De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar aanleiding van 'Een vaste Burcht'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar aanleiding van 'Een vaste Burcht'

Dankwoord drs. K. Exalto

7 minuten leestijd

Als ik op dit ogenblik mijn gevoelens moet vertolken, dan moet ik het hebben over dankbaarheid en verslagenheid.
Ik ben er verlegen onder, dat zoveel mensen zich voor mij hebben ingespannen, dat zij hierheen gekomen zijn, dat er zovelen de moeite hebben willen nemen om een bijdrage aan deze bundel te leveren, dat er zovelen zijn die dit hebben willen organiseren en ten uitvoer hebben willen brengen. Ik dank u allen, en in zonderheid de heer Van der Graaf, want ik begrijp dat er heel wat gegaan is over de tafel van het Bondsbureau. Het is de leden van het HB van de GB wel bekend dat ik dit niet gezocht heb, dat ik het zelfs heb afgewezen. Ik heb steeds gezegd: een feestbundel hoort thuis in de academische wereld! Zo goed als allen, die in de academische wereld werkzaam zijn, krijgen zo iets. En dat is goed! Ik ben maar een gewone dorpsdominee. Deze schoenen zijn voor mij te groot, en dat pak zit mij te ruim. Wil men mij zoiets aanbieden, laat men het dan ook alle dominees doen.
In een van de gemeenten waarin ik predikant ben geweest, was een vrouwtje dat boodschappen ging doen in 's-Hertogenbosch. Het was net de tijd van carnaval, maar wat wist zij van carnaval… Lopend op een van de straten van Den Bosch kwam zij een joelende en hossende troep jongelui tegen, brooddronken. Ineens pakten die jongelui haar op en namen haar al joelend en hossend in hun midden, en namen haar mee. Zij riep: Neen, neen, ik wil niet, ik wil niet! Maar er was geen verweer mogelijk. Enigszins heb ik mij vanmorgen zo gevoeld toen mijn vrouw en mijn kinderen mij meenamen, naar dit… gereformeerde festival. Nu ik enigsinds heb kennis genomen van de inhoud van het boek en wie er aan mee hebben gewerkt ben ik enigsinds met de gedachte verzoend.


Plicht ten dankbaarheid
Erg gewillig ben ik dus niet. Ik schaam mij iets in ontvangst te nemen wat bij mij niet thuishoort. Ik ben ook bang dat het verwachtingen wekt waaraan ik niet voldoen kan. Maar ik sta voor een voldongen feit.
En bovendien: Er is de plicht der dankbaarheid. Ik zie hetgeen mij vanmorgen overkomt als stof voor een goede oefening in de dankbaarheid. Van Kohlbrugge is de uitspraak, dat er op de aarde geen dankbaarder schepsel is dan een hond. Welnu, ik mag bij de hond van Kohlbrugge niet te ver achterblijven. Hem inhalen zal ik wel nooit, hem voorbij streven helemaal niet. Ik meen dat zelfs Kohlbrugge nooit zijn eigen hond heeft kunnen inhalen.
Ik heb overwogen, dat ik eigenlijk op verschillende manieren op hetgeen mij vanmogen is overkomen, zou kunnen reageren.
Ik zou het kunnen doen op de manier van de woestijnvaders, uit de 4e en 5e eeuw van onze jaartelling. Zij woonden in eenzame streken in Syrië of Egypte. Zij hadden ook bepaalde regels waarnaar zij leefden. Als iemand, een vreemdeling, van buitenaf hen kwam bezoeken en één van die woestijnvaders begon aan te spreken, en hem allerlei loffelijke woorden toevoegde, dan stond die woestijnvader op – dat schreef de Regel voor – en dan spuwde hij op de grond en dan zei hij: Man, sta niet zo te schelden! Of hij dat ook meende… Het hart van de mens is bedrieglijk, ook mijn hart en daarom zeg ik maar liever heel gewoon: Van harte bedankt!
Ik wil aan mijn dankbaarheid evenwel één restrictie toevoegen. Dirk Molenaar, predikant in Den Haag in de vorige eeuw, was een lastige dominee. Hij protesteerde tegen de dubbelzinnige proponentsformule en haalde daarmee heel wat kritiek op zijn hals. Toen gaf men hem een ridderorde (heb ik ook gekregen) en men ging hem veel eer bewijzen. Sindsdien was Molenaar mak. Ik hoop dat de broeders niet denken dat ik nu ook mak word. Ik ben me bewust hoe gevaarlijk het is om geëerd te worden. Toen de Schotse hervormer John Knox op zijn sterfbed lag, leed hij een zware aanvechting. Satan wees hem onophoudelijk op zijn prestaties. Je hebt dit gepresteerd en je hebt dat gepresteerd. Toen liet Knox zich preken van Calvijn voorlezen, en hij was eruit. Ook ik beschouw de werken van Calvijn als een goed geneesmiddel tegen alle hoogmoed en eerzucht.
In ieder geval één preek van Calvijn helpt in de strijd met de duivel – daarvan ben ik overtuigd –, meer dan wat Billy Sunday placht te doen. Hij was een beroemd evangelist, in de vorige eeuw in Amerika. Hij trok niet alleen hoorders maar ook toeschouwers. Als hij preekte over de strijd tegen de duivel, dan trok hij zijn jasje uit, rukte zijn stropdas af en stroopte zijn mouwen op. Dan sprong hij op de stoel, van de stoel, naast de stoel, achter de stoel en voor de stoel; en dan weer van voren af aan. Uit veiligheidsoverwegingen had men op het grote podium een zwaar tapijt gelegd. Men was bang dat hij een arm of een been of zelfs zijn nek zou breken. Kijk, zó evangelisch ben ik niet! Maar ik heb ook nooit, zoals hij, 22.000 mensen in één dienst bij elkaar gehad. U begrijpt: zij waren niet alleen hóórders.
Ik houd het meer bij Calvijn en bij Luther. Mijn liefde voor Luther is geen geheim.
Het heeft mij altijd in hoge mate verwonderd dat ik daar nooit op aangevallen ben. Er zijn heus wel enige punten waarop ik wèl aangevallen ben, hetzij van rechts of van links. Maar op mijn liefde voor Luther nooit. Door niemand. Merkwaardig ook niet in de meest kritische kerkelijke bladen (voor deze ene keer zal ik geen namen noemen). Ik herhaal: niemand is er mij ooit op aangevallen, nooit! Wèl een bewijs hoe hervormd, gereformeerd, christelijk-gereformeerd, vrijgemaakt-gereformeerd en oud-gereformeerd Luther was. Tot dat soort oecumenische figuren heb ook ik willen behoren, alleen men heeft het niet altijd ingezien. Sommigen gelukkig wel, vandaar dat het mij een dubbele vreugde is dat hier vanmorgen ook broeders en zusters uit de zusterkerken zijn.

