De godsdienstige toekomst van Nederland
Sociologen proberen onze samenleving in kaart te brengen. Op grond van ontwikkelingen en prognoses trekken ze ook lijnen naar de toekomst. Zo houden godsdienstsociologen zich bezig met de ontwikkelingen in godsdienstig opzicht. Ook zij maken hun prognoses. Ook zij trekken lijnen naar de toekomst. Daarin zijn ze – om het met een bijbelwoord te zeggen – moeilijke vertroosters. Dat komt omdat ze louter met getallen en statistieken werken en ze hun verwachtingen louter baseren op wat waarneembaar is, op wat voor ogen is. In hun werk ontbreekt de Trooster, de Geest van Pinksteren, die wegen schrijft en baan breekt in de tijd en altijd Zijn ongedachte, verborgen, niet te voorspellen gang gaat.
Intussen brengen sociologen vooral het heden in kaart en spreken ze verwachtingen uit omtrent de toekomst als zich namelijk de ontwikkelingen in het heden voortzetten. Als zodanig is wat zij op tafel leggen ook weer niet niets.
Een spraakmakend godsdienstsocioloog in Nederland nu is prof. dr. G. Dekker. In een bundel 'Secularisatie in theologisch perspectief' (uitgave Kok, Kampen) onderscheidt prof. Dekker drie soorten secularisatie, namelijk vermindering van godsdienstigheid bij mensen, beperking van de reikwijdte van de godsdienst en aanpassing van de godsdienst aan het moderne bewustzijn. Me dunkt, drie herkenbare gegevens. Dekker zegt dat zich zo in Nederland vanwege deze drie factoren een ingrijpende verandering doorzet. We bewegen ons in de richting van een samenleving, waarin voor de kerk en de christelijke godsdienst steeds minder plaats is.
Spreken over God
Nu heeft prof. Dekker – blijkens een bericht in Trouw – recent ook een bijdrage geschreven in het Kernblad van het IKV. Hij zegt daarin, dat het conciliair proces wel mooi is maar evenmin als het IKV een antwoord vormt op de diepe crisis van onze godsdienstige cultuur. 'Als wij in een plaatselijke gemeente onderzoek zouden doen, denk ik dat wij tot de ontdekking zouden komen, dat maar een paar procent van de gemeenteleden ermee bezig is.'
Dat ik dit hier aanhaal vindt niet zijn oorzaak in het feit dat ik zou willen zeggen dat we ons 'dus' als kerk maar niet met de zaken van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping zouden moeten bezig houden. Maar het gaat me wel om de achterliggende gedachte bij Dekker. Hij zegt namelijk dat, hoewel hij niet betwijfelt dat 'sommigen vanuit hun geloofsleven afkomen op de thema's van dit proces' voor anderen het niet meer is dan 'een soort kerkelijke praktijk bij gebrek aan beter'. Zo'n twintig jaar geleden – zo citeert hij iemand – wisten we niet meer wat we over God moesten zeggen en daarom gingen we maar over Vietnam praten.
Dekker zegt dan het een veeg teken te vinden dat de Evangelische Alliantie en de Gereformeerde Bond niet meedoen aan het proces. En daarop laat hij volgen, dat nu juist daar 'het hart van het kerkelijk leven zit'. 'Dat is de kern van wat er over blijft van protestants Nederland.'
De kern
Als ik deze 'kern', waarover Dekker spreekt, hier nu ter sprake breng dan heb ik allerminst behoefte om de namen van de Evangelische Alliantie en de Gereformeerde Bond al te letterlijk te nemen, alsof de kern bij deze concrete bewegingen of organisaties ligt. Het gaat kennelijk om gestalten van gereformeerd en evangelisch leven als enige kernen, die overblijven naar de toekomst toe. Zo wil ik liever de woorden van prof. Dekker weergeven. Zo heeft hij ook al wel eens zijn geringe verwachting van het Samen op Weg proces uitgesproken.
De gereformeerde religie en evangelisch godsdienstig leven, dat is de kern van wat resteren zal van godsdienstig Nederland.
Wat ons intussen binnen de kerken tot diep nadenken mag stemmen is, dat we inderdaad in de kerk(en) over Vietnam en allerlei maatschappelijke, wereldwijde verschijnselen zijn gaan spreken, omdat we niet meer wisten wat we over God moesten zeggen. Het spreken over politieke en maatschappelijke vraagstukken had geen basis in een diepgeworteld geloof in God en Zijn daden van Schepping, Verlossing en Voleinding van de geschiedenis.
