Globaal bekeken
In Protestants Nederland stood onder de titel 'Vergelijking van Christus en de paus' een gedicht van Hieronymus Sweerts (1629-1696) over 'Christus en de paus':
De Heer hier op een Ezel rijdt,
De Knecht te Paart, vol kostelykheyt.
De Heer die draagt een Doorne-kroon,
De Knecht een Goudene zeer schoon.
De Heer was arm op dezer aardt,
De Knecht veel geit en goet vergaart.
De Heer had niets waar 't hooft op rust,
De Knecht die draagt men naar 't hem lust.
De Heer wiesch sijner knechten voet,
De Knecht sijn voet men kussen moet.
De Heer die droeg hier schand' en spot.
De Knecht die eert men als een Godt,
De Heer die gaf gena om niet.
De Knecht men die verkopen ziet.
Wel merkt hier uit hoe Knecht en Heer
Verscheelt in leven en in Leer.
En zegt eens zonder arg of list,
wie is de rechte Tegen-Christ.
'Duurste boek te zien in Wolfenbüttel', zo luidt de kop van een bericht in Hervormd Nederland.
'Het duurste boek ter wereld, het twaalfde-eeuwse Evangeliarium van Hendrik de Leeuw, heeft zijn bestemming gekregen in de Herzog-August-bibliotheek in Wolfenbüttel in de Duitse deelstaat Nedersaksen. Nedersaksen, Beieren en de stichting Pruisisch cultuurbezit betaalden in 1983 op een Londense veiling 32 miljoen mark voor dit evangelieboek.
In de Herzog-August-bibliotheek moesten speciale stalen kluizen worden aangebracht. Tot de voorzorgsmaatregelen behoort ook dat wetenschappelijke onderzoekers het boek slechts mogen inzien onder voortdurend toezicht.
Tot half juli van dit jaar is er in de Wolfenbüttelse bibliotheek een tentoonstelling van bijzondere theologische en historische handschriften. Vanwege zijn kwetsbaarheid kan het Evangeliarium van Hendrik de Leeuw daar slechts zes weken worden bezichtigd.'
Op D.V. 23 mei a.s. hoopt in Utrecht te promoveren de heer L H. Postma, van 1958 leraar geschiedenis en maatschappijleer aan de P.A. 'Felua' te Ede. De promotiestudie handelt over 'J. P. Hasebroek (1812-1896)'. Promotor is prof. dr. O. J. de Jong. Proficiat voor de a.s. doctor. Van de stellingen bij het proefschrift noemen we:
• Het Reveil in de 19e eeuw in Nederland maakte ernst met eigen heil, èn met de nood die op hun weg werd gebracht in kerk en maatschappij.
• De stelling dat de geschiedenis zich herhaalt is aanvechtbaar. Wel blijkt dat sommige opvattingen van de Groninger theologie uit de 19e eeuw in deze eeuw als een fonkelnieuwe gedachte naar voren wordt gebracht. Zoals onder anderen bij H. Wiersinga. De Verzoening in de theologische discussie. Kampen 1971.
• Ph. J. Hoedemakers uitspraak tegenover A. F. de Savomin Lohman is nog actueel: "Niet wij misschien, maar de vertegenwoordigers van de beginselen die gij en ik belijden, spreken elkander hierover nader, als wij ter ruste zijn, over 20, 50, 100 jaar, indien het strijden nog zo lang moet duren" (citaat bij G. Ph. Scheers, Ph. J. Hoedemaker, Wageningen 1939, pag., 217).
• Verwaarlozing van de dogmatiek kan leiden tot scheve Evangelieverkondiging.
• Moralisme is voor de prediking even schadelijk als intellectualisme.
• Voor allen die werken in het onderwijs, onverschillig in welke sector of geleding, zou een periode met zo weinig mogelijk vergaderingen heilzaam zijn.
• De materiële winst verkregen door fusies en concentraties bij het hoger beroepsonderwijs weegt niet op tegen het immateriële verlies: het gevaar van veel te weinig aandacht voor elkaar van docenten en studenten.
• De bestaande democratische verhoudingen in Nederland worden beschadigd door nivellering en devaluering van normen: De vrijheid dreigt te worden vervangen door losbandigheid.
• Economische prognoses zijn even wisselvallig en onzeker als het Nederlandse klimaat.
