Kleine partij in grote wereld
Vraaggesprek met ir. L. van der Waal
In juni 1984 vonden voor de tweede maal rechtstreekse verkiezingen plaats voor het Europese Parlement. Een gecombineerde lijst voor de Staatkundig Gereformeerde Partij, het Gereformeerd Politiek Verbond en de Reformatorisch Politieke Federatie behaalde bij die verkiezingen één zetel. Deze werd bezet door ir. L. van der Waal, die daarmee een bedrijfsfunctie, die hij jarenlang had uitgeoefend bij ESSO, inwisselde voor een functie in het politieke leven.
Nu de eerste termijn op het eind loopt achten we het tijdstip gekomen om met de heer Van der Waal een gesprek te hebben over deze nieuwe loopbaan. We doen dit uiteraard niet met het oog op de komende verkiezingen maar om de eenvoudige reden, dat de heer Van der Waal gedurende een reeks van jaren deel uitmaakte van de redactie van ons blad en nu al zoveel jaren deel uitmaakt van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, waarvan een flink aantal jaren – na het terugtreden van ds. Jac. Vermaas – als penningmeester van het hoofdbestuur.
Het leven van een Europarlementariër is een trekkend leven. Eén week per maand, van maandag(middag) tot en met vrijdag, worden de zittingen van het Europese Parlement in Straatsburg bijgewoond. In de overige weken vinden de vergaderingen van de Europese parlementaire commissies plaats en moet het thuis-werk worden gedaan. Voor de heer Van der Waal was dit pendelen tussen Rotterdam en Brussel, en af en toe ook een bezoek aan één van de lidstaten of een niet tot de Europese Gemeenschap behorend land, geen verrassing. Hij heeft zich van tevoren rekenschap gegeven van de uithuizigheid, die zo'n Europese functie met zich mee zou brengen. De zondagen zijn er intussen niet mee gemoeid. De zondag wordt wat de werkzaamheden van het Europese Parlement betreft ontzien. De zittingen beginnen pas 's maandags in de namiddag. Daarom kan Van der Waal altijd 's zondags in de eigen gemeente zijn. De zondag in de gemeente is levensnoodzakelijk voor het werk in de week.
Betekenis
Welke betekenis heeft het Europese Parlemen in vergelijking met de nationale parlementen?
Het verschil tussen beide is dat in de nationale parlementen een volledig spectrum van politieke beleidsonderwerpen aan de orde is, terwijl in het Europese Parlement alleen die zaken aan de orde komen, die in de verdragen van samenwerking zijn geregeld. Weliswaar heeft het Europese Parlement ook initiatiefrecht en kan dus ook andere zaken oppakken, die nodig geacht worden, maar verder dan advisering aan de lidstaten komt het dan niet. Wel kan er een beïnvloedende werking van uitgaan.
Een nationaal parlement heeft echter wetgevende bevoegdheid en heeft als zodanig een regering tegenover zich. Die bevoegdheid mist het Europese Parlement.
Tengevolge van één en ander hebben de beraadslagingen vaak een meer technisch, zakelijk karakter.
Het Europese Parlement heeft in totaal 518 afgevaardigden. De afgevaardigden van de lidstaten verenigen zich echter wel grosso modo tot groepen naar politieke kleur: de socialistische groep, de christen-democratische groep en de liberale groep. Maar het blijven toch losse verbanden van nationale delegaties, waarin de eenheid soms ver te zoeken is. Tussen het socialisme van de Engelse Labour-partij of dat van de Duitse Helmut Schmidt bestaan ook weer grote verschillen. Daarnaast is er soms sprake van een bepaalde groepering van partijen, die minder duidelijk op politieke uitgangspunten aan te spreken zijn.
Intussen vertegenwoordigt de heer Van der Waal een éénmans-fractie in dit toch massale parlement. Ooit schreef dr. H. S. J. Bruins Slot een boekje over de toenmalige Anti Revolutionaire Partij 'Kleine partij in grote wereld'. Welnu, deze aanduiding geldt dan zeker voor deze eenmansfractie. Maar dat betekent niet dat er niet een zekere invloed van kan uitgaan. De heer Van der Waal ziet zijn inbreng in de eerste plaats liggen in de zogeheten parlementaire commissies (voor hem: begroting en vervoer), waar rapporten worden voorbereid, die na goedkeuring worden doorgezonden naar het Europese Parlement ter behandeling. In de vergaderingen van het parlement zèlf is een eigen inbreng mogelijk door deelname aan de debatten en langs de weg van ingediende amendementen. Daarmee zijn soms 'aardige succesjes' geboekt. Soms hebben grote partijen 'witte plekken'.
Principe
Van der Waal ervaart geen spanningsveld tussen de drie partijen, die hij vertegenwoordigt, in de problematiek, waarvoor hij in het Europese Parlement staat. De typisch Nederlandse verschillen of de verschillen, die te maken hebben met eigen geestelijke achtergrond – zeg geestelijke cultuur – spelen in de Europese kwesties geen rol. Hij kan loyaal de drie partijen vertegenwoordigen.
