De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pastoraat in de praktijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pastoraat in de praktijk

12 minuten leestijd

Het gaat mij niet om een theoretische beschouwing over het pastoraat met al de theologische, psychologische, pedagogische, didactische en sociologische vragen die daarmee verbonden zijn. Zo'n beschouwing is broodnodig, maar dient geplaatst te worden in vaktijdschriften.
Toch kunnen wij ook in een praktikaal artikel niet zonder theorie. Iedereen die in het pastoraat mag bezig zijn – en dat zijn wij eigenlijk allemaal vanwege onderling opzicht – moet enige aandacht besteden aan de hierboven genoemde vragen. Dat geldt ook voor hen, die beschikken over theologische kennis, mensenkennis en levenservaring. Pastoraat is namelijk niet zo eenvoudig, zeker niet in onze tijd. Het pastoraat schiet haar doel voorbij als wij niet aan een paar elementaire dingen denken.

Elementaire zaken.
Het pastoraat is gefundeerd in het Woord van God. De Heere is de Pastor of Herder. Hij wordt de Herder Israëls genoemd. (Ps. 23 vers 1 en Psalm 80 vers 2) Jezus Christus is de goede Herder (Joh. 10 vers 11 en 14). En de Heilige Geest is Herder, vooral in Zijn getuigen van de Vader en de Zoon. Deze Drieënige God schakelt niet mensen uit, maar schakelt mensen in bij het pastoraat om vanuit het Woord bezig te zijn met mensen. Het Woord van God geeft richting en inhoud aan dat pastoraat. Soms impliciet, maar ook expliciet zoals in het onderwijs van de Heere Jezus en in de brieven van de apostelen.
Toch is pastoraat niet alleen spreken vanuit Gods Woord over allerlei zaken tot mensen, maar het is ook spreken met mensen. Het is samenspreken. En samenspreken veronderstelt ook de luisterhouding. Voor veel pastores is dat niet gemakkelijk. We zijn zo dikwijls aan het woord, dat we het luisteren soms of vaak vergeten. En luisteren is juist in het pastoraat zo belangrijk. Een mens moet zich kunnen uiten. Zo kan het pas komen tot gesprek.
Bij het pastoraat – waarin het onderlinge gesprek van zoveel betekenis is – is enige kennis van de psychologie, pedagogie, didactiek en sociologie op z'n plaats. Kort en bondig gezegd: Mensenkennis, kennis van het zieleleven, het formuleren van gedachten, het inleven in de situatie van de ander, het kennen van de achtergronden van mensen, het aanvoelen wat je wel en niet kunt zeggen, de wijze van spreken en benaderen zijn van enorme betekenis voor het slagen van het gesprek. De wijze kent tijd en plaats.

Velerlei pastoraat.
Er zijn een aantal specifieke vormen van pastoraat zoals het pastoraat onder doven, in gevangenissen, ziekenhuizen, verpleegtehuizen, bejaardencentra en b.v. onder verslaafden. Daarnaast kennen we het gewone pastoraat in de vorm van het huisbezoek. Maar deze vormen laat ik onbesproken. Het gaat mij meer om het pastoraat onder de jongeren b.v. op school en na de catechisatie en om het pastorale element in de prediking.

Pastoraat onder jongeren.
Het pastoraat onder de jongeren zou eigenlijk op de eerste plaats moeten staan. In de leeftijdscategorie van ongeveer 13 tot 19 jaar zitten veel jongeren met vragen. En zij zitten er niet alleen mee, maar zij stellen ook vaak indringende vragen. Afhankelijk van hun leeftijd klinkt daar ook nogal eens kritiek in door. Dat kan onterechte kritiek zijn of te ongenuanceerde kritiek, maar ook terechte kritiek. In ieder geval moeten jonge mensen gelegenheid krijgen zich te uiten.
Dat is echter niet de enige reden waarom pastoraat in de vorm van het gesprek nodig is. We constateren namelijk ook een proces van losweking van de Bijbel, de kerk en het geloof onder jongeren en in misschien wat mindere mate ook onder ouderen. Er zal in het pastoraat veel aandacht aan deze groep moeten worden besteed. Een moeilijk maar noodzakelijk werk. Zijn we niet geroepen om te behouden die ten dode wankelen?
Er is nog een derde groep waarvoor het pastoraat nodig is. Dat is de groep van jongeren waarop de kerk geen greep meer heeft, maar die op school nog met het evangelie kunnen worden bereikt.

