De synode geen parlement?
Terughoudendheid inzake tuchtoefening homosexuelen niet haalbaar
'De synode is geen parlement'. Zo luidde de kop boven een vraaggesprek met dr. K. Blei, de secretaris-generaal van de Hervormde Kerk, in Trouw daags voor de zitting van de Generale Synode vorige week. Tijdens de synode riep dit ambtelijk college echter niet onmiskenbaar het beeld op van het Haagse Binnenhof, wanneer, na een heet debat, besluitvorming met krappe meerderheid van stemmen plaats vindt: groepen van geëmotioneerde mensen, heen en weer dravende persmensen, direct een persconferentie, om maar een greep te doen.
Rapport
Enkele jaren na behandeling van een synodaal rapport over homofilie 'Verwarring en herkenning' heeft de synode zich opnieuw gebogen over de kwestie hoe men in de gemeente heeft te handelen ten aanzien van mensen met een homofiele geaardheid, met daarbij een homosexuele leefwijze. Ongeveer twee jaar had een synodale commissie aan een rapport gewerkt. In de commissie was de 'breedte van de kerk' vertegenwoordigd. De commissie bevatte b.v. enkele leden, die zelf homofiel zijn, verder personen die een verregaande tolerantie voorstaan t.a.v. de homosexuele beleving, alsook personen, die van overtuiging zijn dat homosexuele praktijk niet te verenigen is met wat God in Zijn Woord openbaart.
Zo behoorden ook dr. J. Hoek uit de kring van de Gereformeerde Bond en dr. G. Bos uit de kring van de Confessionele Vereniging tot de commissie. Na rijp beraad was een rapport tot stand gekomen, dat – zo gaat dat dan – voor de één niet ver genoeg ging en voor de ander te 'mistig' was. Maar kern van de voorstellen tot besluitvorming was intussen wel dat kerkeraden werden opgeroepen tot het betrachten van terughoudendheid met het oefenen van tucht inzake homosexuelen in de gemeente. De achtergrond van één en ander was de procedure, die in werking was gezet inzake een tweetal mannen, die een homosexuele relatie hadden en daarom in de Schotse Kerk te Rotterdam van het avondmaal werden geweerd. Omdat eigenlijk niet duidelijk was welke beleidslijn in de Hervormde Kerk wordt aangehouden moest de genoemde commissie méér lijn gaan aanbrengen voor gevallen als die in de Schotse Kerk. Het resultaat was dus: terughoudendheid. Deze oproep tot terughoudendheid liet echter wèl de eigen pastorale verantwoordelijkheid van de kerkeraden onverlet. In de praktijk zou elke kerkeraad die terughoudendheid wel naar eigen inzicht en overtuiging (kunnen) invullen.
Besloten
De synode besprak, niet zonder reden en terecht, het rapport in besloten zitting. Synodeleden moesten, zonder de hete adem van de pers in de nek, in vrijheid over dit delicate thema kunnen beraadslagen. Wel mocht de pers bij de uiteindelijke besluitvorming aanwezig zijn. Intussen was al wel naar buiten doorgedrongen, dat er sprake was van een goed synodaal gesprek, met pastorale terughoudendheid gevoerd. Het lag enigszins voor de hand te veronderstellen dat uiteindelijk de besluitvoorstellen van het commissierapport zouden worden aanvaard. Wanneer immers een zo breed samengestelde commissie tot een gemeenschappelijk voorstel kan komen is kennelijk een modus gevonden, waarmee de hele kerk kan leven, ten spijt (letterlijk bedoeld) dat er dan toch in de kerk een verschillende praktijk zou (voort)bestaan.
Alles pakte echter geheel anders uit. Toen de synode overging tot (openbare) besluitvorming lag er een tiental wijzigingsvoorstellen (moties) van de synode op de voorgestelde besluiten. Zoals gebruikelijk komen de meest vèrstrekkende voorstellen tot wijziging het eerst in stemming. Het moderamen mag een prae-advies geven De eerste twee moties, die in behandeling kwamen, verschilden in onderdelen maar hadden in de kern dezelfde strekking, namelijk dat het kerkeraden niet toegestaan zou zijn tucht te oefenen inzake homosexuele geaardheid èn leefwijze. De eerste motie werd, nadat het moderamen had afgemaand deze te aanvaarden, verworpen met 28 tegen 24 stemmen. Daarmee leek de trend aangegeven voor de verdere besluitvorming. Het aannemen van deze motie zou namelijk betekenen, aldus dr. K Blei in zijn toelichting op het prae-advies van het moderamen, dat de strekking van het rapport werd ondergraven. De bepleitte terughoudendheid zou daarmee van de baan zijn.