Voor de drie partijen gemeenschàppelijk geldt, dat ze niet staan te dringen om een verenigd Europa, om het maar zwak te zeggen. Van der Waal kan uiteraard niet de pretentie hebben de ontwikkelingen, die zouden kunnen (moeten) leiden naar een verenigd Europa tegen te kunnen houden. Maar van tijd tot tijd is er wèl de gelegenheid om principieel verzet aan te tekenen. Dat doet zich vooral voor bij zogeheten 'in t stitutionele kwesties', kwesties, waarbij een verschuiving van bevoegdheden van de lidstaten naar Europa in het geding is. Voorstanders van een Europese Unie beijveren zich voor een federatief Europa, met een centraal gezagsorgaan, waarbij de lidstaten (nog slechts) afgeleide bevoegdheden hebben.
Als het erop aankomt is er in het Europese Parlement slechts een minderheid van ongeveer 15 procent tégen een dergelijke Unie, al is dit percentage niet maatgevend voor de gedachte hierover in de nationale parlementen. Het zijn dan overigens de christen-democraten, niet in het minst ook de Nederiandse christen-democraten, die mordicus pro zijn. Van der Waal veronderstelt dat daarin de sterke invloed van Rome in de christen-democratische gelederen meespeelt. Rome is door haar hiërarchische structuur nog altijd aangelegd op grootschalige vormen. Een wereldwijde kerk en één staat voor de christenheid, dat was een historische werkelijkheid en het is een ideaal tot vandaag toe.
De socialisten zijn terughoudender. Die terughoudendheid is mede te verklaren doordat men beducht is de sociale verworvenheden in eigen land – dat geldt met name voor Nederland – prijs te moeten geven. Men zou best voor een socialistisch verenigd Europa zijn maar vreest intussen een liberalistisch Europa.
Van der Waal ziet het gevaar dan vooral liggen in een geruisloze uitbreiding van de bemoeienis van de Europese Gemeenschap met andere dan economische zaken. Het gevaar dreigt hier dat dingen dwingend aan de lidstaten worden voorgeschreven. Hij denkt hier bijvoorbeeld aan het emancipatiebeleid en aan het omroepbestel, met name de commerciële televisie. Bij de start van de EEG ging het vooral om economische samenwerking. Het gevaar dreigt nu dat er een zuigkracht gaat optreden naar andere probleemvelden, die het eigen karakter van de lidstaten zou kunnen aantasten. Van der Waal vraagt zich met zorg af of we ons dat in Nederland wel voldoende bewust zijn. Wat heeft – om één voorbeeld te noemen – het opheffen van de landsgrenzen om economische motieven voor invloed op de drugssmokkel, de wapenhandel, de criminaliteitsbestrijding?
De heer Van der Waal heeft van meet af bij zijn bezig zijn in de Europese politiek behoefte gevoeld aan een principiële fundering voor het pleidooi om behoud van nationale zelfstandigheid. Uit deze behoefte ontstond het boek van dr. W. Aalders: Overlevingskansen van een protestantse natie in een Verenigd Europa'. Waarom moet Ne derland zelfstandig blijven? Vanwege de wordingsgeschiedenis van onze natie, die nauw verweven is met ons Oranjehuis en – dieper nog – met de doorwerking van de Reformatie in dit land. Het gaat om Gods leiding in de geschiedenis. Zijn we bezig afstand (afscheid) te nemen van de eigen geschiedenis van ons land? Van der Waal heeft daarom met dr. Aalders gesproken over de wortels van onze westerse samenleving (cultuur). Het christendom heeft West Europa diepgaand beïnvloed en toch is er tegelijkertijd sprake geweest van natievorming, waarbij elk van de naties een eigen geschiedenis heeft. De Reformatie heeft die natievorming bevorderd, bijvoorbeeld ook omdat de Bijbel in de landstalen werd vertaald.
Christelijke politiek, die zich gebonden weet aan de Schrift, aan de wetten Gods zal dan ook zicht moeten hebben op de geschiedenis, waarin de natie van Godswege een plaats kreeg.
Ethische problemen
In een brochure van zijn hand ('SGP/RPF/GPV in het Europese Parlement, zittingsperiode 1984-1989') betoogt Van der Waal dat ethische kwesties, waarbij het beginsel aan de orde is, in het Europese Parlement betrekkelijk weinig aan de orde komen. Maar als er uitspraken worden gedaan op ethisch terrein is er sprake van terughoudendheid, vaak meer dan in ons eigen land het geval is. Van der Waal schrijft dit toe aan behoudende stromingen onder de Franse Gaullisten, de Engelse conservatieven en de christen-democraten uit vooral de zuidelijke landen. Als voorbeelden – zonder dat ik dit in de weergave van dit gesprek nader uitwerk, v. d. G – noemt Van der Waal de positieve waardering van het gezin en een rapport over genetische manipulatie. Wat het laatste betreft: met overweldigende meerderheid werd een voorstel afgewezen tot subsidiëring van een onderzoek naar het menselijk genoom. Bepleit werd een fundamentele status voor het embryo om beschermd te worden tegen ingrepen van buiten (hoewel abortus hierbuiten werd gelaten). Ook een rapport over kunstmatige inseminatie ademde een positieve geest. Van der Waal onderkent hier toch de invloed van de zuidelijke rooms-katholieken, die oude christelijke waarden in ere houden. Overigens stemt de christen-democratische fractie juist in zulke zaken soms verdeeld, waarbij duidelijke verschillen aan de dag treden tussen gedelegeerden uit het zuiden van Europa en uit het noorden.
