Alle morgen nieuw…
Genesis 26 : 24
Alles heeft zijn keerzijde. Volmaakt geluk wordt niet gevonden. Dat zien we ook in het leven van de aartsvader. Wij lezen van Izak, dat de Heere hem, na alle wederwaardigheden, zegent. 'En die man werd groot, ja, hij werd doorgaans groter, totdat hij zeer groot geworden was. En hij had bezitting van schapen, en bezitting van runderen, en groot gezin.' Het viel op. Want de Filistijnen benijdden hem. Zo kwam hij bloot te staan aan allerlei plagerijen. Want al de waterputten, die de knechten van zijn vader Abraham eens gegraven hadden stopten de Filistijnen met aarde dicht! En als of dit gemene geplaag nog niet genoeg was komt ook hun vorst Abimelech en zegt: 'Trek van ons; want gij zijt veel machtiger geworden, dan wij.' Vriendschap heeft grenzen. Er zit voor Izak een bittere kant aan zijn rijkdom. Hij ziet zich genoodzaakt te verhuizen naar het dal van Gerar. En omdat zijn vee niet zonder water kan begint hij meteen de waterputten weer in orde te maken, die daar nog waren uit Abrahams tijd. Maar, toen een waterput weer werd uitgegraven, twistten de herders van Gerar daar over de rechten op die put. Izak wil in deze twist de minste zijn en er wordt opnieuw een put gegraven. Maar ook deze put wordt hem niet gegund. Opnieuw verplaatst hij de kudde en graaft een put. Eindelijk wordt daarover geen ruzie meer gemaakt. Leef Izaks moeilijkheden eens in! ledere dag rapporteren zijn herders over conflicten met de Filistijnen. Uitzichtloos! Eindelijk bij de derde put houdt het op. Izak beleeft dat als een regelrecht wonder van de Heere. Hij belijdt dat in de naamgeving van de put: Rehoboth! Want hij zei: De Heere heeft ons ruimte gemaakt. Daarna moet Izak blijkbaar opnieuw enigszins van plaats veranderen. Hij slaat zijn tent in Ber-séba op. Weer is er de spanning: Zullen de moeilijkheden opnieuw beginnen? We kunnen ons voorstellen hoe gespannen en onrustig hij daar onder geweest is. Altijd die pijn, dat je moest wonen in een vreemd land. Dat je de minste moet zijn. Dat de zegen des Heeren je niet gegund wordt. Zo verschijnt de Heere aan Izak. En de Heere zegt: 'Ik ben de God van Abraham, uw vader, vrees niet; want Ik ben met u… Genoegzaam kunnen we hieraan de gemoedsgesteldheid van Izak aflezen. Het is er een van vrees. Izak voelt zich klein, eenzaam en machteloos. Rehoboth was, is een aangename plaats, maar géén blijvende stad! Als het voedsel op is moet er verhuisd worden. Voor een tijd mag de aartsvader in Rehoboth op adem komen, maar opnieuw wordt zijn geloof op de proef gesteld.
Wie weet er niet van, die de Heere vreest? Er kunnen ogenblikken zijn, dat het ruim ligt. We zouden dat vast willen houden! Die rust is ons aangenaam. We schijnen reeds een 'voorschot' te ontvangen op de rust, dier weggelegd is voor het volk Gods. Maar wij zijn in die rust nog niet ingegaan. Hier is het niet de plaats van de rust, maar een strijdende Kerk! We moeten verder. De dagelijkse zorgen roepen ons terug uit de zoete overpeinzingen. De struggle for life, de strijd om het bestaan, met alle beslommeringen en zorgen. Rehoboth is voorbij. We weten nog, hoe de Heere ruimte maakte, maar ons hart kan niet geloven dat het opnieuw zo wezen zal. Onbegrijpelijk, die angst, die zorg van Izak! Dat de Heere nu zeggen moet: 'Vrees niet, want Ik ben met u!' Dat kon Izak toch weten? Ja, en wij kunnen het toch ook weten? Want het verbond, dat de Heere noemt, daar weten wij ook van. Daar worden we in de Doop bij bepaald. De Heere heeft ook ons en onze gezinnen toegezegd: Ik ben uw God en van uw zaad na u. Maar: Wat zegt het ons? Hoe leven wij daar mee? Gevoelen wij ons er in vertroost? Of verhindert ons ongelovig hart uit dat Evangelie daadwerkelijk te leven? Het te 'weten' is één ding, maar daaruit te 'leven' een ander! Er is al snel het excuus: Heere, nu kan ik daar toch niets aan doen, dat ik zo weinig vertrouwen in Uw Woord en Beloften stel, want ik ben zulk een ellendig, ongelovig mens! Welk een vrome redenatie maar ook kromme redenatie van een leugenachtig hart, dat bedektelijk de schuld op de Heere schuift. Want als kinderen heeft Hij ons al laten leren: 'Opent uw mond; eist van Mij vrijmoedig op Mijn trouw verbond…'