Op catechisatie.
Over het algemeen komen op onze catechisaties jongeren uit kerkelijk meelevende gezinnen. Dat betekent niet, dat zij allemaal even graag komen. Maar zij komen in ieder geval. Hoevelen komen in de gemeente helemaal niet meer?
Wat mogen nu onze catechisanten verwachten? Uiteraard ook een goede sfeer, hartelijkheid, zodat ze zich op hun gemak voelen. Ze mogen vooral verwachten, dat zij iets leren. Het gaat er om dat wij op een bevattelijke, aansprekende en praktikale manier spreken over de dingen van geloof en leven. Niet alleen over het leven, maar ook over hun leven. Niet alleen over vragen, maar ook over hun vragen. Het behoeft geen betoog, dat de Bijbel en de belijdenis daarbij geen bijzaak maar hoofdzaak zijn. Het gaat er toch om, dat we onderwijzen d.w.z. wegen wijzen aan jonge mensen.
Wanneer wij onze jonge mensen erbij trekken en erbij betrekken, zodat zij gaan merken dat het ook hun leven raakt, komen er openingen voor een vraag of opmerking en vaak ook voor een gesprek. Wat is er niet fijner op catechisatie, dan als er van hart tot hart gesproken kan worden. Dat kun je niet maken, dat moet je zeker niet forceren, maar dat moet als vanzelf uit het onderwijs opkomen.
Nu zijn er onder de catechisanten altijd die in de groep niet tot vragen of opmerkingen komen. Ze hebben het hart niet op de tong. Soms blijven ze na de catechisatie hangen. Ze hebben wel degelijk vragen. Vaak wezenlijke vragen over geloof en leven. Soms is er niet eens gelegenheid om met hen te praten omdat de volgende groep catechisanten alweer voor de deur staat. Er zou dus tussen de catechisaties ruimte moeten zitten, zodat er in ieder geval gelegenheid is om na te praten. Er is duidelijk behoefte aan.
Het is meer dan goud waard om met onze jongeren in gesprek te raken. Zoals Paulus er veel voor over had om enigen tot Christus te brengen, zo moet het ons ook te doen zijn om jonge zielen te winnen voor Christus.

Pastoraat op school.
Ik denk bij de school aan het voortgezet onderwijs. Is er op school ruimte voor pastoraat? Volgens de lessentabel zeker niet. En tijdens de godsdienstlessen? Misschien ook niet of …toch wel?
Dat ligt er aan. Als onze lessen alleen maar gevuld worden door het opsommen van feiten, als wij het boek alleen maar slaafs volgen en geen oog hebben voor de praktijk, zullen de vragen achterwege blijven en zal het nooit tot een gesprek komen. Maar als we de dingen mogen toespitsen, gebeuren er soms wonderlijke dingen.
Het ging een keer bij kerkgeschiedenis over de Apostolische Geloofsbelijdenis. De eerste keer hadden we gesproken over God de Vader, de Schepper van hemel en van aarde. Wat houdt dat nu in? Wat betekent dat in een tijd waarin de evolutie-gedachte centraal staat? De tweede les ging over Jezus Christus. Wie is Hij? Wat heeft Hij gedaan? Wat doet Hij nog? Toen stelde ik zo maar tussendoor de vraag: Wat is Hij nu voor jullie? Het was heel stil. Toen stak Eline – zo zal ik haar maar noemen – haar vinger op. Ze zei tegen mij: Kunt u niet een stapje lager beginnen? Ik begreep wat ze bedoelde. Maar om het ook aan de anderen duidelijk te doen zijn, vroeg ik haar: Wat bedoel je? Toen zei ze: Hoe kom je aan zo'n groot geloof dat je kunt zeggen wie Hij voor je is? En ik merkte dat het uit haar hart kwam. En ze was er niet bij opgevoed. Maar ze werd geslingerd tussen hoop en vrees. Toen heb ik verteld over een klein geloof dat in de diepte groeit en dat uitziet naar de Heere Jezus. Een paar dagen later kwam ze naar mij toe en toen vroeg ze mij iets. Toen dacht ik – en ik denk het nog – zij is één van de kleinen uit de kudde van de goede Herder.

Thuis werd zij strak opgevoed. Over het geloof werd nauwelijks gesproken en vanuit het geloof helemaal niet. De opvoeding bestond voor een groot deel uit gebod op gebod en regel op regel. Ze had het moeilijk. Ze zat met zichzelf in de knoop. Er speelden ook godsdienstige zaken mee. En hoewel zij het probeerde, kon zij er met haar ouders niet over praten. Ze begrepen haar niet. Op een keer klopte zij op mijn deur en stak haar hoofd om de hoek: Mag ik even binnen komen? Natuurlijk, kom verder, zei ik. En toen heeft zij hortend en stotend haar levensverhaal verteld. Ik behoefde alleen maar naar Eline te luisteren. Zo nu en dan knikte ik om te laten merken dat ik haar begreep. Zij was er niet uit, maar toch zichtbaar opgelucht. Toen zij wegging, heb ik haar gezegd: Als je behoefte hebt om te praten, kun je altijd bij mij langs komen.
En zij had behoefte om te praten. Regelmatig kwam ze langs. Het ging over haar zelf, over de kerk, over de prediking en steeds meer over het geloof dat midden in haar strijd tot openbaring kwam.
Een paar maanden later was ik bij haar ouders thuis er getuige van hoe vrijmoedig zij durfde spreken over het geloof. Haar temperamentvolle karakter was gebleven en toch was zij van een leeuwin een lammetje geworden. Zo klein sprak zij over zichzelf, zo goed sprak ze van God. En dat in een taal die paste bij haar leeftijd. Toen dacht ik: Zo werkt de Heilige Geest.
Vaak moet ik denken aan de gelijkenis van de Heere Jezus over het goede zaad van het Woord van God. Laten we dat zaad maar uitstrooien. God zal de wasdom geven. Ook onder jonge mensen.

