De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

De zaak Rushdie
De felle reakties van islamitische zijde op het boek 'De duivelsverzen' van Salmon Rushdie, met name het door Khomeiny uitgesproken doodvonnis over de auteur en de in het vooruitzicht gestelde beloning voor wie het vonnis uitvoert, hebben op hun beurt weer allerlei reakties opgeroepen, zowel van politieke als maatschappelijke aard. De anti-Rushdie campagnes in Nederland bepaalden ons opnieuw bij het probleem van de pluriforme samenleving, de vraag naar vrijheid van meningsuiting, tolerantie en grenzen die daaraan eventueel te stellen zijn. Dr. K. Veling wijst in De Reformatie van 1 april 1989 op het gegeven dat wie zijn mening geeft over dit boek en over Khomeiny's aanval zich ook zelf in de godsdienstige kaart laat kijken.

'Sommige consequente relativisten reageren zoals Roald Dahl, die zei dat hij in Rushdie's plaats het omstreden boek zonder mankeren zelf zou vernietigen.
Vanzelfsprekend vinden zij de reacties van moslims op Rushdie verwerpelijk. Maar een roman is nooit een martelaarschap waard. Strijden en desnoods lijden voor waarden? Ouderwetse romantiek!
Deze onverbeterlijke relativisten beschouwen zichzelf wellicht als een voorhoede in de ontwikkeling van de mensheid. Maar wie nergens warm voor wil lopen, zet zichzelf buiten spel. De tolerantie van de onverschilligheid zal nooit het laatste woord hebben. Zij zal het vroeg of laat afleggen tegen sterke overtuigingen, ten goede of ten kwade.
Sterke overtuigingen zijn er ook onder de sympathisanten van Rushdie. Vijanden van religie vinden nieuwe argumenten tegen de "achterlijkheid" van gelovigen. Mensen met godsdienstige overtuigingen worden voorgesteld als lieden die een potentieel gevaar vormen voor de vrije samenleving.
Het relativisme blijkt hier op te houden bij het eigen geloof in de onbegrensde autonomie van het individu.
Het is niet voor het eerst dat pleitbezorgers van de vrijheid een blinde vlek hebben voor het totalitaire karakter van hun eigen ideologie.
Islamitisch fanatisme is griezelig. Maar de woede van Gerrit Komrij en Karel van het Reve daarentegen is ook niet bepaald geruststellend.'

Hoe moet de overheid handelen ten aanzien van moslims die in ons land oproepen tot moord op Rushdie. Het is duidelijk dat een overheid in een rechtsstaat zoiets niet kan tolereren. Tegelijk hebben de ministers gesprekken aangeknoopt met moslim-organisaties. Dr. Spijkerboer acht dit juist. Hij schrijft in EC van 24 maart:

'Maar ik teken daar dan bij aan dat de ministers Van Dijk en Korthals Altes groot gelijk hebben als ze met organisaties van moslims gaan praten. Voor mijn gevoel staan de moslims met een vreemd mengsel van sterke minderwaardigheids- en al even sterke meerderwaardigheidsgevoelens in onze samenleving. Ze zijn nu door de affaire Rushdie diep gegriefd èn militant. Ik zou er geen enkel bezwaar tegen hebben als onze regering hun zou zeggen volledig begrip te hebben voor hun gevoelens, hun duidelijk zou maken dat de beslissing over publikatie van Rushdies boek in Nederland in ons land bij de onafhankelijke rechter ligt en hun op het hart zou binden dat oproepen tot moord hier niet kan. Ze zouden zich dan niet onteerd hoeven te voelen.
Maar is dat dan geen discriminatie? Eigenlijk wel. Want je neemt dan van moslims wat je bijvoorbeeld van Jehovah's getuigen nooit zou nemen. Maar ik ben in dit geval vóór discriminatie.
Omdat ik geen middel ongebruikt zou laten om mensen die juist door dat vreemde mengsel van minderwaardigheids- en meerderwaardigheidsgevoelens fanatiek zijn tot bedaren te brengen.
En hopelijk beschermt de politie de moskeeën net zo goed als ze de synagoges zou behoren te beschermen.'

