De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe gaan christenen om met Gods Schepping

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe gaan christenen om met Gods Schepping

Over mens en milieu

7 minuten leestijd

Als adviseur Bodem en Water, werkzaam bij een Ingenieursbureau, bestaat een groot deel van mijn huidige werkpakket uit zaken, die op de een of andere manier met het milieu te maken hebben. We staan er midden in. Mede vanuit die achtergrond en het gegeven dat Gods schepping in het geding is, willen we een aantal aspecten bespreken. Want het gaat uiteindelijk om de eer van de Heere God!

Je kunt geen krant opslaan, geen periodiek inkijken, naar de radio luisteren of er wordt over het milieu geschreven of gesproken. Het lijkt wel of er niets anders op deze wereld bestaat. Het ene milieuschandaal na het andere haalt de voorpagina's. Er lijkt geen eind aan te komen. Een modegril of beschrijving van een griezelige werkelijkheid?
Binnen de kerken wordt er ook aandacht aan het milieu geschonken. Het Conciliair Proces (CP) vraagt onze aandacht voor vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping. Drie thema's die centraal staan in een ontkerstenende wereld.
Ook in dit orgaan is reeds een aantal scribenten over deze problematiek aan het woord geweest. Een Bijbelse onderbouwing van ons rentmeesterschap en onze persoonlijke verantwoordelijkheid zijn reeds uitgewerkt. Voor het rentmeesterschap verwijs ik daarvoor naar het openingswoord van ds. C. v. d. Bergh op de predikantenconferentie van 4 januari in Zeist (de Waarheidsvriend van 12 januari 1989). Ir. J. v. d. Graaf publiceerde over 'Het milieu zal ons een zorg zijn'. Een uitgewerkte lezing voor studenten in de theologie (de Waarheidsvriend 19 en 26 januari) en ds. R. A. Grisnigt handelde in de Waarheidsvriend van 20 april 'Wat hebben de milieuvragen ons te zeggen?' Wat is daar nog aan toe te voegen? Me dunkt genoeg. Weliswaar ontwaken ook kerkmensen geleidelijk uit hun milieuslaap, maar veel begrip is er nog niet.

Zorgen
Eind 1988 verscheen het rapport 'Zorgen voor morgen', in opdracht van het kabinet Lubbers 2 opgesteld door het Rijks Instituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM). Dit rapport laat er geen onduidelijkheid over bestaan hoe het in Nederland met het milieu is gesteld. We halen met elkaar een ramp over ons en we zijn zelf de regisseurs.
'Zorgen voor morgen' heeft ons wakker geschud. De signaalfunctie is duidelijk. Bedoeld als onderbouwing van het Nationaal milieubeleidsplan (NMP), is de draagwijdte veel groter geworden. Het staat nu immers zwart op wit.

ledere Nederlander kan voor luttele guldens zelf lezen hoe het er voor staat met onze toekomst en die van ons nageslacht. Onbegrijpelijk eigenlijk dat de ingrijpende maatregelen die nodig zijn op zoveel parlementair verzet stuitten en door de VVD zelfs als schertsargument zijn gebruikt om het kabinet Lubbers 2 ten val te brengen!

Kerstrede
De zorgen worden wel gedeeld door Hare Majesteit Koningin Beatrix. In haar kerstrede van 1988 vatte zij de problematiek als volgt samen: 'Langzaam sterft de aarde en wordt het onvoorstelbare, het einde van het leven zelf, toch voorspelbaar'. Deze woorden van Hare Majesteit zijn nadien menigmaal herhaald en ze verdienen dat ook. Het gaat immers over u en mij. Wij die alles om ons heen gebruiken en misbruiken voor eigen lustbevrediging. Wij mensen, die door de Heere God als kroon over de schepping gesteld. Wij laten ons daar echter maar weinig aan gelegen liggen. Nee, het is erger. Wij misbruiken de Schepping om er zelf beter van te worden. De woorden van Koningin Beatrix laten ons zien wat we aan het doen zijn. En wat doen de Christenen?
Gaan zij, gaan wij anders met Gods schepping om?

