Uit de pers
Consultatie Zuid-Afrika
In het Centraal Weekblad van 24 maart kijkt prof. dr. K. Runia terug op de zo hoopvol begonnen samenspreking van blanke en zwarte Zuidafrikaanse kerkleiders die evenwel op een teleurstelling uitliep. In de slotverklaring, aangenomen door alle zwarte vertegenwoordigers, maar niet aanvaard door de zes afgevaardigden van de blanke NG Kerk, werd een beroep gedaan op de geloofwaardigheid van de NG Kerk apartheid onverkort te veroordelen en zich uit te spreken voor één niet-raciale Gereformeerde Kerk voor heel Zuidelijk Afrika. Dat de blanke afgevaardigden niet bereid waren om, desnoods op persoonlijke titel, hun nek verder uit te steken dan hun kerk had gedaan, werd door de zwarte delegatie diep betreurd. Prof. Runia tekent hierbij aan:
'Natuurlijk mogen we hierbij niet vergeten dat deze zes afgevaardigden van de blanke kerk zich in een erg moeilijke positie bevonden. De blanke kerk heeft na de aanneming van "Kerk en samenleving" al een scheuring beleefd: een 30.000 mensen en 40 predikanten hebben zich onttrokken aan de NGK en een nieuwe blanke kerk gesticht. Verder behoort een groot gedeelte van de aanhang van dr. Treurnicht, die een nieuwe Konservatieve Partij heeft gesticht, die de apartheid verdedigt, tot de NGK! De blanke gedelegeerden waren dan ook bang voor een nieuwe afscheiding. Maar dr. Beyers Naudé zei terecht tegen hen: "Als we moeten kiezen voor eenheid ten koste van de waarheid, is het beter in déze situatie de eenheid op te geven, want de waarheid gaat boven alles."
Ook wie bereid is om de politieke situatie genuanceerder te beoordelen dan in vele Nederlandse media gebeurt, zal toch de teleurstelling van de zwarte kerkleiders en -leden moeten delen, dat men de eenheid in eigen (blanke) gelederen verkoos boven de waarheid. En de waarheid is in het licht van het Evangelie toch deze, dat sinds de doorbreking van de muur, die scheiding maakt tussen volkeren en rassen door Christus' dood (Ef. 2 : 14v) en sinds de uitstorting van de Geest op alle vlees (Hand. 2 : 17) het bestaan van een raciale kerk met dit Evangelie onverenigbaar is. In het licht van Galaten 3 : 27vv doorbreekt het heil alle klassen en rassen. En dit heil is ook structuurbepalend voor de kerk, zoals ten onzent J. P. Versteeg heeft aangetoond. Stellig roept dat samenleven van verschillende groepen spanningen op, zoals reeds de Schrift laat zien en de geschiedenis leert. Maar spanningen mogen toch geen alibi vormen om te berusten in een raciale kerk. Runia vervolgt zijn artikel met de volgende opmerkingen:
'Toen ik in het vliegtuig terug nadacht over deze vraag, kwam ik tot de volgende conclusie.
1. Het was al belangrijk dat de consultatie gehouden kon worden. Aanvankelijk was er veel verzet en wantrouwen bij de zwarten. Maar ze waren toch bereid tot dit gesprek.
2. Van het begin af heeft het initiatief bij deze consultatie aan de kant van de zwarten gelegen. De echte voorstellen kwamen telkens van hun kant
3. De consultatie heeft als geheel een duidelijke positie ingenomen: de bekende motie die aanvaard werd was onmiskenbaar duidelijk in haar veroordeling van alle apartheid.
4. Alle zwarte kerken stonden gezamenlijk achter de motie, zowel die uit Zuid-Afrika zelf als die uit de naburige landen. In de blanke kerk leefde nog altijd de gedachte dat met name de zwarten uit het buitenland hun nog redelijk goed gezind waren. Dat bleek nu een grote vergissing te zijn.
5. Juist door deze consultatie werden bestaande verschillen binnen de zwarte kerken overbrugd, waarbij ik met name denk aan de spanningen binnen de Zendingskerk (de kerk van de kleurlingen).
6. Door de consultatie werd een zeer duidelijk signaal aan de blanke kerk gegeven: jullie staan alleen; als jullie met ons verder willen optrekken, zullen jullie moeten veranderen.
