De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Het rapport van de Verkenningscommissie over de stand van zaken met betrekking tot het theologisch wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, zoals dat aan dertien verschillende instellingen voor wetenschappelijk onderwijs in ons land verricht wordt, heeft uiteraard in de pers de nodige aandacht gekregen. Hier volgen een aantal reakties die van verschillende kanten gegeven zijn.

Een vrijgemaakte stem
We beginnen met enkele opmerkingen van prof. drs. H. M. Ohmann, rector van de Theologische Universiteit van de Geref. Kerken Vrijgemaakt. 'Kampen II', zoals deze opleiding wel genoemd wordt, ontvangt geen staatssubsidie. Commissie en regering hebben dus met de vraag naar al of niet voortbestaan niet zoveel te maken. In Kerknieuws van 21 april lezen we Ohmanns reaktie:

De rector van de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt te Kampen (Broederweg), prof. drs. H. M. Ohmann, acht de maatstaf die de commissie heeft aangelegd, namelijk puur wetenschappelijk en dan nog wel op internationaal niveau, niet juist voor de universiteit der kerken. De publikaties van onze hoogleraren, plus de dissertaties aan de universiteit en de artikelen van hoogleraren en docenten in vaktijdschriften zijn beneden de maat, zo oordeelt de commissie, die op het standpunt staat dat men als wetenschapper op internationaal niveau erkend dient te zijn.
Prof. Ohmann signaleert dankbaar dat prof. Obermann de universiteit in Kampen een 'kleine en kostbare variant' acht in de 'orthodoxe gezindte, die stimulatie verdient'. Vanuit onze optiek is de strenge keur van de commissie niet aanvaardbaar.
Terzake van de geadviseerde samenwerking met de Theologische Hogeschool der Chr. Geref. Kerken te Apeldoorn merkte de Kamper rector op, dat er tussen de beide senaten op vrij uitgebreide wijze contacten bestaan.
Wij komen sedert enkele jaren zo'n tweemaal per jaar bijeen en die contacten, ook in de persoonlijke sfeer, zijn erg goed, aldus prof. Ohmann. Over een eventuele coöperatie van de vooropleiding heeft de generale synode der kerken te beslissen. De commissie heeft volgens de rector over het hoofd gezien, dat de opleiding in Kampen er voor de kerken is en alle docenten dichtbij het 'Kerkvolk' leven, ten dienste waarvan de wetenschappelijke opleiding uiteindelijk staat.
Tenslotte vroeg hij zich af, wat onder het 'schuilen' van beide opleidingen onder de RU te Utrecht, zoals wordt gesuggereerd, dient te worden verstaan.

Kerk en Theologie
De relatie van de theologiebeoefening tot de kerken is ook een punt wat prof. dr. W. v. 't Spijker in De Wekker van 14 april aan de orde stelt. Wetenschappelijldieid is voor Apeldoorn niet de hoogste norm. Een kerkelijke opleiding zal ook de norm van de belijdenis aanleggen.

Hachelijker nog wordt de zaak wanneer men bij de beoordeling van theologische gehalte ook de vroomheid in rekening brengt. Theologie die niet praktisch is, schiet aan haar doel voorbij. Voetius wijdde indertijd de Utrechtse universiteit in met een rede over de verbintenis van wetenschap en vroomheid, godsvrucht, vreze des Heeren. Maar kan men vroomheid méten? Kan men spiritualiteit, geestelijk leven en de bevordering daarvan, als een maatstaf aanleggen bij de beoordeling van het gehalte van de theologie? Over het verborgene oordeelt de kerk niet. Kan een commissie het wel? Toch aarzelen we niet om uit te spreken, dat in deze meest tere aangelegenheid een beoordelingsmaatstaf is geboden, die overeenkomt met het wezen van de theologie. Kennis van God is het, waarom het gaat in de beoefening van de heilige godgeleerdheid. Zou deze de mens leeg of onveranderd kunnen laten? Wat is theologie zonder deze op de praktijk der godzaligheid aangelegde maatstaf? Het is een ijdele wetenschap geworden, een imaginaire, een denkbeeldige, d.w.z. een afgodische wetenschap. Indien ergens dan geldt in de theologie het eerste en het tweede gebod. Geen andere God. Geen gesneden beeld. Oprechte vroomheid noodzaak!