Ook de tweede motie, ingediend door diaken mevr. G. D. te Velde-Kloosterboer (Paterswolde), was om diezelfde reden in strijd met de opzet van het rapport, aldus dr. Blei. Tot ieders verbazing echter werd deze motie, na toelichting van mevr. Te Velde ('Ik doe dit voorstel uit bewogenheid om mijn homofiele medemens'), aangenomen met 29 tegen 23 stemmen. Daarna was de chaos compleet. Synodepraeses Wallet zei terecht dat bezinning nodig was over het 'Hoe nu verder?' De andere moties, alsook het hele besluitvoorstel, behoefden niet meer behandeld te worden. Dr. J. Hoek greep nog even de microfoon om te zeggen dat hij niet meer beschikbaar was als er weer een nieuwe commissie aan het werk moest. Daarna was er pauze en verder een ongekend wandelgangen-gewoel. Voor de thee had niemand belangstelling meer. De pers mocht de rest doen, in gesprekken met synodeleden en anderen.
Wat is hier gebeurd?
Men kan zich afvragen of diegenen, die zich vóór de motie Te Velde hebben uitgesproken, zich wel hebben gerealiseerd wat hier gebeurde. De Hervormde Kerk krijgt nogal eens het verwijt een kerk zonder tucht te zijn. Formeel is dat onjuist. Wèl is het zo dat een aangespannen tuchtprocedure meestal strandt in een vroeg stadium (b.v. bij de provinciale organen). Maar elke kerkeraad heeft verder de mogelijkheid, naar eigen inzicht pastoraat en zo ook tucht te oefenen. De pastorale verantwoordelijkheid krijgt weliswaar geheel verschillende invullingen, maar ter plaatse, in de gemeenten is er wel terdege tucht, b.v. rondom de doop, het avondmaal, huwelijksbevestiging. Juist in de gemeente wordt dan overigens vaak sterk ervaren de spanning tussen de norm van Gods geboden en de leefwijze van leden der gemeente. Maar nooit is er van hogerhand een verbod op tuchtoefening geweest. Dàt nu is vorige week, voor het éérst dunkt me in de geschiedenis van onze kerk, wèl gebeurd. Kerkeraden mógen geen tucht uitoefenen inzake homosexuele leefwijze. Hier ging een wissel om. Vandaar de emoties na afloop. Kerkeraden, die hier tucht willen oefenen, komen zelf in de beklaagdenbank.
Een slechte dienst E z
Gesteld moet worden, dat de kerk door deze besluitvorming zichzelf een slechte dienst heeft bewezen. Ze heeft een slechte dienst bewezen aan die leden der gemeente, die worstelen met hun geaardheid en de wijze waarop ze daarmee moeten omgaan voor God en Zijn heilige gemeente! Waar is namelijk tot nu toe sprake geweest van tuchtprocedures ten aanzien van homofielen? Is er al niet sprake van grote terughoudendheid? Het is hier niet de plaats om dieper in te gaan op de zaken van homofiele geaardheid en homosexuele praktijk, maar het is mijn vaste overtuiging, dat pastoraat in deze in alle voorzichtigheid geschiedt, juist dáár, waar mensen met homofiele geaardheid zèlf beseffen, dat we allen leven in een door de zonde gebroken wereld. De vele reacties, die mij dezer dagen bereikten vanuit de kring van hen, die weten homofiel te zijn, spreken boekdelen.
In het zondenregister van het avondmaalsformulier worden voldoende zaken opgesomd, waarmee ieder tot zichzelf kan inkeren. De homosexualiteit zou aan dit zondenregister kunnen worden toegevoegd, om het zó te halen uit het isolement – alsof op dit terrein de enige en grootste zonde ligt – en het tevens te brengen in de lichtkring van de genade: 'maar dit wordt ons zeer geliefde broeders en zusters niet voorgehouden om de verslagen harten der gelovigen kleinmoedig te maken…'
Het synodebesluit nu is van uitermate onpastorale aard. Want juist door de uitspraak, dat kerken geen lucht mogen oefenen op dit ene punt, waarbij in de Hervormde Kerk intussen een wissel omging, worden juist homofielen het centrum van een nieuwe polarisatie, die is opgeroepen, waarbij te vrezen is dat ook nog eens alle grenzen worden uitgewist tussen homofilie (geaardheid) en homosexualiteit (uitleving). Het is tekenend dat niet alleen de voorzitter van de synodale commissie maar ook de voorzitter van een werkgroep voor homofielen reeds hun grote zorg hebben uitgesproken over zulke effecten van het synodebesluit.
Riskant
Bovendien doet zich nu het gevaar voor, dat diegenen, die zich tegen de motie Te Velde hebben gekeerd opeens worden gebrandmerkt als mensen, die geen bewogenheid hebben over hun homofiele mejdemens. Maar in de kerk – zo stel ik daartegenover – geldt toch niet alleen de norm van het gevoel? Het genoemde gevaar is te gereder voorhanden omdat de inhoudelijke kant van het synodale gesprek, vanwege de beslotenheid van de synodezitting, niet naar buiten is gekomen. Achteraf bezien (maar wat is achteraf?) had ook de besluitvorming beter achter gesloten deuren kunnen plaatsvinden. Besluitvorming ligt immers op dezelfde lijn als die waarop het synodale gesprek werd gevoerd?
