De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Over mens en milieu (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Over mens en milieu (2)

Hoe gaan christenen om met Gods Schepping

7 minuten leestijd

Het milieu vandaag
Volgens de nieuwste versie van Van Dale (uitgave 1986) wordt onder het milieu verstaan: 'Het geheel der uitwendige omstandigheden die van invloed zijn op het welzijn van de bevolking in het algemeen, zoals de toestand van de atmosfeer, van het water "overheersende geluiden, enz.". En met milieubederf wordt bedoeld: "een algemene benaming voor de verschijnselen van water- en luchtverontreiniging, lawaaihinder enz., die de bewoonbaarheid van een streek schaden". Opvallend in deze omschrijving is dat het begrip bodemverontreiniging ontbreekt. Zo snel gaan de ontwikkelingen.

Bodemverontreiniging
De ontdekking van de verontreinigingen onder een woonwijk in Lekkerkerk bleek slechts het topje van een ijsberg. Het was eigenlijk het eerste grote milieuschandaal dat in de openbaarheid kwam. Koortsachtig overleg en een nog matig ontwikkeld beleid op dit gebied leidde ertoe dat de verontreiniging werd verwijderd. We hebben dat via de media mee kunnen maken. Maar zoals u weet van een ijsberg steekt slechts een topje boven water uit.
Welnu, datzelfde doet zich voor bij de ontdekking van verontreinigde lokaties. Na Lekkerkerk volgde de Merwedepolder in Dordrecht, het EMK-terrein in Krimpen aan de IJssel, met als eerste klap op de vuurpeil de Volgermeerpolder, die jarenlang als vuilstortplaats dienst deed.
De regering probeerde onder leiding van de toenmalige minister Ginjaar een regelgeving tot stand te brengen. Provincialeen gemeentelijke overheden werden gevraagd een inventarisatie samen te stellen van verontreinigde lokaties binnen hun territoir. Dat leverde in enkele jaren tijd een lijst op met circa 4000 gevallen, die gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid of het milieu. Deze lijst is inmiddels uitgebreid en telt nu (1989) ruim 6000 objecten, die op korte of langere termijn gesaneerd moeten worden.
Vaak betreft het objecten waar in het verleden onoordeelkundig of ondoordacht stoffen zijn gedumpt, zoals dat bijvoorbeeld onder enkele woonwijken in het westen van het land het geval is.
Wat voor stoffen er allemaal in dat afval voorkwamen wist eigenlijk niemand. Laat staan dat er al laboratoria waren die het scala van chemische stoffen goed konden analyseren. Door de overheid waren wel voorschriften opgesteld, maar die waren, zoals later bleek lang niet waterdicht (Hinderwet). Daardoor zijn veel verontreinigingen legaal ontstaan.
Om moeilijkheden in de toekomst te voorkomen is het met ingang van 1 januari 1987 verplicht om voor nieuwe woningbouwlokaties een vooronderzoek naar eventuele bodem- of grondwaterverontreiniging uit te voeren. Daarbij komen soms zeer 'verrassende vondsten' aan het licht. Het is een goede aanzet.

Afvalstromen
In onze consumptiemaatschappij wentelden wij ons in de welvaart. Zo zelfs dat daardoor gigantische afvalstromen ontstaan. Enkele cijfers om over na te denken:
Jaarlijks produceren wij met 14 miljoen Nederlanders:
– 5 miljoen ton huishoudelijk afval;
– 7,5 miljoen ton bouw- en sloopafval;
– 2 miljoen ton verpakkingsmateriaal;
– 0,7 miljoen ton grof huisvuil; (bankstellen/koelkasten);
– 170 miljoen liter smeerolie;
– 1.6 miljoen ton rioolslib;
– 500.000 autowrakken.
Als we al dat afval storten betekent dat een berg rommel van ruim 20 miljoen kubieke meter (voor de berekening ben ik uitgegaan van alles storten, met uitzondering van de motorolie). Om dat nog wat dichter bij te brengen: met 20 miljoen kubieke meter afval kun je 1000 hectare land 2 meter ophogen.

Gevolgen van het storten
Want met het storten van het afval zijn we er nog niet van af. Dan begint het pas. Ga maar na; er ligt een enorme bult rommel. Daar valt elk jaar gemiddeld 750 à 800 mm. neerslag op. Dat water moet ergens naar toe en loopt, als gevolg van de zwaartekracht, naar beneden. Beneden betekent dan: de grond in en vervolgens het grondwater of oppervlaktewater in!
Omdat onze vuilbergen veel milieuonvriendelijke stoffen bevatten, waarvan er velen op korte of lange termijn in oplossing gaan, ontstaat er een vuilwater en slibstroom die de gezondheid van mens en dier bedreigen. Een voorbeeld: per jaar gaan 250.000 tot 800.000 koelkasten en diepvriezers naar de stortplaatsen. In koelkasten en diepvriezers komen onder andere stoffen voor, die we chloorfluorkoolwaterstoffen (cfk's) noemen. Worden deze stoffen niet uit het koelsysteem verwijderd voordat de kasten naar de schroothoop gaan, dan komen deze cfk's in de kringloop terecht. En wat doen deze cfk's? Die zijn verantwoordelijk voor de aantasting van de ozonlaag. Die laag is als een beschermend schild door de Here God om de aarde gelegd om de mens te beschermen tegen al te sterke ultra-violettestraling. Bij te hoge doses UV-straling wordt de kans op huidkanker sterk vergroot. Bovendien wordt door te grote doses ook de groei van gewassen sterk geremd.
Niet alleen chloorfluorkoolwaterstoffen tasten de ozonlaag aan. Dat gebeurt ook door de drijfgassen die in spuitbussen worden gebruikt. Veel van die spuitbussen worden op de markt gebracht om daar de meest onzinnige dingen mee te verspuiten. Voorbeeld: allerlei cosmetische artikelen, verfsoorten, haarlakken enz.

