De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het is u nut, dat ik wegga (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het is u nut, dat ik wegga (2)

7 minuten leestijd

Vr.: Wat nut ons de Hemelvaart van Christus. Antw.: Ten andere, dat wij ons vlees in de hemel, tot een zeker pand hebben, dat Hij als het Hoofd, ons Zijn lidmaten, ook tot Zich nemen zal. Ten derde dat Hij ons Zijn Geest tot een tegenpand zendt, door Wiens kracht wij zoeken dat daarboven is, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods, en niet dat op de aarde is (Heid. Cat., vr. en antw. 49).

Met dat Jezus' weg op de aarde ten einde liep, nam Jezus' werk in de hemel een aanvang. En zowel voor Zijn wonen hier beneden toen, als voor Zijn tronen daarboven nu, geldt dit éne: ons ten goede! Treuren over Zijn heengaan is dan ook uit den boze. Veel meer hebben we ons in dit heilsfeit te verblijden. Een heilsfeit, een feit vol heil, ja dat is het! Zijn vertrek verstrekt ons een drievoudig goed, stelt ons troostboek vast. Van dat goed kwam vorige maal slechts één aspect aan bod. Twee hebben we er dus voor ditmaal nog tegoed. Aldus vastgesteld, stallen we uit.

Ten andere, dat wij ons vlees in de hemel tot een zeker pand hebben dat Hij als het Hoofd, ons, Zijn lidmaten, ook tot Zich nemen zal. Jezus en Zijn gemeente. Ze zijn als Hoofd en lichaam. Onafscheidelijk aan elkaar verbonden. Dat belooft wat! Want is het hoofd van een drenkeling boven water, dan is daarmee de redding van het hele lichaam gegarandeerd.
Jezus, ons Hoofd, na weggezonken te zijn in de diepzee van Gods oordelen, is nu boven! Gunstig, genadig gered door God, Die Hem met volle stromen van zegen is voorgekomen, aldus Psalm 21. O, dan hoeven wij, die Zijn Lichaam zijn, niet te vrezen. We komen met het Hoofd mee boven. Behouden aan land. In het Vaderland wel te verstaan. Waarom is dat zo vast, zo zeker? Wel hierom! Niets dat Jezus deed, deed Hij voor Zichzelf. Zijn neergang en Zijn opgang, 't was alles voor anderen. Voor velen. Voor ons. Plaatsvervangend. Paulus spreekt ervan keer op weer: wíj… met Hem gekruisigd… met Hem gestorven… met Hem mee opgewekt… met Hem mee in de hemel gezet!
Het kan niet op.
En… het kan nooit meer stuk.
Wie in Hem is, zal uit Hem alle dingen hebben. Ook de Hemelvaart… hoor maar… wij zullen de Heere tegemoet gaan in de lucht en alzo zullen we altijd met de Heere wezen (1. Thess, 5 : 17). Om te wandelen voor Zijn Aangezicht in vrolijk levenslicht. Terwijl Zijn goedheid ons ongestoord in de ogen straalt, ogen waarvan de tranen voorgoed zijn afgewist.
O wat een troost! Als het Lichaam nu nog gebeukt wordt door de golven. Als we aan den lijve ervaren dat we nog niet boven zijn. De ramp en pijn niet te boven! Ik hef mijn ogen op. Zie, dat Hij opvaart. Alles te boven komt. En zeg: daar ga ik, in Hem, …mijn leven is met Christus verborgen bij God! Deze hoop op Hem, geeft draagkracht als de zwaarste lasten drukken. Het lijkt een droom. De wereld noemt het opium. Zelfs de kerk kan er vandaag aan de dag niet of nauwelijks meer in geloven… Maar 'ter goeder uur' wordt Ps. 126 toch ten volle vervuld:

