Brief Beraadsgroep Hervormd Gereformeerde Bonden
AAN de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Onderwerp: Wetsvoorstel 20 383 –
Regelen met betrekking tot het zorgvuldig medisch handelen door een arts die zich beroept op overmacht bij levensbeëindiging op uitdrukkelijk en ernstig verlangen van een patiënt.
Hoogedelgestrenge Dames en Heren,
Nu volgens Uw agenda D.V. binnen zeer afzienbare termijn de openbare beraadslaging omtrent bovengenoemd wetsvoorstel een aanvang zal nemen, hebben wij er behoefte aan om U deelgenoot te maken van onze ernstige bezorgdheid aangaande dit wetsvoorstel en om een laatste dringend appel op Uw verantwoordelijkheid in deze aangelegenheid te doen.
In een eerdere reactie op het Wetsvoorstel aan het adres van de leden van de Vaste Commissie voor Justitie en de Vaste Commissie voor Volksgezondheid d.d. februari 1988 gaven wij reeds blijk van een aantal onzes inziens ernstige inhoudelijke bezwaren en bedenkingen tegen de voorgestelde regeling, die naar onze wijze van zien geen verdere werking kan en zal hebben dan dat de huidige euthanasiepraktijk, voorzover die door de rechtspraak tot op heden is getolereerd, een wettelijk fundament krijgt. Kennisneming van de stukken, die ter voorbereiding van de plenaire behandeling zijn verschenen, hebben ons helaas niet tot een andere gedachte kunnen brengen. Wij hebben daaruit voorts niet het vertrouwen kunnen putten dat het, met de voorgestelde wettelijke regeling in de hand, mogelijk zal blijken te zijn om daadwerkelijk het onbepaalde, maar naar algemene opvatting aanzienlijke aantal gevallen van opzettelijke levensbeëindiging dat jaarlijks in ons land plaatsvindt, terug te dringen of zelfs maar controleerbaar te maken.
Op grond van onze hiervóór kort weergegeven hoofdbezwaren wat betreft de toereikendheid van de door de regering voorgestelde wet doen wij, met het oog op de hier te lande in de loop van een aantal jaren ontstane praktijk, een klemmend beroep op U als mede-wetgever om het wetsvoorstel te verwerpen dan wel het zodanig te wijzigen dat de rechter en de vervolgende instanties ondubbelzinnig wordt duidelijk gemaakt dat het opzettelijk ter dood brengen van mensen, ook al hebben deze daar zelf om verzocht, niet toelaarbaar is en dat degenen die zich aan zulk een daad, ondanks dit verbod, schuldig maken op passende wijze gestraft zullen worden. Opdat de in ons land sedert meer dan een eeuw in de wet vastgelegde norm, die ervan uitgaat dat een mens niet het eigen leven behoort te beëindigen en die strafbaar stelt dat iemand op verzoek het leven van een ander beëindigt, bevestigd wordt en in de praktijk zal worden nageleefd.
Ofschoon zich meer dan eens voorstellen of maatregelen van regeringszijde aandienen waar wij ernstige moeite mee hebben of die bij ons grote bezwaren oproepen, achten wij ons niet telkenmale geroepen om ons tot U te wenden. Dat wij dit bij deze gelegenheid wèl doen, vindt zijn verklaring in het feit dat het niet met de meest strikte waarborgen omkleden van het (einde van het) menselijk leven ernstig tekort doet aan de eer en het ontzag die ieder mens verschuldigd is aan de Schepper van het leven. Die het leven ook op Zijn tijd terugneemt (en oordeelt). Wij achten het de dure roeping van de overheid om er geen enkele onduidelijkheid over te laten bestaan dat zij het leven van de mens ernstig neemt en naar vermogen zal beschermen. In het bijzonder mag en moet de overheid deze eis stellen aan allen die in de gezondheidszorg werkzaam zijn; zij immers hebben in het bijzonder de taak om de belangen van afhankelijke en hulpbehoevende medemensen te behartigen.
Wij hopen van harte dat ons appel U allen Uw hoge – ook persoonlijke – verantwoordelijkheid in deze helpt te doen verstaan en wij bidden U toe dat de God Die ons allen in het aanzijn heeft geroepen en Die U met een bijzondere verantwoordelijkheid heeft bedeeld, U wijsheid wil verlenen om tot heil van ons volk een beslissing te nemen, zowel in deze aangelegenheid als in alle andere.
Met de meeste hoogachting,
voor de Beraadsgroep
Hervormd Gereformeerde Bonden:
C. van den Bergh, voorz.
W. Franken-van Daatselaar, secr.
Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk
Gereformeerde Zendingsbond in de Nederlandse Hervormde Kerk
Hervormde Bond voor Inwendige Zending op gereformeerde grondslag
Bond van Nederlands Hervormde Mannenverenigingen op gereformeerde grondslag
Bond van Nederlands Hervormde Vrouwenverenigingen op gereformeerde grondslag
Hervormd Gereformeerde Jeugdbond
Bond van Nederlands Hervormde Zondagsscholen op gereformeerde grondslag
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's