Verslag van een depressie
'Ver heen'
Welk mens kent niet momenten van angst, somberheid, zwaarmoedigheid, depressie? Wanneer momenten dágen worden wordt het ernstiger. Bij sommige mensen – het zijn er in onze samenleving vandaag zelfs velen – nemen deze psychische verschijnselen zulke vormen aan dat ze hulp moeten hebben, in bepaalde gevallen van de psychiater.
Er kunnen ook godsdienstige factoren zijn, die, als het om depressie gaat, een rol spelen. Sinds het boek van Aleid Schilder 'Hulpeloos en toch schuldig' wordt daarover meer dan ooit geschreven en nagedacht in ons land. Is er verband tussen bepaalde godsdienstige achtergrond en depressiviteit? Eén van de kernnoties, die dan genoemd worden is de leer van de predestinatie, de uitverkiezing. In het boek van Schilder wordt een duidelijk verband gelegd tussen depressiviteit bij bepaalde psychiatrische patiënten en de leer der verkiezing. Hoe kan een mens nu schuldig zijn als er sprake is van eeuwige verkiezing en eeuwige verwerping?
Tegen de benaderingswijze van Schilder is begrijpelijkerwijs heel gereformeerd theologisch Nederland te hoop gelopen. Anderzijds kan niet ontkend worden dat juist déze leer met name, los van het boekje van Schilder, veelvuldig in theologie en prediking besproken wordt. Hier liggen kennelijk problemen. In hoeveel preken wordt niet aan de orde gesteld de vraag van mensen: 'maar dominee, als ik nu niet uitverkoren ben…'. Het is genoegzaam bekend dat predikanten er soms mee zitten hoe ze deze notie van het eenzijdige werk Gods in hun preken moeten inbrengen zonder dat ze de mensen tot fatalisme brengen. In jarenlange pastorale ervaring leren ze soms heel wat bij en heel wat af. Tenzij men geen echte pastorale relatie met de mensen heeft.
In het laatste nummer van Theologia Reformata (het theologisch tijdschrift vanwege de Gereformeerde Bond) schreef drs. P. J. Verhagen, die als theoloog-psychiater verbonden is aan (o. a.) de Stichting voor levens-en gezinsmoeilijkheden De Poort ook over deze materie. Hij stelt in dat artikel dat er een discrepantie bestaat tussen 'het beeld dat de hulpverleners kunnen hebben van de gereformeerde traditie…. en het feit dat theologen tegen dit beeld protesteren en beweren dat dit niet klopt'. Met andere woorden, de praktijk van de hulpverlening is dat veelvuldig cliënten aankloppen bij hulpverleners vanwege depressiviteit of psychische problemen in het algemeen, die geloofsvragen als achtergrond hebben. Ook velen uit de gereformeerde traditie zoeken hun weg naar hulpverleners op het terrein van psychologie of psychiatrie. Verhagen zegt: 'Dat is confronterend en onthutsend. Vooral omdat het zo volstrekt tegengesteld lijkt aan wat de gereformeerde traditie in haar beste bedoelingen zoekt.' De feiten spelen echter kennelijk boekdelen.
Ook de dokter naar de dokter
Dit brengt me op het eigenlijke van dit artikel. Enige tijd geleden is verschenen een boek van prof. dr. P. C. Kuiper, hoogleraar in de psychiatrie en bekend door zijn alom herdrukte leerboeken 'Hoofdsom der Psychiatrie' en '(Nieuwe) neurosenleer'. Tot ver over de grenzen was hij bekend. In lezingen en geschriften vond hij een brede schaar van mensen, die naar hem luisterden. Maar deze dokter moest zelf naar de dokter. Scherper gezegd: de psychiater moest naar de psychiater. Ongeveer vier jaar was hij onder behandeling vanwege 'toenemende angsten en wanen'.
Op fascinerende en intrigerende wijze heeft Kuiper deze periode in zijn leven, waaruit hij weer hersteld tevoorschijn mocht komen, beschreven. De twijfel of hij zijn leven wel goed heeft geleefd leidde tot de absolute zekerheid dat dit niet het geval was: te veel mensen verdriet aangedaan, te veel ik-gericht geleefd, te veel onheil aangericht. Er is echter ook een andere, diepere factor, namelijk de onderliggende religieuze vraagstelling.
Professor Kuiper is afkomstig uit de kring van de Gereformeerde Bond, met name uit Baarn, uit de kring van wijlen ds. I. Kievit. Zijn moeder wilde graag dat hij dominee werd. Hij koos echter voor de psychiatrie maar zou dan christelijk psychiater worden. Juist op die wijze zou hij 'een zielherder' (willen) zijn . Het is echter gegaan zoals het gegaan is: Van succesvol hoogleraar tot uiteindelijk bij zijn afscheid een psychiatrisch patiënt.
