De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Pinksteren en klein Pinksteren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Pinksteren en klein Pinksteren

11 minuten leestijd

Pinksteren staat op de hoogte van de heilsfeiten. Zoals de geboorte van Christus, Zijn kruislijden. Zijn Opstanding en Zijn Hemelvaart eenmalig waren, zo is ook het grote gebeuren van de Pinksterdag eenmalig geweest. In deze keten van heüsfeiten kan niet één schakel worden gemist. Zo zouden de heilsdaden van Christus Zelf nooit tot nut van de mens zijn geworden, wanneer niet de Heilige Geest was uitgestort. Christus is opgevaren naar de hemel maar 'naar Zijn godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons' (Heidelberger, antw. 47).
Het is veelzeggend dat de preek, die Petrus op de Pinksterdag houdt, helemaal Christusprediking is.
Hij noemt Christus' geboorte. Uit de vrucht van Davids lendenen is Christus, zoveel het vlees aangaat, verwekt.
Hij noemt het kruis: door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood…
Hij noemt de Opstanding: 'Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn'.
Hij noemt de hemelvaart: 'Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd zijnde…'.
Hij noemt de heerschappij van de verhoogde Christus: 'zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, die Gij gekruisigd hebt.'
En Petrus weet dat op de dag zelve, waarop hij deze woorden spreekt, het de Heilige Geest is, die hem dit dóét spreken. 'Dit is het wat gesproken is door de profeet Joël: Het zal zijn in het laatst der dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn-Geest op alle vlees'.


In de Pinksterpreek van Petrus is het de keten van Gods heilsdaden, die alle accent krijgt. En het is de Naam van Christus, die wordt uitgezegd en verheerlijkt.
Daarom kan Pinksterprediking nooit anders zijn dan Christusprediking. Prediking, waarin Christus ontbreekt, zal nooit de ijk van de Heilige Geest kunnen doorstaan, hoe geestelijk, mystiek, gevoelig, bevindelijk, enthousiast, ze zich ook mag voordoen.
Prediking zal altijd moeten geschieden vanuit de heilsfeiten naar de heilsorde. Petrus' prediking is er een duidelijk voorbeeld van. Intussen heeft de Heilige Geest Zelf er op de Pinksterdag voor gezorgd, dat die Christusprediking in alle talen hoorbaar en verstaanbaar was en vrucht droeg. En intussen zorgde de Geest er ook voor, dat die Christusprediking wereldwijd ging worden. Het Woord brak door de grenzen van Israël heen. En dit Woord was en is het voertuig van de Geest, terwijl de Geest dit Woord bij mensen te binnen brengt, de eeuwen door.

Werkzaam
De Geest, die in de Schrift de Geest van Christus wordt genoemd en het altijd 'uit Christus' neemt om het ons te verkondigen, is intussen voortdurend werkzaam in de wereld. Dat zal zichtbare en merkbare vrucht hebben. Zoals gezegd is Pinksteren als heilsfeit eenmalig. Dit grote gebeuren herhaalt zich niet. Maar toch is hier niet alles mee gezegd. In het Nieuwe Testament zelf is immers sprake van een zekere herhaling. Als Petrus voor Cornelius staat (Hand. 10 : 34) en, evenals op de Pinksterdag, opnieuw getuigt van de heilsdaden van Christus in Kruis en Opstanding, valt de Heilige Geest op allen, die dit woord hoorden. De mensen, die met Petrus meegekomen waren, verwonderden zich erover dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen was uitgestort. Want ook hier is sprake van het wonder van de vreemde talen. En als Paulus in Efeze is en daar aan 'enige discipelen' vraagt of ze de Heilige Geest hebben ontvangen 'nadat ze geloofd hebben' en deze dan antwoorden, dat ze zelfs niet gehoord hebben, dat er een Heilige Geest is, ontvangen zij, onder oplegging der handen, óók de Heilige Geest. En ook hier is sprake van de vreemde talen (Hand. 19).
Calvijn merkt bij dit woord op, dat het hier niet gaat om 'de Geest der wedergeboorte maar over de bijzondere gaven, welke God aan het begin van de verkondiging van het Evangelie tot algemene opbouwing der kerk, naar Zijn welbehagen, aan sommige personen heeft meegedeeld'. Calvijn beperkt dit verschijnsel van deze herhaalde uitstorting van de Heilige Geest dus tot het begin van de Evangelieprediking, die wereldwijd ging plaats vinden. Ook de heidenen mochten nog delen in de gaven van het Pinksterfeest onder de zichtbare tekenen.


