Het is u nut dat Ik wegga (1)
Vr.: Wat nut ons de hemelvaart van Christus?Antw.: Ten eerste, dat Hij in de hemel voor het aangezicht Zijns Vaders onze Voorspreker is.(Heid. Cat., vr. en antw. 49)
Aan alle dingen komt een einde. Zo zeggen wij. En nu wij heenleven naar de dag, waarop wij gedenken dat Jezus voor de ogen van Zijn jongeren ten hemel is gevaren, ligt eenzelfde slotsom voor de hand. Daar stonden ze, de discipelen. Hun heengaande Heere nastarend. Totdat een wolk Hem wegnam uit hun gezicht. Was dit niet het einde? De definitieve afsluiting van een veelbewogen en rijk gezegende tijd? Tweeledig is het antwoord.
Ja!
Zijn weg die Hij op deze aarde ging en Zijn werk dat Hij hier beneden deed, kwam metterdaad in Zijn hemelvaart ten einde. Nee, niet dat Hij het zomaar afbrak. Hij brak op, omdat het af was… Hoor maar: Vader, Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij gegeven hebt om te doen. De loopbaan gelopen die Mij was voorgesteld. Neergedaald in de kribbe, vlees geworden. Gegaan aan het kruis, een vloek geworden. Opgestaan uit de dood, geworden tot rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing.
En nu, verheerlijk Mij, Gij Vader!
Zijn hemelvaart was het sluitstuk.
Tegelijk zeggen we op de vraag of dit het einde was: Nee!
Jezus' heengaan van de aarde mocht het einde van Zijn levenswerk hier beneden zijn, Jezus' ingaan in de hemel werd het begin van Zijn levenswerk daarboven,
't Was met Zijn hemelvaart niet voorbij. Leefde Hij eens, 33 jaren in totaal, ons ten goede hier, nu leeft Hij voor altijd, de eeuwen door, ons ten goede dáár. Het sluitstuk was een nieuw hoofdstuk!
We behoeven niet te treuren.
Maar mogen ons vertroosten!
Geen weemoed overvalle ons,
maar goede moed vervulle ons!
Onze Catechismus vertolkt een drievoudig goed, dat in Jezus' hemelvaart besloten ligt.
Ditmaal letten we op het eerstgenoemde goed dat ons in de Opgevarene gegeven is.
Wat dat is? Dit, dat Hij in de hemel voor het aangezicht Zijns Vaders onze Voorspreker is.
Iedereen weet hoe belangrijk het is om in een rechtszaak een advocaat te hebben, iemand, die onze zaak behartigt, een vurig pleidooi voert met recht en reden en zich zodoende ten. goede voor ons inzet tegenover de rechter.
Welnu, van des te meer belang is dat, in het rechtsgeding tussen God en mens. Tussen de hoogste Rechter en de diep schuldige. Een pleitbezorger. Waar vind ik hem. Ik zie om me heen. Nergens! Psalm 49 wist er al van : 'Niemand zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven'. Ik zie omhoog, vanwaar alleen mijn hulp nog komen kan. En zie, daar is Hij… een Pleitbezorger mij ten goede!
De Opgevarene is de Aangewezene. Toegewezen wordt Hij ons. Pro Deo. Dat wil zeggen: voor niets! Letterlijk vertaald: voor God! Ja, zo is het ten diepste! Door vele kinderen tot de heerlijkheid te leiden is Hij uit op Gods eer!
Wat een mateloze troost. Als ik vandaag voor God sta, en alles tegen me getuigt. Mijn doen en mijn laten, mijn hart en handel. God Zelf met de vinger bij de letter van de wet mij aanklaagt, vanwege grote ongerechtigheid. En ik niets heb om op te pleiten. Alleen m'n hoofd kan buigen en belijden: Uw oordeel Heere is recht. Uw vonnis gans rechtvaardig… des doods schuldig!
O. waar ik geen been meer heb om op te staan, op mijn knieën waarop ik neerzink slechts roep om genade, daar staat Hij in het midden. Jezus, Pleitbezorger! En Hij neemt mijn zaak over, zet zich voor mij in. Voert Zijn pleidooi, eist voor mij vrijspraak.
Hoe kan dat? Heeft Hij daar recht en reden toe? Nou en of!
