Vasthouden
Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was.(Markus 16 : 14)
Lettend op de verschijning van de opgestane Heere aan Maria Magdalena werden we de vorige maal rijk vertroost. Ons werd zwart op wit verzekerd, dat het Zijne door Hem wordt vastgehouden.
Nu, lettend op de verschijning van de Levende aan Zijn discipelen, worden we ernstig vermaand. Zonder omweg wordt ons gezegd, dat het Zijne moet vasthouden aan Hem.
Vertroosting en vermaning, twee tonen die tegelijkertijd door de Heere worden aangeslagen en samen één accoord vormen. In het Grieks is er zelfs maar één woord voor, klinkt het altijd in één adem…
De discipelen, volgelingen des Heeren van het eerste uur, gelovigen, ze worden ons hier getekend in hardnekkig ongeloof.
Meerdere malen had Jezus het hun gezegd, het vanuit de schriften opengelegd, dat Hij moest lijden en sterven om Zijn leven te stellen, verloren schapen ten leven. En daarbij toegezegd dat Hij ten derde dage zou opstaan uit de doden, als hun Heere, met handen vol heil. Ze hadden het gehoord, uit Zijn eigen mond, met hun eigen oren. Maar nu, ach, al wat Hij hen had toevertrouwd ligt deze dagen vergeten in de hoek. Ze denken er niet eens meer aan, laat staan, dat ze er in geloof op bouwen. Nu ze het met Zijn gegeven Woord alleen zouden moeten doen, doen ze er net helemaal niets mee. Ze zien slechts wat voor ogen is. Houden het daarop. Punt uit!
En wat nog erger is, er helpt niets aan. Maria was met het blijde nieuws naar hen toegesneld… maar, zo lezen we, als zij hoorden dat Hij leefde en van haar gezien was, geloofden zij het niet!
Daarna waren die twee vrienden uit Emmaüs gekomen met dezelfde boodschap… maar, zo lezen we dan, zij geloofden ook die niet!
Stemmen, die hen juist zouden moeten herinneren aan Jezus' gesproken woord, doen ze af als ijdel geklap. 'Ach, ze zeggen maar wat! Mooie woorden, maar wij moeten het eerst zien! Voor ons gevoel…' Geen geloof breekt door in hun hart. Hun hart wordt er alleen maar harder onder. Het ongeloof slechts sterker.
Hoe bestaat het!
Gelovigen, nu zo vol ongeloof, dat er geen doorkomen aan is. Beter is het, dunkt me, te zeggen: Ja, zo gaat het. Altijd weer. Ze liggen tegen elkaar aan. Geloof en ongeloof. 't Is maar één stap.
Ga het maar na. Abraham, vader aller gelovigen, vast en zeker gelooft hij Gods belofte van een zoon… maar even later neemt hij in ongeloof Hagar. David, op de vlucht voor Saul roemt het ene moment: De Heere is bij mij, ik zal niet vrezen! Het volgende moment zucht hij: Ik zal nog één dezer dagen omkomen in de hand van Saul…
En ik? Vergaat het mij veel anders? Hier zing ik: Ik roem God. ik prijs 't onfeilbaar Woord, ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord. Daar klaag ik: Zou God Zijn genade vergeten, nooit meer van ontferming weten?
Ik voel niks… als 't waar zou zijn, zou het toch anders moeten wezen…
Ik zie het tegendeel. Moedeloosheid vervult het hart. De ogen staan dof. We zien eruit alsof de Heere niks gezegd, nooit gesproken heeft.
En net als bij de discipelen helpt er meer dan eens niets aan. Voor alle goede woorden, als evenzovele herinneringen aan Gods eigen woorden, zijn we onbereikbaar. Als doof!
Zit u daar misschien, midden tussen die discipelen in. Je zit er, eer je er erg in hebt. Daar zitten ze. Aan tafel. Te eten. Wat: zeg maar gerust tranenbrood. Wat Psalm 42 zingt, zie je hier voor ogen: Ik heb mijn tranen onder het klagen, tot mijn spijze dag en nacht! Wat een verschil met drie dagen tevoren. Toen ze ook aan een tafel zaten. En bij het gebroken brood en de ingeschonken wijn zongen: Ik zal de beker der verlossing opnemen en de Naam des Heeren aanroepen (Ps. 116). Moet dat nu, mag dat zo verder?
Nee!
Zie, terwijl zij daar zo zitten verschijnt Jezus. Hij weet blijkbaar waar Hij wezen moet. Juist daar waar alle zicht op Hem en houvast aan Zijn Woord weg is, openbaart Hij Zich en spreekt.
