Ontmoeten is dienen
Opmerkingen bij een pastoraal/diakonaal gesprek
Drie bijzondere zaken vallen mij op bij het lezen en overdenken van de genezing van de lamme te Bethesda. Een rijke 'diakonale' geschiedenis, die we opgetekend vinden in het vijfde hoofdstuk van het Johannesevangelie. Wat deze drie bijzondere zaken – die ik even verder ga noemen – alle gemeen hebben, is het woord 'ontmoeten'. Het gaat om de ontmoeting met de medemens in nood, waarbij vooral de wijze waarop deze ontmoeting plaatsvindt wel heel bijzonder is. We kunnen er als ambtsdragers: ouderlingen, diakenen en predikanten met als taak het huisbezoek, veel uit leren. Graag wil ik in dit artikel aan de hand van de geschiedenis te Bethesda het onderwerp 'Ontmoeten is dienen' wat nader uitwerken. Tevens enkele praktische lijnen trekken naar de ontmoeting met de medemens vandaag b.v. tijdens het huisbezoek of in gesprek met de ander. Tenslotte stip ik enkele zaken aan waar we bij een gesprek op dienen te letten, willen we tot een echte ontmoeting komen. Allereerst de drie bijzonderheden.
1. Jezus als Diaken.
De Heere Jezus is op weg naar Jeruzalem. In Jeruzalem is het een drukte van belang. Vele Joden zijn samengekomen om een feest te vieren. Niet duidelijk is om welk feest het gaat. Mogelijk het Pascha of het Purimfeest. En Jezus ging op, zo staat er. Inderdaad, zó was Zijn weg. Steeds maar weer gaan van de ene plaats naar de andere om te getuigen, te dienen en te lijden. Het opgaan doet mij denken aan Ps. 122. In deze psalm gaan er ook velen op naar Jeruzalem. Hele stammen zelfs. Waarom? Om in het huis des Heeren te gaan. Om de Naam des Heeren te danken. Daarom gaan de stammen op, tot de getuigenis Israëls!
Wat doet nu Jezus? Gaat Hij direkt naar het tempelplein? Neen, want Hij kwam om te dienen en Zijn leven te geven tot een losprijs voor velen. Hij zou Zijn leven geven, maar nu nog niet. Nu is het Zijn tijd nog niet. Gods tijd is niet onze tijd! Letten we ook eens op het eerste, op het dienen van Jezus! In Zijn dienen, als de Grote Diakonos, is Hij ons een voorbeeld! Jezus komt door de Schaapspoort Jeruzalem binnen! Treffend! Bijzonder treffend. Een poort, waardoor de schapen geleid worden naar het tempelplein om geslacht te worden, opdat het bloed van deze schapen gesprenkeld kan worden op het verzoendeksel en er verzoening is voor het volk! En nu gaat hèt Lam die poort door! Evenwel nog niet om ter slachting geleid te worden. Daarvoor is het nu de tijd nog niet! Eerst nog de diakonia, de dienst! Wat moet er in de Heiland zijn omgegaan? De Joden vieren feest. Er is niemand bij die Schaapspoort, dan Hij alleen. Inderdaad, zal Hij alleen de pers moeten betreden in Zijn Dienst nu en straks volkomen in Zijn offer!
2. Huis van barmhartigheid.
Zo wordt die plaats genoemd bij de Schaapspoort! Bethesda: huis van barmhartigheid. Klopt dat eigenlijk wel? O zeker, er is sprake van Goddelijke Barmhartigheid. Immers door Goddelijke kracht, wordt het badwater beroerd! Evenwel wil dit niet zeggen, dat er geen mensen nodig zijn! God schakelt in Zijn Werk mensen in! Toch is er in Bethesda geen sprake van 'menselijke' barmhartigheid. Er is daar niemand, om iemand te helpen! Iemand die zegt: "k Zal je wel even helpen om bij dat badwater te komen!'
Er is dus geen Jood, die daaraan denkt. Nee, je zult het toch niet in je hoofd halen om je diensten aan te bieden in Bethesda? Bij zo'n onreine plaats kom je toch niet? Tevens was er voor barmhartigheid geen tijd! Het was nú de tijd om feest te vieren. Zó hoorde dat en zó was dit wettelijk vastgelegd. Daarvan week je niet af! Leven volgens de regels dus!
