De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

10 minuten leestijd

Hans Werkman, Gerommel van Büch tot Bommel, uitg. J. H. Kok, Kampen, 151 blz., prijs ƒ 22,50.
In februari van dit jaar werd de vrijgemaakt-gereformeerde literatuurcriticus Hans Werkman 50 jaar. Zijn uitgever eerde hem daarbij met de uitgave van deze bundeling artikelen door Werkman geschreven tussen 1984 en 1988. Hij is met recht te beschouwen als een groot kenner van leven en werk van de dichter Willem de Mérode. Al in 1971 verscheen van zijn hand een eerste levensbeschrijving van deze bijna 50 jaar geleden overleden dichter. In 1983 liet hij een gewijzigde uitgave het licht zien onder de titel 'De wereld van Willem de Mérode'. In 1986 werd voor het eerst de Henriëtte de Beaufortprijs uitgereikt en wel aan Werkman voor zijn zoëven genoemde biografie. In de hier besproken bundeling van artikelen valt het juryrapport te lezen en Werkmans dankwoord. Ook is opgenomen de discussie met Boudewijn Büch over Werkmans vermeende falsificaties terzake persoon en leven van De Mérode. Hierop is overigens van de zijde van Büch nimmer gereageerd.
De bundel begint met een Vrij Nederland interview met de schrijver. Daarin staat de bekend geworden uitspraak te lezen dat volgens Werkman homofilie te vergelijken valt met een handicap als b.v. blindheid. Uiteraard riep dat felle tegenspraak op. Werkman durft de confrontatie aan met denkbeelden verwoord in moderne literatuur. Bekend is hij ook om zijn intensieve bespreking van het werk van Maarten 't Hart. In 1982 verscheen zijn 'Een calvinist leest Maarten 't Hart'. Ook in deze uitgave staat weer een uitvoerige bespreking te lezen en wel van 't Harts roman 'De jacobsladder'. Hij neemt in .zijn recensies die hij veelal schrijft in het Nederlands Dagblad een open en receptieve houding aan, vraagt naar onderliggende motieven, haalt deze boven tafel en confronteert deze met zijn christelijke geloofsovertuiging. Voorzover mij bekend is hij in ons land één van de weinigen die zo met moderne literatuur omgaat.
Uiteraard krijgt in deze bundel ook Woordwerk (voor wie het nog niet weet: een christelijk literair tijdschrift dat al aan zijn zesde jaargang bezig is en waarvan Werkman één der redactieleden is) de nodige aandacht. Er is een uitwerking opgenomen van de toespraak die de schrijver hield over vijf jaar Woordwerk 1983-1988. Geboeid heb ik van sommige hier gebundelde artikelen opnieuw of voor het eerst kennis genomen. Voor mij mag Werkman nog een poos doorgaan met Woordwerk, met zijn kritische analyses van eigentijdse literatuur. We hebben daarin de reformatorische hoek nog altijd te weinig mensen voor die er zich werkelijk inhoudelijk mee bezig houden en zo met name de jongere generatie daarin voorlichting bieden.
J. Maasland, C. a. d. IJ.

Drs. G. Sipkema, Verandering… kun je dat maken?; 59 blz.; J. H. Kok, Kampen; Vijverbergserie 6.
Een lesboekje van de hand van de socioloog drs. G. Sipkema, dat wel in sterke mate uit de praktijk van het onderricht geven ontstaan zal zijn, maar wellicht nog meer uit het spanningsveld dat bestaat tussen hen die in het veld maatschappelijk met mensen bezig zijn, en (daarbij stuiten op) de weerbarstigheid van de structuren. Dan is het goed om zowel iets over de achtergronden van structuren te zeggen als wel over de mogelijkheid ze te veranderen.
Dit lesboekje is eigenlijk een werkboekje. Het bestaat uit 127 vragen, respectievelijk opdrachten, die alle òf terugslaan op de tekst òf het in de tekst gestelde naar de actualiteit toe brengen, en daarbij een beroep doen op de creativiteit van de groep.
De mening van de schrijver zit veelal verstopt. Met opzet, opdat de zelfwerkzaamheid bevorderd zal worden, de creativiteit gestimuleerd, en de bezinning op wat men bezig is te doen wanneer men aan het veranderen slaat, verdiept.
Het duidelijkst komt het inzicht van de schrijver naar voren bij de excursen die tussen de vragen door verweven zijn met wat in die vragen aan de orde is. Meestal zijn het excursen over denkrichtingen in de sociologie, maar deze weerspiegelen altijd een achterliggende ideologie. Deze komt dan niet zo uit de verf, en dat niet alleen doordat de schrijver zich strak tot zijn eigen discipline heeft willen beperken, maar ook doordat hij zijn persoonlijk inzicht zoveel mogelijk voor zich houdt. Ik vertrouw dat dit laatste op zijn colleges op De Vijverberg er minder onomwonden uitkomt, en gelijk heeft Sipkema wanneer hij eerst de eis stelt zelf te (leren) denken.
S. Meijers, Leiden

