De twijfel gekoesterd of ontmaskerd
We zijn dus de magische grens gepasseerd. Dat wil zeggen dat meer dan vijftig procent van het Nederlandse volk zegt niet meer tot een kerk te willen worden gerekend. We zijn dus nu van meerderheid (echt) minderheid geworden in de Nederlandse samenleving. Daarover wordt nu opeens heel druk gedaan, alsof die vijftig procent beslissend is. Al zij toegegeven, dat ook onder christenen soms gedacht is in termen van meerderheid en minderheid. Heb je de meerderheid dan kun je nog met 'de helft plus één' de baas blijven. Zodra je toe bent aan de helft min één lukt dat niet meer. Het gaat echter niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit.
Intussen bevinden we ons al gedurende een reeks van jaren in een geruisloos, al maar doorgaand proces van ontkerstening en kerkverlating. We moeten niet nú pas schrikken. De zorg hierover leeft toch al jaren? We zien de afkalving al jaren lang zich voltrekken, tot in de beste gemeenten toe. Ook waar nog kerkelijke trouw en meelevendheid is zijn de gezinnen of de jongeren aan te wijzen, die hebben afgehaakt. We hebben jaren achter de rug waarin mensen, die nog slechts kerkelijk waren omdat ze in de kaartenbakken voorkwamen, zich hebben laten uitschrijven. Maar intussen gaat het veel dieper. Want ook mensen, die meer of minder trouw meeleefden met de kerk hebben soms langzaam maar zeker de band met de kerk verloren. Ook onder diegenen, die ooit belijdenis des geloofs hebben afgelegd, zijn er velen, die met Demas de tegenwoordige wereld hebben liefgekregen. En wat die vijftig procent betreft, laten we niet vergeten, dat onder de jongeren nog slechts één op de acht een band heeft met de kerk, dat is de helft van vijftig procent. Zo snel gaat het kennelijk.
We zien vandaag overigens de tendens dat er nogal de nadruk op wordt gelegd dat al diegenen, die vandaag belijdenis des geloofs afleggen, dit uit een veel bewuster keuze doen dan vroeger. Ook hierin kunnen we ons vergissen. Het zou kunnen zijn, dat we dan van de weeromstuit een te positieve, te optimistische kijk op de (kerk)mens van vandáág hebben. Terwijl we het niet voor onmogelijk moeten houden, dat we het dieptepunt nog niet hebben bereikt, ook niet onder diegenen, die vandaag – Goddank, dàt wel – belijdenis des geloofs afleggen. Ook in onze tijd is die bewuste keuze ondergeschikt aan het hartvernieuwende, wederbarende werk van de Heilige Geest. Wie door de Geest Gods is veranderd tot een levende Hoop zal niet afvallen. Laten we dat vanuit de Schrift nog maar eens eerlijk en in verwondering zeggen. Maar wie de levendmakende Geest níét heeft ontvangen, voor wie het belijden van de Naam een cosmetische zaak, een zaak van de oppervlakte is, kan eveneens, zoals zovelen de afgelopen jaren, worden meegezogen in de golf van ontkerstening.
Overigens zeggen de cijfers, die ons nu worden voorgehouden, wel veel maar niet alles. Het is hoogst ernstig als cijfers vandaag zeggen dat nog één op de acht jongeren een band met de kerk zegt te hebben. Maar prognoses maken voor de toekomst, zoals planologen dat doen voor woonwijken en woongebieden, is in de kerk ten diepste uitgesloten. Gelukkig is de kerk niet het resultaat van onze prognoses en berekeningen maar het resultaat van het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest.
Wat te doen?
Wat doet de kerk eraan?, is een vraag, die de afgelopen weken veelvuldig is gesteld. Mijn antwoord is: niets. Daarmee bepleit ik geen onverschilligheid of pure lijdelijkheid. Ik realiseer me zeer wel dat mensen soms de kerk de rug hebben toegekeerd omdat ze in de kerk diep teleurgesteld werden; soms om heel concrete zaken, die hun leven diep beroerden, in hun gezin, in een noodsituatie, als de dingen niet gingen zoals ze moesten gaan en ze steun dachten te vinden bij de kerk of bij diegenen, die van de kerk zijn. Gemis en gebrek aan liefde hebben soms diepingrijpend de kerkelijke meelevendheid en betrokkenheid ondermijnd.
Als ik toch zeg 'niets' dan bedoel ik, dat we constateren dat onder de beste prediking ook het verschijnsel van losweking te zien is geweest. Wat dit betreft moeten we ook spreken over het oordeel, dat over land en volk gaat. Het moet ons dringen tot zelfonderzoek.