Uit de reakties blijkt steeds weer dat men de zaak van de theologiebeoefening van verschillende kanten kan bezien. Het kriterium dat de commissie aanlegde is er één onder andere. De relatie tot de kerk, de verhouding theologie en samenleving, de beroepsopleiding, de vraag naar de relatie van onderwijs en vorming zijn evenzovele gezichtspunten. Toch blijkt uit de meeste reakties dat men de deskundigheid die uit het rapport spreekt, niet wil aanvechten – en men dat m.i. ook niet kan aanvechten. Het rapport is een degelijk stuk werk, waarbij men wel kan zeggen dat het een zeer eenzijdige benadering is. En bij een zo eenzijdige benadering is het niet verwonderlijk dat de keuzen en aanbevelingen die de commissie doet uiteraard bestreden worden door allen die als gevolg van de gehanteerde kriteria 'uit de boot dreigen te vallen'. Geen wonder, want er staat voor alle betrokkenen veel op het spel.

De Gereformeerde Kerken
De lezer zal het bekend zijn dat in het rapport de aanbeveling gedaan wordt Kampen I met Groningen onder te brengen in een soort SoW-constructie, terwijl de theologische faculteit van de VU aan Leiden gekoppeld wordt. Prof. dr. K. Runia heeft in het CW van 28 april dit advies onaanvaardbaar voor de Gereformeerde Kerken genoemd. Hij acht het ook bevreemdend dat geen enkele Gereformeerde geleerde deel uitmaakte van de Verkenningscommissie. Terwijl de Hervormden twee 'eigen' opleidingen overhouden, de R.K Kerk drie, moeten Kampen en de VU verdwijnen. Onaanvaardbaar, aldus Runia. Ook zijn collega K. A. Schippers heeft nogal wat kritiek op de voorgestelde oplossingen. Hij schrijft in EC van 21 april:

De Nederlandse Hervormde Kerk heeft zich op één of andere wijze verzekerd van een nieuwe constructie nog tijdens de werkzaamheden van de commissie. Zij zal weinig moeite hebben met het rapport.
De Gereformeerde Kerken in Nederland en een aantal zogenaamde 'kleine kerken' zijn in het tot stand komen van deze overeenkomst niet gekend, ondanks Samen op Weg of andere samenwerkingsvormen. Zij zien voor het merendeel wèl hun opleidingen verwezen naar andere faculteiten.
Wanneer ik mij hier beperk tot de gereformeerde kerken, dan moet het mij van het hart dat ze in een uiterst moeilijke positie zijn gemanoeuvreerd. Men kan ook zeggen dat zij zichzelf in een moeilijke positie hebben gebracht! Zij staan voor een ingrijpend dilemma. In het kader van Samen op Weg zou een relatie van Kampen I met Groningen, zoals door de commissie voorgesteld, goed kunnen passen (ik zie dan even af van de voor- en nadelen van de nieuwe constructie die een eigen beoordeling verdienen). Maar Samen op Weg is niet alleen plaatselijk vaak een moeizaam gebeuren, ook landelijk lijkt het meer een stichtelijk woord dan een inspirerende werkelijkheid. Dat kan men dagelijks in de krant lezen.
Kijken de gereformeerde kerken vanuit hun geschiedenis en traditie naar de toekomst, dan zouden zij een krachtig pleidooi moeten voeren voor het behoud van een eigen opleiding. Dat is dan wel minder ideaal in het kader van Samen op Weg, maar wanneer daar toch steeds meer de regel gaat gelden dat je allereerst jezelf veilig moet stellen, dan heeft het weinig zin op dat proces de koers te bepalen. Samen op Weg-studenten zijn er niet.
Ik denk dat de tweede weg op dit moment de enige mogelijkheid is. De gereformeerde kerken moeten duidelijk maken dat het niet acceptabel is dat zij met één slag van hun eigen opleidingen worden beroofd. Zij kunnen met de commissie meedenken door te wijzen op ander mogelijkheden, die er wel terdege zijn. Een verbinding met de theologische faculteit van de vrije universiteit is er één van .

