Bijbelwerk in Nederland 1814-1989
(Toespraak in de Nieuwe Kerk te Amsterdam door prof. dr. C. Graafland, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van het Nederlands Bijbel Genootschap op 17 maart 1989).
Het is me opgevallen dat het Nederlands Bijbelgenootschap altijd veel aandacht gegeven heeft aan zijn jubilea. Is de reden daarvan dat het Nederlands Bijbelgenootschap graag feest viert, of graag aan zichzelf en aan anderen wil laten zien, wat het allemaal heeft gepresteerd? Ik denk het niet. Als ik de laatste decennia na ga van het bestaan en het werk van het NBG, zijn de jubilea inderdaad niet zelden op uitbundige wijze gevierd. Maar de boventoon en vooral de grondtoon werden altijd bepaald door het besef, dat het op dit moment van dankbaar terugzien vooral nodig is om zich opnieuw te bezinnen op de vraag: hoe moeten we nu verder? Hoe kunnen we weer verder? Jubileavieringen waren tegelijkertijd momenten van bezinning. Er werd teruggekeken, maar dan wel om des te scherper vooruit te kunnen zien. En inderdaad, als gedenkdagen zo worden gevuld, dan is het uiterst zinvol elke gelegenheid aan te grijpen een jubileum als dit te organiseren.
Als het zojuist door mij genoemde voor het verleden geldt, geldt het wel ten volle voor het heden, 1989: Het Nederlands Bijbelgenootschap bestaat nu 175 jaar. We kunnen ook zeggen: het NBG wil zijn werk doen en voortzetten ook in een tijd waarin dit allerminst vanzelf spreekt. Althans het lijkt zo, dat de mensen, ons volk en zelfs misschien de kerken, daar niet meer op zitten te wachten. Ik bedoel dan te zeggen dat ons Nederlandse volk steeds verder afdrijft van een leven met de Bijbel, van een zich richten daarnaar. Eeuwenlang, we kunnen zeggen vanaf het begin van zijn bestaan, is ons volksleven gestempeld door het Woord van God, zijn inzettingen, geboden en beloften. Ons volk was een door de Bijbel gekerstend volk. In zijn cultuur, in zijn politieke beleidsvoering en in zijn geloof en levensstijl. Dat alles is nu nagenoeg voorbij. In het moderne levensgevoel speelt de Bijbel vrijwel geen rol meer, in ieder geval niet als gezaghebbend Woord van God.
Dat blijkt dan ook op allerlei manieren. Eén van de duidelijkste symptomen ervan is, wat ons nu zo intens bezighoudt en wat wij noemen de Godsverduistering. Het bekende boek 'Voorbij Domineesland' geeft daarvan een ontdekkende beschrijving en analyse. En de bijna wanhopige vraag die door alles heen klinkt, luidt hoe kunnen wij nog bij de mens aankomen met God? Dat is in wezen dezelfde vraag als: hoe kunnen wij bij de mens aankomen met het Woord van God? Want dat is de Bijbel toch, dat pretendeert hij althans te zijn: Gods Woord. Hoe brengen wij dat anno 1989 tot en bij de mens en eigenlijk nog verder. Want daar is het toch om te doen: in de mens, in zijn hart, in zijn leven, zodat het zijn leven gaat vernieuwen, het perspectief en zin geeft? Wat een onmogelijke opgave wordt dit steeds meer! Natuurlijk heeft het NBG al de jaren van zijn bestaan met die vraag geworsteld. Maar het lijkt alsof het nu nog moeilijker en urgenter gaat worden. Er is in het verleden ook vaak en terecht op gewezen, dat het Nederlands Bijbelgenootschap van grote betekenis is voor de kerken in Nederland. In dat verband moeten wij het opmerkelijke gegeven zien, dat het Nederlands Bijbelgenootschap zelf geen strikt kerkelijke organisatie is. Het heeft dat niet willen zijn, juist om de kerken, alle kerken maximaal en optimaal van dienst te kunnen zijn. In 1989 kunnen wij er misschien om nog een andere reden blij om zijn. Want in de devaluatie van het christelijk geloof worden momenteel de kerken voluit meegezogen. Aan de teruggang van hun ledental wordt deze devaluatie in ieder gev.al wel heel duidelijk tot uitdrukking gebracht. Wat hebben de kerken nog in de grote verbanden van ons volksleven, maar ook voor de individuele mens met zijn vragen en nood te betekenen? Wat is de actieradius en kracht van haar boodschap? De vraag die daarmee beklemmend op ons afkomt is, of de Bijbel en dus ook het Nederlands Bijbelgenootschap mee betrokken zijn in deze mijns inziens toch betreurenswaardige gang van zaken. Ik laat deze vraag voorlopig zo staan.
