Prof. G. Wisse als prediker (2)
In dit tweede artikel van een serie over enige facetten van de predikarbeid van G. Wisse, willen we nu een en ander mededelen over de visie van Wisse met betrekking tot vragen als: de roeping tot het predikambt; de inhoud van de prediking; vervolgens de vorm oftewel de voordracht van de preek. Tenslotte letten we erop wat volgens hem het geheim van een goede preek is, wanneer kan een preek goed worden genoemd?
De roeping: Wie behoort te prediken?
Volgens Wisse moet er bij de aanstaande dienaars des Woords sprake zijn van wat we samenvattend noemen: drang om te preken. Men moet zoiets als een hartelijke begeerte hebben om te prediken. Hij ziet het liefst dat zoveel mogelijk jonge mannen zich aanmelden, wetende dat de velden wit zijn.
Ooit schreef hij: 'We verhelen het niet, het ware te wensen, dat er nog velen zich aanmelden, echter op goede gronden'. Daar hecht hij veel aan, aan goede gronden. En wat zijn die goede gronden dan? Wat zijn de kenmerken van het van Godswege geroepen-zijn? Waarbij kan men het weten? Wat het krijgen van een waarheid of een tekst betreft, daar hecht hij geen waarde aan. 'Al dat zgn. krijgen van een waarheid en dan daaruit de roeping tot het ambt afleiden is al honderden malen gebleken van weinig waarde te zijn'.
Hij sluit zich dan liever bij de opvatting van Brakel aan, die stelde: De lust tot de prediking van het Evangelie, het medelijden met onze medereizigers naar de eeuwigheid, veel lust en liefde om de Schrift te onderzoeken en anderen aan te prijzen, Gods volk te willen opbouwen.
Met name slaat Wisse de eis van aanleg en begeerte tot studie zeer hoog aan: Men moet echt een studiehoofd zijn en studiezin hebben. 'Mensen, die menen dat ze geroepen zijn, en liefdedrang hebben, maar… boekenvrees hebben en de studie een last vinden, zij behoeven zich niet verder te pijnigen over de vraag of ze ook geroepen zijn. Absoluut en zeker dan niet!'
Tot zover wat de roeping betreft.
Inhoud: Wat te prediken?
Wat de inhoud van onze prediking betreft, die moet enerzijds wat Wisse gaarne pleegt te noemen, voorwerpelijk zijn. Met deze uitdrukking bedoelt hij het geopenbaarde Woord van God, oftewel de ons in de Heilige Schrift geopenbaarde heilsfeiten, afzonderlijk en in hun samenhang, waarvan het centrale feit is dat God God is. Het is Wisses hartelijke en vurige opzet de Drieënige God uit te stallen, in Zijn deugden, in Zijn eigenschappen, in Zijn openbaring aan ons, en te proclameren dat en hoe 'de eeuwige God zich heeft gegeven ten bate van een verloren zondaar'.
Met dit benadrukken van God Drieënig als de centrale inhoud der prediking, van Wie Hij is in Zichzelf en deed en doet voor ons, wilde hij waken tegen een prediking van de bevinding op zich, los van het Woord.
Prof. Wisse wilde studenten opleiden die, ja wel het geestelijke leven der gelovigen in hun prediking aan de orde stellen, maar 'nimmer bevinding an sich', die los van het Woord zou zijn, 'hetwelk soms', zo zei hij op één van zijn colleges in de predikkunde, 'onder de naam van zwaar Gereformeerd kan verschijnen', waarbij hij eraan toevoegde: 'Dikwijls bij vrije clubjes te vinden, en daar niet alleen'.
Enerzijds dus strikt voorwerpelijk, dat is: een prediking gericht op en geput uit het geopenbaarde Woord Gods, dat is de Schrift; anderzijds benadrukte Wisse juist het onderwerpelijke karakter, oftewel het bevindelijke element in de prediking. De preek moet ook geestelijk-praktisch zijn; het is niet waar dat die prediking bijbels zou zijn die (slechts) de heilsfeiten memoreert. Wisse weet dat God ook werkt in de harten van mensen. En dat het werk van de Drieënige God in de harten en levens vruchten laat zien. Zo kunnen en mogen en moeten er ook kenmerken genoemd worden. Wisse was een sterk voorstander van de zgn. kenmerken-prediking. Maar dan moet meteen gezegd worden: niet om de kenmerken op zich, en ook niet elke zondag dezelfde serie.
Die kenmerken dienen naar Gods Woord te zijn en 'uit de tekst van dat moment en in die dienst geput te worden'. De noodzaak van het prediken van kenmerk is o.a. hierin gelegen dat dan juist het werk van God Drieënig, wat Hij doet en hoe Hij 't doet, ook in ons, tot z'n recht komt!
Het is waar, stelt Wisse: Christus is onze enige grond (het voorwerpelijke!), maar… we moeten anderzijds toch wel horen hoe die grond nu onze grond wordt.
