De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Menselijke overmoed en goddelijk erbarmen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Menselijke overmoed en goddelijk erbarmen

Hemelvaart

9 minuten leestijd

Kom aan, laat ons stenen bakken. Kom aan, laat ons een stad bouwen en een toren welks opperste tot in de hemel rijkt. Met deze woorden, die we in Genesis 11 aantreffen, demonstreert de mens van alle tijden zijn hubris, zijn overmoed. De mens wil als God zijn en probeert tot de hemel op te klimmen langs de trappen, die hij zelf bouwt. In dit woord kom aan ligt nog stringenter die menselijke overmoed opgesloten dan in het welaan, waarmee de Nieuwe Vertaling deze woorden weergeeft.
De mens heeft het intussen ver gebracht met het opklimmen ten hemel. Ging het in de tijd van de torenbouw van Babel nog om een letterlijk bouwsel, in onze tijd zijn we bezig met zulk een bouwwerk in overdrachtelijke zin. We zijn bezig met onze al maar toenemende kennis tot formidabele prestaties te komen. Elke wetenschapper van dit moment klimt op de schouder van zijn voorgangers. Zo zien we ook nu een bouwsel ontstaan waarvan het opperste tot in de hemel reikt.
Vorige week werden op de jaarlijkse Conferentie van het Contact Orgaan voor de Gereformeerde Gezindte door dr. R. Seldenrijk, die refereerde aan de Babelcultuur, daarvan treffende staaltjes ten voorbeeld gegeven. Was enkele decennia geleden de ruimtevaart nog het meest spectaculaire, thans voltrekken zich snelle veranderingen, doordat de mens wist door te dringen in de wereld van het microscopisch kleine, ik moet zeggen in de wereld van datgene, wat met de meest moderne apparatuur niet op het netvlies van het oog kan worden zichtbaar gemaakt.
In psalm 8 lezen we, dat de mens bijna goddelijk is gemaakt. Dat mag met name ook blijken uit het feit dat de mens de kern der atomen is gaan beheersen, en datgene, wat zich alleen maar langs de weg van golfbewegingen manifesteert, in het blikveld heeft gekregen. We zijn zo de wereld van de Informatica binnengetreden en weten wèl waaraan we begonnen zijn maar niet waar we eindigen met alle moderne computers of hoe deze verder ook worden aangeduid. En ook vandaag horen we de toon van hubris, van menselijke overmoed in allerlei publicaties, waarin het gaat om de moderne verworvenheden. Een pagina-grote advertentie van Philips in een tijdschrift voor Informatica verwijst letterlijk naar de toren van Babel. 'Wij zullen het karwei wel afmaken', zo luidt intussen het commentaar. Met andere woorden, wij staan in de moderne techniek, in de moderne informatica met name, voor niets. Kom aan, laat ons een toren bouwen, waarvan het opperste tot in de hemel reikt.
We kunnen verder denken aan de genetische manupulatie. De mens is in staat om het leven vóór te selecteren, vóór te programmeren, vooraf te kiezen welk leven hij wel wil (toestaan) en welk leven niet. Kom aan, laat ons een toren bouwen…


In de tijd van de torenbouw van Babel zei God Zelf intussen ook 'Kom aan'. 'Kom aan, laat Ons neervaren en hun spraak aldaar verwarren (Gen. 11 : 7). In psalm 4 lezen we, dat Hij, die in de hemel woont, zal lachen. Mensen mogen zeggen: laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen, in een samenspannen tegen de Heere en Zijn Gezalfde. Maar de Heere zal hen bespotten. Want de einden van de aarde heeft Hij toch Zijn Zoon, de Gezalfde tot bezit gegeven (vs. 8). Vanwege Kruis en Opstanding.
Wanneer zal de dag komen, dat we opnieuw aanschouwen, als bij de torenbouw van Babel, dat God zal zeggen: 'Kom aan, laat Ons neervaren'? Zal het, naar de Schriften, niet dàn zijn, wanneer Christus weerkomt op de wolken van de hemel en Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten leggen zal? Want Hij zàl het werk afmaken. Christus geeft, als Hij weerkomt om levenden en doden te oordelen, het Koninkrijk aan de Vader terug.

Wel aan
Intussen was er ook bij de komst van Christus in deze wereld sprake van Gods 'wel aan'. Er was bij God een wel-aangename tijd, om het met een woordspeling te zeggen. Het was en is menselijke hoogmoed om ten hemel te willen opklimmen. Maar het was en is Gods barmhartigheid over een zondig mensengeslacht, dat Hij neerdaalde.
De hemel kwam op aarde, toen de Zoon de schoot van de Vader verliet om al datgene te doen wat nodig was om een welaangename tijd voor zondaren mogelijk te maken. Zie nu is het de welaangename tijd (2 Kor. 6 : 2). Dat geldt bij elke nieuwe daad in Gods heilshandelen. 'Zie Ik kom o God om Uw wil te doen. In de rol des Boeks is van Mij geschreven'. Omdat Christus alles gedaan, alles volbracht had wat Hij vanwege de Vader te doen had, dáárom kon Hij terugkeren naar de hemel.
Hemelvaart is het feest van de kroning van de Koning. Christus voer op voor de ogen van de Zijnen en in triomf voerde Hij de Zijnen met Zich mee. De weg tussen hemel en aarde werd door Christus opnieuw gegaan, maar nu in tegenovergestelde richting. De Zoon van God werd mens toen de gang vanuit de hemel naar de aarde werd gemaakt. Maar de triomferende Koning – waarachtig God en waarachtig Mens – keerde ook terug naar de hemel. Onze Heidelberger belijdt juist bij de Hemelvaart (zondag 18) nog eens nadrukkelijk, dat Christus waarachtig God èn waarachtig Mens was maar dat Hij nu (uitgerekend!) naar Zijn menselijke natuur niet meer hier is. En juist omdat Hij ook als mens voor het Aangezicht van de Vader is, hebben wij ons vlees tot een zeker pand in de hemel. We mogen er daarom zeker van zijn dat Hij 'als het Hoofd, ons Zijn lidmaten, ook tot Zich zal nemen'. Op Zijn lichamelijke Opstanding volgde Zijn lichamelijke Hemelvaart, hoewel met verheerlijkt lichaam. En daarop mag – God lof, hoe onvoorstelbaar ook – volgen onze lichamelijke opstanding.