De theoloog, die in Nederland in dit opzicht steeds de vinger aan de pols heeft gehad als het ging om het signaleren van ontwikkelingen in deze, is ongetwijfeld prof. dr. H. Berkhof geweest. Al kan niet worden ontkend dat hij zelf in zijn publicaties meer heeft gedaan dan analyseren. Hij is ook trendsetter oftewel koersbepalend geweest, voorzover één mens of één theoloog dat zijn kan. Hij schreef ooit zijn boekje 'De crisis van de Midden Orthodoxie'. Elementen daarvan zijn ook te vinden in de 'Gedachtenwisseling over positie en problemen van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk tussen dr. H. Berkhof en ds. G Boer'. In die discussie voegt Berkhof Boer toe: 'wij zijn aan en over de rand van het ongeloof geweest'. Het ging dan om de vraag of God wel bestaat. Boer zei in antwoord daarop: 'u bent door de aanvechtingen van deze tijd heengegaan en geschonden. Dat verstaan sommigen van ons ook zeer goed. Anderen zijn voor deze crisis bewaard gebleven en ik acht dit een voorrecht, omdat dit alleen maar oponthoud is om te geraken tot een veel diepere crisis, die ieder mens nodig heeft. U bent langs de weg gekomen: Is er wel een God?… Maar velen van ons zijn door veel verschrikkelijker dingen doorgegaan. Immers de vraag: Is er wel een God, en het antwoord dat daarop komt, baant de weg tot de vraag: Wie is deze God? Hoe leer ik Hem kennen? Hoe kom ik met Hem in het reine? Waar u eindigt begint het pas. Immers, dieper dan de aangevretenheid van de moderne mens in deze cultuurfase, gaat de ontdekking van de Heilige Geest, wanneer wij gesteld worden in de ontmoeting met de levende God, die ons verbrandt in onze problemen en aanvechtingen, en de grondvraag aan de orde stelt, namelijk onze schuld.' Onze vaderen – zo zei Boer – stonden in het theologische vlak, u staat veel te veel in het anthropologische (menselijke) vlak.
Het is uitgerekend ook prof. Berkhof geweest, die in onze tijd, in navolging van Martin Buber, de uitdrukking Godsverduistering ter sprake bracht. Er is geen sprake meer van een openbaar gezicht. God is weg uit de samenleving. Geloof in God is tot een privat-Sache, een privé-zaak geworden. Maar àls het dan waar is wat prof Dekker zegt, namelijk dat we twintig jaar geleden in de kerken over God niets meer wisten te zeggen en we dáárom over Vietnam gingen spreken, dan mag de vraag worden gesteld wat er van het geloof in God als privé-zaak nog overblijft wanneer we ons nú bewegen in de richting van een samenleving 'waarin voor de kerk en de christelijke godsdienst steeds minder plaats is' en de reikwijdte van de godsdienst in de samenleving inderdaad beperkt wordt (prof. Dekker).
Als het nu zo is dat de bodem is weggeslagen onder datgene, waarmee 'de' midden-orthodoxie zich de jaren door heeft bezig gehouden en àls het dan waar is, dat men niet meer wist wat men over God moest zeggen, wat is er dan vandaag van het privé-geloof nog over? Ik bedoel dit als een theologische vraag, over de harten oordelen we niet.
Moeten we niet eerlijk zeggen, dat met vehelemaal niet meer over persoonlijk geloof, over het geloof in God (door de crisis van de aanvechting heen) gesproken kan worden?
Moeten we niet eerlijk constateren, dat op allerlei kerkelijke bijeenkomsten we ook met het gebed geen raad meer weten?
Moeten we niet eerlijk zeggen dat het gevaar zeer reëel is dat het conciliair proces nu als een mogelijkheid wordt aangegrepen om kerkelijk weer wat aan de weg te timmeren, terwijl de vraag naar het geloof in God niet of nauwelijks gesteld wordt? Het mag daarbij opvallend heten dat allerwegen – niet alleen in Nederland – het proces voornamelijk als een zaak van theologen en kerkleiders wordt getypeerd. In de Godsverduistering, ook binnen de kerk(en), is veel méér aan de hand dan dat het geloof geen plaats meer heeft in de samenleving. Omdat we niet meer spreken over de levendmakende Geest, de Geest van uitbranding, de Geest die getuigt van gerechtigheid en oordeel, de Geest, die met onze geest getuigt dat we kinderen Gods zijn, weten we vaak niet meer wat we over God moeten zeggen. De crisis van de Godsverduistering verdicht en versmalt zich tot de crisis van het christelijk geloof op zich, óók in het privéleven.