Het gaat Spijkerboer er dus kennelijk om om dat er voor gezorgd wordt dat mensen die door de vermenging van minderwaardigheids- en meerderwaardigheidsgevoelens gedreven worden, te beschermen tegen zichzelf en te behoeden voor fanatisme. Dat lijkt me alleszins een redelijke overweging.

De overheid anno 1989
Tegelijk zien we hoe moeilijk het is voor een neutrale overheid om in een pluriforme samenleving regels en grenzen van respect te stellen. De Islam is een factor geworden in het openbare leven. Wat betekent dit voor de onderlinge verdraagzaamheid? De heer G. de Klerk maakt in het Hervormd Weekblad van 6 april een aantal opmerkingen over de spanningen in een pluriforme samenleving.

'Het gaat in het geval van de Islam om een wereldgodsdienst met een ook in ons land groeiende aanhang.
Na Rooms-Katholieke, Nederlandse Hervormde en Gereformeerde kerken is de Islam de grootste godsdienstige groepering in ons land. Op die plaats zal hij waarschijnlijk niet blijven staan. De gemiddelde gezinsgrootte overtreft die van de overige Nederlanders. De christelijke kerken in Nederland en Europa zijn in de crisis. Ook deze maand werd een rapport gepubliceerd waaruit bleek dat van de kerkelijk opgroeiende jongeren nog slechts één op de acht(!) de band die de ouders nog met de kerk hebben overneemt.
Er is in wereldverband duidelijk sprake van een opleving binnen de Islam. Daarmee gaat gepaard een streven naar machtsuitbreiding in situaties waar vroeger moslims met christenen samen leefden en elkaar verdroegen. Binnen de wereldraad van kerken gaan stemmen op dat de dialoog met de Islam kritischer zal moeten worden. Het zelfvertrouwen van de Islam neemt toe. Dit vormt een schrille tegenstelling met het christendom dat met name in West-Europa, doorgenuanceerd, hopeloos verdeeld en krachteloos dreigt te worden. Zijn de argumenten van het christendom en de democratische spelregels blijvend bestand tegen de emotioneel geladen expansiedrang die in de Islam naar buiten treedt? Is de groeiende kritiek van "het vrije westen" op Rushdie hierin niet een teken aan de wand? En wat te denken van de E.G. ministers die na enkele weken afwijzing reeds weer besloten hun ambassadeurs naar Iran terug te zenden?
Binnen de Islam blijkt er een veel grotere eenheid te bestaan dan vooral in de Europese en Nederlandse situatie werd mogelijk gehouden. Aanvankelijk distancieerden de Nederlandse moslims zich van de fundamentalisten in Iran en andere oosterse landen. Maar het was ronduit schokkend dat in de demonstraties in de Nederlandse steden ook de leuze, dood aan Rushdie, werd gehoord en gezien.
De onwetendheid van de schare blijkt geen belemmering voor een krachtige wilsuiting (integendeel?). Wie van de demonstrerende moslims heeft het boek gelezen? Wie van de voorgangers en leidinggevenden? De vraag stellen is haar beantwoorden. Is dit soort éénheid het (een) antwoord op ons ver doorgevoerde individualisme?
Wat betekent dit alles voor de toekomst van onze samenleving? Als dit past of zomaar gebeurt binnen een pluriforme samenleving kan ze dan nog het predikaat van rechtvaardig dragen? Kunnen wij het begrip gerechtigheid blijvend vullen vanuit het beginsel, ieder het zijne? Of zal hiervoor – voor burger en overheid – toch de keus worden gedaan voor de gerechtigheid van de God van de bijbel, die in de dood en opstanding van Jezus Christus openbaar geworden is?
De terugkeer naar het bijbelse belijden van Gods Naam als gelovig antwoord op zijn toewending tot ons in Jezus Christus was in de historie het enige middel om de samenleving tegenover machtswellust van het christendom te beschermen. Het zal het voor de toekomst ook alleen kunnen zijn tegen andere machten – ook die van de Islam.'

