Hete hangijzers op Synode aan de orde
Hete hangijzers, zo kunnen we de onderwerpen typeren, die ditmaal de hoofdmoot vormden van de besprekingen tijdens de Voorjaarssynode van onze Kerk, die jl. 16 t/m 18 maart in Driebergen gehouden werd. Allereerst kon als zodanig worden aangemerkt het rapport 'Open Gemeentegrenzen'. Vervolgens het rapport 'Belijdenis en Ambt' en tenslotte de nota 'Grote Steden'. Deze stukken vertoonden een onderlinge samenhang. En waren zo door het moderamen op de agenda gerangschikt, dat ze op elkaar aansloten. Besluitsvoorstellen van de kant van het moderamen lagen tevoren reeds ter tafel. De bedoeling was, dat door de bespreking en de besluitsvorming van de eerste twee het derde probleem, dat van de zorgen in de grote steden, reeds voor het grootste deel opgelost zou zijn. Allen werden ze op één dag, vrijdag 17 maart, besproken. Deze bespreking liep tegen de verwachting echter zo uit, dat het avondprogramma, dat zou gaan over de voortgaande bezuinigingen in de kerk alsook over de consultatie van het HBV/ICTO uitgesteld werd en ook later tijdens de synode niet meer aan de orde is gekomen. Overigens legden de synodeleden zich eerst na het middernachtelijk uur ter ruste! Men had zich in de rangschikking van deze stukken en de achterliggende gedachtengang duidelijk verkeken op hetgeen in de synode leefde. Hoe dan ook, het was een goede zaak, dat nochtans voor de bespreking op genoemde wijze alle ruimte gegeven werd!
Open Gemeentegrenzen
Het rapport 'Open Gemeentegrenzen' had als bedoeling door wijziging in de ordinanties van de kerkorde het mogelijk te maken, dat leden van de gemeente om redenen van pastorale of/en modalitaire aard zich volledig zouden kunnen laten overschrijven naar een gemeente van eigen keus. Uiteraard van belang juist in de situatie van de grote stad, waar soms jongeren en ouderen zich aandienen bij een wijkgemeente, maar in een geheel ander |deel van de betreffende plaats wonen. Maar naar we ons kunnen voorstellen ook in geheel andere situaties in de veelkleurigheid van onze kerk denkbaar! Ondermeer deze grote verscheidenheid in de achterliggende situaties leidde tot de uiteenlopende meningen, die hierover gehoord werden. Maar ook is hier het uitgangspunt van de Kerkorde van 1951 in het geding. Het uitgangspunt van de 'plaatselijke' gemeente met territoriale grenzen ligt immers in de theologische notie van het verbond. Kiezen wij voor een gemeente waar we voor ons gevoel 'thuis horen' of moet er aan vast gehouden worden, dat God de gemeente vergadert ter plaatse, waar Hij verkiest te werken door Zijn Woord en Geest. Anders gezegd: Vergaderen wij ons om Woord en Sacrament of vergadert Hij ons door Woord en Sacrament! Is de gemeente een club van gelijkgezinden of is onze plaats daar, waar Hij ons roept. Is het lichaam van Christus ten principale ongedeeld of is reeds in het Nieuwe Testament een zodanige pluriformiteit aanwezig, dat wij deze vandaag als uitgangspunt mogen nemen om te komen tot een al dan niet begeerde 'hotelkerk', waarin we wel in één huis wonen, maar als bewoners van verschillende kamers gescheiden optrekken. M.a.w. moet de spanning tussen de modaliteiten en daarmee het gesprek (!) blijven of moet deze spanning opgelost worden in het gaan langs gescheiden wegen naar het éne (?) doel. Het gaat dus duidelijk om meer dan even een wijziging van de kerkorde! De meningen waren hier zeer verdeeld. Tegengestelde geluiden werden gehoord. Deze tegengestelde opvattingen werden niet alleen gehoord uit de mond van vertegenwoordigers van verschillende modaliteiten, maar de meningen lagen ook daarbinnen verdeeld. Opvallend was ook, dat voorstanders van zoveel mogelijk openheid en zo makkelijk mogelijk kunnen kiezen ook gevonden werden in kringen van de Geref Bond! Opmerkelijk, daar dit april 1988 bij een oriënterende bespreking van de nota 'Grote Steden' niet zo het geval was. Opmerkelijk ook, dat uit een geheel andere hoek van de kerk soms meer gepleit werd voor het vasthouden aan de verbondsgedachte, waar het de gemeente aangaat, dan uit 'eigen kring'. De besprekingen liepen vooral vast, waar het er om ging hoe moeilijk of hoe makkelijk het de kiezende gemeenteleden gemaakt moet worden. Slechts een eenvoudige kennisgeving aan de kerkeraden of leiding en toezicht daarbij van Classis en Prov. Kerkvergadering en/of Centrale Kerkeraad in de centrale Gemeente. Men kwam er niet uit. Duidelijk werd wel, dat er een vorm van open gemeentegrenzen zal komen, maar voor de concrete invulling van de nieuwe regeling was naar het oordeel van het moderamen 'de tijd nog niet rijp'. Derhalve wordt de discussie verder nog voortgezet!
