De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Is de kloof te overbruggen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is de kloof te overbruggen?

13 minuten leestijd

Bovenstaande vraag is de titel van een brochure over: 'de tegenstelling arm-rijk en wat de Bijbel ons daarover leert' van de Stichting Reformatorische Hulpaktie Woord en Daad te Gorinchem. De uitgave van deze lesbrief, die in de eerste plaats bedoeld is voor de leerlingen van het voortgezet onderwijs, werd mogelijk gemaakt door een subsidie van de Nationale commissie voorlichting en bewustwording ontwikkelingssamenwerking N.C.O. Het boekje telt 62 bladzijden en is voor een klein bedrag van ƒ 2,50 verkrijgbaar. De lesbrief kan tevens van dienst zijn voor gespreksgroepen, bijbelkringen, catechese e.d., zo blijkt uit het voorwoord. In dit artikel wil ik proberen om een aantal aspekten – die met het oog op de titel van het boekje aan de orde komen – er uit lichten en nader aan de orde stellen. Dit vanwege de ernst van de zaak waaròm het gaat en ons àller deur niet voorbij mag gaan en dan bedoel ik de deur van onze gemeenten en vooral ook de deur van ons eigen hart. Immers: het gaat om 'particuliere' hulpverlening en dat is: 'persoonlijke aansprakelijkheid'.

Pasklare antwoorden
'Het is beslist niet zo, dat deze lesbrief pasklare antwoorden geeft', aldus de secretaris van Woord en Daad, de heer J. Dankers in het voorwoord. 'Over sommige passages bestaat ook binnen het bestuur van Woord en Daad verschil van mening. Sommige zienswijzen en interpretaties zijn specifiek van de schrijver (A. C. Veldhuizen), maar één ding is duidelijk: Gods Woord is uitgangspunt; slechts in het eerbiedig luisteren naar dit Woord kan zicht op dit enorme probleem ontstaan. Vanuit dit woord wijzen wij dan ook de revolutionaire bevrijdingstheologie die t.a.v. deze problematiek steeds meer overheersend wordt, af. Dit betekent uiteraard niet dat ook zij soms zaken naar voren brengt, waar naar geluisterd moet worden'. Door deze opmerking van de heer Dankers, wordt een spanningsvol element ingebracht, dat voelbaar blijft bij het lezen van de verschillende hoofdstukken. Alhoewel geen pasklare antwoorden, moet gezegd worden, dat de schrijver steeds weer opnieuw ernstige pogingen onderneemt om deze' spanningsproblematiek' vanuit Gods Woord te benaderen en ons vragen voor te leggen die nopen tot nadere discussie en stellingname. Wat ik o.a. in dit boekje zo goed vind, is dat de schrijver 'gevoelige hobbels', die binnen 'onze gezindte' weleens weerstanden oproepen (b.v. de politieke aspekten t.a.v. de hulpverlening) niet voorbijgaat. Sommige passages zouden mijns inziens zó kunnen worden opgenomen in het projektenboekje Werelddiakonaat van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Verschillen van inzicht liggen dan soms toch ook weer niet zo ver uit elkaar als je soms denkt. Gelukkig maar! Het gaat immers om mensen ginds!?