Het is bewonderenswaardig hoe de auteur – al is hij dan duizendmaal hoogleraar in de psychiatrie – in staat is geweest zó minutieus ervaringen en gevoelens uit de tijd van zijn behandeling op schrift vast te leggen. We kunnen zelfs geen poging doen er iets van weer te geven. Een boek als dit moet men zelf ondergaan. Maar de 'angst voor de dood en voor de hel' spelen intussen in dit boek een belangrijke rol. Het kwam zover dat Kuiper in de waan leefde reeds in de hel te vertoeven. Onherkenbaar voor zijn medemensen, zelfs voor zijn naaste verwanten leefde hij geïsoleerd, gevoelsmatig afgesloten: niet te benaderen. Op eerlijke wijze verwoordt Kuiper de diepten van zijn voorbije leven, de gedachten die hem gevangen hielden, de ontsporingen, de overwegingen tot een uitweg uit de angsten en wanen, die voor handen waren, tot het meest definitieve toe.
Als hij aan het slot van zijn boek terugblikt zegt hij – en ik citeer nu uitgebreid–:
'Ik leefde op mijn wijze, doch mijn moeder, in mijn innerlijk herreze, sloeg met haar bijl de nek van mijn ziel in. Ik ging weer geloven in een God van wie wordt gezegd: Hij wordt evenzeer verheerlijkt door het kermen van de goddelozen in de hel als door de lofzang der zaligen in de hemel. Meende ik dat nu werkelijk? Wis en waarachtig, met honderprocentige zekerheid. Aldus was mijn visie: Ik ben hooghartig geweest, ik vond het nodig een tolerante sexuele moraal te propageren, maar heb ik niet juist hen die mij het dierbaarst waren aangezet tot een losbandig leven, ontuchtoverspel en liederlijkheid…
De oude voorstellingen van mijn moeder keerden terug in mijn innerlijk en ik was ervan overtuigd alle straffen die zij zich voorstelde verdiend te hebben en die ook in feite te zullen ondergaan, zonder einde, zonder uitzicht dat de kwelling zou ophouden en zeker niet door de dood.'
Uitverkiezing
Dat de godsdienstige traditie, waaruit Kuiper voortkwam, weer helemaal tot leven kwam mag in dit boek ook blijken door de vele malen dat psalmregels, soms hele verzen worden geciteerd. Op verschillende plaatsen in het boek wordt ds. L. Kievit als vriend geïntroduceerd en blijkt hoe er in contacten pastorale opmerkingen waren, die landden. De vrouw van Kuiper (Noortje), aan wie het boek is opgedragen, komt uit een andere traditie. Zij is een dochter van de bekende theoloog K. H. Miskotte. In het centrum van het boek beschrijft Kuiper dat hij bij een vriend (Willem) op bezoek was:
'In de platenbibliotheek waren bandjes aanwezig van psalmen, op hele noten gezongen. De oude berijming van de psalmen beviel Willem wel, hij luisterde met het psalmboek van mijn moeder op zijn knie. Ik voelde me schuldig, goddeloos, verworpen, vond dat ik als een losbol had geleefd, en tobde erover dat ik anderen voor mezelf had opgeofferd… Voor mij is er geen vergeving, meende ik. Noortje herinnerde me aan de gelijkenis van de verloren zoon, die terugkeerde naar zijn vader, maar ik redeneerde: dat geldt niet voor mij, dan moet je uitverkoren zijn.'
Zo is de kring rond. Uiteindelijk ook bij Kuiper, in zijn diepste ellende nood en depressiviteit, die angst niet verkoren te zijn. Het was kennelijk één van de godsdienstige momenten, die de diepere ondertoon zijn van alles wat hem aan angst en depressie overkwam. Er was hier overigens geen sprake van kille, verstandelijke constatering, zo in de trant van: 'als je niet uitverkoren bent, kom je er toch niet', waarna weer wordt overgaan tot de orde van de dag, maar de existentiële angst niet verkoren te zijn, waardoor de orde van de nàcht kwam. Later verklaart Kuiper dat er ook sprake was van een ander ziektebeeld. Maar geest en lichaam werken op elkaar in en de geestelijke verlatenheid speelde hier toch een heel wezenlijke rol.