Het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme gaf een boekje uit onder de titel 'Gesprekken met Kuyper', dit aan de hand van aantekeningen van A. W. F. Idenburg over gesprekken met Kuyper in 1920. (In 1985 verscheen de Briefwisseling Kuyper-ldenburg). Hier volgen de twee laatste stukjes, over de dag vóór Kuypers sterfdag en over de sterfdag:
Zondag, 7 november 1920
"s Voormiddags werd mij getelefoneerd dat het zeer min met hem was. Vóór kerktijd bezocht ik hem en vond hem inderdaad zeer min. Hij reageerde eigenlijk niet meer. Later na een extra injectie en na wat rust kwam het bewustzijn bij. Ik heb hem nogmaals gedankt voor alles wat hij door Gods gunst voor ons volk had mogen doen; hij glimlachte. Daarna heb ik hem gezegd: Met Christus te zijn is verreweg het beste. 1) Hij knikte ja. 'k Heb hem toen de hand gedrukt.
's Avonds nadat ik reeds terug was van mijn middagbezoek werd mij getelefoneerd dat hij naar mij gevraagd had. Hij had al de kinderen gegroet en toen naar mij gevraagd. Elise 2) en ik zijn dadelijk per auto gegaan. Ik heb hem op 't voorhoofd gekust en hij mij ook. Een poos hield ik de hand vast. Op verzoek der kinderen een kort gebed. Jo vroeg of het toen goed was en hij antwoordde bevestigend, daarna: Kan meneer Idenburg nu gaan? Antwoord ja.'
1) Filippenzen 1 : 23.
2) Idenburgs echtgenote, Maria Elisabeth Idenburg-Duetz, 1862-1939.
Maandag, 8 november 1920
'Te 3 uur telefoneerde Jo dat de toestand min werd, maar dat dr. Kuyper duidelijk en herhaaldelijk naar mij had gevraagd (d.w.z. hij keek naar de deur en Jo vroeg: moet er iemand komen? Hij knikte dan bevestigend. Dan vroeg Jo: moet meneer Idenburg komen; dan knikte hij weer). 's Ochtends had de zuster ons al getelefoneerd dat de toestand achteruitgaand was: zóó zwak dat ze hem haast niet durfde verbedden. Ik begaf mij na Jo's telefoon onmiddellijk naar de ziekenkamer. Hij was niet meer present. Op Jo's geroep reageerde hij zeer zwak. Weldra verviel hij in wat een slaap leek. Hij kon het slijm bijna niet meer verwijderen. Tegen 4 uur begon de hand koel te worden. Te 5 uur was de pols niet meer te voelen en kwamen de kinderen in de kamer. Grotendeels bleef ik daar ook. Tegen half 7 (of 6 uur) blies hij zeer zacht en kalm den laatsten adem uit.
Hij ontsliep zooals hij geleefd had, als voorbeeld van christelijke geloofsverzekerdheid. Hij leefde met God en stierf met God. Het sterven was hem gewin; ontbonden en met Christus te zijn was hem verre het beste. Zijn gedachtenis blijft onder ons in dankbaar gedenken en moedig strijden voortleven, tot eere Gods.
Op verzoek van Bram Kuyper 1) (Herman 2) was er niet) las ik in de sterfkamer 2 Corinthe 5 : 1-10 en deed nog een kort gebed.'
1) Kuypers derde zoon Abraham Kuyper jr., 1872-1941, predikant te Makkum, 1899-1906, Vlissingen, 1906-1910, en Rotterdam, 1910-1939.
2) Kuypers oudste zoon Herman Huber Kuyper, 1864-1945, predikant te Baarn, 1891-1896, en Leeuwarden, 1896-1899, hoogleraar in de kerkgeschiedenis en het kerkrecht aan de Vrije Universiteit, 1899-1936, hoofdredacteur van De Heraut, 1920-1945.
Ik ontving een flink aantal reacties op mijn artikel i.v.m. Hemelvaart 'Menselijke overmoed en goddelijk erbarmen'. Mijn dank aan allen, die reageerden. Ik vermeld hier tevens als correctie dat Psalm 4 moest zijn Psalm 2 en Deuteronomium 31, Deuteronomium 30. Prof. dr. M. Looijen te Monster attendeerde mij n.a.v. het vermelde over de torenbouw van Babel op één van de stellingen bij zijn vorig jaar verdedigde proefschrift 'Management en organisatie van automatiseringsmiddelen':
'Internationale standaardisaties op het gebied van programmeertalen, besturingssystemen en datacommunicatie zullen de communicatiestoornissen, zoals reeds aanwezig tijdens de torenbouw van Babel, niet ongedaan maken.
Lit.: Genesis.'
En passant ook de volgende stelling:
'Informatica heeft toekomst, echter nauwelijks verleden.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's