijke grondslag moest geschieden en dat niet volstaan kon worden met amateur-vertalingen van zendelingen, zoals bij het Britse Genootschap vaak gebeurde. Zo werd reeds vanaf 1823 bepaald dat het Nederlands genootschap op haar kosten jonge mensen een universitaire opleiding liet volgen. Na voltooiing van hun studie vertrokken zij naar een land of volk waarvan de taal nog niet wss vastgelegd. Pas als na vele jaren studie ter plaatse die taal wetenschappelijk was beschreven (grammatica; woordenboek) werd aan een bijbelvertaling begonnen. Zeker voor de pioniers op dit gebied – zoals in ons land Adriani of v. d. Tuuk –betekende dat een verblijf van vele jaren onder primitieve omstandigheden in een vreemd land ver van huis. Thans houden over de gehele wereld vele duizenden mensen, met name autochtonen, zich bezig met het vertalen van de bijbel. Vertaalkunde is ook op dit tenein een apart vak geworden en het N.B.G. heeft aan de Vrije Universiteit met ingang van dit academiejaar een bijzonder leerstoel verkregen waar prof. dr. J. de Waard het vak bijbelvertaalkunde doceert. Een primeur!
ledere maand produceren de gezamenlijke bijbelgenootschappen meer dan 1.000.000 volledige bijbels en daarnaast nog vele Nieuwe Testamenten en losse bijbelboeken (bijvoorbeeld de Psalmen). Maar daarmee kan lang niet aan de vraag worden voldaan. Helaas verhinderen gebrek aan geldmiddelen en mankracht het deze productie aan de behoefte aan te passen. Ook hier biedt de techniek uitkomst: o.a. in China wordt op vaste uren per radio de bijbel op dicteersnelheid voorgelezen zodat volhardende luisteraars hun eigen geschreven evangelie in bezit krijgen. Misschien niet ideaal, maar het omzeilt problemen van papiervoorziening en drukvergunningen. (…) Het Bijbels Museum heeft zich de laatste tijd gepresenteerd met de slogan "Verrassend en verrijkend". Deze tentoonstelling bewijst de juistheid van deze uitspraak: Wie misschien denkt dat hij op de geschiedenis van het Nederlands Bijbelgenootschap snel uitgekeken is, wordt nu vriendelijk terecht gewezen door dit "beeldverhaal", dat begint met Mary Jones die in 1803 te laat kwam voor een bijbel en eindigt met de laatstuitgebrachte bijbel-diskette.'


We kregen van een lezer een interessant artikel toegezonden uit het K.N.A.G. Geografisch Tijdschrift over 'De Protestantenband (inderdaad band, v.d.G.) van Nederland: de geografische spreiding der orthodox-protestanten in 1920 en 1985/1986. Hier volgen enkele passages uit dit artikel van de hand van H. Knippenberg, C. M. Stoppelenburg en H. H. van der Wusten:

'De Waarheidsvriend geeft in een aantal artikelen (4-11-1927 e.v.) een overzicht per provincie van inderdaad alle predikantsplaatsen naar modaliteit, een bron wordt echter niet vermeld.
Voor het indelen van de predikantsplaatsen naar modaliteit is van twee typen bronnen gebruik gemaakt: Van Alphen's Nieuw Kerkelijk Handboek en de door de richtingenorganisaties uitgegeven periodieken en jaarboekjes. Met behulp van deze periodieken en jaarboekjes is van een aantal predikanten en gemeenten de modaliteit bepaald. Rond 1920 kan zo met grote mate van zekerheid de helft van het aantal plaatsen worden ingedeeld. De aantallen verschillen echter per richting: ongeveer 430 vrijzinnige, 180 ethische, 70 confessionele en 100 hervormd-gereformeerde. Alleen de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden geeft jaarlijks een compleet overzicht van aangesloten gemeenten, afdelingen en predikanten.
Binnen de Hervormde kerk hebben zich opvallende verschuivingen naar richting voorgedaan (zie tabel). In het algemeen heeft het onderscheid naar modaliteit aan betekenis ingeboet: de ethische modaliteit verdween en er ontstond een relatief grote groepering van niet aan een modaliteit gebonden predikanten.

Nederlands Hervormde predikantsplaatsen naar modaliteit in 1920 en 1985.
[tabel]

Vermoedelijk betreft het hier zowel nieuwe predikantsplaatsen (bijvoorbeeld in de nieuwbouwwijken van de grote steden) als plaatsen die eerder door confessionele en vrijzinnige predikanten bezet waren. Het aantal vrijzinnige predikanten is zeer sterk afgenomen. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat vele vrijzinnigen (of hun nageslacht) onkerkelijk zijn geworden. Het meest opvallende is de absolute en procentuele toename van het aantal predikantsplaatsen bezet door leden van de Gereformeerde Bond: Dwars tegen de tijdgeest van secularisering en ontzuiling in is deze groep toegenomen. Voor een groot deel is deze toename recent. Tussen 1972 en 1985 steeg dit aantal van 332 tot 393 overeenkomend met respectievelijk 17,7 en 22,9 van het totaal.
De gereformeerden buiten de Hervormde Kerk hebben zich de afgelopen 65 jaar opvallend goed gehandhaafd. Waar de teruggang van hervormden (van 41 naar 13%) aanzienlijk was, liep hun aandeel in de bevolking slechts terug van 9 naar 7%. Naast een zekere standvastigheid in de leer, heeft ook hun relatief hoge vruchtbaarheid (Van Poppel, 1974) daaraan bijgedragen. Het gevolg is dat de spreiding van orthodoxe protestanten in 1985/86 sterker dan in 1920 door de spreiding van gereformeerden wordt bepaald.'

(N.B.) In het aantal hervormd-gereformeerde predikantsplaatsen (393) zijn niet meegerekend de ongeveer 25 predikantsplaatsen voor bijzondere werkzaamheden en de ongeveer 50 situaties van een minderheid die in evangelisaties samenkomt of in diensten met een kerkeraadscommissie.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's