Licht en duister
Professor Kuiper is uit het dal teruggekomen. De psychiatrische behandeling had daarin een groot aandeel. Therapie als schilderen bracht ook een uitweg of muziektherapie. Er breekt weer levenslicht door. In de kathedraal van Amiens ervaart hij dit:
'De pilaren kunnen zo hoog oprijzen doordat ze zo stevig in de grond zijn verankerd. Zonder het licht zou de kathedraal er niet kunnen zijn, zonder degene naar wie een beeld aan een der pilaren verwijst zou deze kerk geen betekenis hebben. Het is alsof iedere keer dat mijn blik het lijnenspel volgt, de ruimte zich uitbreidt, het licht intenser gaat stralen en het uitzicht omvattender wordt.
Ik zag me weer zitten tijdens de muziektherapie, terwijl het ijs van binnen wegsmolt en de woorden, die ik toen dacht kwamen weer boven: 'Dat het leven niettegenstaande diepe ellende toch waard is geleefd te worden'.
Bijna aan het eind van zijn boek schrijft Kuiper; 'waar is God dien gij verwacht? Op Hem hopen kan je. Zijn aanwezigheid afdwingen niet. Mocht Hij er zijn dan komt Hij en gaat Hij op door Hem vastgestelde tijden'. Hoezeer het boek ook in dit opzicht verder een open einde heeft mag hier toch sprake zijn van licht na diepe duisternis. De God, die eerst een verwerpende God is, is aan het eind een God die komt en gaat als Hij wil. En het leven is waard geleefd te worden. Dat is gans andere taal dan die ik dezer dagen weergegeven las in Hervormd Nederland van de vroegere cabaretier Wim Kan. Oók een man met veel 'succes'. Maar hij schreef in oktober 1982 in zijn dagboek: 'Ik hoop dat er hierna niets meer ooit zal zijn. Afgelopen. Uit. Niks meer. Samen weg van dit rotleven. Ik heb het ondanks alle successen altijd een rotleven gevonden'.
De waardering van het leven hier wordt, ondanks het feit dat het leven een mesech, een tranendal kan zijn, toch bepaald door wat er ooit wel zijn zal. Kuipers boek sluit ergens af met het licht. Daarom kan het niet symbolisch voor het eind van het boek zijn dat direct na de laatste regels van het boek op de linkerbladzijde een rechterbladzijde in gitzwart volgt.
Christen
Prof. Kuiper wilde aanvankelijk christen-psychiater worden. Hij geeft dat aan het eind van zijn boek geen nadere invulling maar brengt het wel weer ter sprake. Het zal wel zijn als bij alle andere beroepen: er is enerzijds het vakmatige, anderzijds zijn er momenten, waarop het christen zijn in het beroep een duidelijke dimensie krijgt. Me dunkt dat, wanneer vandaag mensen met psychische problemen, die terug gaan op gelóófsproblemen bij hulpverleners komen, het van uitermate groot belang is als de hulpverlener weet waarover het dan gaat. Zo ook met betrekking tot de uitverkiezing.
De Dordtse Leerregels vermanen aan het eind 'alle mededienaars in het Evangelie van Christus, dat zij zich in het verhandelen van deze leer, beide in scholen en kerken, godvruchtig en godsdienstig gedragen'. Het gaat, aldus de Leerregels om Gods eer, de heiligheid van het leven en 'vertroosting der verslagen gemoederen'.
Ongetwijfeld is en wordt tegen bovenstaande vermaning van de Dordtse vaderen her en der gezondigd. Uitverkiezing is een voluit bijbelse notie. Laten de dominees de verkiezing echter maar preken als genade van de verkiezende God en zo tot troost van de kerk, verkondigend en niet redenerend. Zo hebben de reformatoren het gedaan. Drs. Verhagen, in het begin van dit artikel genoemd, citeert Calvijn als deze spreekt over boetvaardigheid en vrees (n. a. v. 2 Cor. 7 : 11): 'maar laat ons bedenken dat we maat moeten houden, opdat de droefheid ons niet verslinde; want beangstigde conscientiën zijn in niets tot meerdere mate geneigd, dan tot een vervallen in wanhoop'. Opgepast moet worden 'dat de zondaar, wanneer hij zich tot zelfmishagen aanzet, niet, door al te grote vrees gedrukt, bezwijkt'.
Het boek van prof Kuiper is een boek, dat alle pastores en psychiaters en allen, die op enigerlei wijze hulpverlenend bezig zijn gelezen moeten hebben. Om hun eigen attitude te toesten.
En tenslotte: de verkiezing is de poort tot het leven, het eeuwige leven. En Christus is de Weg. Uit de troost daarvan kan en mag vandaag geleefd worden.
v. d. G.
N.a.v. P. C. Kuiper, Ver heen, uitgave SDU-uitgeverij, 's-Gravenhage, 168 pag., ƒ 30,–.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's