De pinksterbeweging heeft deze Schriftwoorden intussen opgepakt, om daarmee de noodzaak van een telkens weer herhaalde Geestesdoop, als kenmerk ook voor het ware geloof, te onderstrepen. Zij zijn met deze woorden sectarisch op de loop gegaan. Hetzelfde geldt voor de geestelijke gaven waarvan in 1 Corinthe 12 sprake is. Het gevaar is echter dat, wanneer sectarische groepen Schriftwoorden tot de hunne maken, ze in de christelijke kerk buiten beeld geraken. Wijlen ds. G. Boer heeft, in de tijd dat de kwestie van de vrouw in het ambt speelde en wij in onze kringen zeiden, dat de Schrift in deze zaak niet tijdgebonden mag worden verklaard, ook geschreven dat we voorzichtig moeten zijn met de geestelijke gaven en ook bijzondere bedieningen van de Geest te beperken tot de eerste christengemeente. Het Woord van God is niet gebonden. Zonder één en ander als voorwaarde of kenmerk van het geloof te stellen, moeten we toch ook niet uitsluiten dat zulke bijzondere Geesteswerkingen ook vandaag kunnen plaats vinden, alsdus Boer.

Verzegeling
In het verlengde hiervan ligt de interpretatie van een woord van Paulus in Efeze 1 : 13. Paulus spreekt daar over hen, die eerst in Christus gehoopt hebben, en vervolgt dan: 'in Welke ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welke gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte.'
Ds. I. Kievit noemt wat hier aan de orde komt 'klein Pinksteren' in het leven van de gelovige. Deze tekst is immers te vergelijken met het genoemde woord van Paulus, als hij vraagt 'hebt gij de Heilige Geest ontvangen nadat gij geloofd hebt?' Ook hier wordt gesproken over de verzegeling met de Heilige Geest 'nadat gij geloofd hebt'. Ds. Kievit spreekt hier van bijzondere bediening des Geestes. 'Rustend aan Gods Vaderhart, omsloten door Immanuëls armen, werd de Geest ons geschonken als onze eeuwige Trooster, die nimmer meer wijkt en in alle waarheid leidt. Een woonstede Gods. Geloofd zij de Heere, dag bij dag overlaadt Hij ons…' ('In Christus reisvaardig'). Ds. Kievit spreekt over diepten die ons werden geopenbaard, die wij tevoren niet kenden. Een uitstorting van de Geest in ons!
Calvijn evenwel legt de nadruk op het feit dat de tekst spreekt over de Heilige Geest der belofte. Het gaat om de bezegeling van het gelóóf. Tegen alle verzoekingen van de Boze in houdt de Heilige Geest 'de vastigheid in onze harten' in stand, bevestigt deze. Want Hij maakt, dat de belofte der zaligheid ons niet tevergeefs aangeboden wordt; want gelijk God door Zijn Woord belooft, dat Hij ons een Vader zal wezen, alzo geeft Hij ons door Zijn Geest getuigenis zijner aanneming'.
Het is duidelijk, dat Calvijn alle nadruk legt op de belofte en het geloof. Dit sluit datgene wat ds. I. Kievit bij deze tekst opmerkt overigens niet uit maar in. Als het gaat om 'het getuigenis van onze aanneming door de Geest', waarom zou dat niet een bijzondere Geesteswerking kunnen zijn. Daarin is de Geest vrij. Maar Calvijns uitleg waakt ervoor dat het bijzondere het normale zou zijn en voor ieder zou moeten gelden. De verzegeling door het Woord der belofte is voor hem de gewone gang in Gods handelen, maar wel ter bevestiging van het geloof.