Dan denk je niet aan die ene mens, die al 38 jaar ziek is en al zovele keren geprobeerd heeft om het badwater te bereiken, maar steeds zonder enig resultaat. Een ander ging wel voor! Een tantaluskwelling moet dat geweest zijn. Helaas, niemand die helpen wil! Het zal later ook blijken: 'Ik heb geen mens!'
Nee, die naam doet de plaats geen eer aan! Het is aan de buitenkant niet te zien!
3. Ik heb geen mens
De Heere Jezus heeft aandacht voor het individu. Jezus weet, dat de zieke al heel lang ziek is en vele jaren in Bethesda ligt. En dan begint het gesprek. Een heel bijzonder gesprek. Een echte ontmoeting! Jezus, ziende dezen liggen, staat er in vers 6. De ontmoeting begint hier allereerst met zien! Het is goed om hier even bij stil te staan. Er wordt weleens gezegd, dat het diakonaat handen en voeten heeft. Hieraan zou ik ook willen toevoegen: ogen en oren! In onze ontmoetingen met medemensen is het belangrijk dat we onze ogen en oren goed de kost geven. Kijken we wel voldoende om ons heen en hebben we oog en oor voor de nood, die zo heel dichtbij kan zijn? We kunnen pas echt handelen, nadat we eerst gezien en gehoord hebben. Een dokter kan pas werkelijk de diagnose stellen en een medicijn voorschrijven, wanneer er een consultatie heeft plaatsgevonden!
Jezus ziende dezen liggen, en wetende zo vervolgt vers 6. Jezus weet dus van deze mens af. Dat is de macht van de Heiland. Hij kent ons! De Heere weet wat we nodig hebben. Toch gaat Jezus hier heel 'menselijk' met de zieke om. Een les voor ons! De Heiland zou direkt een woord kunnen spreken en de zieke was gezond. Voor Hem is immers niets te wonderlijk? Nee, de Heiland spreekt nog niet over de 'oplossing' van het probleem. Hij wil eerst horen! Wil helemaal afdalen tot het niveau van de zieke. Wil met hem op gelijke 'toonhoogte' komen, zodat er van een gesprek van hart tot hart sprake kan zijn. Samen een gesprek voeren, communiceren en elkaar werkelijk ontmoeten, kan pas wanneer er sprake is van 'gelijkheid'. Wanneer de een zich niet verheft boven de ander. Je afvragen: 'Ken ik deze werkelijk heid wel echt?' Dus niet direkt al gaan handelen. Dat zit vaak in ons. We willen het liefst maar direkt overgaan tot de daad, of het spreken van een woord. We weten het soms zó goed (?), hoe het met de ander moet! Produktief zijn, gelijk zo dat gaat in het dagelijks leven, als zakenman, vertegenwoordiger, produktiemedewerker, technicus enz. Wanneer we kijken naar de ontmoetingen b.v. in het Oude Testament dan zien we dat deze van zeer diepgaande aard zijn. David en Jonathan sluiten samen een verbond, een 'berit'. Hierbij worden onderlinge afspraken gemaakt. Men is een verplichting aangegaan op basis van gelijkwaardigheid. Samen moet je je aan deze verplichting houden. Niet uit dwang, maar uit liefde. Er is een onlosmakelijke band tot stand gekomen. Er is sprake van wederkerigheid en er ontstaat gemeenschap. Liefde komt zo van twee kanten!
We keren terug naar de geschiedenis. Jezus stelt de zieke een vraag. Een vraag van persoonlijke aard. Jezus stelt hier bewust zijn handeling tot gezondmaking uit! Hij neemt de zieke heel serieus! De Heiland wil ons door Zijn vraagstelling een les meegeven. Deze les komt niet direkt via Hem, maar vernemen we uit het antwoord van de zieke! Want dit antwoord is eigenlijk heel merkwaardig. Je zou verwachten, dat op de vraag van Jezus: 'Wilt gij gezond worden?', als antwoord zou volgen: 'Ja Heere, van ganser harte!' En wellicht nog daaraan toevoegend: 'Wilt U mij alstublieft de volgende keer bij de beroering van het water er naar toe dragen?' Evenwel niets van dit alles. Er volgt een geheel ander antwoord. Een antwoord, dat buitenstaanders wel mòet aanspreken. Een antwoord, dat tevens een aanklacht inhoudt: 'Ik heb geen mens, om mij te werpen in het badwater'. Wie komt daar nu onderuit? Zo'n antwoord maakt je als het goed is beschaamd! Had ik daar niet moeten zijn, of daar, of daar? Herkent u een dergelijke situatie in uw eigen omgeving? Wat deden we? Handelen gelijk de priester en leviet, namelijk: er met een grote boog omheen lopen?
