Wetenschap en godsvrucht (5)
Er is een wisselwerking, tussen een godsvrucht die uit de Schrift opkomt als een buigen voor het gezag van Gods Woorden de wijze waarop je theologie bedrijft. Een autonome theologie-opvatting kan op den duur niet meer uit de voeten met de klassiek gereformeerde opvatting over godsvrucht. Het begrip godsvrucht maakt plaats voor een nieuw woord: 'spiritualiteit'. Een enigszins vaag woord waarin de Naam van God ontbreekt. Een levenshouding waarin een horizontaal levensgevoel gestalte kan krijgen. Dr. H. Faber schreef vorig jaar (1987) een boek over deze hedendaagse spiritualiteit, onder de titel Boven de boomgrens. De moderne spiritualiteit wordt bepaald door de grote revolutionaire veranderingen in de maatschappij, namelijk de emancipatie en vervreemding. Spiritualiteit is het echte omgaan met zichzelf in de grote onzekerheden van het het bestaan. Om een voorbeeld te geven hoe anders deze spiritualiteit is dan godsvrucht: Faber vertelt van iemand die vloekte toen Oscar Romero werd vermoord. Hij dacht toen: 'Dat is toch ook een vorm van gebed, als het maar niet bij vloeken blijft'.
Godvruchtige wetenschap zal de moderne mens als iets tegenstrijdigs in de oren klinken. Wetenschap en spiritualiteit, die passen beter bij elkaar.
5. Een mogelijke herwaardering van de theologie
Het is onze overtuiging dat de theologie een inspiratiebron dient te zijn voor de kerk. Het is een ramp voor de kerk als kerk en theologie nog meer van elkaar vervreemden. Dan blijft er in de kerk een 'Gemeente-theologie' over, die de kenmerken van rustige, evenwichtige, grondige bezinning kwijt is. Waarin bijvoorbeeld het fundamentalisme de toon kan aangeven of de theorie van het utilisme. Maar ook voor de wetenschap zelf mogen we ons niet terugtrekken. Anders gaat de secularisatie steeds verder en wij… wij zwegen, godsvrucht wordt dan een in een hoek gedreven privé-aangelegenheid.
Ik denk dat we in de toekomst moeilijk kunnen ontkomen aan een antithese tussen de theologie die uitgaat van de autonomie van het menselijk denken en een theologie die zich wil onderwerpen aan het gezag van het Woord van God. Een theologie die uitgaat van het relativisme en een theologie die vasthoudt aan een objectieve waarheidsopvatting.
Theologie is nooit een neutrale, waardenvrije bezigheid. De theoloog dient zich te laten leiden door de normen van Gods Woord. De theologie dient te beseffen dat het iets bijzonders is dat zij de Openbaring van God onderzoekt. Dat zij niet alleen maar de menselijke ervaring van die Openbaring onderzoekt. Dat betekent dat het objekt van haar onderzoek specifieke normen aandraagt voor de wijze waarop de theologie haar onderzoek verricht. Godzelf kan nooit puur object zijn, maar is en blijft altijd Subject. God is de sprekende en de theoloog dient te luisteren. Verder dient de theoloog te bedenken, dat er grenzen zijn aan zijn kennen en kunnen, aan het hanteren van wetenschappelijke principes. Het blijft waar dat de verborgen dingen voor de Heere onze God zijn en dat de geopenbaarde dingen voor ons en onze kinderen zijn (Deut. 29 : 29).
Ik besef dat hiermee een spanningsveld gegeven is. Dat er soms gewetensconflicten kunnen ontstaan omdat je geboeid kunt raken door een theologie die aansluit bij en inspeelt op de cultuur en het levensgevoel van vandaag. Conflicten omdat de confessie voor je gevoel zo ver van deze alledaagse realiteit af staat. Iets uit een grijs verleden dat voor je gevoel niet meer werkt. Daarom is het zo nodig dat we creatief zoeken naar een nieuwe aktualiteit van de confessie. Dat de confessie geen statische grootheid is, zonder enige tijdbetrokkenheid, maar een wijze vriend, die door schade en schande heen wijsgeworden, je Gids wil zijn. We moeten zoeken naar een confessioneel wetenschappelijk antwoord op de nieuwe spiritualiteit. Een studie in een levende relatie met Jezus Christus.
Niet met gestolde, maar met levende functionele vormen van godsvrucht.
Droom
Ik droom wel eens van een herleving van een gereformeerde theologie. Van een godvruchtige theologie. Ik droom dan van jonge mensen die, bezield door een intense liefde tot God, Zijn Woord op wetenschappelijke wijze bestuderen. Ik droom van een creatieve theologie, die ontdekt en aktualiseert de religie, de kernen van onze belijdenis in onze hedendaagse cultuur. Is hier geen taak weggelegd voor jonge theologen, zoals u, die daarvoor de talenten van God gekregen hebben. Die samen, onder leiding van ouderen, op vakterreinen deskundige gereformeerde theologen, antwoorden formuleren op het historisch kritisch onderzoek, de ervaringstheologie, de Amsterdamse school, de narratieve theologie, de politieke theologie. Die de Waarheid van de Schrift hooghouden en beleven, maar juist daarom ook de historische en literaire verbanden in de Schrift onderzoeken. Ik droom van een aaneensluiting van bijbelgetrouwe theologen die het gereformeerde gehalte van de theologie een nieuw, levend en aktueel gezicht geven.
Niet star, stoer of zelfverzekerd. Maar echt godvruchtig, eerlijk, zuiver, moedig, en nederig. Zoals Augustinus aan Dioscurus schreef: 'In de eerste plaats nederigheid, in de tweede plaats nederigheid, en in de derde plaats nederigheid. Maar vanuit deze nederigheid een weten wat men wil.
Wie de titels van de doctoraalscripties aan de Theologische Universiteit te Kampen in het kaartsysteem van de bibliotheek aldaar beziet, bemerkt dat ze bijna allemaal tijdbetrokken onderwerpen raken. Laten onze doctoraalscripties de gereformeerde theologie ook uitwerken naar onze cultuur.
Ik droom, 't is waar… terug naar de nuchtere praktijk. Maar zou er niet zo iets van een amor intellectualis (een wetenschappelijke liefde) kunnen samengaan met een hartstocht voor het gereformeerde belijden? Ik eindig met enkele prachtige citaten uit De navolging van Christus van Thomas à Kempis, die – ik weet het – niet gereformeerd was:
'Hoe meer en beter gij weet, hoe strenger gij er naar geoordeeld zult worden, zo gij niet heiliger hebt geleefd.'
'Meent gij veel te weten en vrij wel te verstaan, denk, dat er nog veel meer is, dat gij niet weet.'
'Hebt derhalve geen hoog gevoelen, maar erken liever uw onwetendheid.'
Gebed
'Ja, mijn God, nederig van mij zelf te gevoelen, houd ik voor mijn plicht. Al mijn weten is eigenlijk een niet weten. En wat baat voor U ook de diepste kennis, zoo mijn wandel U mishaagt? Gij toch zult mij naar mijn daden oordelen. Laat dan nimmer enige zelfverheffing bij mij huisvesten. Maar doe mij, van mijn zwakheid bewust, steeds in ootmoed voor U wandelen, mijn daden naar mijn kennis inrichten en toegevelijk omtrent anderen zijn.'
W. Verboom, Hierden/Harderwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's