Zijn we, bij al onze rechtzinnigheid zelfs, niet in hoge mate de wereld gelijkvormig geworden?
Heeft het materialisme, de luxe niet allerwegen toegeslagen?
Zijn we niet zouteloos en smakeloos geworden?
Delen we niet voluit in alle verschijnselen van de cultuurcrisis waarin we ons bevinden?
Is er voldoende vuur en hartstocht?
Ik zeg ook dat de kerk in feite 'niets' kan doen aan de terugloop om daarmee te benadrukken dat van (nieuw) activisme geen enkel heil te verwachten is. Het gaat om de inwachting van de Geest en de bede om getrouwmakende genade.
Trouw
Hoezeer het ook lijkt op het intrappen van een open deur, de enige verwachting ligt in trouw. Niet in 'onze' trouw maar in trouw aan het Woord. Alleen getrouwe Woordbediening zal, onder Gods zegen een weg tot herstel kunnen geven, inderdaad een Open Deur. We zien vandaag allerlei krampachtige pogingen voor gemeentevernieuwing, andere wijzen van kerk zijn. Alles moet anders, want de moderne mens wordt niet meer aangesproken. Ook de moderne mens zal echter ten diepste alleen aangesproken worden door het Woord, en díé verkondiging van het Woord, die van de Geest doorademd is.
Dit gezegd hebbende moeten we er nu aan toevoegen dat de kerk er wel alles aan kan doen om de afbraak te bevorderen en zelfs te versnellen. Namelijk door het Woord Gods op allerlei wijzen discutabel te stellen. We moeten de twijfels van de moderne mens serieus nemen, zo heet het dan. Inmiddels neemt men die twijfels theologisch over en voedt deze vervolgens in de verkondiging en in de kerkelijke praxis. Twijfel wordt dan verkòndigd als de hoogste zekerheid. De waarheid Gods, geopenbaard in het Woord, wordt dan overheerst door de menselijke rede. Maar in feite houden we geen Bijbel meer over. We moeten ons er dan niet over verwonderen wanneer de uittocht verder gaat. Als ook de kerk het al niet meer weet, als ook de kerk al onzeker doet over wat eeuwen als vaststaand is aangenomen, waarom zouden kerkmensen dan nog blijven luisteren?
Het lijkt wel alsof er in onze dagen opeens een nieuwe golf van twijfel en onzekerheid zaaiende uitlatingen losbarst.
We schreven in het paasnummer van ons blad over de narratieve theologie, die nog slechts het verhaal overhoudt en de feiten ontkent.
Daags na Pasen berichtten de media, dat de bisschop van Durham ook nog weer eens de oude ketterij had verkondigd – gelukkig tot ontsteltenis van velen – dat we vooral niet moesten denken, dat Christus lijfelijk was opgestaan.
In het blad Mare (Leiden) werd de lezers in een interview met prof. dr. G. H. ter Schegget – kèrkelijk hoogleraar te Leiden! – meegedeeld hoe 'ver' hij is in zijn denken. De kop boven het stuk luidde: 'Theoloog Ter Schegget stelt alle dogma's ter discussie – Ik ben al voor een goed deel atheïst.' Er zijn mensen – zo zegt hij – die zeggen dat God de mens geschapen heeft. Anderen menen dat de mens God 'geschapen' heeft, 'al is de laatste (mening) vandaag de heersende'. Hij wil die opvattingen met elkaar confronteren. Geen woord verder over het gezag van het Woord. Het gaat Ter Schegget om theologische ethiek, niet zozeer om christelijke ethiek. Men kan zich afvragen wat zulk een kerkelijk hoogleraar nog voor boodschap meegeeft aan diegenen, die straks in de gemeente dè Boodschap moeten doorgeven.
Ik noem een laatste voorbeeld. De kranten hebben in alle toonaarden bericht de gewelddadige dood van een IKON-joumalist in El Salvador. Via de radio werd een herdenking uitgezonden, waarin ds. W. J. Koole, de IKON-directeur het woord voerde. In het hele gebeuren geen woord over God en de Bijbel. Verder dan het begrip Humaniteit kwam men niet. En dat voor een omroep met de K in de naam, in een herdenking, geleid door een ds. Kortom, de kerk doet er soms (vaak?) ook al het zwijgen toe als het gaat om God en Zijn Woord.