Ook vandaag anno 1989 zijn er velen die het achter gesloten deuren verzuchten: 'Ik heb geen mens om mij…'. Heel konkreet denk ik dan aan ouderen, arbeidsongeschikten, gehandicapten, bijstandsmoeders, vluchtelingen en vreemdelingen, verslaafden, jongeren in de knel, daklozen enz. enz. Ze zijn er! Personen, groepen van mensen, die onze diakonale zorg heel hard nodig hebben. Waarom komen er b.v. veel, heel veel jongeren naar het pas geopende Jongerencentrum 'Meet Inn' in Ede? Omdat er nu een plek is om 'geherbergd' te worden. Omdat dáár mensen zijn, die willen zien, horen en getuigen!
Puntsgewijs
Tot zover de bespreking van deze leerzame geschiedenis. Resumerend geef ik kort en puntsgewijs weer, welke aspekten uit deze geschiedenis voor ons van belang zijn bij de ontmoetingen met medemensen.
1. Neem tijd voor een ontmoeting. Een goed gesprek vraagt om tijd en aandacht voor de ander. Zo kan een vertrouwensbasis ontstaan en een situatie van openheid.
2. Van de Heiland kunnen we leren, hoe we de ander werkelijk kunnen ontmoeten en op welke wijze we het gesprek dienen te voeren. Het 'dienen' neemt hierin een grote plaats in. We mogen ook hierin de Heiland navolgen!
3. We hebben onze zintuigen nodig om de werkelijkheid te leren van degene die wij ontmoeten. Luisteren is een belangrijke voorwaarde om de ander echt serieus te nemen. Er mag tijdens de ontmoeting best wel eens een 'stilte' vallen. 'Dit moeten wij als protestanten leren', schrijft dr. C. A. Tukker in zijn boek 'Leven met het hart': 'Zwijgen! Want in het gevulde zwijgen is de weg van het delen. De Heere is daar in het suizen van een zachte stilte. Dáár stort Hij Zijn Heilige Geest uit!'
4. Samen een gesprek voeren, communiceren en elkaar werkelijk ontmoeten kan pas wanneer er sprake is van 'gelijkheid'. De één zich niet verheft boven de ander.
5. Het gaat bij de ontmoeting niet altijd primair om de oplossing van het probleem, maar veeleer om de aandacht voor de medemens. Het er-zijn! Maar dan zoals je bent, eerlijk en oprecht.
6. We leven in een tijd, vàn het individualisme. Deze tijd is geen tijd vóór het individu, maar vàn het individu. De tijd van het individu is zelfbediening en zelfontplooiing. In de christelijke gemeente mag gelden het liefdadig opkomen voor elkander! Dat is de ander uitnemender achten dan onszelf. Een uitdaging aan ons om datgene te doen wat in het straatje van de ànder past!