Rachel Carson
In 1962 verscheen het boek 'Silent Spring' (Dode Lente), van de Amerikaanse biologe Rachel Carson. Een boek waarin zij de mensheid waarschuwde voor de verschrikkelijke gevolgen die het veel te nonchalante gebruik van bestrijdingsmiddelen heeft. Diverse vormen van kanker zouden daardoor veroorzaakt worden. Op de omslag waren als opdracht of ter overdenking deze regels opgenomen; 'vol liefde buigt de mens zich over de wieg van zijn kind… en laat tegelijk toe dat zijn voedsel wordt vergiftigd – hoe lang nog?' Rachel Carson werd bedolven onder een lawine van verontwaardiging en kritiek. Rachel Carson is allang overleden, maar haar gedocumenteerde pleidooi en oproep tot bezinning hebben uiteindelijk toch weerklank gevonden. De tijd heeft haar in het gelijk gesteld. De gevolgen worden steeds meer zichtbaar. Als we vandaag zouden stoppen met het gebruik van bestrijdingsmiddelen duurt het nog 120 jaar voordat het grondwater weer schoon is.
Kort daarna las ik op een affiche deze tekst: 'Als het ons economisch voordeel biedt zijn we zelfs in staat ons vruchtwater te bevuilen'.
Natuurlijk was dat een tekst van de een of andere milieufanaat. Dat gold niet voor mij. Al dat gedoe van die geitenwollensokkendragers kon mij gestolen worden. In de kerk zag je ze niet, dus kon het niet goed zijn. Intussen riep toen de wereld de kerk al ter verantwoording. Waar blijft de Christelijke invulling van het Bijbelse rentmeesterschap?
Het klassiek geworden werk van Rachel Carson en de eerder genoemde tekst hebben mij niet meer losgelaten. Zeker niet toen ik enkele jaren later het relaas las van ene Frank Graham die haarfijn uit de doeken deed hoe het met 'Dode Lente' was gegaan (sinds Dode Lente). Graham brengt daarin verslag uit hoe, over de gehele wereld zich de bewijzen opstapelden dat de voorspelde gevaren niet denkbeeldig waren, maar harde werkelijkheid.
Daarom, hoewel het misschien al veel te laat is, is het meer dan een christenplicht om aandacht te krijgen voor de geweldige milieucatastrofe waar wij allen deel aan hebben.

Wat zegt Gods Woord?
In de eerste twee hoofdstukken van het eerste bijbelboek wordt de schepping ons voor ogen gesteld. Vanuit het niets riep God de wereld in het aanzijn. De afzonderlijke scheppingsdaden worden telkens bezegeld met de woorden: 'En God zag dat het goed was'. Goed, dat is doelmatig, mooi, harmonisch.

De Heere God schiep de aarde met alles daar omheen om een leefbare situatie te creëren voor mens en dier. Zo goed zorgde de Heere God, dat Hij eerst de planten en het vruchtdragende gewas schiep, alvorens Hij de dieren maakte. Er was voedsel in overvloed. Toen schiep God de mens. Hij kwam in een wonderlijk schone omgeving te leven. De mens is het pronkstuk van de schepping. De mens werd dan ook geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Mozes vertelt daarover in Genesis 1. En de dichter van Psalm 8 (Koning David) komn haast woorden te kort om dat wonder te bezingen.
Uit het Woord weten we ook dat de schepping er is om God te loven en te eren. Om Zijn scheppingsmacht te bezingen en het uit te jubelen, zoals dat in Psalm 148 wordt gedaan: 'Dat zij de Naam des Heeren loven, want Hij gebood en ze waren geschapen'.
Het God loven vinden we ook terug in de samenvatting van de Tien geboden. Die luidt: 'gij zult de Heere uw God liefhebben met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw verstand, dit is het eerste en grote gebod en het tweede aan dit gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als u zelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten' (Math. 22 : 37-40). Het is God en de naaste loven en liefhebben in het meervoud. Gods geboden zijn ook ten leven. Ze zijn zuivere lucht waarin je samen met de dieren en de planten vrij kunt ademen. Niets is dan ook milieuvriendelijker dan de geboden van onze God, zegt Francis Shaefer.
Concreet: Wanneer we de schepping niet bewaren loven we God niet en hebben we onze naaste niet lief. Daarop voortbordurend mogen we wel eens heel diep nadenken als we zomaar stoffen in het milieu brengen, die gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Wij zondigen daarmee tegen Gods geboden. We kunnen ons dan in gemoede afvragen of een dergelijk handelen niet op gespannen voet staat met het zesde gebod, namelijk 'Gij zult niet doodslaan?' Realiseren we ons eigenlijk wel hoeveel liter drinkwater vergiftigd wordt door achteloos weggegooide verlopen olie of een restant verfverdunner? Een druppel olie vervuilt 1000 liter drinkwater!

C. v. d. Louw, Assen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hoe gaan christenen om met Gods Schepping

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's