Ds. G. Gunnink e.a., Wat is christelijke vrijheid? Uitgave in samenwerking met het Gereformeerd Sociaal en Economisch Verband; 119 blz.; Uitgeverij De Vuurbaak, Barneveld.
Dit boekje knoopt aan bij de discussie die in het begin van de jaren '80 vooral in (vrijgemaakt) gereformeerde kring gevoerd werd over de christelijke levensstijl.
Ds. Gunnink zet in met een artikel over wat Paulus in Romeinen en Korinthiërs leert over de sterken en de zwakken. Het indringend betoog loopt uit op de waarschuwing dat 'sterk' maar een zeer relatief begrip is omdat ook de 'sterke' het nodig heeft dagelijks versterkt te wòrden. Het volle accent komt bij hem dan ook te liggen op de onderlinge communicatie en gemeenschap binnen het verbond. Naar mijn oordeel een bijbels accent dat in de behandelde schriftgedeelten dan ook wel degelijk aanwezig is. Nochtans komt de persoonlijke vrijheid samen met de zelfverloochening als de voorwaarde voor die vrijheid o.i. enigermate in de verdrukking, temeer omdat de toonzetting van het pleidooi nogal polemisch is, gericht tegen alles wat werelds gedrag moet heten.
Het tweede stuk Goddelijke bevrijding en christelijke vrijheid is van de hand van prof. J. Kamphuis. Niet alleen grenst hij de christelijke vrijheid scherp af tegen wat de wereld vrijheid noemt, hij vult deze ook in, met name door de vernieuwing door de Geest van Christus tot Zijn beeld. Daaraan paart zich dan een sterk accent op het alleen-recht van God over ons leven en (weer) op de gemeenschappelijkheid van het volk Gods in de christelijke vrijheidsbeleving.
Dat maakt nieuwsgierig naar de derde bijdrage. Komt er daar meer veelkleurigheid uit de theologische verfkwast?
Mevrouw E. W. Schaeffer-de Wal schrijft in De weg naar menselijke vrijheid over de plaats van de menselijke individualiteit. Zij pleit ervoor het begrip zelfbeschikking van zijn autonome en geseculariseerde lading te ontdoen en een legitieme plaats te geven: er is zelfs een ópdracht tot individualiteit. Tegelijkertijd echter betrekt zij dit primair op de onderlinge verhouding van mensen. De noodzaak hiertoe wordt duidelijk wanneer wij, iets verder, lezen dat God mensen niet aanspreekt als onderdeel van een gezin, familie, stam of volk, en dat juist dit met het begrip individueel wordt uitgedrukt. Hier is m.i. een verwarring aan de orde tussen de begrippen individueel en privé, waardoor in eerste instantie de gemeenschap buiten spel wordt gehouden om in tweede instantie met verdubbelde kracht te worden opgevoerd. Zo komt de persoonlijke menselijke vrijheid dan toch weer in de gemeenschap terecht.
Ik acht dit boekje een op zichzelf goede bijbelstudie, die echter door twee dingen de eenzijdigheid wordt binnengetrokken. Het eerste is het leidende motief dat de christelijke gemeenschap toch vooral anders moet zijn en doen dan de wereld, met de apologetische toets die dit aanbrengt. Het tweede is de nadruk op het onderhouden van het verbond in de liefde, met als keerzijde dat de belijdenis dat het verbond van Godswege ondanks alles onderhouden wòrdt niet helder genoeg doorkomt. Ik zou toch het mensenkind dat voor Gods Aangezicht wandelt dat wat meer en onbevangener op zijn eigen voeten laten doen.
S. Meijers, Leiden