Is de Heere veranderd? Neen, de Heere is niet veranderd! Wij moeten onszelf beschuldigen, dat wij zo'n verdorven hart hebben, dat wij zelfs God in Zijn Woord wantrouwen! 's Mensen ongeloof verhinderde eens Israël in Kanaän in te gaan! Het verdorven hart is de oorzaak! Ziet eens uw ellende en armoede getoond in deze zo vreesachtige aartsvader! Met vrezen en beven verplaatst hij zijn domicilie. Zou de Heere wel weer ruimte geven? Izak was er niet zeker van. Maar wat een wonder: In plaats van Zijn knecht te berispen stelt de Heere Izak daar beschaamd met Zijn beloften. Hoe wonderlijk! Izak: Ik ben de God van Abraham! Izak, je weet toch wel Wie Ik ben? Weten wij. Wie de Heere is? Let wel: IS!!! Dat is een verstrekkende vraag. Izak wist wel, wie de Heere was: Rehoboth, want nu heeft de Heere ons ruimte gemaakt! Zo wàs de Heere! Maar dat was toen… Neen, dat was niet 'toen'! De Heere was geen 'Ruimtemaker', maar de Heere IS Ruimtemaker! En dat nu te geloven steeds opnieuw, wat valt dat het gemoed moeilijk! Zo onveranderlijk Zijn Naam te geloven, dat wij daarbij leven van stap tot stap en weten: De Heere zal mij ruimte maken! 'Hoe donker ooit Gods weg moog' wezen. Hij ziet in gunst op die Hem vrezen.' Wat een innerlijke strijd! Dan dienen wij ons hart daarbij steeds te bepalen. En nochtans zal het ongeloof ons teveel worden: 'Maar, ach, hoewel mijn ziel dit weet, mijn voeten waren in mijn leed schier uitgeweken, en mijn treên van 't spoor der Godsvrucht afgegleên'.
Wat een rijkdom te zien, dat in deze strijd de Heere nabij is. In die nacht verscheen de Heere aan Izak. Hij zegt: Ik ben! Ik ben ook nu de God van Abraham, je vader. Je vader is gestorven, maar Ik leef. De tijden veranderen, maar Ik ben Dezelfde. Vrees niet, want Ik ben met u! Nooit zal iemand kunnen zeggen: Zo was de Heere. Ik ben met u! Dat brengt de zegen mee: Ik zal u zegenen! Dat brengt vervulling mee: En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen! Nee, Izak, niet omdat jij zo'n brave bent. Of omdat u zo vast in uw schoenen staat. Maar 'om Abraham'. Dat kan de Heere ons nooit genoeg laten zien. Ook in onze tijd is het 'om Abraham'! 'Het verbond met Abraham Zijn vrind bevestigt Hij van kind tot kind'! Wij zingen: 'God zal Zijn Waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn Verbond gedenken'. Daar liggen de redenen. Neen, niet in u. Wij hebben de dood verdiend. Vanwege de macht van zonde, waaraan wij ons uitgeleverd hebben. Vanwege de leugens van de satan, die we meer vertrouwen, dan Gods onfeilbaar Woord. Zelfs al zeggen we niet zelden voor die onfeilbaarheid te strijden. Nu dan, waar is dan uw geloof in dat onfeilbare onveranderlijke Woord van God? U houdt het voor gezaghebbend, maar waar heeft het werkelijk gezag in uw leven? Waarom dan zoveel aanvechtingen? Moeten wij onszelf daar in niet oordelen? Verstaat u wat het inhoudt, wanneer daar gezegd wordt: Omwille van Abraham!?
Dan gedenken we aan Zijn verbond. Ziet u het? Hij is onkreukbaar. Om Mijn gegeven Woord. Omdat Ik ben. Die Ik ben, daarom ben Ik met u! Daarom heeft Hij ook Zijn Eniggeboren Zoon Jezus tot een Zaligmaker gesteld. Hebben wij recht op Hem? Neen, maar alzo liefheeft God deze wereld gehad. Zijn barmhartigheden hebben geen einde. Zijn trouw is alle morgen nieuw. Verkiezende liefde verkiest Abraham en doet Hem zeggen: En uw zaad na u! Het komt van Hem en blijft van Hem komen. In Christus zijn al de zonden van ons ongeloof verzoend. Ach, wie ben ik? Ik ellendig mens! Hoe is er hoop? Omwille van de Middelaar! Van Godswege! Mijn kapitaal is veilig gesteld op de bank van genade. Uit dat kapitaal keert Hij mij uit. Nog heden Dezelfde: De God Abrahams, Izaks en Jakobs. Zo gij dan heden Mijn stem hoort. 'Toen bouwde hij daar de Heere een altaar, en riep de Naam des Heeren aan…' En u?
R. A. Grisnigt, Bennekom
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's