Het ging mij erom heel kort voor u het jaar 1989 in te vullen. Om nu nog eens te kijken naar wat we erboven hebben gezet: Bijbelwerk in Nederland 1814-1989. Dus niet alleen 1989, maar ook 1814, toen dit werk begon. Dat lijkt een lange tijd geleden, waarna ontzaglijk veel is gebeurd en veranderd. Dat is ook zo. We wezen daar al op. Nu zeggen wij ook: en toch is het zo dat die twee jaartallen, en dan natuurlijk bedoeld met alles wat erop en eraan zit, heel veel op elkaar lijken. Het woord 'Godsverduistering' was toen nog niet uitgevonden. Dat woord heeft Nietsche ons geleerd. Maar in werkelijkheid was ze er toch wel, toen na het optimisme van de Verlichting, die de mens meende te bevrijden, niet alleen van het kerkelijk gezag, maar ook van het goddelijke gezag, van de Schrift, er een pijnlijke kater overbleef na de Franse Revolutie en na de Franse overheersing. Toen echter waren er mensen die de overtuiging hadden en er vorm aan gaven: de Bijbel hebben wij nodig. Want die alleen kan ons een weg wijzen uit onze ontreddering. En het is waar gebleken.
En is dit nu in 1989 nog waar of is het nu anders? Het laatste lijkt inderdaad zo te zijn. Maar in één opzicht is er in ieder geval een treffende overeenkomst. Ook nu is de geestelijke en morele ontreddering groot. Daarom is onze dankbaarheid groot, dat er ook nu nog deze beweging is, zij het belichaamd in de wat statisch aandoende naam van Nederlands Bijbelgenootschap, maar het gaat in feite om een beweging die erin gelooft en blijft geloven, dat ook in de duisternis van nu de Bijbel niet zomaar een boek is, maar hét Licht op ons pad, persoonlijk, kerkelijk, nationaal en mondiaal. En in geestelijk, maar ook in cultureel, sociaal en politiek opzicht. En die overtuiging, die inderdaad een geloofsovertuiging is en dus tegen alle schijn van feitelijkheid in overeind blijft staan, is niet alleen maar een slag in de lucht, maar wordt vanuit de praktijk van het bijbelwerk nog steeds in haar realiteitszin bevestigd. Het bijbelwerk van het Nederlands Bijbelgenootschap is daarvan een duidelijk bewijs.
Het opmerkelijke is, dat de geestelijke nood, zoals wij die heel kort aanduidden, voor het NBG juist een stimulans betekent om met nog betere en op deze tijd afgestemde middelen de Bijbel onder de mensen te brengen. In de meest positieve zin heeft het NBG van deze nood een deugd gemaakt. Wij denken dan niet alleen aan de intensieve zorg die aan de vertaling van de Bijbel wordt geschonken, maar ook aan het gebruik maken van de moderne communicatiemiddelen, met de intentie om de afstand tussen de Bijbel en zijn lezer in 1989 zo klein mogelijk te maken. Omdat dat laatste zo enorm veel inzet, vindingrijkheid en natuurlijk ook materiële inspanning vraagt, verdient het NBG juist nu de volledige steun van ons allen. Zeker ook om deze reden blijft het bijbelwerk in Nederland ook nu op volle toeren draaien.
Maar het eigenlijke geheim van het NBG is en blijft toch, dat zijn werk staat of valt met de Bijbel zèlf. In deze Bijbel staat het tekstwoord geschreven: Alle vlees is gras… Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord van onze God houdt eeuwig stand', Jesaja 40:6-8. Dat is de belofte, die ten diepste ook van toepassing is op de Bijbel, omdat Gods Woord daardoor tot ons komt. En ten slotte geldt deze belofte voor alle arbeid die inderdaad, met de Bijbel zelf staat of valt. De Bijbel, het Woord van onze God, valt niet en zal nooit vallen maar blijft bestaan. Daaraan is het uiteindelijk te danken dat ook het bijbelwerk van het NBG nu al 175 jaar bestaan heeft en dat wij geloven dat het zal blijven bestaan in de toekomst. Niets minder dan Gods eigen belofte staat daarvoor in.
Dat opnieuw te beseffen, vandaag, als een gave, een genadegave én als een opdracht, een ook nu onverminderd geldende opdracht, daarvoor geeft dit moment van gedenken ons een welkome gelegenheid. Daarom zijn wij ook om dit jubileum uitermate dankbaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's