Varia
Ter afronding van het gesprek lieten we nog een aantal concrete zaken dejevue passeren.
'Komt u in het Europese Parlement de kerk tegen?'
Ik kom de kerk als instituut niet tegen. Wel ontmoet je individuele afgevaardigden, die zich (nauw) bij de kerk betrokken weten.
'Behoort Israël tot 'Europa'?'
Israël behoort niet tot Europa maar Europa heeft, vanwege allerlei verdragen, wel met Israël te maken.
'Heeft de ontvangst van Yasser Arafat, op uitnodiging van de socialisten, in de gebouwen van het Europese Parlement nog voor interne commotie gezorgd?'
Met name de voorzitter heeft veel verwijten gekregen omdat hij zich niet voldoende van de diverse standpunten van de fracties had vergewist. Maar ook de socialistische fractie was verdeeld. De christen-democraten waren unaniem tegen. Als het Europese Parlement had moeten stemmen over de vraag of men Arafat ontvangen moest, dan zou hij niet in Straatsburg geweest zijn. Wel vindt de meerderheid in het Europese Parlement, dat Israël in gesprek moet zijn met de Palestijnen over een internationale vredesconferentie, zoals met name Peres wil.
'Hoe ervaart u Rome in de europese politiek?'
Er zijn geestelijke aspecten – normen en waarden – bij Rome bewaard die we bij individuele rooms-katholieken met respect en dankbaarheid constateren mogen. Maar Rome is ook het Rome van de politieke macht, wat zich vooral manifesteert in de wereldlijke pretenties van de paus.
Daarvoor hebben we beducht te zijn.
Rest de vraag of er tóch niet terreinen zijn waar sprake zal moeten zijn van supra-nationale bevoegdheden. We denken aan de kwestie van het milieu. Wat heeft een nationaal milieubeleid voor zin als er niet tegelijk sprake is van een centráál Europees beleid, zodat het ene land het andere niet bevuilt?
Van der Waal onderstreept, dat de kwestie van het milieu in de oorspronkelijke verdragen voor het Europese Parlement ontbrak. Maar vandaag kent het Europese Parlement een milieucommissie, die bizonder actief is. Van, der Waal benadrukt vervolgens, dat er een politieke wil bij de lidmaten zal moeten zijn om de milieuparagraaf met de hoogste prioriteit aan te pakken. Als bepaalde lidstaten dan verder willen gaan dan andere lidstaten moeten ze daartoe de vrijheid krijgen. Een snel land moet niet geremd worden door een traag land. Van de lidstaten mag intussen bereidheid en inzet worden gevraagd om de milieuproblematiek met voortvarendheid aan te pakken. In zo'n klemmende problemiek als het milieu dienen de lidstaten zich te verplichten om zich te conformeren aan de besluiten, die met meerderheid van stemmen internationaal genomen worden.
Van der Waal wil overigens nog wel kwijt, dat we in de zeventiger jaren de worst van de economische vooruitgang en groei kregen voorgehouden en hebben aangepakt, maar dat we nu 'stikken in het milieu'. Hij wil daarom graag aandacht vragen voor het dienstkarakter van de politiek, ook in Europees verband, en denkt dan met name aan werk, milieu en ontwikkelingssamenwerking. De eenheidsgedachte, die tot nu toe achter het Verenigde Europa zat is te veel gestoeld op materiële vooruitgang en consumptiementaliteit, kortom op de materialistische gedachte.
Daar moeten we vanaf Economische motieven kunnen overigens nooit een basis zijn voor politieke éénwording.
'Wilt u nog een tweede termijn, na 1989'
Als de Heere kracht en gezondheid geeft graag nog een tweede termijn. Het werk is gemotiveerd gedaan. Je krijgt er wat voor terug. Je bent enerzijds met boeiende zaken bezig, die zin hebben. De Europese politiek heeft ook veel elementen, die aanvullend zijn op de nationale politiek. Anderzijds is het werk ook niet eenvoudig. Zo'n 'kleine partij in grote wereld' heeft iets van een eenzaam avontuur aan zich. Je kunt er ook tegenop zien. Maar dat neemt de bereidheid om dienstbaar te zijn niet weg.
We wensen deze Europarlementariër van harte Gods zegen. De tweede termijn is hem gegund.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's