Niemand wist er doorheen te komen. Maar Hij wel. Door gesloten deuren. Meer nog. Door afgegrendelde harten. Overwinnend. Zegevierend. O wonder, het geschiedt tot op heden toe. Waar mij het geloven bij de handen afbreekt, breekt het met Zijn komst weer eensklaps door. En ik bemerk: Wie nederstort wordt door Hem opgericht! Jazeker. En je mag Hem er op je knieën voor danken: 'Ten dage als ik vreesde, hebt Gij mij versterkt, met kracht in mijn ziel. Loof de Heere mijn ziel, halleluja!'
Toch blijft het daar niet bij. Met dat Jezus bewaart, bestraft Hij ook. Hoor maar. 'En Hij verweet hun hun ongelovigheid – dat loslaten van Zijn zo duidelijk gesproken woord – en hun hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden, degenen die Hem gezien hadden nadat Hij was opgestaan.
Genadig grijpt Hij deze ongelovige struikelaars vast, vol erbarmen raapt Hij ze op… maar met dat Hij hen vastgrijpt schudt Hij hen ook geducht door elkaar. Hij verweet hun. Dat is allerminst zachtzinnig. Zoals een vader, die tegen z'n kind zei: Niet daarlangs, dan val je. Maar hoe zijn kinderen? Toch juist daarlangs. Het kind valt, verwondt zich ielijk. En dan? O, zondermeer snelt vader naar dat kind toe, raapt het met liefde op. Tegelijk echter pakt hij het soms stevig bij de kraag, zegt met verwijt in zijn stem: Waarom luisterde je niet, ik had het je toch gezegd?! Vaderlijke kastijding heet dat. Hij verweet hun. Nee, wij hebben hen, en elkaar, niks te verwijten. Alleen onszelf. Maar Hij, Hij heeft er recht toe! Hij die zo vaak en zo klaar liet weten, mag verwijten, als we dan toch niet, nog niet weten.
Hij verwéét hun. Wat? Dat ze vergeten waren wat Hij hun had gezegd. En dat ze hun oren dichtgestopt hadden voor Zijn goede getuigen.
Wie zit er tussen die discipelen in. Gods goede woorden vergeten, voor elk goed gesproken woord doof. Klagend en zuchtend. O, wij zijn zo dwaas, dat we daar nog iets van gaan maken. Iets vrooms. Ik kan niet altijd geloven hoor…! Zoals anderen. Alleen zo af en toe eens, als de Heere duidelijk overkomt. En de hoogste wijsheid van velen luidt, dat dit het ware is.
Zie, zie dan! Hij kòmt over, toen bij de discipelen, nu in het gewaad van Zijn Woord bij u en mij. Hij staat voor ons. En? Geeft Hij een schouderklopje? Zegt Hij: Nou, nou dat is nog eens echt, eindelijk een mens die het zomaar niet altijd gelooft. Schuift Hij u naar voren als voorbeeld van het 'ware werk'? Nee! Hij ziet ons rondom aan. Met toorn. Bestraffend. En verwijt. Dat we Hem, de Betrouwbare als geen ander, niet vertrouwen. Dat we Zijn gegeven woorden er zomaar aan geven. En ons door goede getuigen, van Godswege op onze weg gestuurd, al evenmin terecht laten brengen. Wie hoort Zijn stem? Nu!
Wie… Zijn schapen.
En anderen, zo vroom als ze zijn, keren zich geërgerd af. Deze rede is hard, niet naar mijn hart, mompelen ze onderling.
Hij verweet hun. Letterlijk: diende een aanklacht tegen hen in. Ja, en terecht. Want dat is het ronduit: Godgeklaagd! Niets is er wat Hem meer onteert dan dit ongeloof, dat wantrouwen. Niets doet zo zeer voor een vader en een moeder, als hun kind hen niet meer vertrouwt in hun liefde. Maar kind… ik ben toch je vader, je eigen moeder. De Heere zegt het: Ik ben het toch, uw God…!
Hij verweet hun. 't Is om je ogen bij neer te slaan. Rood te worden tot achter je kaken. Schuldbelijdend te buigen. En… zonder twijfel te geloven. Spoorslags je voeten opnieuw te zetten in de weg van het Woord! Ja, dat laatste ook. Met Zijn verwijt bedoelt Hij geen verwijdering, maar zoekt opnieuw verbinding. Hij zet het mes er zo scherp in, enkel ter genezing.
Opdat het bij ons niet anders zal zijn dan wat we van Abraham lezen: Welke op hoop tegen hoop geloofd heeft, en aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof, maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer (Rom. 4 : 18, 20). Geschreven is dat immers om onzentwil, zo schrijft Paulus (vers 24 : 25), ten voorbeeld voor ons, 'die geloven in Hem, Die Jezus onze Heere uit de doden opgewekt heeft; Welke overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking'.
P. J. Visser, Harderwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's