Luther
Ik heb mij afgevraagd sinds ik van mijn vrouw hoorde, dat dit allemaal ging gebeuren, hoe Luther het zou hebben opgevat. Hoe zou hij gereageerd hebben als op een zekere dag Kathe tegen hem gezegd zou hebben: Ze gaan je verjaardag vieren, en je krijgt een feestbundel?
Ik stel voorop: Luther heeft nooit een feestbundel gekregen. En toch was hij wèl een academicus.
Maar stel eens dat het wèl zo zou zijn geweest, hoe zou hij op zoiets gereageerd hebben. Ik ben het te weten gekomen. Ik ben een goede vriend van hem, en hij heeft mij weleens een paar geheimpjes verteld. Trouwens, stiekem was hij nooit. Ik ben gekomen tot een vijfvoudige conclusie.
1. Hij zou het al schertsend ondergaan hebben. Een christen is immers vrij en een heer over alle dingen.
2. Hij zou, net als op zijn trouwdag, gedanst hebben van plezier, en iedereen hartelijk bedankt hebben, want: door de liefde is een christen ieders dienaar en onderdaan.
3. Hij zou gedacht hebben: hoe kom ik hier als christenmens zonder kleerscheuren doorheen. U weet: hij kende de duivel.
4. Hij zou vast en zeker in het felicitatieregister, achterin het boek, hebben gekeken. Eerst bij de letter E, of daarin ook de naam van dr. Eck voorkwam, wat bepaald niet waarschijnlijk is. Maar zou het wèl zo zijn geweest, dan zou Luther diep gezucht hebben.
Vervolgens bij de letter K. Of daar de naam van Karlstadt zou voorkomen. Erg waarschijnlijk is ook dat niet. Maar indien het zo zou zijn geweest, dan zou Luther nog een keer diep gezucht hebben.
Bij de letter C – daarvan ben ik diep overtuigd – zou hij de naam van Calvijn zijn tegengekomen. Calvijn zou getekend hebben, en misschien zelfs een bijdrage hebben geleverd. En dat zou Luther innerlijk geraakt hebben. En hij zou gedacht hebben: Zou er dan toch nog een beetje hoop zijn op meer eenheid onder de christenen?
5. Hij zou – en daarmee wil ik eindigen – thuisgekomen zijnde, naar zijn studeerkamer zijn gegaan, en daar een 'Onze Vader' hebben gebeden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Naar aanleiding van 'Een vaste Burcht'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's