7. De blanke delegatie werd (zij het met een zekere moeite) over een bepaalde streep getrokken: hun tweede verklaring was heel wat beter en duidelijker dan hun eerste.
In een van de grote Afrikaner kranten stond de volgende dag dan ook terecht: nu is de blanke NGK aan zet! Wat zou die zet zijn? In de week na de consultatie zou de Algemene Sinodale Kommissie (een soort breed moderamen) van de blanke NGK vergaderen. Wat zou zij zeggen?
Een diepe teleurstelling
We weten inmiddels het antwoord. Op 16 maart kwam het ANP met de volgende mededeling: "De blanke Nederduitse Gereformeerde Kerk is teruggekomen van de schuldbelijdenis over de kerkelijke bijdrage aan de introductie en legitimatie van de apartheidsideologie… Na twee dagen vergaderen besloot de synodale commissie geen goedkeuring te hechten aan de verklaring van de delegatie… De commissie had vooral moeite met de schuldbelijdenis over de bijdrage aan apartheid en met de uitspraak dat de apartheidsideologie… zonde is." Ook had de commissie moeite met de gedachte van de ene, niet-raciale Gereformeerde Kerk voor zuidelijk Afrika. Er is nog één klein lichtpuntje. Men besloot een kleine ad hoc commissie van vier personen te benoemen om de zaak verder te bestuderen en met aanbevelingen na de volgende synode te komen. Maar dat verandert niets aan het feit dat men zich op dit moment van de uitspraken van de eigen delegatie gedistantieerd heeft. Het zal de lezers duidelijk zijn hoe diep teleurgesteld ik me voel. Na het moeizame beraad, waarin een "fragiele eenheid" (Boesak) werd bereikt, werd met één gebaar van de blanke NGK deze eenheid weer afgebroken. Men kan zelfs wel zeggen dat we hiermee niet alleen weer terug bij "af" zijn, maar dat het nog veel erger is: de verhoudingen zijn nu zwaarder verstoord dan ooit tevoren. De commissie van de blanke kerk heeft liever voor de geslotenheid van eigen gelederen gekozen dan voor de eis van Gods Woord.'
Toch acht Runia de consultatie niet zinloos. Het getuigenis van Vereeniging (de naam van de vergaderplaats) blijft ook voor de blanke kerk een duidelijk teken temeer daar tien van de elf aanwezige kerken zich ervoor hebben uitgesproken. Terecht wijst Runia op de betekenis van het gebed opdat ook de blanke kerk van haar besluiten zal terugkomen en dit pleidooi voor één niet-raciale kerk – en daarmee de onverkorte veroordeling van de apartheidsideologie – zal overnemen. Voorbede mag ook gevraagd worden voor al diegenen die ondanks alle teleurstellingen blijven hopen op en blijven werken aan verzoening.
Europa daagt ons uit
Daarover sprak dr. John R. W. Stott op de vorig jaar gehouden conferentie van leiders van de evangelische beweging in Europa. Het blad Idea bewijst ons de dienst de tekst van deze boeiende rede af te drukken. De echte uitdaging voor Europa, aldus Stott, ligt niet zozeer in de geestelijke of morele nood, maar het is de uitdaging van Jezus Christus, omdat Hij de rechtens Heere is van Europa. Hij zendt zijn dienstknechten tot getuigen. Stott gaat dan verschillende motieven na, die ons moeten bewegen tot zending. Met name de vleeswording van het Woord, de komst van Christus als dienstknecht moet ons dringen om zo tot de mensen te gaan: solidair met de nood zonder onze christelijke identiteit te verliezen. Maar het belangrijkste motief acht Stott de verheerlijking van Christus.
'Ik wil nu stellen dat de verheerlijking van Jezus het hoofdmotief voor zending is. God heeft Jezus boven allen en alles verheven, heeft Hem een naam boven iedere naam gegeven, heeft Hem boven iedere rang gesteld, heeft Hem waardigheid gegeven, opdat iedere knie voor Hem zal buigen en ieder tong zal belijden dat Hij Heer is. Onder dat herhaalde "iedere" valt geen enkele uitzondering. Het betekent iedere wereldse knie, iedere marxistenknie, iedere moslimknie, iedere joodseknie, iedere hindoeknie, iedere boeddhistenknie. Het is Gods wil, dat iedere knie voor Christus zal buigen!