Vrijmachtig
Moeten we niet zeggen, dat altijd weer geldt dat, waar de Heilige Geest werkt, deze vrij en vrijmachtig werkt?
Als de Heere ook vandaag – en op zendingsterreinen gebeurt dat – zich bedienen wil van een bijzondere openbaring van Zijn Geest, onder de verkondiging van het Woord (dat wel) en onder de volle prediking van Christus (dat wel), dan is de Geest vrij om het woord toe te passen zoals het Hem behaagt.
Er is geen openbaring des Geestes buiten het Woord om en buiten Christus om. Maar waar de Geest werkt gebeurt wel wat. Het geloof is nooit een zaak van intellectualisme, van redeneren, van verstandelijk aanvaarden (alleen), van leerstelligheid en rechtzinnigheid. Het geloof wordt gewerkt en versterkt en bevestigd door de Heilige Geest, die op de Pinksterdag is uitgestort en sindsdien Zijn koninklijke gang gaat in de geschiedenis.
De Geest werkt kerkvergaderend, waar Hij wil en hoe Hij wil.
De Geest wekt geloof langs de weg van wedergeboorte en bekering, waar Hij wil en hoe Hij wil. De wedergeboorte wordt in de Dordtse Leerregels (III, 12) omschreven als nieuwe schepping, opwekking uit de doden. De woorden tuimelen over elkaar heen als het erom gaat dit verborgen werk van de Geest te beschrijven: 'een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige, en tegelijk zeer zoete, wonderbare, verborgene en onuitsprekelijke werking, welke, naar het getuigenis van de Schriften, in haar kracht niet minder noch geringer is dan de schepping of de opwekking der doden.' Maar wie wedergeboren wordt gaat 'metterdaad geloven'. Op andere plaatsen wordt gesproken zelfs over de wedergeboorte dóór het geloof. Maar hoe dit alles toegaat? De Geest blaast waarheen Hij wil. De gelovigen kunnen het in dit leven 'niet volkomen begrijpen', zeggen de Leerregels verder (111, 13). 'Ondertussen stellen zij zich daarin gerust, dat zij weten en gevoelen, dat zij door deze genade Gods met het hart geloven en hun Zaligmaker liefhebben'. Het kenmerk van het geloof is het liefhebben van onze Zaligmaker.

Op de hoogte van Pinksteren
Er is verscheidenheid van gaven, doch het is dezelfde Geest, zegt Paulus (1 Cor. 12 : 4). Wij kunnen en mogen de Heilige Geest niet voorrekenen en narekenen. De weg van de Geest is ook een verborgen weg, verborgen voor ons verstand en voor alle verstandelijk redeneren. Maar waar de Geest werkt is het altijd klein Pinksteren, hoe het Hem in Zijn vrijmacht ook behaagt te werken: wat blijdschap smaakt mijn ziel… Of de Geest nu in een mens werkt als bij Timotheüs, die van jongs afgeleid werd of als bij Paulus, die krachtdadig tot verandering kwam en ook wist van een 'vertrekking van zinnen', of mensen nu ingaan door de barre noorderpoort of door de zoele zuiderpoort, in alle wegen is er ook ervaring des Geestes.


De gemeente van Christus is Pinkstergemeente, werkplaats van de Heilige Geest. En als wij moeten spreken van geesteloosheid in de gemeente, dan mag nimmer over een manco van de Geest gesproken worden. Altijd zal daaraan ten grondslag liggen het feit, dat wij het Woord niet ernstig nemen of niet voluit gericht zijn op de Opgestane en ten Hemel gevaren Koning. Wij kunnen de Geest ook uitblussen, tegenstaan, zelfs lasteren.
Waar de Geest intussen echt in de raderen is wordt dit ervaren. Een mens wordt met zijn hele bestaan (verstand, hart, gevoel en krachten) in het krachtenveldvan de Geest getrokken. Dan is enthousiasme wat het letterlijk betekent: in de Geest zijn. Maar bij alles gaat het om de keten van Gods heilsdaden. Wie Pasen niet kan vieren als het feest van de Opgestane kan geen Hemelvaart vieren. En wie geen Pasen en Hemelvaart kan vieren, kan geen Pinksteren vieren. Pinksteren kan nooit geïsoleerd worden gevierd. De Heilige Geest is niet vrij verkrijgbaar. Dat leren de secten. De Geest is gebonden aan Christus en Zijn daden.


Met Kerst gedenken we dat Christus vaste voet koos in deze wereld in Israël. Met Pinksteren werd de getuigenis aangaande Christus wereldwijd. De Geest deed ook ons land aan. En ook vandaag gaat de Geest Zijn, voor ons verborgen gang. Maar de Heilige Geest wèrkt en dat werk zal merkbaar zijn en vrucht dragen. Waar de Geest des Heeren is, is bijvoorbeeld vrijheid. Bevrijding van banden der zonde, bevrijding uit menselijke dwang en van menselijke systemen, bevrijding van kerkelijke eenkennigheid. Want waar de Geest werkt ontstaat ruimte. Omdat de Geest de Adem van God is.
Helaas vieren we Pinksterfeest met een gebroken lichaam. Op de eerste Pinksterdag was men één van hart en één van zinnen. Vandaag buigen we beschaamd het hoofd. De Geest neemt het uit Christus en verkondigt het ons, maar dan wel aan het lichaam van Christus, dat verscheurd is. Er is alle reden voor gebed: Kom Schepper, Geest, doorwaai uw hof. Opdat de christenheid wereldwijd en in onze kleine kring leve op de hoogte van Pinksteren.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Pinksteren en klein Pinksteren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's