Wat leert ons de Schrift?
Wie op zoek gaat naar de bijbelse wortels voor hulpverlening, naar zaken betreffende de tegenstelling tussen arm en rijk, behoeft beslist niet lang te zoeken. De bijbel staat er vol van! Het is dan ook voor de schrijver geen enkel probleem om goede bijbelse motieven aan te dragen. In verschillende hoofdstukken wordt steeds weer een ander aspekt belicht. In het eerste hoofdstuk wordt de vraag gesteld: 'Wie is mijn naaste'? De gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan geeft ons een duidelijk antwoord: 'dat zijn zij die mijn hulp nodig hebben'. Het gaat dan in principe om alle mensen. Een en ander blijkt ook uit de verklaring van Calvijn bij deze gelijkenis. Evenwel hier in dit hoofdstuk niet genoemd. Wel wordt aangehaald de bekende tekst uit Galaten: 'Zo dan, terwijl wij tijd hebben, zo laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs'. Als uitleg bij deze tekst wordt gegeven: 'Beginnen dus bij de huisgenoten des geloofs, dichtbij en veraf'. In tegenstelling tot het voorgaande wordt nu een voorkeur uitgesproken. Ik vraag me af of deze uitleg op deze manier wel juist is. Een andere uitleg spreekt mij meer aan namelijk: 'Er kan pas werkelijk goed gedaan worden aan alle mensen, wanneer de huisgenoten het onderling met elkaar eens zijn, dat hulpverlening noodzaak is en er daarover geen misverstanden bestaan, zodat de hulp ook werkelijk geloofwaardig is'.
Welnu, ik ben het met de schrijver eens als hij zegt: 'Voor wie mag ik een naaste zijn? Niet zij die wij wel even uitzoeken en die ons goed liggen'.
In de volgende hoofdstukken worden over de aspekten rentmeesterschap, het Sabbatjaar en het profetisch protest behartenswaardige dingen gezegd.
Enkele hiervan willen we noemen. Aangehaald wordt de opmerking van de bekende kerkvader Chrysostomus: 'De rijkdommen van deze wereld zijn gemeenschappelijk bezit evenals de zon, de lucht en het water'. Met zo'n opmerking kan je natuurlijk verschillende kanten uit. Van belang bij rentmeesterschap is, dat 'ons bezit' niet 'ons eigendom' is waarover wij zelfstandig kunnen beschikken. Het gaat om het beheren en bewaren van Gods schepping. Vanuit het nieuwe testament herkennen wij in de vertaling van rentmeester het griekse woord 'oikonomos'. Deze vertaling wil zeggen, dat het begrip rentmeesterschap alles te maken heeft met een zuinig en doelmatig beheer in de huishouding, in het bijzonder van de staat. Economie heeft alles uit te staan met bijbels rentmeesterschap!
De vraag is echter: 'Hoe gaan wij om met onze rijkdom'? Dit in tegenstelling tot de verschrikkelijke armoede elders in de wereld. Hier dient zich het eerste spanningsveld aan: 'Vanwaar deze grote kloof en hoe komt het dat wij vanuit onze rijkdom niet meer (willen) doen dan een druppel op een gloeiende plaat, terwijl Deut. 15 en 2 Kor. 8 : 14 toch duidelijke taal spreekt'. Ligt hier geen aanklacht? Jazeker! Deze aanklacht wordt zelfs verscherpt door het profetisch spreken b.v. in Amos 4 : 1 'Hoort dit woord, gij koeien van Basan! gij die de armen verdrukt, die de nooddruftigen verplettert'.