Verontreinigd oppervlakte- en grondwater
De neerslag, waarover we het zojuist hadden komt uiteindelijk als een vervuilde waterstroom in het oppervlakte- of grondwater terecht. Wanneer we nu in bepaalde gebieden grondwater willen winnen voor de drinkwaterbereiding, dan zal het duidelijk zijn dat er op termijn problemen ontstaan of er al zijn. Herhaaldelijk kunen we daarover alarmerende berichten in de media tegenkomen. Door de overheid worden nu maatregelen voorgeschreven om alle vuilnis en afval samen te brengen op zogenaamde gecontroleerde stortplaatsen. Daarbij wordt het vervuilde water opgevangen en soms weer over de stort versproeid of via een zuiveringsinstallatie gereinigd. De bodem van dergelijke stortplaatsen wordt voorzien van een waterdichte folie, zodat vuil water uit het stort niet meer in contact kan komen met het grondwater.

Waterbodems
Water dat door afval stroomt neemt op die weg allerlei stoffen mee. Uiteindelijk komt bijna al dat water op de een of andere manier in het oppervlaktewater of het grondwater terecht.
In het oppervlaktewater worden door erosie ook bodemdeeltjes vanaf het land aangevoerd. Daardoor zullen rivieren, plassen, meren en vaarten geleidelijk aan verondiepen. Geregeld onderhoud is dan nodig om de aangroei van de onderwaterbodem te verwijderen. Vroeger vormde dat geen enkel probleem. Tegenwoordig moet eerst onderzocht worden wat de samenstelling van de baggerspecie is voordat bepaald kan worden waar het materiaal gebracht kan worden. In zeer veel gevallen blijkt namelijk dat er sprake is van een behoorlijke verontreiniging met stoffen die schadelijk zijn voor mens en milieu. Dat betekent dat bijvoorbeeld lozingen van industrieën en landbouwbedrijven, maar ook rioolwaterzuiveringen stoffen in het oppervlaktewater brengen die er voor zorgen, dat de bagger verontreinigd wordt.
Dan is Leiden in last. Waar kan dergelijk materiaal geborgen worden. Soms zijn zeer uitgebreide beschermende maatregelen nodig om de bagger op te slaan. Soms wordt besloten om maar helemaal niet te baggeren, want dan pas komen de problemen. Zo kunnen vervuilingen uit het verleden nog heel lang nawerken en volgende generaties voor grote financiële offers plaatsen.

Bestrijdingsmiddelen
Ruim 25 jaar na het verschijnen van het boek 'Dode lente' van Rachel Carson lijken we nog niets geleerd te hebben. Weliswaar is in Nederland een aantal uiterst gevaarlijke bestrijdingsmiddelen verboden, o.a.: dieldrin, aldrin en parathion. In derde wereldlanden worden jaarlijks nog duizenden tonnen van deze giftige stoffen gebruikt.
Andere giftige stoffen zijn eerst wel toegelaten voor gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel, om soms na jaren verboden te worden. Een recent voorbeeld daarvan is het onkruidbestrijdings- en loofdodend middel Dinoseb. Dat middel levert gevaar op voor de gezondheid van de gebruikers. Het middel wordt via de huid opgenomen, is daar acuut giftig en heeft negatieve gevolgen voor de vruchtbaarheid van de mens.
Alleen al in 1986 werd dit middel toegepast op 168.000 ha. aardappelen om vroegtijdig het loof dood te spuiten en op 28.000 ha. peulvruchten. In totaal werd in 1988 in Nederland 25 miljoen kg bestrijdingsmiddelen verbruikt.
Ook voor andere doeleinden worden er bij de teelt van gewassen of het onderhoud van groenvoorzieningen veel bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dat wordt in het algemeen gerechtvaardigd met een beroep op de economische noodzaak. We zien dus dat de leuze die in de inleiding werd aangehaald anno 1989 nog steeds opgeld doet. Want door het verbruik van gebruik van dit soort stoffen, wordt het grondwater verontreinigd. 'Want' zeggen de Verenigde Waterwinbedrijven (Vewin): 'De aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in grond- en oppervlaktewater dat bestemd is voor de produktie van drinkwater is geen locaal, maar een structureel en nationaal probleem'.

C. v. d. Louw, Assen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Over mens en milieu (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's