Boekbespreking
M. J. Mulder, Sodom en Gomorra, 94 blz., ƒ 17,90, uitg. J. H. Kok, Kampen, 1988.
Dit deel uit een serie Exegetische Studies geeft een brede uiteenzetting van wat in de Schrift (O.T., ook in het N.T. – in het kort– ) over deze steden geschreven is, 'een verhaal van dode stenen'. Bovendien is materiaal verzameld uit buiten-bijbelse bronnen o.a. apokriefe en pseudo-epigrafische geschriften, uit papieren van Qumran, uit de werken van Flavius Josephus, Philo en de Rabbijnen.
De schrijver heeft ten aanzien van de historiciteit van de geschiedenissen rondom Sodom een opvatting, die niet overeenstemt met het Schriftuurlijke inspiratiebegrip. Hij meent, dat de vraag naar de historiciteit in de moderne zin van het woord niet aan de orde komt. Maar – zo zegt hij – dat wil niet zeggen, dat er geen historische kernen in de verhalen kunnen zijn, maar wij kunnen met de kernen niet beginnen: Er bestaat oorspronkelijk een sage of legende over een katastrofe van steden rondom de Dode Zee (zo bij Gen. 18v). De traditie, die de vier (later vijf) steden bij elkaar plaatsten is pas vele eeuwen na de ballingschap ontstaan. In de epiloog onderstreept de schrijver, dat het verhaal van de omkering van Sodom en Gomorra een aan de niet-israëlistische cultuur ontleende sage moet zijn geweest, Sodom en Gomorra zijn 'voorbeelden, paradigmata'.
In het hoofdstuk over de oud-testamentische tradities wordt menigmaal Sodom genoemd, als de goddeloosheid van het volk wordt gehekeld. Het trouweloze Jeruzalem wordt met Sodom vergeleken, een zware vernedering. Jes. 1 : 9, Ez. 16 : 6v, Ez. 16 : 46v.
Ook in Jes. 13 : 19 wordt op de omkering van Sodom gewezen, ook o.a. Jer. 50 : 40 (profetie tegen Babel). Hosea 11 : 8 spreekt van een oordeel als van Adama en Zeboim. Jer. 23 : 14 spreekt over de profeten en inwoners van Jeruzalem: Zij zijn Mij als Sodom en haar inwoners als Gomorra.
In Gen. (h. 14, 18, 19) wordt S. en de andere steden min of meer gelocaliseerd in de vlakte (streek) van de Jordaan. Zoaz was de toevluchtsstad voor Lot. Ettelijke historieschrijvers dachten aan de z.w. oever van Zoutzee, naar wat nu dschebel usdum (hebr. har sedom) heet. Tot heden is er geen mogelijkheid om de plaats van Sodom te localiseren. In ons land schreef hierover Adrianus Reland (1676-1718), een bekend oriëntalist. De plaats van Sodom wist hij niet. Ook de rabbijnse traditie geeft ettelijke suggesties.
De auteur geeft voorbeelden uit de Esra-apocalyps en het zgn. IV Esra. In het boek Jubileeën ligt het zwaartepunt van de zonde der Sodomieten in het bedrijven van ontucht. Het volk zal vergaan door vuur en zwavel (In Matth. 5 : 22, 23 : 15, 10 : 28 wordt gesproken van ziel en lichaam verderven in de hel – geenne –woord dat samenhangt met dal van Hinnom).
Vier bladzijden worden gewijd aan het N.T. Het achttal plaatsen waarin Sodom genoemd wordt zijn alle opgenomen, beginnende met Matth. 10 : 15. De laatste plaats is Openb. 11 : 8, waar Sodom naast Egypte de naam is van Jeruzalem, de grote stad, waar onze Heere gekruisigd is. 'Het is de residentie geworden van de Antichrist' (A. J. Visser). 2 Petr. 2 : 6 geeft een voorbeeld van degenen die goddelooslijk leven, veroordeeld tot 'omkering' (katastrophe). De schrijver meent dat in Matth. 10 : 15 en elders in een voor deze steden verzachtende context gesproken wordt. Of zouden we niet liever spreken van de lijdzaamheid des Heeren?