Soms begrijpt een mens het niet meer, als we kennisnemen van de inhoud van datgene, wat de kerk vandaag nog te zeggen heeft. De eeuwigheid is vaak volstrekt weg uit prediking, theologie en kerkelijke bezinning. Op de jaarlijkse conferentie van de Vrienden van Kohlbrugge afgelopen zaterdag citeerde drs. A. de Reuver Luther, die ooit gezegd heeft: 'Er moet iets eeuwigs zijn, anders ben ik verloren'. Als de eeuwigheid weg is uit de kerkelijke verkondiging, kunnen we de deuren wel sluiten. De mensen zullen er geen boodschap meer aan hebben. Intussen zijn we … verloren! De kerk is alleen kerk en heeft als zodanig een boodschap, wanneer ze verkondigt, belijdt en gelooft, dat ze omkoepeld wordt door de nooit begonnen en nimmer eindigende eeuwigheid en dat de eeuwige God haar een woning is.
Triomfantelijk?
Vandaag heet het triomfantelijk wanneer nog wordt uitgegaan van onwankelbare waarheden. Het zij toegegeven, dat er vaak menselijke waarheden als gòddelijke zijn verkondigd, zonder dat ze in de Schrift een hechte basis vonden. Maar God is de Waarachtige en Zijn Woord is betrouwbaar. Dat in twijfel trekken is bruut ongeloof.
De twijfel, van welke aard dan ook, zal altijd als ongeloof moeten worden ontmaskerd. Niet alleen theologische twijfel, ook persoonlijke, existentiële twijfel. Want wie zou durven beweren dat twijfel vreemd is aan diegenen, die de waarheid van het Woord Gods ernstig nemen? Juist die existentiële twijfel gaat het diepst. Wie vanuit Gods Woord heeft gehoord en gelooft dat God de Eeuwige, de Heilige, de Rechtvaardige is, kan existentieel beven als het gaat om de ontmoeting met Hem. Wie kan bestaan voor de Hoge God? De Schrift is er vol van dat mensen vragen en klagen of God Zijn genade vergeten is, of Hij wel hoort, of Hij mij wel in Zijn gunst wil aannemen. Die twijfelvragen moeten we niet onderschatten. Maar ze komen juist op uit de wetenschap dat God lééft en dat Zijn Woord betrouwbaar is, ook in de strenge eisen van Gods recht. Ze komen op uit het besef dat genade nooit goedkoop is.
Ontmaskering
Het ligt in de aard, in het wezen van de kerk om de twijfel te ontmaskeren. Daar waar vraagtekens gezet worden achter de betrouwbaarheid van Gods Woord dient de kerk profetisch van Godswege te getuigen, dat Gods Woord de Waarheid is en dat al onze gedachten, ook onze theologische gedachtengangen, gevangen moeten worden gegeven tot de gehoorzaamheid van Christus (2. Kor. 10 : 5).
En daar waar mensen door twijfel besprongen worden, terwijl ze weten van Gods presentie in hun leven, van Gods bemoeienis met hun bestaan, terwijl ze weten van het levendmakende werk van de Heilige Geest, daar zal twijfel als ongeloof (mogen) worden ontmaskerd. De gelovige mag door twijfel worden besprongen, soms een baar van de zee gelijk zijn, twijfel is geen eigenschap van het geloof maar uiting van ongeloof. De twijfel dient existentieel te worden onderkend, maar mag nooit worden gecultiveerd of gekoesterd of gepredikt.
We gaan in onze tijd over het scherp van de snede. We horen nog al eens zeggen, dat de moderne twijfel verbindingen geeft met kringen waar bevindelijk wordt getwijfeld. Dat is, als het erop aankomt, een drogredenering. Die verbinding is er slechts dan wanneer we belijden dat het antwoord op onze vertwijfelde vragen alleen buiten ons ligt, in het betrouwbare Woord Gods. Moderne twijfel (aan het Godsbestaan) is iets anders dan geestelijke aanvechting.
Juist vanuit de wetenschap dat God de Levende God is en dat Hij in Christus een weg tot eeuwig behoud voor mensen heeft ontsloten, is er de garantie voor de belofte, dat de Heilige Geest, die samen met de Vader en de Zoon eeuwig God is, ook mij is gegeven. Onder die verkondiging smelten vertwijfelde vragen weg als sneeuw voor de zon.
De twijfel mag niet worden gekoesterd, theologisch niet en bevindelijk niet. Het geloof acht Gods Woord betrouwbaar en weet dat God Zijn Woord gestand doet.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's