Hoe woont u?
Genesis 26 vers 7 t/m 11
Van de aartsvader Izak lezen we, hoe hij woonde: 'Alzo woonde Izak te Gerar'. Voelde hij zich daar thuis? Nee, want de Godvrezende man moest daar wonen in het land van de van de Filistijnen. En toch was het daar 'goed' wonen! Want de Heere had gesproken: 'Woon als vreemdeling in dat land en Ik zal met u zijn en zal u zegenen'. De Heere had hem deze plaats aangewezen en de belofte van Zijn zegen gegeven. Daarbij mogen we denken aan alles, wat de Heere aan Abraham reeds beloofde: 'Want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven…' Maar ook aan deze belofte: 'En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels…' Als ook de belofte, dat al de volken der aarde in het zaad van Izak gezegend zouden worden, de belofte van de Christus uit dit geslacht. Izak heeft deze belofte in het geloof omhelsd. Zo'n leven is niet eenvoudig. Wij willen de dingen zien. Maar het geloof is uit het gehoor. Toch heeft Izak zijn hart aan de Heere mogen overgeven. Maar ook is zijn geloof op de proef gesteld: 'En als de mannen van Gerar hem vraagden van zijn huisvrouw, zeide hij: Zij is mijn zuster; want hij vreesde te zeggen, mijn huisvrouw; opdat mij misschien, zeide hij, de mannen dezer plaats niet doden, om Rebekka; want zij was schoon van aangezicht'. Iets dergelijks lezen we ook van Abraham tot twee maal toe. Het is onbegrijpelijk, hoe Izak nu in dezelfde zonde van zijn vader kan vallen. Nog onbegrijpelijker is het, wanneer wij zien, hoe Izak nog even tevoren zich helemaal op de Heere en Zijn Woord heeft verlaten. Slechts een enkele vraag naar Rebekka doet hem reeds vallen. Wat is een mens? De apostel zegt: 'Want wij weten, dat de Wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk verkocht onder de zonde'. Mocht Izak dan niet van de bescherming van de Heere weten? Ongetwijfeld! Heel zijn wonen daar is er een getuigenis van. Maar hier openbaart zich de zwakte van het vlees. Zelfs het waarschuwend voorbeeld verhindert hem niet. Als een blinde volgt hij hier de ingeving van zijn hart. Hetzelfde zien we later bij de discipel Petrus, wanneer deze wandelt het water. Wij staan verwonderd over zijn geloof! Maar even later wankelt hij en zinkt hij weg. De uitersten raken elkaar. Wij moeten in het geloofsleven grote voorzichtigheid betrachten. De zonde sluipt stil aan binnen. Zo is het ook Izak vergaan, het voorbeeld van zijn vader ten spijt. Of moeten we het nog anders verstaan? Verloochent hij hier zijn afkomst niet? Treedt hier aan de dag, van wie hij er een is? Een zoon van Abraham, de vader aller gelovigen. Maar óók een kind van de gevallen mens Abraham! Die temidden van de afgoden leefde in Ur der Chaldeeën. In wiens leven niets veranderd zou zijn, wanneer de Heere hem niet geroepen had. Het leven van deze aartsvaders toont ons vele waarschuwende voorbeelden!
Abimelech, de koning van de Filistijnen kijkt door het raam van zijn paleis: '– en hij zag, dat, ziet, Izak was jokkende met Rebekka zijn huisvrouw'. Al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt hem wel. Die twee gaan daar met elkaar om, zoals als man en vrouw. 'Toen riep Abimelech Izak en zeide: Voorwaar, zie, zij is uw huisvrouw! Hoe hebt gij dan gezegd: Zij is mijn zuster? En Izak zeide tot hem: Want ik zeide: Dat ik niet misschien om harentwil sterve'. Maar Abimelech de koning is zeer verontwaardigd: 'Wat is dit, dat gij ons gedaan hebt? Lichtelijk had een van dit volk bij uw huisvrouw gelegen, zodat gij een schuld over ons zoudt gebracht hebben!' Abimelech leest Izak de les. Hoog blijkt de eerbaarheid van het huwelijk hier geschreven te staan in het vaandel van de Filistijn, hoger dan deze stond in het vaandel van de aartsvader! De aartsvader wordt door deze heiden beschaamd gesteld! De gelovige man moet door een 'buiten-kerkelijke' koning terecht gewezen worden. Hoe Abimelech hanteert een hogere standaard voor het huwelijksleven, dan Izak! Niet alle Filistijnen blijken te zijn, zoals Izak had gedacht. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Zelf blijkt hij nu de man te zijn, die dingen bedenkt en doet, waardoor zijn huwelijk gevaar liep en de eer van Sara gekrenkt dreigde te worden en waardoor hij bovendien anderen had kunnen laten zondigen! Dit waarschuwende voorbeeld mag ons wel aanspreken. Wij hebben over het algemeen geen hoge dunk van de huwelijksmoraal in deze tijd… Wij zien veel, wat niet door de beugel kan. Samenwonen, buitenechtelijke relaties, ontrouw, overspel. We zeggen dan: 'Alles kan en mag tegenwoordig!' Daarbij scheren wij gewoonlijk ook allen over één kam. Daarmee doen wij ondertussen velen onrecht. Wij oordelen, die wellicht minder te oordelen zijn dan wijzelf! Hoe is onze moraal? Hoe gaan wij in de beslotenheid van ons huwelijk met elkaar om? Hebben wij elkaar daarin lief, zoals Christus Zijn Gemeente heeft liefgehad? Wij moeten in het licht van wat Paulus in Efese 4 schrijft af ook in ons huwelijksleven navolgers van God zijn. Gelijk ook Christus ons heeft liefgehad.