Nu kreeg de afloop een parlementair karakter. Een IKON-joumalist vroeg mij, tijdens een ondervraging: 'Waarom maakt u zich zo druk om deze zaak?' Ik antwoordde: 'Om dezelfde reden als waarom IKON zich er druk om maakt'. IKON komt immers nog alleen op de synode als het over Zuid-Afrika en homofilie gaat!
En daarmee is dan intussen nog niets gezegd over de inhoudelijke controverse inzake pastoraat rondom homosexualiteit.
Hoe verder?
Los van de kwestie homofilie is er vorige week iets ingrijpends gebeurd. Allereerst de synodale 'tuchtoefening' over kerkeraden maar er is ook diep wantrouwen opgeroepen tegen elke poging, die in het werk wordt gesteld om inderdaad de breedte van de kerk te doen vertegenwoordigen in commissies. In de onderhavige commissie kon men, na twee jaar intern beraad, komen tot een ingehouden voorstel. Met één pennestreek ging het rapport uiteindelijk van tafel. De macht van het getal, in casu van de vigerende middenorthodoxie, won het van redelijk inzicht en wijs beleid. Dat schept beduchtheid om überhaupt nog in minderheidsposities te participeren in organen van de kerk.
Daar staat echter wel iets tegenover. Langzaam maar zeker wordt zichtbaar, dat zich een verschuiving voltrekt in de verhoudingen binnen de kerk. Zowel in relatieve zin als in absolute zin groeit de 'orthodoxe' flank. Dat is ook op de synode waarneembaar. Onontkoombaar is het dan ook om aan hervormde-gereformeerden en confessionelen een integrerend aandeel te geven in de voorbereidingsstukken voor de synode. Me dunkt echter dat dit het gevaar oproept, dat we zelf de macht van de meerderheid ruiken. En dat dan een teleurstelling dubbel groot is wanneer bij meerderheid van stemmen de macht in ons nadeel beslist. Het gaat immers niet om het recht van de meerderheid!
Eenparig
Wat vorige week in Driebergen gebeurde heeft weinig meer te maken met een kerkelijke beslissing. Op de eerste synode in de geschiedenis, namelijk het Apostelconvent te Jeruzalem (Hand. 15) waren er best al ingrijpende problemen ('grote twistingen') inzake de relatie heiden-christenen en Joden-christenen. Men sprak zich echter eenparig uit over datgene wat men samen verantwoord achtte. En het had 'de Heilige Geest en ons goed gedacht u geen meerdere last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen'. Als we vandaag in een verdeelde en gedeelde kerkelijke situatie er toch nog toe kunnen komen om gezamenlijk, in terughoudendheid iets te zeggen, dan is dat een hoog goed. Ik weet daarbij ook niet hoe het anders moet dan besluitvorming bij meerderheid van stemmen. Maar op de wijze van machtsuitoefening via het stemgedrag mag het zeker niet. Dat moeten we ook onszelf voorhouden.
Het wordt moeilijker in de kerk, juist naarmate wij als hervormd-gereformeerden meer verantwoordelijkheid gaan dragen. Het lijden aan de kerk zal dan nog dieper gaan. Het wordt met name moeilijker als we in machtsschema's gaan denken.
Program?
Nee, we maken geen program. Zeker geen Kuyperiaans program van afscheiding. Wannéér er al sprake is van een program dan bestaat dit uit lijden.
Lijden vanwege de gebrokenheid van het bestaan.
Lijden ook omdat er geen eenparig kerkelijk getuigenis is naar de wereld toe.
Lijden omdat we niet meer eenparig weten te zeggen wat zonde is èn wat genade is.
Lijden omdat we daarom ook niet pastoraal staan als kerk naast hen, die geconfronteerd worden met een geaardheid, waarmee ze niet zó kunnen leven als hun begeerte hen ingeeft; omdat al onze gedachten gevangen dienen te worden gegeven in de gehoorzaamheid aan Gods Woord.
Voorlopig lijkt de enige weg, die open ligt om de schade van de synodebeslissing terug te dringen, deze te zijn dat langs kerkordelijke weg bezwaar wordt aangetekend tegen deze synodale beslissing, omdat hier de meerdere vergadering geheerst heeft over de mindere. Of heeft het moderamen, dat zich in deze zaak met wijsheid en voorzichtigheid heeft opgesteld, de nodige vindingrijkheid om uit deze diepe impasse te komen?
Mevr. Te Velde – zo constateerde ik na de besluitvorming – liet zich niet feliciteren door een lid van de commissie vanwege het aannemen van deze motie. Ik weet niet of ze heeft beseft van welke reikwijdte haar 'succes' is geweest. Haar motie kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Ze heeft velen wel in groot gewetensconflict gebracht.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's