Het pastorale element in de prediking.
Prediking is de uitleg en de toepassing van het Woord van God, zowel in het algemeen als in het bijzonder. In deze eenvoudige omschrijving klinkt weliswaar al iets door van het pastorale element, maar toch niet duidelijk genoeg. Wij zullen daarom in Gods Woord moeten zoeken naar woorden die het pastorale element verhelderen. Die woorden zijn er meer dan genoeg. En daarom moeten we ons beperken.
De oud-testamentische didache brengt ons op het spoor. Didache moet immers verstaan worden als inwijding, begeleiding op de weg en onderricht in de weg der wijsheid. Het gaat om het leren wandelen op de weg des Heeren, de weg van Zijn geboden en inzettingen. Het is een wandelen in de vreze des Heeren. Dit inwijden, leiden en onderwijzen en doen wandelen van anderen is een pastorale bezigheid.
In het nieuwe testament komen wij de didache van Jezus tegen. De hele schare stond versteld van Zijn leer (didache). Hij leerde, niet als de schriftgeleerden, maar als een Machthebbende. Hij leerde met gezag, met volmacht. Hij kon zeggen: maar…Ik zeg u. Hij wist Zich de Gezondene van de Vader en stelde Zich voor als de goede Herder, de Pastor bij uitstek. Zijn omgang met mensen. Zijn zorg over mensen. Zijn bewogenheid laten Zijn pastorale hart en werk zien.
En de apostelen en de kerk ontvangen Zijn opdracht: …lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb. (Matth. 28 : 19b).
Toch is er een woord dat nog sterker het pastorale element in de prediking benadrukt nl. het begrip paraklese. Er zit iets in van de toewending van de één tot de ander. Kenmerkend voor het pastoraat. Het heeft talloze betekenissen zoals vermanen, verzoeken en vertroosten. Typerend is de gerichtheid op een bepaalde situatie van een enkeling of groep.
Tenslotte kan men denken aan woorden als bemoedigen, terecht wijzen, bevestigen, opbouwen als levende stenen op het fundament van apostelen en profeten waarvan Jezus Christus de uiterste Hoeksteen is.
Zo wordt enigszins duidelijk hoe pastoraal getint de prediking is in Gods Woord. Dat vraagt om een praktikale vertaling naar de prediking van vandaag.

Praktikale prediking.
Prediking is geen dogmatische verhandeling, ook al ontbreekt het dogma niet. Het is geen ethische uiteenzetting, al mogen de ethische konsekwenties niet ontbreken. Prediking is zelfs niet alleen uitleg van Gods Woord, maar ook toepassing van het Woord.

De proclamatie van het Koninkrijk Gods met de oproep tot geloof en bekering is verbonden met de 'didache', het eenmaal voor het eerst en elke keer weer opnieuw inwijden in de geheimen van dat Koninkrijk en het begeleiden op de weg en het onderrichten in de Wijsheid. Maar het is even goed verbonden met de 'paraklese' waardoor mensen worden vermaand in hun zonde, worden getroost in hun aktuele noden, worden bemoedigd in hun strijd en aanvechting, worden terechtgewezen in hun dwalingen en worden opgebouwd in het geloof.
Als ouderen en jongeren niet in hun concrete situatie worden aangesproken vanuit Gods Woord, zullen zij op onze prediking reageren met: Ik kwam in de prediking niet voor. Het gaat aan mijn hart en leven en aan mijn levensomstandigheden voorbij.
Niet dat de mens – welk mens dan ook – centraal zou staan in de bediening van Gods Woord. Daar kan geen sprake van zijn. Wij prediken niet de mens, ook niet naar de mens, maar wel voor de mens. Het evangelie moet heel praktikaal landen in het leven van de mens. Zo worden zondaren aangesproken. Zo worden ook Gods kinderen aangesproken. Zo wordt ook de jeugd aangesproken.

Pastoraat in de praktijk.
Op velerlei wijze vindt het pastoraat plaats. We hebben er slechts enkele voorbeelden van kunnen geven. Maar het doel van alle pastoraat is om mensen te leiden tot de Pastor, de grote Herder der schapen. En dat zal nooit kunnen zonder de Parakleet, de Heilige Geest, die gebruik maakt van en ons inschakelt bij het pastorale werk. Lof zij de Heilige Geest.

P. Buitelaar, Rotterdam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pastoraat in de praktijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's