De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. G. Wisse als prediker (I)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. G. Wisse als prediker (I)

8 minuten leestijd

In een aantal artikelen willen we de komende weken nader ingaan op de figuur van prof. Gerard Wisse (1873-1957). Daar in vragen we in het bijzonder aandacht voor datgene in zijn persoon en zijn werk die hij in de eerste plaats was, namelijk prediker, dienaar van het goddelijke Woord, heraut van de hemel. Geheel zijn leven lang was Wisse er zich van bewust dat hij niet zelf die eer had aangenomen om het Evangelie van Gods genade te prediken, maar dat hij van God geroepen was. Aan het geroepen zijn van Godswege tot de dienst des Woords hechtte hij zeer: ooit schreef hij in dit verband: 'Liever één man van God geroepen en gezalfd dan tien die dit missen zouden'; en bij gelegenheid van zijn 55-jarig ambtsjubileum antwoordt hij op de vraag wat toch wel het geheim van zijn leven is: 'Ik ben er hartelijk van overtuigd dat ik geroepen ben, dat is het geheim, en dat is de motor. Dan zijn we wel onbekwaam, maar nooit onbevoegd. En… dat ik een boodschap heb, namelijk dat Christus Christus is.'
In dit eerste artikel volgen we Gerard Wisse op zijn weg naar het ambt. In een tweede aflevering bezien we zijn visie op zeg: preken in het algemeen. Dan hopen we in een derde en vierde artikel enkele typerende trekken van de prediking van Wisse te noemen, namelijk het theologische element en het eschatologische element. In een laatste aflevering maken we nog wat samenvattende en afrondende opmerkingen met betrekking tot Wisse als prediker.

De weg gesloten
Gerard Wisse werd geboren op 24 maart 1873 in Middelburg. Zijn ouders zijn beiden van eenvoudige stand en direct na het lager onderwijs krijgt hij, in plaats van de Latijnse School in zijn woonplaats te bezoeken, een plaats achter de toonbank in de winkel van zijn vader. Daar worden de jaren dan doorgebracht. In zijn 'Memoires' die hij enige jaren voor zijn dood schrijft, en waarin hij een terugblik geeft op zijn leven, beschrijft hij hoe in die tijd de Heere werkt in zijn hart en leven. Hij zegt daarin o.a. dat een kind dat ten leven verkoren is, reeds jong onder de bearbeiding des Geestes komt, en dat het 'hart van lieverlee wordt ingewonnen'. Dit laatste is bij hem zeker het geval. Reeds op 7-jarige leeftijd gaat hij naar de catechisatie, 'en', zo merkt hij op, 'het was mij meestal begeerlijk'. Als we vragen welke factoren, personen of omstandigheden door de Heere gebruikt zijn om de jonge Gerard voor eeuwig aan Hem en Zijn dienst te wijden, noemen we de volgende zaken: de prediking van ds. P. Keulemans die preekte in wat genoemd werd: het St. Pieterstraatkerkje en ten tweede het gezelschap van degenen die de Heere vrezen. Zo heeft hij, naar hij zegt, veel omgang gehad met twee intieme vriendinnen van zijn moeder, wat ook al niet naliet om een stempel op mijn ziel te zetten'. Voorts, en dat is heel belangrijk, noemen we het gebed van zijn ouders. Later vertelden ze hem dat ze hebben gebeden of de Heere 'hun als eersteling een jongen mocht schenken, en wel voor zijn dienst afgezonderd. Die bede is verhoord'.
Deze dingen blijven niet zonder vrucht. Als hij 10 jaar is, zoekt hij een plekje op zolder op, knielt daar neer, legt een hand op zijn voorhoofd, en roept dan uit: 'O Heere, hier hebt Gij het mij beloofd, toen ik gedoopt werd, dat Uw bloed, Heere Jezus, mij reinigt van alle zonden.' Op 1 jarige leeftijd is er een sterke begeerte om mede aan te zitten aan de Tafel des Heeren.
Hoewel we kunnen stellen, dat hij in die tijd tot God bekeerd werd, is het onjuist en niet volgens de visie die Wisse er zelf op heeft te zeggen dat hij niet meer bekeerd moest worden. Het is juist zo kenmerkend voor Wisse te spreken over de dagelijkse bekering. Wat die bekering tot God betreft, zegt hij zelf: 'Maar daar doen we feitelijk al ons leven lang over; de bede "Heere bekeer mij" zendt hij dan op net zo goed op zijn 80e jaar als in zijn prille jeugd.'
Wat de uiterlijke, maatschappelijke omstandigheden betreft, wijst er niets op dat Gerard Wisse de Heere ooit nog eens zal dienen in het ambt van dienaar des Woords. Geld om te studeren is er gewoon niet en zijn plaats is vooralsnog achter de toonbank.
Intussen zijn er wel kentekenen aan te wijzen dat hij bepaald aanleg, bekwaamheden, heeft voor het ambt en ook van een roeping van Godswege. Vooreerst heeft hij een grote leeshonger: hij leest graag in de oude schrijvers. Vervolgens is er in hem, hoewel nog onontwikkeld, de drang om te preken. Bij gelegenheid van zijn 40-jarig ambtsjubileum zegt hij: 'Onlangs vond ik een oud schrift, waarin ik als jongen van 14 jaar kleine preekjes geschreven had.' Zeven jaar eerder al 'speelde' de jonge Gerard op de zolder thuis al voor dominee, en 'in mijn eentje fantaseerde ik, dat ik op een echte kansel in de kerk stond en voorging.'
Ook de begeerte tot het Evangelisatiewerk wordt met de dag sterker; achter de toonbank van zijn vader doet hij trouw het werk dat hem opgedragen wordt, maar hij laat ook geen klant de deur uitgaan zonder ook op de geestelijke levensmiddelen te wijzen. Deze aanleg voor en ijver in de studie, zowel als het verlangen, de drang om het Evangelie te verkondigen, zijn volgens Wisse voorwaarden om straks in het ambt te dienen.
Als hij 17, 18 jaar is, wordt hij 'als verteerd door zielsbegeerte', maar als hij de 18 gepasseerd is, ziet hij nog steeds geen deur geopend om te studeren. Intussen doet dit geen afbreuk aan zijn geestelijke leven en dragen deze ervaringen juist bij aan zijn vorming voor het ambt. Met name ontvangt hij op die wijze de zo noodzakelijke oefeningen des geloofs, leert hij dus wat geloven eigenlijk is.
Later omschrijft hij het geloof gaarne als een daad, een activiteit van de ziel, een werkzaamheid waarin men het onmogelijke zelfs van God alleen verwacht die de dingen die niet zijn roept alsof ze waren. Met de dag wordt zijn geloof sterker dat de Heere getrouw is en het ook doen zal. 'En waar voorshands de weg gesloten scheen, om te kunnen gaan studeren, daar werd des te sterker het geloof in mij, dat nochtans de Heere het zou doen, en een weg zou openen.' Soms roept hij dan uit: 'O Heere, ik zie thans niet hoe ik zou kunnen gaan studeren, maar, omdat Gij mij geroepen hebt, zult Gij, als ware het door een wonder, die weg ontsluiten.'