De Klerk roert in zijn slotpassage de problematiek van de democratie aan. Hoe verhouden zich theocratie en democratie? Kan een overheid het zich veroorloven neutraal te zijn? Moet de overheid die in een rechtsstaat handelend wil optreden geen geestelijk fundament hebben? Biedt de verklaring van de rechten van de mens daarvoor een draagkrachtige basis? Stellig is voor democratisch samenleven deze verklaring niet van betekenis ontbloot. Maar kan ze dienen als fundament?
In De Klerks woorden klinkt een zeker heimwee door naar een staat met de bijbel. Begrijpelijk, voor wie het Koningschap van Jezus Christus in de lijn van Mattheüs 28 belijdt. Tegelijk is dit in een geseculariseerde maatschappij een geloofsbelijdenis. We belijden de heerschappij van Jezus Christus tegen het zichtbare in. Ook moet erkend worden dat een theocratische samenleving geen gebruik mag maken van het middel van dwang. Juist de islamtheocratie laat zien hoe grote gevaren dat in zich bergt. Echter, de christelijke belijdenis aangaande de theocratie is gestempeld door het Kruis. We belijden de heerschappij van de gekruisigde Christus! Dat waarborgt m.i. ook de verdraagzaamheid. Ik heb dezer dagen nog eens het magistrale artikel van Van Ruler over theocratie en tolerantie gelezen (zie de bundel Vrijheid, aangeboden aan prof. dr. H. de Vos, Nijkerk 1966, blz. 121vv). Van Ruler wijst er op dat juist de ware theocratie weet van de lankmoedigheid van God en Zijn geduld met de mensen, en dat het allerminst dan de bedoeling is dat de kerk steunt op de sterke arm van de overheid en met geweld haar boodschap doorzet. De ware theocratie, aldus Van Ruler, is die grootheid welke in deze wereld nog het maximum aan verdraagzaamheid oplevert, maar een absolute verdraagzaamheid is een fata morgana. Met name voor christen-politici liggen hier boeiende uitdagingen, in hoeverre het hun gelukt deze geluiden in onze maatschappij te laten doorklinken.

Uitwerking van de islamitische revolutie
De gebeurtenissen rond Rushdies boek zijn ook een teken van een militante Islam. Met name kijken we dan naar Iran, waar tien jaar geleden de islamitische revolutie zich doorzette. Een revolutie die als achtergrond had de onvrede met het bewind van de sjah, een revolutie ook die met veel geweld gepaard ging en na tien jaar in veel opzichten op een desillusie is uitgelopen. Dr. J. v. d. Linden gaat op deze revolutie in in een artikel in het CW (7 april):

'Bij de herdenking van tien jaar islamitische revolutie heeft Khomeiny gezegd, dat zijn revolutie aan twee factoren mag worden gemeten: "de bedoelingen en het feit van de revolutie zelf". Hij ziet de islamitische revolutie niet als een instrument om iets te bereiken – een betere samenleving of zo – maar als doel in zichzelf.
Nu zal niemand bestrijden dat Khomeiny's revolutie haar doel heeft bereikt. Jarenlang had hij vanuit Parijs zijn campagne tegen de sjah gevoerd. De vuren van de haat waren zevenvoudig opgestookt, de sjah werd in een ommezien weggebrand. De gehate vorst, de personificatie van het satanische Westen, de aartsvijand van de islam werd weggevaagd van het toneel in Teheran. Maar ook na de val van de sjah bleeft Khomeiny fulmineren tegen het Westen, dat de fundamenten van de Islam ondermijnde, haar idealen minachtend en daarmee de wetten van Allah en zijn grote profeet.
Ieder, die zich tegen Khomeiny's revolutie keert, wordt in Teheran als "ketter" gebrandmerkt. Weinigen zijn er die dit vonnis overleven, want lichamen en zielen van mensen hebben in deze islamitische revolutie minder waarde dan de koran aangeeft.
Met zijn honderdvijftigduizend mullahs heeft Khomeiny in de loop van deze jaren kans gezien Iran in zijn greep te krijgen en tot dusver te houden. De oppositie van rechts: de aanhangers van de sjah, zijn het land uitgevlucht. De linkse groeperingen, communisten en zo, hebben het geweld van de revolutie op een verschrikkelijke manier aan den lijve ondervonden, zodat niemand het navertelde. De Iraanse guillotine werkte dag en nacht. Meer dan vijftienduizend mensen zijn, naar officiële cijfers, geëxecuteerd, in de gevangenissen zitten nog vijfenveertigduizend mensen en niemand weet hoevelen van hen reeds het leven lieten.
De situatie in Iran zelf is na de revolutie beslist niet verbeterd. De meeste Iraniërs zijn er slechter aan toe dan tien jaar geleden. De werkloosheidscijfers klommen naar astronomische hoogte. Nieuwe arbeidsplaatsen worden niet geschapen. De vice-president ayatollah Chamenei zei het zo: "Wij hebben de armen nog armer gemaakt, wij hebben de bovenlaag van de rijken geruïneerd, maar daarvoor in de plaats een club van nieuwe rijken in het leven geroepen, die tienmaal erger zijn."