Het is een machtig wonder van Gods liefde dat, terwijl wij mensen God naar de kroon staken, Hij Zich, in diepe deernis om ons mensen, tòt ons heeft overgebogen. De Zoon heeft datgene wat Hij bij de Vader had prijsgegeven om in deze barre wereld in te gaan. Het kwam met Hem zover, dat de aarde Hem losliet en de hemel Hem afstootte, namelijk toen het Kruis werd verheven van de aarde. Hij voor ons, daar wij anders de eeuwige dood hadden moeten sterven. Hij door God verlaten, opdat wij nimmer meer door God verlaten zouden worden.
Lof zij Christus, de Koning! Hij ging de weg tussen hemel en aarde vice versa. Maar de terugkeer was alleen mogelijk omdat het Pasen is geweest.

Bij ons
Intussen is de hemel nu voortdurend op aarde. Christus mag dan naar Zijn menselijke natuur ook in de hemel zijn, 'naar Zijn godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons' (Heidelberger, antw. 47). Wij behoeven niet meer naar de hemel op te klimmen om de hemel toch al te ervaren. In Deuteronomium 31 zegt Mozes al tot het volk Israël: 'want dit gebod, dat ik u heden gebied, dat is van u niet verborgen, en dat is niet van verre. Het is niet in de hemel, om te zeggen: Wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons het horen late, dat wij het doen?… Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond en in uw hart, om dat te doen'. Als dat al oud-testamentisch gold, hoeveel temeer dan nieuw-testamentisch, nu Christus onze Voorspraak bij de Vader is. Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. We hebben de Heilige Geest als tegenpand ontvangen, door Wiens kracht – zegt de Heidelberger – wij zoeken wat boven is, waar Christus is, zittende ter rechterhand Gods.


Zo is de wandel van christenen al in de hemel. De zondag mag zo al afspiegeling zijn van de volmaakte rust. De Heidelberger zegt, dat we die dag uitrusten mogen van onze boze werken en de Heere door Zijn Geest in ons laten werken en zo 'de eeuwige sabbat in dit leven aanvangen'.

Godsverduistering
We horen in onze tijd veel spreken over Godsverduistering. Me dunkt dat we ervoor moeten waken, dat dit woord onbedoeld geen eigen leven gaat leiden. De verschijnselen, die met de uitdrukking Godsverduistering zijn bedoeld, zijn ernstig genoeg. Er is geen openbaar gezicht; God is weg uit het openbare leven, althans in het levensbesef van de mensen. We leven inderdaad in de Babelcultuur. Het is allemaal waar. En toch: God is tegenwoordig. Christus is ten hemel gevaren maar heeft ons Zijn Geest als onderpand gegeven. En die Geest wèrkt, ook vandaag. Ook vandaag legt de Heilige Geest de verbinding tussen hemel en aarde, vanwege en terwille van de ten hemel gevaren Koning. De Koning heeft een volk en het volk heeft een Koning. En de Koning leeft niet ver van Zijn volk, zwijgend in een ontoegankelijke woning.
Dáár, waar de Schriften opengaan en indalen in harten van mensen, is God aanwezig als de sprekende God.
Dáár, waar het psalmboek openvalt in de realiteit van ons schuldige en arme leven maar tevens in de openbaring van Gods heerlijkheid, daar is God. Daar wordt ook niet getwijfeld aan Zijn Aanwezigheid. Hij is er, onmiskenbaar, verrassend, over bergen van menselijke schuld en menselijke nood heen. Soms door gesloten deuren heen. Nee, dan is God geen verre Afwezige. Hij is de Levende Nabije. Christus heeft de weg tussen hemel en aarde onnoemelijk kort gemaakt. Hij is de Weg, Hij is de Brug over de kloof. We behoeven niet naar de andere kant over te steken, ten hemel op te varen. De hemel is op aarde neergedaald. Hij schept de hemel in mensenharten.
Toen Christus ten hemel voer, nam een wolk Hem weg van voor de ogen der jongeren. Dat betekent dan toch: verborgenheid, duisternis? Nee, want de Geest brak en breekt door de wolk, neemt het uit Christus en verkondigt het ons. Niets kan ons scheiden van de liefde van Christus.


Hemelvaart is een dag om voluit te vieren. Het is het feest van de kroning van de Koning.
Het is het feest van de plaatsbereiding.
Het is het feest van de belofte van de inwoning van de Geest.
Het is het feest van de vreugdevolle verwachting van de tweede Komst.
God is goed. Hij is goed, omdat Christus, door alle oorden van ballingschap heen, weer bij de Vader terugkwam. De verloren Zoon is weer aan het hart van de Vader en daar mogen ook de Zijnen schuilen. Halleluja.
Babel is toch overwonnen. Het nieuwe Jeruzalem daalt uiteindelijk toch een keer neer van God uit de hemel. Dat is het perspectief, vanwege Hemelvaart. Het begint er nu al op te lijken. Hemelvaart is juist een radicale streep door de Godsverduistering.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Menselijke overmoed en goddelijk erbarmen

Bekijk de hele uitgave van woensdag 3 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's