Daarom moet ook dit de wil van zijn volk zijn. Wij mogen niet berusten in godsdienstig pluralisme, of syncretisme, dat in bepaalde vrijzinnige en oecumenische kringen steeds gewoner wordt vandaag de dag. Beide zijn dan ook vormen van geestelijke polygamie. Ons antwoord op die richtingen is eenvoudig: God vindt dat niet goed! Want God heeft Jezus boven ieder ander gesteld en aan niemand anders komt dat recht toe.
Was dat het niet waar Paulus zich in Athene aan ergerde? Hij was daar helemaal alleen. Hij zag daar de heerlijkheid van het oude Griekenland, de prachtige tempels, altaren en beelden die daar in die tijd waren. En Lukas zegt ons in Hand. 17 : 16: "Zijn geest werd in hem geprikkeld". Waarom? Omdat de stad vol afgodsbeelden was.
Nu is het mij opgevallen dat er in de Septuagint hetzelfde woord "geprikkeld" wordt gebruikt als de reaktie van God op afgoderij en net zoals God geprikkeld wordt tot toorn en jalouzie dor de afgoderij van zijn volk, zo wordt Paulus nu op dezelfde wijze geprikkeld als hij deze afgoderij ziet. Het is ontroerend te bedenken, dat Henry Martyn toen hij in het begin van de 19de eeuw in het islamitische Iran was, zei: "Ik zou niet langer willen bestaan als Jezus niet geëerd werd, als Hij altijd onteerd zou worden, zou het leven voor mij een hel zijn. In de cultuur waarin wij leven, in het Europa van de twintigste eeuw, vol afgoderij, zou voor ons hetzelfde moeten gelden.
Als ik het Nieuwe Testament goed begrijp, dan is het hoofdmotief voor zending niet gehoorzaamheid aan de Grote Opdracht, hoe belangrijk dat ook is; en ook niet mededogen en liefde voor het verlorene, al is ook dit van belang, neen, het is jaloersheid voor de eer en heerlijkheid van Christus.
We lezen in Romeinen 1 : 5, dat Paulus uitging voor de Naam. Hij zegt niet eens wiens Naam. In Fil. 2 staat: het is de Naam, de Naam boven alle Naam. Die Naam moet de eer ontvangen die deze toekomt.
Wij stellen geen speciale eisen voor de Kerk, bij welke van haar wereldwijde manifestaties dan ook. Wij stellen geen speciale eisen voor het christendom in welke vorm het zich ook presenteert, maar wij eisen wel dat Jezus als geheel enig erkend wordt en dat het laatste woord aan Hem zal zijn.'
Uiteraard vormt dit motief van de eer van God geen tegenstelling tot andere motieven, zoals de bewogenheid met mensen in geestelijke of materiële nood, het verlangen om hen tot discipelen van Christus te maken. Stott beklemtoonde verder in zijn rede het bijbels gegeven van de gave van de Geest als de kracht tot zending, alsmede de betekenis van de wederkomst van Christus. We kunnen daarbij denken aan Mattheüs 24 : 14 en 2 Tim. 4 : 1-2. Het is me ook bij lezing van dit artikel nog weer eens duidelijk geworden hoezeer de opdracht tot zending in het hart van de bijbelse verkondiging (met name ook de heilsfeiten) staat en hoe wenselijk de missionaire roeping is voor de christelijke gemeente. In elke tijd zullen we weer andere vormen en methoden mogen gebruiken om aan deze roeping gestalte te geven. Maar vormen baten niets, als we niet doordrongen worden van de betekenis en de noodzaak van zending. Of om het te zeggen met de woorden van Stott: 'Alleen Jezus Christus kan ons een vastomlijnd doel, motivatie, moed, gezag, kracht en passie geven om Europa in onze dagen te her-evangeliseren.'
Uiteraard sluit deze bijbelse benadering een grondige analyse van de geseculariseerde cultuur niet uit. Maar ik acht het van groot belang, dat we er door Stott op geattendeerd worden dat de situatie ons niet mag brengen tot verlamming, zodat we de opdracht niet meer zouden zien. Het bijbelse bevel 'Gaat dan heen…' blijft bepalend. Ook in 1989.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's