Giorgio Tourn, De Waldenzen, De eerste protestanten en hun 800-jarige geschiedenis, Van Wijnen, Franeker, 1988, 240 blz. Met foto's, prijs ƒ 37,50.
De Waldenzen hebben al vanouds een warm plekje ingenomen in het hart van de Gereformeerden in ons land. Hun leed, en dat was niet gering, werd meegedragen. Er is ook over hen geschreven. Predikanten als Balthasar Lydius (één van de Dordtse vaderen) en Gillis van Breen introduceerden hun geschiedenis onder ons.
Nu ligt het hele verhaal van die geschiedenis voor ons in de Nederlandse vertaling van een Italiaans boek, geschreven door Giorgio Tourn, een predikant onder de Waldenzen.
De stof is soms wat droog, maar wat er allemaal in meespeelt is het waarlijk niet. Een boek als dit moet men lezen om het verhaal in het verhaal.
800 jaar geleden is het begonnen. In het hartje van Frankrijk, met de man die wij kennen als Petrus Waldus. Hij greep naar zijn Bijbel, dat wil zeggen stukken daaruit, die hij had laten vertalen in het Frans. Hijzelf en zijn volgelingen gingen twee aan twee als apostelen de Franse wereld in.
Later, zegt Tourn, kwam de verandering. Een kerk-kritisch element werd opgenomen. En nu wachtte dan ook spoedig de vervolging. De Inquisitie kwam in aktie.
In de tijd van de Reformatie ontstonden er kontakten tussen reformatoren en Waldenzen. Dat ging van de kant van de Waldenzen niet zonder spanningen gepaard. Velen zagen hun identiteit in gevaar. Toch kwam het tot een zekere vereniging, niet met alle Waldenzen, maar met bepaalde groepen ervan.
De Waldenzen hebben niet alleen in Frankrijk hun bakermat gehad, ook in Italië; zelfs al in een vroeg stadium. Tussen de Waldenzen hier en daar boterde het niet altijd. Trouwens, aan verdeeldheden hebben ook de Waldenzen geen gebrek gehad.
Zo goed als niets is aan de Waldenzen voorbij gegaan. Vervolging niet, maar de pest evenmin (114). De Reformatie niet, maar de Verlichting en de Revolutie ook niet. Onder de Jacobijnen bevonden zich aan het einde van de 18e eeuw Waldenzen. En toen kwamen de opwekkingsbewegingen zich melden.
Midden vorige eeuw luwde de vervolging. In Turijn verrees in 1853 een prachtige Waldenzenkerk. Zelfs in het Rome van de paus wisten de Waldenzen zich een plaats te veroveren.
In onze eeuw waren de Waldenzen actief betrokken bij het oprichten van de Wereldraad van Kerken. Hoewel hun aantal niet bijzonder groot is hebben zij hun wieken breed uitgeslagen. Het boek van Tourn eindigt bij 1977, de vertaler, G. van Bruggen voegde er nog een slothoofdstuk aan toe.
Het heet dat de Waldenzen de eerste 'protestanten' waren. Zij waren Luther 4 eeuwen vooruit. Ik geef toe, die optiek is ook te vinden in de Nederlandse gereformeerde literatuur. De vraag is echter of zij wel helemaal opgaat. Tourn zelf geeft ergens van een betere visie blijk als hij zegt, dat Luther met zijn leer van de rechtvaardiging door het geloof, veel verder is gegaan dan de middeleeuwse Waldenzen. Leest men de in dit boek opgenomen bronnen uit de Waldenzengeschiedenis uit de middeleeuwen, dan kan men dat alleen maar bevestigen. Waar het hart klopte van de Reformatie, in de belijdenis van de rechtvaardiging van de goddelozen, vindt men de oude Waldenzen niet thuis. Het lijkt mij het verstandigst om die oude Waldenzen niet 'protestanten' te noemen, maar hun 'reformatorische elementen' toe te kennen, staande nog binnen een typisch middeleeuws-roomse contekst.
Ondanks dat alles zijn de Waldenzen van het verleden mij toch nog heel wat vertrouwder dan de Waldenzen van het heden. Zij zijn oecumenisch, à la de Wereldraad, en zij hebben vrouwen in het ambt, en er is nog wel meer te noemen. Opnieuw ondergaan zij de geest van de tijd. Hoe staat het met hun identiteit?
Tot slot, een interessant boek, over een kerk die wij niet mogen vergeten.
K. Exalto

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's