Belijdenis en ambt
Vervolgens werd gesproken over het rapport 'Belijdenis en Ambt'. Eveneens nauw verbonden met de kerkelijke nood in de grote stad. Vooral, waar dit het krijgen van ambtsdragers betreft. Velen, die geboorte- hetzij dooplid der kerk zijn, willen wel meedoen met de gemeente, maar hebben 'geen lust' tot het belijdenis doen, gelijk een kanttekening in het rapport vermeldde. Zou het niet mogelijk zijn, zo werd de Synode voorgelegd, om het afleggen van de belijdenis des geloofs wat gemakkelijker te maken? Bijvoorbeeld door deze te laten afleggen niet in het midden van de Gemeente maar voor de kerkeraad? Kunnen ook ouders die hun kindje 'ten Doop aanbieden' (!) niet ingeschreven worden als belijdende leden, wanneer ze de wens daartoe te kennen geven? Ze beantwoorden toch bij de Doop gelijke vragen als bij de openbare geloofsbelijdenis? Kunnen ambtsdragers, die de bevestigingsvragen beantwoorden niet tegelijkertijd geacht worden daarmee de belijdenisvragen te hebben beantwoord? Grote vraag hierbij was de aanwezige kennis van de inhoud van het geloof. Wat is hierbij nog de plaats van de catechese? Een wijzingingsvoorstel om, wat de doopouders betreft, in de regelingen op te nemen dat de kerkeraad de bevoegdheid heeft na te gaan 'of de door hen verkregen kennis genoegzaam geacht kan worden' en dat er rekening zal worden gehouden met de richtlijnen van Ord. 9-4 werd gelukkig aangenomen. Zodat kerkeraden niet tegen hun ambtelijk geweten in straks ouders als lid moeten inschrijven, waarbij deze kennis volstrekt ontbreekt. Overigens kwam dit voorstel tot wijziging van de ordinanties er ongeschonden door.
Grote steden
Voort ging het richting grote stad. Duidelijk was, dat de Cie. K.O.A. (Cie. Kerkordelijke Aangelegenheden) en het Moderamen gezien de argumenten van het besluitsvoorstel er naar streefden zoveel mogelijk bestaande regels voor de probleemsituatie van de grote stad van toepassing te verklaren, zodat aanvullende regelingen genoeg zouden zijn om de door het Beraad Grote Steden gevraagde grote vrijheid van handelen mogelijk te maken. Gedacht werd aan aanvullende regelingen in de bepalingen over de Streekgemeente, zodat deze toegepast kunnen worden in de stadssituatie. Ook de instelling van een Centraal Financieringsorgaan zou er moeten komen. Maar: geen apart hoofdstuk Grote Steden in de Kerkorde! Ook bij deze bespreking waren de meningen verdeeld. Naar bleek zelfs binnen de Cie. K.O.A.! De voorzitter ds. P. v. d. Heuvel en prof. dr. A. J. Bronkhorst (lid van de cie.) bleken hierover zelfs ter vergadering van inzicht te verschillen. Echter het Beraad Grote Steden nam genoegen met het bereikte compromis. Tenslotte werden de voorstellen aangenomen om nog nader uitgewerkt te worden, ook wat betreft een nieuwe belijdenisvraag voor het opnemen van doopouders onder de belijdende leden der Kerk.
Kerkelijke opleiding
Valt nog te vermelden, dat donderdagmiddag door de Synode gesproken is over wijziging in de regeling voor de opleiding van de predikanten. Namelijk in de wijze van samenwerking tussen de openbare theologische faculteiten en de kerkelijke opleidingen (kerkelijke hoogleraren). De zogenaamde 'Duplex Ordo' kon vanwege een tekort aan tijd en geld voor wetenschappelijk bezig zijn door de kerkelijke hoogleraren zo niet langer gehandhaafd worden. Besprekingen waren er geweest tussen de Cie. T.W.O (Theologisch Wtenschappelijk Onderwijs) en minister Deetman. Deze was met voorstellen gekomen tot het oprichten van een eigen kerkelijke instelling voor de kerkelijke opleiding. Weliswaar zou daarbij in velerlei opzicht gebruik gemaakt kunnen worden van de faciliteiten van de theologische faculteiten, hetgeen bij contract geregeld zou moeten worden. Het voordeel: één bedrag toegewezen aan deze nieuwe instellingen, waarvan men zelf de besteding kan vaststellen! Een situatie vergelijkbaar met de Hogescholen in Kampen en de R. Katholieke opleidingen. Gevaar: een gevreesde verdergaande scheiding tussen Kerk en Staat. Hoe zal het gaan wanneer straks door geldgebrek de beschikbare gelden eens verminderd zouden worden? Ook waren reakties van de openbare theologische faculteiten uit de pers de synodeleden ter ore gekomen, dat deze vreesden spoedig hun bestaansrecht geheel verloren te hebben… Zou ook de bevruchtende werking van cultuur en theologie niet teveel teloor gaan op deze wijze? Ondanks alle vragen en zorgen haalden de voorstellen het. Zaterdag werd het meerjarenverslag van de Raad voor de Herderlijke Zorg besproken. Daarbij kwam een voorstel van oud. M. Geleynse uit Rotterdam naar voren om de mogelijkheden te onderzoeken bijna en pas-getrouwden in de Kerk beter te begeleiden (b.v. door het beleggen van conferenties). Hij had iets over het huwelijk in rapportage gemist. Dit voorstel riep bij meerdere synodeleden een geweldig verzet op. Men vreesde bij aannemen van het voorstel in de 'onvervroren-hoeksteen-club' terecht te komen. Er werd gezegd door synodeadviseur dr. K M. Witteveen: 'Daarover is de Roomse Kerk nu ook altijd aan het zeuren.' Dergelijke opmerkingen werden meer gehoord. Duidelijk is dat een groot deel van de Synodeleden juist inzake het huwelijk vreest een kritische pers te krijgen! M.i. een kwalijke zaak, daar men over ander minder voor de hand liggende onderwerpen de publiciteit nimmer vreest. Het huwelijk schijnt in de kerk een delicate aangelegenheid te zijn! Zo eindigde deze intensieve Synodevergadering, die overigens in goede sfeer verliep, helaas met enige dissonanten.
R. A. Grisnigt, Bennekom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's