Het geheel is een leerzaam geschrift, een beoordeling, die mijn kritiek niet uitsluit.
H. Bout
Ds. L. H. Oosten, Wat gelooft gij van de kerk? Uitg. De Banier, Utrecht, 108 blz., ƒ 18,50.
Na een geschrift over het geloof ('Wat is een oprecht geloof?'), verscheen onlangs een nieuw boek van de hand van onze Hedelse collega over de Kerk. Hij wil hiermee een bezinning geven op de betekenis van kerk en kerkgang. In het eerste deel vinden we de tekst van het referaat dat hij hield tijdens zijn Friese ambtsperiode voor studenten in Groningen, terwijl hij de lezing nogmaals hield voor ambtsdragers in de Bommelerwaard. Uitersten raken soms elkaar. Is er in het Noorden des lands het probleem van de ontkerkelijking. In de Bommelerwaard en het land van Heusden en Altena is er de rechtse onkerkelijkheid. Mensen lezen thuis een preek in plaats van de kerkgang. Kerkgang in diskrediet geraakt. Ds. Oosten wil met zijn referaat een aanzet geven tot bezinning op de betekenis van de kerkgang. In het tweede deel besteedt hij aandacht aan de kerk als voorwerp van het geloof. De Kerk in haar wezen en kenmerken, in haar ambten en orde. Hij doet dit naar aanleiding van de artikelen 27 tot en met 32 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Vooral dit tweede deel van zijn boek is praktisch-eenvoudig van toon met het oog op de gemeente.
Mij trof de opmerking over de prediking. Ze is geen meditatie of overdenking. De tekst mag niet aangekondigd worden met woorden als: de stof onzer overdenking. De prediking is veel meer dan 'samen nadenken' over het Woord. Prediking is geen christelijk getuigenis of doorgeven van eigen opvattingen. Prediking is een objectieve zaak. In de prediking is het God Zelf Die spreekt.
Terzake de Kerk wordt opgemerkt: Van eeuwigheid verkoren en in de tijd herboren. Dat maakt de Kerk des Heeren tot een goddelijke verschijning in deze wereld. De Kerk is er niet door menselijke inzet, maar dankzij Goddelijke verkiezing. Opmerkelijk scherp keert ds. Oosten zich tegen het pausdom. De paus is de anti-christ (2 Thess. 2 : 4).
Als Hervormd predikant is de schrijver eerlijk als hij erkent dat er in de Hervormde Kerk veel dwaling en valse leer gevonden wordt, openlijk en bedekt. Zelfs onder de vlag van 'gereformeerd' of 'reformatorisch' kan een bedenkelijk remonstrantse leer schuil gaan. Een boek dat aandacht verdient binnen de kerk. Nuttig voor ambtsdragers en geïnteresseerde gemeenteleden. Ds. Oosten schrijft helder en zijn stijl is duidelijk. De uitgever maakte er een mooi boek van.
J. Maasland, C. a. d. IJ.
H. Westerink, Je mag het geloven, uitgeverij De Vuurbaak BV, prijs ƒ 13,90.
In dit boekje van 73 bladzijden gaat de schrijver in gesprek met jongeren van ongeveer 14-16 jaar. Hij wil met hen praten over hun geloofsleven en raakt dan verschillende facetten van de persoonlijke relatie met God. Bijvoorbeeld: twijfelen, Bijbelgebruik, leven uit je Doop.
Op een aansprekende pastorale manier probeert de schrijver de jongeren in allerlei vragen verder te helepn. Ik denk dat jongeren die leven binnen een gemotiveerd gelovig klimaat zich herkennen zullen in de jongeren uit dit boekje. Dat ze zich wel aangesproken zullen voelen. Jongeren die dieper in de crisis van de secularisatie zijn terecht gekomen zullen, denk ik de antwoorden van de auteur te gestroomlijnd vinden. Teveel het 'groeimodel', te weinig het 'worstelingmodel'. Pas er voor op dat niet te gauw het grote woord 'verdrukking' gebruikt wordt als je als christenjongere tussen anderen weleens alleen staat en niet begrepen wordt (42). Overigens, hartelijk aanbevolen.
W. V., Hierden/Harderwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's