En ook: 'Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan de Heere; want de man is het hoofd der vrouw, gelijk ook Christus het Hoofd der Gemeente is…'
Even als: 'Gij mannen hebt uw eigen vrouwen lief, gelijk ook Christus de Gemeente liefgehad heeft, en Zichzelven voor haar heeft overgegeven'. Zijn liefde bracht Hem er toe Zichzelf voor Zijn Gemeente over te geven in de dood. Hoe anders is dat bij de aartsvader Izak: Hij heeft zijn vrouw er voor over! Hij heeft zichzelf het liefst. Wat is hier dat liefdespel, dat Abimelech van hem ziet, nog waard? Welke diepgang heeft onze omgang met elkaar? Onze liefde houdt op, waar onze belangen risico's lopen! Wanneer wij onszelf moeten verloochenen. Wij willen ontvangen, maar niet geven! Wij leveren niets in. Ontspringen op dit punt niet vele echtelijke onenigheden? Izak gaat bij zichzelf te rade! En stelt daarbij zijn belang boven dat van zijn huisvrouw! Alles cirkelt om mijn eigen ik. Gebeurt het in vele huwelijken niet ook zo? Eerst mijn belang, dan van mijn vrouw of man… De ander moet zich maar aanpassen! Rebekka moet zich maar aanpassen in deze voor haar weinig verkwikkelijke situatie! Zij moest het zich dan maar laten welgevallen, wanneer eens een Filistijn wat al te vrijmoedig met haar werd. Egoïsme ten top! En het ergste: De aartsvader zinkt zo zelfs beneden het niveau van de moraal, die een heidense vorst er op na houdt. Wat zegt de apostel? 'Daarom zijt gij niet te verontschuldigen, o mens, wie gij zijt, die anderen oordeelt; want, waarin gij een ander oordeelt, vervoordeelt gij uzelf; want gij, die anderen oordeelt, doet dezelfde dingen.' Dit alles wordt ons beschreven, niet om er een stil vermaak in te hebben, maar tot opdat wij onszelf diepgaand onderzoeken. Het zou ook ons kunnen overkomen, dat velen sommigen buiten het kerkelijk erf in grotere eerbied met elkaar omgaan in het huwelijk dan wij. Laat niemand zich boven de aartsvader stellen. Abimelech, de Filistijn treedt hier op als de beschermheer van het huwelijk en niet de gelovige Izak! Want hij gebiedt het ganse volk, zeggende: 'Zo wie deze man of zijn huisvrouw aanroert, zal voorzeker gedood worden!' Zo gaat de wereld soms de kerk nog voor…Wie had het kunnen denken? Izak tevoren zeker niet! Hij achtte zich hier in Gerar op gevaarlijk terrein. Hij zag in de Filistijnen slechts losbandige lieden. En nu dit! Blind voor zichzelf handelde hij in deze zaak. De oorzaak? Dat hij zichzelf en zijn huwelijk niet stelde onder de hoede Gods! Dat hij niet beseft, wat het huwelijksformulier ons leert: Dat God de getrouwden altijd en in alle dingen van het leven wil bijstaan. Het gaat fout, wanneer wij menen de hoede van de Here in huwelijk en gezin wel te kunnen missen. Wij konden dan wel eens diep wegzinken, ja zonder dat dit voor het oog der mensen openbaar kwam! Want het heeft lang geduurd, voordat het bedrog aan de dag kwam. Maar God openbaart het. Hij confronteert Izak diens ongeloof in deze zaak! Wie meent te staan zie toe, dat hij niet valle! Izak mocht wonderlijk Gods beloften vertrouwen. Zijn geloofsleven verwondert en verblijdt ons. Maar inzake het gewone dagelijks leven – want wat is dagelijkser dan ons huwelijksleven? – faalt hij! Maar de Heere bewaakt óók het huwelijk van Izak. Zelfs wanneer hij daar zelf slordig mee omspringt. Wat moeten wij zeggen?
''s Heeren goedheid kent geen palen;
God is recht, dus zal Hij door
Onderwijzing hen, die dwalen,
Brengen in het rechte spoor.'
R. A. Grisnigt, Bennekom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's