Intussen heeft hij scherp oog voor wat het eigenlijke, en meest zuivere kenmerk kan worden genoemd: de daad of werkzaamheid van het geloof in al z'n variaties en geledingen. 'Dat kenmerkt Gods kinderen allen, dat ze geloven, het geloof deelachtig zijn'. Daarom moet dit centrale kenmerk 'klaar en helder worden gepredikt'. 'Het geloof moet uitgestald als een geoorloofde, noodzakelijke en beminnelijke manier om met Christus en in Hem met God in gemeenschap te komen'.
In dit bestek tot zover over de inhoud van het gepredikte Woord.
Letten we nog op:
De vorm: Hoe moet er gepreekt worden?
Nu zij dus een en ander gezegd over kwesties als vorm en voordracht c.q. overdracht van het Woord. We spitsen het toe op ten eerste: de voorbereiding en overdracht; ten tweede: beantwoorden we de vraag wat volgens Wisse het geheim is van een goede preek.
Wat de voorbereiding voor het werk op de kansel betreft, weliswaar wil Wisse een en ander opgeschreven zien, maar dat mag niet ten koste gaan van het nadenken over of het doordenken van de stof van een bepaalde preek. Dit zgn. meditatieve element (fase) acht Wisse wezenlijk in de voorbereidende arbeid.
Overigens had hij een uitgesproken hekel aan het papier, zeker aan het papier op de kansel. Iemand zei van hem: 'Wisse kon geen preek van tevoren op papier zetten, al overdacht en doordacht hij hem veel. Ook technisch gezien had Wisse moeite met de werkzaamheid van het schrijven, dat lag hem niet. Niet het lezen, maar het spreken behoort volgens hem bij de aard van de prediking als verkondiging van het Woord. Maar dit spreken brengt ook met zich mee: contact met de hoorder, en daar was Wisse veel aan gelegen; immers hij die leest ziet de hoorder niet, maar hij die spreekt wel. 'Bij de redenaar behoort alles te spreken, vooral zijn oog. Men zie zijn hoorders aan, niet stijf op één punt, dat geeft contact. Het zielscontact onder het spreken tussen spreker en gehoor komt voor geen gering deel middellijk tot stand door het oog'.
Een goede preek
Wanneer is nu volgens Wisse een preek geslaagd? De vraag kan ook luiden: waarom is er zoveel verschil tussen de ene of de andere preek? Ja, waarom boeit de ene preek wel? En de andere niet? Hiervoor voert Wisse het begrip van de zalving in; de zalving, zo stelt hij, maakt de dienaar echt, en zijn preken goed, ja tot Woord van de levende God Zelf!
Wat is die zalving echter niet?
Wat het geheim van de goede preek betreft, die zalving bestaat niet daarin dat de exegese juist is. Ze wordt niet bereikt door uit een handboek allerlei regels te lezen en in te prenten. Wisse benadrukt dat deze zalving ook niet gelegen is – 'gelijk sommigen meenden' – in 'een soort termende galming, of een gestalte met scheef hoofd. draaiende ogen, etc; ook niet gemaakt wenen, of vreemdsoortig gewichtig doen'. Ligt het geheim in de bekering van de dominee? Zijn z'n preken dan altijd boeiend? Nee, ook dat niet: 'Want, och', zo merkt hij ergens op: 'men kan wel een bekeerd prediker zijn, en soms toch zonder zalving gepreekt hebben'.
Nee, ze is meer, ze is anders. Laten we horen wat hij er – positief – van zegt: 'De zalving naar haar speciaal karakter is, dat de Heilige Geest de prediker persoonlijk stelt in een diep doorvoeld contact met zijn Zender, in inwendige zielsgebondenheid aan Hem en aan de lastbrief van Hem. Waardoor de prediker in zulk een geestelijke gesteldheid staat, dat hij gevoelt: niet ik, maar de Heere spreekt door mij. Waardoor hij al die zaken, welke hij voortbrengt nu ook uitspreekt met een geestelijke intentie en doorvoeling; waardoor de gemeente als het ware gevoelt: hier is God aan het Woord door Zijn knecht'.
En deze zalving, dit gezalfd-zijn, strekt zich niet slechts uit tot de inhoud van de preek (wat we zouden kunnen menen), maar trekt ook door tot in de taal en de stijl, ja, de gehele voordracht van de preek. 'Zelfs zal de woordenkeus, ja ook de voordracht en de klank van de stem, de invloed ervan ervaren'.
We begrijpen het nu wel: het geheim van een goede preek is, dat de prediker met niemand minder dan met de eeuwige God in contact staat, in bijbelse termen gevat: in Gods raad heeft gestaan.
De preek is dan goed en de dienst geslaagd, want, zoals Wisse zei: 'De bedienaar die deze zalving heeft, zijn preken zullen goed zijn, want: hij staat dan onder een geopende hemel in eeuwigheidslicht'.
Joh. de Rijke, Stad aan 't Haringvliet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1989
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1989
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's