Zoals de hogepriester onder het oude verbond het heilige der heiligen binnentrad, al tussentredend, met een schaal vol bloed, dat gesprenkeld werd voor Gods Aangezicht op het verzoendeksel van de ark… zo staat Hij daar. Jezus. Als Hogepriester voor de troon. Ingegaan in het hemels Heiligdom met Zijn eigen bloed. Bloed der verzoening.
Nee, Hij pleit niet vrij, door mijn zonde te verdoezelen, allerhande verontschuldiging voor mijn schuld aan te voeren. Eerlijker dan ik ooit kan, legt Hij mijn verloren zaak voor Gods Aangezicht neer. Maar, en dat is het geheim. Hij houdt meteen Zijn handen op, voert Zijn vergoten bloed aan, als enige pleitgrond.
Als onomstotelijk recht en ontegenzeggelijke reden tot vrijspraak!
En daar kan het niet anders, of Hij wordt verhoord. En vrijspraak wordt uitgeroepen. Over ons schuldige bestaan.
Zijn voorspraak is geen verzoek. Maar eis die ingewilligd moet worden. Toch legt Hij Zijn Vader allerminst tegen wil en dank Zijn eis op. Zijn Vader Zelf wil immers niets liever dan ontfermend vrijspraak verlenen met het oog op dit bloed. Hij, Die Zijn eigen Zoon niet spaarde, zal Hij ons met Hem niet alle dingen schenken?!
Hij vindt in gunst en niet in wraak Zijn lust. Vast en zeker.
Naar de eed van Zijn verbond.
Die ook voor ons bidt!
Voor ons! Voor wie? Voor mij?
Ja, zondermeer! Met een enkel woord roep ik Hem er biddend bij: om Jezus' wil. Geen zaak is te vies, geen zondaar te groot.
De ellendigsten helpt Hij zelfs het eerst. De zaak van de tollenaar werd onmiddellijk in behandeling genomen. Gerechtvaardigd ging hij af naar zijn huis. Hoe word ik daar zeker van ? Hij Zelfverzekert mij ervan. Door Zijn Woord, in de kracht van Zijn Geest. Dat de vrijspraak in de hemel is bepleit, die op aarde werd bereid. Een enkel woord, maar helemaal genoeg: Mijn kind, uw zonden zijn u vergeven…!
Jezus, onze Voorspreker.
Niet eenmaal. Maar levenslang. Dag aan dag. Zo vaak ik struikel en val. Zijn goede wet met de voeten treed en buiten Gods 'vaste perk en paal ga. En weet u, àl onze zaken trekt Hij Zich aan. Tot en met de kleinste dingen toe. Hef ik mijn handen op in mijn dagelijkse zorgen en behoeften, biddend om hulp en zegen, dan gaat dat niet langs Hem heen. Maar neemt Hij dat over. En terwijl ik niets verdiend heb, bepleit Hij alles voor mij op Zijn kosten. Zodat het niet anders kan of God zal het om Jezus' wil voor me zijn: een trouwe Vader! Die me weliswaar niet altijd geeft wat ik verlang, maar wel met de liefde van Zijn hart ten allen tijde voor me zorgt. En of dat nog niet genoeg is, wordt er dit nog aan toegevoegd.
Hij bidt zonder ophouden. Juist ook als wij wankelen. Als je soms niet meer weet hoe te geloven. Alles een raadsel en vraagteken wordt. Je zelfs niet meer weet te bidden… Een vertwijfelde schreeuw naar omhoog het laatste is… Dan is Hij het die doorbidt.
Me opvangt en draagt in Zijn gevouwen handen.
Me losbidt uit de wurgende greep van zonde en satan.
Hij pleit: Heere, Ik heb die vrijgekocht van de zonde, daarmee vrijgemaakt van de macht der duisternis!
Bewaar dan in Uw Naam!
En Hij maakt het waar: Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet op zou houden.
Jezus onze Voorspreker.
Elke dag. Ja. Hoelang? Tot op dè dag, dat ik sta voor Gods rechterstoel.
Ook dan staat Hij daar. Staat voor mij in. 'Vader, Ik wil niet dat deze verloren ga. Ik heb verzoening voor hem, voor haar gevonden!' Voert mijn zaak tot een goed einde!
Bij Zijn opvaart ten hemel,
kniel ik ter aarde,
vol aanbiddende dank,
omdat Hij altijd leeft om voor Zijn volk – voor mij! – te bidden.
P. J. Visser, Harderwijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's