Wij lachten, juichten, onze tongen
verhieven 's Heeren Naam en zongen.
Toen hieven zelfs de heidenen aan:
'De Heer heeft hun wat groots gedaan!'
Verlangen kan ik naar deze verlossing. Heere, hoe lang nog? Wanneer zal ik ingaan en voor Uw Aangezicht verschijnen? Zeker als de afgrond roept tot de afgrond, wüde golven en woeste baren over me heenslaan. En ik zing boven het loeien van de stormen uit: Maar Gods goedheid zal uw druk, eens verwisselen in geluk. Hoop op God, sla 't oog naar boven…!
Soms ook lijkt het alsof we het levend verlangen verleerd hebben. Allerlei oorzaak wordt aangedragen. De diepste is dunkt me deze: tanende liefde! Eén ding echter is zeker. Hoe wisselend het aan onze kant ook zijn mag, van Zijn kant ligt het vast. Gelukkig maar! Gedurig verlangt Hij, onophoudelijk bidt Hij: 'Vader, Ik wil, dat die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt!'
Wij luisteren verder.
Ten derde, dat Hij ons Zijn Geest tot een tegenpand zendt, door Wiens kracht wij zoeken dat daarboven is, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods, en niet dat op de aarde is.
Jezus gaat heen, maar laat niet alleen. Integendeel. Hij vaart op tot Zijn Vader, om de belofte van de Heilige Geest in ontvangst te nemen. En deze Geest onverwijld uit te zenden, zegenrijk uit te storten. Op alle vlees. Vlees, dat het Vaderhuis heeft verlaten. Vader de rug heeft toegekeerd. Om op eigen benen te staan! Vlees, dat iedere gedachte aan terugkeer bij voorbaat verwerpt. Vlees, dat wel een vroom gezicht zet, maar het hart ver van de Heere houdt.
Op dat vlees… Zijn Geest! Opdat wij door die Geest gaan zoeken dat daarboven is. Het ongekende kennelijk geschiedt. Dat wat gebeurde in die bekende gelijkenis van die twee jongens. Die jongste, een vrijbuiter, een vrijgevochtene, die met alle geweld weg wilde en voor geen goud terugwilde… kwam tot zichzelf! En daar ging hij toen, toch op huis aan, bidden: 'Denk aan 't vaderlijk meedogen…! Onweerstandelijk getrokken door de Geest tot de troon der genade, gaan wij zoeken dat daarboven is. Wat is daar dan te vinden? Het staat hier. Met een enkel woord, één Naam slechts waarmee alles is gezegd: '…Waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods'.
Jezus, Hij is het. Die daarboven te vinden is. En in Hem een schat aan zegeningen voor ons bereid. Jezus, Gods Rechterhand vol heil. De Geest doet me op deze hoogverheven Hand des Heeren hopen; uit deze heilige en heilrijke arm Gods leven; neemt het uit Hem en deelt het mij mee. Toeëigenend… Hij voor mij… al het Zijne van nu af het mijne.
O en dan kan het niet op!
Vrede met God door Zijn dood. Leven voor God door Zijn opstanding. Levenslang krijg ik er niet genoeg van. Elke dag mag ik putten met lege emmers uit die altijd stromende bron!
Zoeken wat van boven is en niet wat van beneden is. Loop je dan met je hoofd in de wolken? Sta je zodoende buiten het leven? Paulus gaf er in zijn brief aan de gemeente van Kolosse (3 : 1-17) nadere invulling aan. Waaruit blijkt dat het niet staat buiten het leven van alledag, maar daar juist middenin. Het is de oude mens uitdoen met zijn werken, zoals overspel, gierigheid, toom, laster… Het is de nieuwe mens aandoen, die vernieuwd wordt naar het evenbeeld van Christus, een aandoen van de innerlijke bewegingen der barmharigheid, goederentierenheid, lankmoedigheid… Het is niet doen wat men doet en mij goeddunkt, maar leven bij het woord: 'En al wat gij doet met woorden of met werken, doet het alles in de Naam van de Heere Jezus…!' (vers 17). Wat een opgaaf: 'Bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn' (vers 2). Bedenk echter tegelijk wat Paulus in één adem toevoegde: 'Want gij zijt gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God' (vers 3). De opgave is louter gave. In de Gekruisigde en Opgestane voorhanden! Door de Geest deelt Hij het met milde Hand uit. Ik deel erin, op het gebed, naar mijn geloof. Mijn gaan en staan op deze aarde wordt een wandel in de hemel… in de kracht van de Geest breekt Gods toekomst zich reeds een baan in het hier en nu… in mijn kleine bestaan breekt Christus' Koninkrijk al aan. Als een onderpand van de volkomen doorbraak… straks, als de bazuinen klinken!
We zingen ervan met hoop in het hart:
De lieflijkheên van 't zalig hemelleven,
zal eeuwiglijk Uw rechterhand mij geven!

P. J. Visser, Harderwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het is u nut, dat ik wegga (2)

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's