Afscheid drs. K. Exalto
Toespraak ds. C. v. d. Bergh
Wij zijn hier vanmorgen samen voor een bijzondere bijeenkomst. Wij zijn eigenlijk op verjaarsbezoek bij u, ds. Exalto, omdat u morgen uw zeventigste verjaardag hoopt te vieren. In feite zouden wij daarvoor bij u op bezoek moeten zijn gekomen in uw huis te Benthuizen. Gezien echter het aantal vrienden dat u met deze gedenkdag wil feliciteren, heeft het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond het beter gevonden u uit te nodigen, samen met uw vrouw en zoon en zijn gezin, naar hier te komen. We zijn u dankbaar dat u aan deze uitnodiging heeft willen voldoen.
Wij willen u dan allereerst van harte feliciteren met uw negenenzestigste oudejaarsdag en vertrouwen dat de goede God u geeft morgen op de Dag des Heeren uw zeventigste verjaardag te vieren in gezinsverband. Een bijzondere gedenkdag waar op – u kennend – het kloppende hart van dit gedenken zal zijn de diepe dankbaarheid aan de Heere God, Die u al deze jaren van uw leven geschonken heeft en daarin een God van nabij is geweest. Hij heeft uw leven geleid zoals het verlopen is. Hierin zal Hij ook in uw leven hebben bewezen die God te zijn. Wiens wegen hoger zijn dan onze wegen en Zijn gedachten hoger dan onze gedachten.
U werd geboren 11 juni 1919 in het Zuidhollandse dorp Linschoten. Uw ouders zullen toen niet vermoed hebben, dat hun zoon Klaas later zoveel zou gaan betekenen in de wijngaard des Heeren, binnen de vaderlandse kerk, waaraan u zich met hart en ziel verbonden weet. U werd geroepen uw krachten en leven te wijden aan de dienst des Heeren als dienaar van het goddelijke Woord. Vanaf 10 september 1955 tot aan uw emeritaat op 1 mei 1985 mocht u een vijftal gemeenten dienen als Verbi Divini Minister. Daarbij heeft u zich mogen verdiepen in de Heilige Schrift en was het de lust en liefde van uw hart te delven naar de schatten, die verborgen liggen in de belijdenisgeschriften van de kerk en in de geschiedenis van de kerk der eeuwen. Het is altijd uw overtuiging geweest dat een dienaar van het Woord, die zijn tijd aan voortdurende studie geeft, geen roofbouw pleegt op zijn gemeente. Dat was een goede investering, waarvan de rente ten goede komt aan het geheel van de prediking en het pastoraat en de catechese.
Bij dit alles heeft u zich willen en mogen inzetten voor het geheel van de kerk op ambtelijke vergaderingen, de classis en de synode. Verder had u zitting in kerkelijke verbanden, die zich nauw verwant weten met de kerk der reformatie. Zo nam u kort geleden afscheid van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Ruim 20 jaar had u daar deel van uitgemaakt. Als leden van dit hoofdbestuur hebben wij u leren kennen als iemand die binnen onze beweging bezig was met hart en ziel en in grote trouw aan uw Zender. Wij hebben u leren kennen als een man bij wie het niet ging om de eer maar om de leer.
Daarnaast vond u de tijd om niet alleen als herder en leraar uw krachten te geven aan de gemeente en de kerk in haar geheel, maar ook bezig te zijn met de pen. U had de gave om, in niet mis te verstane woorden, uw overtuiging op papier te zetten, op een wijze die ieder kon verstaan. Hoeveel en hoe vaak u heeft geschreven zou u nog wel eens onder ogen kunnen komen.
Nu weten wij dat u alles wat u mocht doen en waarmee u zovelen in de kerk heeft mogen dienen deed door de gaven, die de goede God u schonk en nog schenkt. U deed het ook op de wijze, die bij heel uw wezen paste. Boven het: Sola Scriptura; Sola Gratia en Sola Fide, stijgt het Soli Deo Gloria verre uit.