Hervormd imperialisme?
Schuilt er in de woorden 'De Nederlandse Hervormde Kerk heeft zich … verzekerd van een nieuwe constructie nog tijdens de werkzaamheden van de commissie' een lichte irritatie over de gang van zaken? Schippers doelt hier op de zogenoemde notitie-Deetman ten aanzien van een nieuw in te stellen Hervormde instelling. Ook vanuit de kleinere kerken zijn nogal wat kritische geluiden gekomen op dit plan. Prof. dr. A. S. v. d. Woude, voorzitter van de Commissie voor Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs probeert in EC van 5 mei deze misverstanden uit de weg te ruimen door een overzicht te geven van wat er in de voorbije maanden gebeurd is.

Wat is het geval? Voordat de Verkenningscommissie Godgeleerdheid door de minister van O & W was ingesteld en voordat van zo'n commissie sprake was, stelde de Commissie voor Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs van de Nederlandse Hervormde Kerk een aantal feiten vast, die zij eigenlijk al jaren eerder tot zich had moeten laten doordringen. De feiten zijn: het is steeds moeilijker gekwalificeerde personen te vinden ter bezetting van vacatures die onder het docentencorps van de kerkelijke opleiding aan de rijksuniversiteiten en de universiteit van Amsterdam ontstaan; de kerkelijke docenten die aan de rijksuniversiteiten werkzaam zijn, ontberen die personele en financiële steun bij onderwijs en onderzoek die wel toevalt aan hun directe collegae aan de bijzondere universiteiten; doordat een kerkelijk vak niet officieel hoofdvak kan zijn van het doctoraalpakket van de rijksfaculteiten en de universiteit van Amsterdam, wordt de Nachwuchs wat betreft de kerkelijke vakken ernstig bedreigd.
De commissie TWO heeft deze zaken aan de minister voorgelegd, die volledig ook had voor de ook volgens hem gerechtvaardigde verlangens van TWO, die niets anders beoogde dan de positie van de kerkelijke docenten en het door hen gegeven onderwijs en onderzoek te verbeteren. Rechtsgelijkheid met de bijzondere faculteiten was de enige wens.