Een goed gesprek
Enkele praktische aanwijzingen waaraan een vruchtbaar gesprek moet voldoen trof ik aan in een boek van dr. E. van der Schoot: 'In gesprek met de ander'. Het betreft hier een drietal voorwaarden namelijk: luisteren, inleven en vertrouwen. Ik citeer het volgende:
'Luisteren:
Als ik bij iemand op bezoek ga, met iemand in gesprek ga, moet ik beginnen met naar hem/haar te luisteren, niet alleen maar luisteren, ik moet meevoelend luisteren; de ruimte geven voor eigen gedachten; ik moet de kans geven zich uit te spreken, ook als het vaag, onduidelijk of onzeker lijkt. Misschien word ik, als ik zó luister, ook iets gewaar van zijn/haar gevoelens, diepere gevoelens eventueel, achter de woorden. Het kunnen best verwarde of tegenstrijdige gevoelens zijn, dat hebben we zelf toch ook wel! In het gesprek moet ik mezelf zijn. Ik moet er echt zijn, niet opgeschroefd, niet overdreven. Ik moet er zijn zoals ik werkelijk ben en dat is soms al heel wat gevergd van ons. Nogmaals: de man of vrouw die ik bezoek moet het idee, het gevoel hebben dat ik naar hem of haar toekom zoals ik werkelijk ben. Een andere voorwaarde is dat we de ander aanvaarden zoals hij/zij op dat moment is, waar hij/zij zich bevindt: wat zich in het gesprek bevindt. Hem aanvaarden met zijn aIcoholprobleem, zijn schulden waarmee hij zich in de nesten heeft gewerkt, met zijn kritiek op de kerk, de maatschappij, met zijn ongeloof, met zijn wantrouwen, zijn onbegrip, eenzaamheid enz. Wij zijn niet geroepen hem te kapittelen, terecht te wijzen, ons oordeel over hem uit te spreken, hem de les te lezen. De echte ontmoeting, het woord zegt het al, moet van beide kanten komen, dus ook van mij.
Inleven
Een volgende voorwaarde voor een vruchtbaar gesprek is: dat wij ons zoveel mogelijk proberen te verplaatsen in de belevingswereld, de ervaringswereld van de ander. Wij komen dan in de sfeer van het begrip empathie. Sympathie is samenvoelen, empathie is in- of mee-voelen. Er wordt ook wel gezegd: empathie is voelen zoals de ander voelt. Empathie is het oog-in-oog kontakt. Empathie is het meegaan in het verdriet, het leed van de ander; is blijven komen; is wakker liggen over de ander; is trachten in te komen in zijn verdriet, zijn verlies, zijn lijden. Het is zich een hart kweken in de zorg om de mens (barmhartigheid-rachem).
Vertrouwen
Nog een voorwaarde voor een zinvolle gespreksvoering is dat wij vertrouwen hebben in de mogelijkheden van de mens om zichzelf te helpen. Een mens kan dikwijls veel meer dan er uit hem komt, maar de sfeer van vertrouwen ontbreekt zo vaak. Hij heeft behoefte aan een mens die vertrouwen in hem stelt, hoop voor hem heeft, hem op zijn vrijheid en verantwoordelijkheid aanspreekt. Wij moeten ook het rechte woord op het juiste ogenblik zien te plaatsen. Wij kunnen met een woord – nu ja, met een enkele zin – iemand maken of breken. Een leraar kan een leerling die moeite heeft om mee te komen voor goed in de put werken, hij kan hem ook moed inspreken, waardoor hij het weer ziet zitten en de eindstreep nog haalt ook. Zulke dingen gebeuren ook op het werk. Ook in de verhouding man/vrouw. Het kan in het ziekenhuis zijn dat je 's nachts de slaap niet kunt vatten van de pijn en een verpleegster even met je praat en helpt. Wat kunnen wij al niet met onze woorden, ten goede en ten kwade.' Tot zover Van der Schoot.
Tenslotte
Het gaat in het gesprek bij de ontmoeting vaak om de kleine dingen. Let dáár vooral op. De Heiland vraagt ook niet om het meeste van ons, maar het minst wat wij doen aan onze naasten, doen wij aan Hem! Het formulier voor de bevestiging van diakenen spreekt over 'troostelijke redenen'. In Handelingen 6 gaat het om diakenen die vol zijn van Gods Geest, over wijsheid beschildcen en een goed getuigenis hebben. Zijn we als ambtsdragers van déze voorwaarden vol? Bidden we er de Heere om, zodat wij door Zijn Geest en kracht, de ander werkelijk kunnen ontmoeten en vanuit die ontmoeting de ander ook werkelijk kunnen dienen! Spurgeon zegt bij de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan in zijn boek: 'Gelijkenissen van de Heiland': 'Tracht dan ware volgelingen te zijn van uwen Heere, door praktische daden van liefde. Begint dan heden met uw gaven (!) ze vrijmoedig uit te delen en God zal u zegenen. O Geest van God, help ons allen als Jezus te zijn.'
A. Peters, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's