Ik ben er van overtuigd in uw geest te hebben gehandeld door aan het begin van deze bijeenkomst een gedeelte uit Psalm 69 te hebben gelezen. 'Ik zal Gods Naam prijzen met gezang en Hem met dankzegging groot maken. Alleen de Heere komt de eer toe voor alles wat Hij ons en de kerk heeft geschonken in u. Ik heb dit mogen doen omdat wij allen u kennen als een mens die er altijd voor uit komt dat alles wat wij mogen betekenen in het Koninkrijk Gods niet uit ons is. Ik haal daarvoor aan wat u schreef in de inleiding van uw laatste vertaalwerk (als er tenminste na die tijd weer niet iets van uw hand is verschenen) Psalm 51 van Maarten Luther.
Het zijn deze woorden: 'Want in welke tijd en in welke omstandigheden wij ook leven, zondaren en zondaressen zijn en blijven wij altijd. En wat zou méér een woord van vreugde kunnen zijn voor zulken die dit weten en gevoelen dan het Evangelie van Gods barmhartigheid, Zijn genade in Christus, die om niet geschonken wordt en die wij in het geloof ontvangen mogen?'
Ik weet dat in deze zelfde Psalm het vertrouwen van uw hart vertolkt wordt met de woorden: 'Want God zal Sion verlossen, en de steden van Juda bouwen; en aldaar zullen zij wonen, en haar erfelijk bezitten'.
De Heere vervulle aan u de belofte waarmee deze Psalm eindigt: 'En het zaad Zijner knechten zal haar beërven; en de liefhebbers Zijns Naams zullen daarin wonen'.
De God nu aller genade geve u in de zeventigste jaarkring van uw leven nog verder bezig te mogen zijn God groot te maken in woord en geschrift met de lust en liefde van uw hart en in het geloof in Jezus Christus, uw Heere en Zaligmaker. U moge samen met uw vrouw en uw kinderen en kleinkinderen nog genieten van Gods goede gaven in dit leven, met de blik gericht op de toekomst des eeuwige levens.
Deze toekomst des eeuwige levens is de toekomst van de Kerk van Christus. Nu is de Kerk voor u niet te vergelijken met een zeilschip, dat moet laveren en manoeuvreren om met tegenwind nog vooruit te komen. Het is voor u veeleer te vergelijken met een krachtige oceaanstomer, die recht op koers vaart, zoals het kompas aangeeft en waardoor het boegwater hoog opspat en soms zóveel deining veroorzaakt, dat de kleinere scheepjes langszij heen en weer geslingerd worden. Eens zal dit schip der kerk de veilige haven bereiken. Het zal dan blijken dat dit niet te danken is aan een mens, die dit schip op koers trachtte te houden, maar aan de Heere Jezus Christus. Hij houdt Zijn Kerk in stand en zal het schip der Kerk dwars door de woelige wateren thuis brengen. Dienaren van het Woord, hoeveel zij ook hebben mogen betekenen in de Kerk, zijn niet meer dan dekknechten en matrozen. Maar zij mogen zo wel meevaren naar de haven hunner begeerte om daar te rusten van hun arbeid. Dat zal, broeder Klaas Exalto, ook de haven uwer begeerte zijn.
Bij een dag als deze behoort ook een geschenk. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond wilde het geschenk, dat wij u straks mogen aanbieden ook zien als een bewijs van waardering voor alles wat u voor deze beweging heeft betekend. Een passend geschenk zou voor u zijn een of ander standaardwerk vanuit de tijd der Reformatie. Maar wat is daarvan te vinden, dat u nog niet bezit. Een boekenbon, waarvan u zelf uw bibliotheek zou kunnen aanvullen, stel dat dit nog mogelijk zou zijn, vonden we te onpersoonlijk. Als hoofdbestuur hebben wij gemeend het ditmaal anders te mogen doen. Een aantal auteurs, die u niet onbekend zijn, is gevraagd hun gedachten op papier te zetten over thema's, die u in uw leven steeds hebben bezig gehouden. Wij zijn deze auteurs bijzonder dankbaar dat zij op bijzonder enthousiaste wijze aan dit verzoek hebben voldaan. Hun bijdrage hebben wij mogen laten samenvoegen tot een feestbundel, die wij u nu namens vele vrienden mogen aanbieden.
Wij willen dit doen uit dankbaarheid voor het vele dat u gedaan heeft uit liefde tot de kerk der reformatie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's