De weg ontsloten
Die weg wordt ook ontsloten. En inderdaad door niet minder dan een wonder. Kort vermelden we nog hoe Gerard Wisse dan toch met de theologische studie kan beginnen en dat hij dus in zijn geloof niet beschaamd werd.
Op een dag in februari 1892 verneemt hij dat een bemiddelde Zeeuwse dame, woonachtig in Oostkapelle, omziet naar een Zeeuwse 'jongeling, om die te laten opleiden tot predikant'. Gerard ziet het als een vingerwijzing Gods en vervoegt zich bij deze dame. Hoewel ze aanvankelijk niets van zijn verzoek wil weten, wil ze toch wat nadere informatie en even later mag hij horen dat zij en haar dochter hem willen helpen met – zoals ze dan zegt – 'de weg ontsluiten'. Hij kan nu naar Kampen gaan om bij de bekende prof. Bavinck te studeren.
Later zegt Wisse van die ontmoeting in Oostkapelle: 'Al werd ik duizend jaren oud, deze bladzijde uit mijn leven is mij altijd een herinnering ook als aan een huis Gods, en een poort des hemels. O, lezers, in welke weg ge u ook bevindt, maar weet het, er is een God, die 't al bestiert, en die wonderen kan doen. Nooit kan het geloof te veel verwachten.'
Aan het slot van zijn opstel (als onderdeel van het z.g. admissie-examen), met als thema: 'Waarom wil ik dominee worden', schrijft de 19-jarige Gerardus Wisse: 'De liefde van Christus dringt mij.'
Terugziende op die weg naar het ambt, op die tijd van worstelingen, acht Wisse het geen verloren jaren: 'Ik heb veel en onderscheidene mensen in die tijd ontmoet, het maatschappelijke leven met zijn noden en zorgen van nabij leren kennen, leren meeleven in de sociale noden en aangelegenheden. Mijn sociaal gevoel is er zeer door gerijpt, een zekere vrijmoedigheid is gekweekt, de omgang met allerlei mensen maakt dat men het volksleven gaat kennen beter dan anders het geval zou zijn geweest. En' – zo stelt hij dan – 'dat is een grote factor voor een rechte Evangelieverkondiging.'

Joh. de Rijke, Stad aan 't Haringvliet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prof. G. Wisse als prediker (I)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's