Ook feest voor de Islam?
Toch vierde Teheran de herdenking van tien jaar islamitische revolutie. Of zij in andere islamitische landen ook zo is gevierd? Niemand zal ontkennen dat mee door Khomeiny's machtsgreep de Islam in heel de wereld een opwekking beleefde, of liever dat de opleving die op gang gekomen was een sterke impuls kreeg door de islamitische revolutie. Sterker dan ooit kwam de Islam in de islamitische landen in het brandpunt van het leven te staan. En toch moet geconstateerd worden dat Khomeiny faalde in zijn opzet, zijn revolutie te exporteren naar andere landen. Geen enkel islamitisch land volgde de door Khomeiny aangegeven weg. Geen enkel islamitisch regime waagde het een islamitische revolutie à la Khomeiny in te zetten. Dat heeft alles te maken met de tegenstelling binnen de Islam: sunnieten en shiïten en ook met de kloof tussen Perzen en Arabieren.

Khomeiny's optreden heeft het beeld van de Islam vooral in het Westen ernstig beschadigd en ook dat maakte andere islamitische landen huiverig zich met hem te identificeren. De oorlog Irak-Iran maakte al duidelijk, dat er in het kamp van de islamitische landen weinig sympathie voor Iran bestond.
In die oorlog hield Khomeiny fanatiek vast aan zijn devies Saddam Hussein, "die satan", te zullen vernietigen. Hij heeft daarmee het Iraanse volk bijna laten doodbloeden. "Maar zo was het Allah's wil", durfde Khomeiny te verkondigen en de massa geloofde hem eerder dan Allah. Zij liet zich de poorten van het paradijs openen, alsof Khomeiny daarvan de sleutels in handen had.
Het enige land waar de oude vos uit Teheran succes bleek te boeken was Libanon, maar ook daar schijnt men het gevaar van een revolutie à la Khomeiny te onderkennen en worden alle krachten gebundeld om de revolutionairen van Khomeiny te isoleren.
En tenslotte – en dan zeg ik: Gode zij dank – is het Khomeiny niet gelukt de islamitische wereld gesloten achter zich te krijgen in zijn plan om Jeruzalem te bevrijden van de Zionisten.

Ook in eigen land kreeg Khomeiny te maken met tegenstemmen. Van der Linden meent dat de aanval op Rushdies boek een middel is voor Khomeiny om te proberen de massa's in zijn land te mobiliseren tegen het Westen. Zal hem dat lukken? Buiten Iran zijn velen die van dit streven afkeren. Niettemin is het optreden van Khomeiny een teken aan de wand. Zijn islamitische revolutie heeft Iran niet vooruit geholpen. In het geheel van het Midden-Oosten roept zijn optreden grote spanningen op. Aanhangers van Khomeiny zorgen in verschillende landen voor onrust. Hoe zal het Westen hier op reageren? Voor de kerken is er de vraag wat de ontwikkelingen in de Islam betekenen voor de zending, en voor de kerken in islamitische landen. De affaire Rushdie en de gebeurtenissen in Iran, met alles wat zich daarom heen afspeelt, laten zien dat het veelgebezigde woord 'dialoog' in verband met de Islam geen onproblematische zaak is. In ieder geval ligt er voor de christelijke gemeente de roeping om in de ontmoeting met moslims te laten zien wat het Evangelie van Gods liefde betekent in een door haat en conflicten verscheurde wereld.

A.N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's