De secularisatie is dan ook veel méér dan het kwijtraken van de plaats van de kerk in de samenleving. In Trouw stond een interview met ds. W. W. Verhoeff, hervormd predikant te Vlaardingen, actief in de (hedendaagse, eigentijdse) charismatische beweging, waarin – zoals hij zegt – veel meer plaats is voor de 'Scheppergeest', die ons naar de aarde terugdrijft. Hoezeer ik ook het waarheidsgehalte van dit laatste onderken, kan ik dan de vraag niet onderdrukken wat ds. Verhoeff dan toch bedoelt als hij de secularisatie 'Gods milde hand' noemt. De kerk moet door de secularisatie heen om af te komen van het 'rijke roomse leven' en het kerkelijk leven van 'de mannenbroeders' en van 'het oude piëtisme'. Maar wat is dan die milde hand, als secularisatie betekent dat steeds meerderen in onze samenleving opgroeien zonder God en Zijn dienst, buiten God en diens genade, zonder God en diens (heilzame) gebod? Hoe kan een theoloog, die de nadruk op de Heilige Geest wil leggen, zeggen dat we 'winnen'op kerkelijk terrein? Is er dan geen sprake van miljoenen die wankelen ten dode.
Welnu het is ongetwijfeld het kenmerk van de gereformeerde religie, van de gereformeerde theologie ook, dat het daarin altijd weer gaat om God en mens. De mens wordt gedaagd voor het Aangezicht van God, voor de rechterstoel van God. Genade is geen goedkope genade, zo van: 'alles sal reg kom', het komt uiteindelijk wel goed met mens en wereld.
Het komt ook vandaag Goddank voor, dat buitenkerkelijken zoekende mensen worden. Het komt dan voor dat ze in kerken terecht komen waar eigenlijk God niet meer ter sprake komt, waar men niet weet wat men over God moet zeggen. Dat ervaren en onderkennen ze wel wanneer ze onder prediking komen van gereformeerde of evangelische snit, kortom daar waar de Schrift ernstig wordt genomen. Want hoezeer er daar ook sprake mag zijn van diepgaande verschillen (bijvoorbeeld ook tussen evangelischen en gereformeerden), van kwaliteitsverschillen, ook van verschraling, het gaat er wèl om God en mens. En dat wordt herkend als het gans andere. Daarom heeft prof. Dekker dunkt me gelijk als hij zegt, dat het gereformeerde en het evangelische kerkelijke, gemeentelijke, geloofsmatige leven de kern is die overblijft. Als zich tenminste de ontwikkelingen doorzetten, die we vandaag om ons heen zien.
Maar dit betekent niet dat we al te gemakkelijk zeggen dat de toekomst van godsdienstig Nederland ligt bij de Gereformeerde Gezindte of bij concrete gestalten van gereformeerd kerkelijk leven vandaag. Daar waar vandaag nog gereformeerd kerkelijk leven is, kan het over een aantal jaren ook weg zijn of in de versukkeling zijn geraakt, hetzij door grensvervaging in de richting van de middenorthodoxie (wat de vraagstelling betreft en de 'crisis' waar men dan doorheen gaat), hetzij door verstarring en individualisme, waardoor we het bevrijdende van de reformatorische ontdekking van de rechtvaardiging van de goddeloze kwijt raken. Want gereformeerd zijn betekent wel telkens gereformeerd wórden. Gestrande schepen in de geschiedenis zijn ook vandaag een baken in zee. En wie het gereformeerd kerkelijk leven, in zijn gescheurdheid – en hìèr in zijn vervaging en dáár in zijn verkilling, verharding en verwettelijking – van binnenuit kent, weet dat er weinig is om in te roemen.
Maar feit is, dat alleen die boodschap, waarin het gaat over God en mens, zonde en genade, oordeel en vrijspraak, van God uit de toekomst heeft. Omdat de mens alleen dan beseft wie hij is, wanneer hij namelijk voor de troon van Gods gericht, die tevens de troon van Zijn genade is, wordt gedaagd en hij vernemen mag van schuldvergeving dank zij Hem, die in hoogst eigen Persoon intrad bij de Vader, Waar bekering tot Hem plaats vindt daar is leven. Leven in een persoonlijk geloof in de levende God. Waar dat leven niet is, is Godsverduistering, is er geen Toekomst.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's