Maatschappij-kritiek
De rijken worden door Amos met koeien vergeleken, omdat geprobeerd wordt een kombinatie te maken van rijkdom en vroomheid. Dit lijkt nu aan de buitenkant wel aardig, maar het is schijn. Jazeker, er werd best wel gegeven van de overvloed. Maar dat geven was geen oprecht geven. De Heere nu eist gerechtigheid onder, ja óók onder de mensen! De kritiek van de profeet Micha op de bestaande orde noopt de schrijver ertoe om een link te leggen naar het onderwerp: 'maatschappij-kritiek'.
Calvijn wordt hier genoemd als degene, die niet alleen hervorming van de kerk, maar ook van de samenleving beoogde. 'Juist aan de oud-testamentische wetten ontleende Calvijn meerdere, voor die tijd, diepingrijpende gezichtspunten en verrichtte hij baanbrekend werk. Gods oordeel gaat over alle machten. Daarom, aldus de schrijver, moeten en mogen we ook fundamentele maatschappij-kritiek leveren; dat kan soms het verwijt opleveren dat we met socialisme of marxisme gemene zaak maken.' De profeten zo schrijft Veldhuizen, lieten zich in ieder geval niet leiden door vrees voor dit soort kritiek. Vlijmscherp keert b.v. de profeet Micha zich tegen de nogal hebzuchtige grondbezitters; die hun bezit altijd maar willen uitbreiden, ten koste van de kleine boeren'. De schrijver maakt dan een grote sprong naar onze tijd met de opmerking: 'Wij moeten eerlijk onder ogen zien dat juist in reformatorische kring er velen zijn die zich goed kunnen vinden in een meer liberaal economisch model. Een economisch systeem waar ongebreidelde hebzucht goed kan gedijen! In een keer springt hij dan over naar de 'toestanden' in Latijns-Amerikaanse landen. Gesproken wordt over Nicaragua en het Sandinistische bewind. Vervolgens over Chili en de problemen daar. Mijns inziens gaat de schrijver hier veel te snel. Er moet nu veel en snel begrepen worden en kennis van zaken worden verondersteld. De docent cq. gespreksleider heeft nu de handen vol om economische systemen te verduidelijken en onrechtvaardige situaties, welke door deze systemen worden veroorzaakt helder en inzichtelijk te maken. Vragen ook te over bij dit hoofdstuk! De schrijver noemt ze ook, zes in getal! Aardig om ze eens voor te leggen aan theologen en economen uit onze kimg, of aan diakenen, die ons voorgaan in het doen van gerechtigheid. Behoorlijk pittige vragen voor jongelui voor wie dit boekje geschreven is. Twee vragen wil ik u niet onthouden: 'Hoe zou je nù op de prediking van Amos reageren? Zou je zijn boodschap wat links en horizontalistisch vinden? En ontbreekt het in onze kringen aan fundamentele maatschappij-kritiek? Zo ja, komt dit door de vrees in links vaarwater terecht te komen?' In dit hoofdstuk spreekt mij tenslotte de opmerking aan, dat wij veel van andere kuituren kunnen leren. Hier gaat het om wederkerigheid ten aanzien van hulpverlening. Dat is heel wat anders dan liefdadigheid. Wederkerigheid en het serieus nemen van de ander zijn aspekten, die wij ook tegenkomen bij Zending, Werelddiakonaat en Ontwikkelingssamenwerking (Z.W.O.proces).
Over de economie en het systeem van West-Europa en Amerika, lees ik in dit hoofdstuk weinig meer! Blijven wij buiten schot? Zeker niet! Zouden wij niet eens in gesprek gaan over de 'economie van het genoeg' in Nederland en Brussel?

Gevolg van de zonde?
In de laatste hoofdstukken probeert de schrijver een antwoord te geven op de vragen: 'Zit het kwaad ook in de strukturen' en 'Is de Heiland een Heiland der armen'? Tenslotte wordt ingegaan op het thema: 'Arm en rijk, oorzaak en gevolg'.
Met betrekking tot de eerste vraag merkt de schrijver op dat 'Er een samenhang is tussen een ontwikkelde samenlevings-struktuur en zonde van hoogmoed en onrecht'. Het gaat inderdaad om twee kanten van de medaille. Je kunt niet een vinger wijzen naar het 'kwaad' binnen de struktuur en zelf buiten schot blijven. Volgens de schrijver – en ik onderschrijf dat – is het dieper liggend kwaad, de zonde van ongehoorzaamheid en dat nu zetelt in de mens zelf! De Heere eist van zijn volk barmhartigheid en gerechtigheid te doen. En gerechtigheid verhoogt een volk en daarmee samenhangend haar samenlevings-struktuur. Ten aanzien van de vraag over de 'Heiland der armen', probeert de schrijver aan te tonen, dat het leven van de Heiland en Zijn rondwandeling op aarde een toonbeeld van eenvoud en een voorbeeld was, zoals blijkt uit Joh. 13 : 15: 'Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet'. Schrijver acht het tevens van belang om het door Jezus gebruikte woord 'armen' niet beter te plaatsen in de zin van armen van geest dan het 'zalig gij armen' zoals Lukas het weergeeft. Het is volgens de schrijver niet de Heiland, die partij kiest in de klassestrijd, maar vanuit de gerechtigheid Gods, een Heere is. Die het recht der armen, der verdrukten gelden doet'!
In het laatste hoofdstuk tenslotte probeert de schrijver een antwoord te zoeken op de vraag: 'Is de kloof te overbruggen?' Enkele oorzaken van deze kloof worden opgesomd. Nu komt ook onze westerse economie even om de hoek kijken, zoals blijkt uit de vraag: 'Heeft het Westen zich niet enorm verrijkt ten koste van de derde wereld?'
Gewezen wordt op de enorme schuldenkrisis en of voor produkten uit derde wereldlanden wel een rechtvaardige prijs wordt betaald. Met betrekking tot de schuldenproblematiek merkt de schrijver op: 'Een wezenlijke bijdrage aan het dichten van de kloof tussen rijk en arm zou worden gegeven indien het Westen zou overgaan tot een (evenwichtig door te voeren) kwijtschelding op de miljardenschuld. Daarbij zouden wel stringente afspraken gemaakt moeten worden over de besteding van de daardoor vrijkomende middelen; het doel moet zijn de versterking van de binnenlandse economie'. Als argument voor deze stelling verwijst de schrijver naar het beginsel van het sabbat- en jubeljaar en het standpunt van Calvijn. Hij stelde dat leningen aan de armen altijd renteloos moesten zijn, dat geen onredelijk onderpand mag worden geëist en dat nooit winst mag worden gemaakt ten koste van de naaste!
'Het optreden van de Heere Jezus werd gekenmerkt door Zijn aandacht voor de komplete mens (holistische benadering)', aldus de schrijver. 'Zoals het geloof niet losstaat van het leven van alledag, zo heeft het Evangelie van het Koninkrijk ook een sociale dimensie.
En daarom moet er ook aandacht worden geschonken aan de politieke verantwoordelijkheid van de christen.'
'Van belang is om Woord en Daad in hun onderlinge samenhang te blijven bezien; je moet niet te gauw horizontaal en vertikaal als een tegenstelling ervaren'. Schrijver waarschuwt ons om van de theologie geen ideologie te maken, zoals dat blijkt uit de bevrijdingstheologie. Het heil is hier volkomen werelds geworden en verlossing is bevrijding uit de dodelijke omklemming van de bestaande machtsstrukturen. Maar hoe moet het dan wel? Met deze vraag blijf ik na lezing van dit boekje wel zitten. En dan bedoel ik persoonlijk zitten als mens met een verantwoordelijkheid ten opzichte van God de Schepper, maar ook als lid van de christelijke gemeente.