Met de Verkenningscommissie Godgeleerdheid had de bij de minister aanhangig gemaakte zaak niet in directe zin te doen, maar toen die commissie eenmaal was ingesteld, heeft TWO niet nagelaten haar wensen ook aan de Verkenningscommissie kenbaar te maken in de hoop dat de laatste zich eveneens zou willen buigen over het probleem. Intussen had de minister, die de verlangens van TWO gerechtvaardigd vond, toegezegd op zijn ministerie een juridische vorm te laten uitzoeken die tegelijk recht deed aan de duplex ordo en aan de wensen van TWO naar rechtsgelijkheid. In de fase van het onderzoek naar een juridische vorm werd geen ruchtbaarheid aan een en ander gegeven, behalve dan dat de dekanen van de rijksuniversiteiten en de universiteit van Amsterdam na verloop van tijd vertrouwelijk zijn ingelicht over de plannen van TWO en de toezegging van de minister. Anderen daarover gegevens te verstrekken achtte TWO op dat moment niet gewenst, omdat de zaak niet Samen op Weg of de bijzondere universiteiten regardeerde, maar exclusief de opleidingen van de Nederlandse Hervormde Kerk en eventueel een aantal andere 'kleine kerken'. Zodra de minister zijn 'juridische constructie' had aangeboden, zijn deze laatste geïnformeerd. Het overleg met hen duurt momenteel nog voort.
Het voorstel van de minister voorziet in een 'instelling', die juridisch dezelfde rechten en plichten heeft als een bijzondere universiteit (hogeschool), maar die van die rechten wat betreft het onderwijs van de zogeheten 'staatsvakken' niet gebruik maakt door bij contract met de staatsfaculteit het onderwijs aan de staatshoogleraren over te laten. Door deze 'instelling', die principieel open staat voor andere kerken dan de NHK alleen en die principieel dezelfde rechten en plichten heeft als een bijzondere universiteit, is het juridisch mogelijk de positie van de kerkelijke docenten aan de rijksuniversiteiten te verbeteren. Men kan deze 'constructie' niet fraai achten. Ook van Hervormde zijde en van de kant van de staatsfaculteiten zijn daartegen bezwaren aangevoerd. Ook binnen TWO was niet ieder zonder meer gelukkig met de voorgestelde oplossing. De synode van de Nederlandse Hervormde Kerk sprak tijdens haar laatste bijeenkomst uit dat een 'betere vorm' niet moest worden uitgesloten. TWO heeft de zogeheten 'kleine kerken' en de staatsfaculteiten uitgenodigd zo'n 'betere vorm' dan door de minister voorzien, ter tafel te brengen. Dat is tot op heden niet geschied. Intussen stelde de Verkenningscommissie Godgeleerdheid voor een constructie na te streven, die recht doet aan de positieve kanten van de duplex ordo en die de negatieve daarvan vermijdt. Zij stelde een kleine commissie in die haar plan moest voorleggen. Dit plan is thans sedert enige dagen bij TWO bekend, maar verlangt nog overleg met de staatsfaculteiten en niet minder met de zogeheten 'kleine kerken', maar ook binnen TWO zelf.
Uit het voorafgaande moge duidelijk geworden zijn, dat TWO en de Nederlandse Hervormde Kerk geen imperialisme verweten mag worden. Niet alleen de minister, maar ook de staatsfaculteiten hebben de door TWO geuite wensen ten volle gerechtvaardigd genoemd. Met Samen op Weg heeft de zaak niet in directe zin te doen, omdat het enkel gaat om een constructie die verbetering kan brengen in het onderwijs en onderzoek van de kerkelijke docenten vanwege de Hervormde Kerk en de 'kleine kerken'. Met het werk van de Verkenningscommissie Godgeleerdheid mag de zaak niet verward worden, al heeft deze commissie zich bij de beoordeling van het theologisch onderzoek in Nederland uiteraard ook over deze aangelegenheid uitgesproken. De uitspraak dat de Nederlandse Hervormde Kerk zich tijdens de werkzaamheden van de Verkenningscommissie van een nieuwe constructie verzekerd heeft, is enkel in chronologische zin waar, en dan ook niet eens geheel: TWO heeft reeds stappen ondernomen, voordat er sprake was van een Verkenningscommissie. Het overleg is met de minister gevoerd, al is de Verkenningscommissie door TWO geïnformeerd.

Het leek me goed voor onze lezers dit stukje informatie hier geheel door te geven. Men kan zich dan zelf een beeld vormen inzake de gang van zaken. Wat de toekomst nu gaat worden, op dit moment is daar geen zinnig woord over te zeggen. Net zo min als over de vraag hoe lang het allemaal nog gaat duren. Inmiddels is het kabinet demissionair geworden, krijgen we nieuwe verkiezingen en straks een ander kabinet. Wie dan de post Onderwijs gaat bezetten valt op dit moment helemaal niet te zeggen. Wat zal de invloed zijn op een en ander?
Intussen, de Verkenningscommissie heeft zijn werk gedaan. Het rapport blijft onze aandacht vragen. Wie kiest voor de opleiding van predikanten aan een universiteit kan aan de eis van wetenschappelijkheid niet voorbijzien. Dat moet duidelijk zijn. Wat men ook zegt over betrokkenheid bij kerk en samenleving, men kan er geen argument aan ontlenen om de eis van wetenschappelijkheid te ontkrachten. Daarnaast moge het rapport aanleiding zijn tot een grondige bezinning over de andere zaken hier genoemd. Want het gaat om de predikantsopleiding van de kerk van morgen, en zo om de dienst van de theologie aan de gemeente.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's