Een dringend appèl!
Veldhuizen merkt op, dat in de navolging van Christus tekenen van het Messiaanse rijk worden opgericht en het is aan de Heere zelf voorbehouden om dit rijk te vestigen. Dit is volkomen juist! De vraag is evenwel hoe kunnen wij met Gods hulp, vanuit onze verantwoordelijkheid, deze tekenen dan oprichten? Hoe kunnen wij persoonlijk in wàt een voorbeeld en toonbeeld zijn?
Juist deze vragen zijn mijns inziens belangrijk om aan de orde te stellen, willen we niet in de 'valkuil' lopen door de stellen, dat 'we' er toch niets aan kunnen doen omdat de economie nu eenmaal zo in elkaar zit, of de politieke wil niet aanwezig is, of de multinationale ondernemingen het voor het zeggen hebben, of… Dan wassen we mooi onze handen in onschuld en blijft het – hoe belangrijk ook – louter tot onze gulle gift…
Naast onze persoonlijke opdracht en verantwoordelijkheid, ligt er ook een duidelijke taak en opdracht voor de kerk. Ik denk aan de opdracht van Paulus in de Romeinenbrief, waar hij de gemeenten van Macadonië en Achaje oproept om de armen in Jeruzalem te ondersteunen. In de eerste christengemeente worden diakenen aangesteld. In Zondag 38 van de H.C. worden wij opgeroepen om de armen christelijke handreiking te doen. Daarbij gaat het om een offer. En een offer kost veel, kost alles!
Om in te zien, dat het àlles kost is bekering nodig en ontdekking door Gods Heilige Geest. Opdat onze ogen werkelijk open gaan voor de nood dichtbij en verweg! Dat raakt aan ons hele bestaan! Dan blijft er niets meer overeind dan Gods Koninkrijk zelf, dat Hij aan het volmaken is, nù en straks volmaakt zal zijn!
Ik hoop van harte, dat het boekje van Woord en Daad veel aan de orde komt. De ernst waarmee het geschreven is, raakt ons diep! Zo'n geschrift mag niet in de boekenkast verdwijnen. Veel bijbelteksten worden genoemd. Bijbelteksten, die alles te maken hebben met de tegenstelling arm en rijk! Zouden er geen teksten bijzijn, die aanleiding geven om eens te bespreken? Ik hoop het van harte!

A. Peters, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Is de kloof te overbruggen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's