Elim, een oase in de woestijn van Ciudad 'Mi Perú'
Van Overzee
Zondag jl. was er een bijzondere dienst in de dochtergemeente van 'Los Olivos', die we de mooie naam 'Elim' hebben gegeven. De sloppenwijk Ciudad 'Mi Perú' (= stad 'Mijn Perú') is namelijk vier jaar geleden op woestijngrond verrezen. Slechts hier en daar groeit een kunstmatig bevloeid plantje of een verlept bloempje.
Met de naamgeving 'Elim' spreken we het gebed uit, dat de gemeente een oase in de woestijn mag worden. Eerst werden de diensten altijd in de pastorie gehouden, maar nu pas is men afgedaald naar het van geschonken Volvo-kistenhout gebouwde lokaaltje op het grote terrein van de kerk in het hart van de wijk.
Het lokaaltje is netjes schoongemaakt. Een soort vitrage was over een tafeltje gelegd. Er stonden zelfs een paar snijbloemen in een bloempot. Denk dus niet dat Peruanen niet van stijl en 'mooi' houden. Prachtig vinden ze het dat ik deze keer met colbert en stropdas uitgerust ben. Zielig kijken ze naar mijn zwaar verstuikte voet en mijn krukken. 's Morgens in de Pueblo Libre-gemeente drukte een bejaarde vrouw mij een biljet van 1000 intis (= ƒ 0,90) in handen. Voor de behandeling van mijn voet. Voor het eerst in al die jaren, dat iemand voor mij persoonlijk geld geeft. Ik heb het ontroerd geaccepteerd en niet gezegd dat ik het niet nodig had. God, die rijk is in barmhartigheid, en die alles heeft gegeven en geeft, wijst onze gulle en vaak schamele dankbetuigingen toch ook niet af? Ook moest ik denken aan het penningske van de weduwe, wat soms meer waard is dan de grote giften die apart in het kerkblad vermeld staan.
Het lokaaltje 'Elim' stroomt inmiddels vol met kinderen, jongeren en volwassenen. Daar we als gemeente pas een auto hebben, had ik veel jongeren van 'Los Olivos' meegenomen. Al zingend zaten ze achter op de laadbak van de pick-up. Twee weken geleden waren zij gedoopt. Nu willen ze erbij zijn, als er in de zustergemeente ook negen nieuwe leden bij komen. We vinden het erg belangrijk om vanaf het begin het contact tussen de gemeenten onderling te bevorderen en te verstevigen. Het individualisme viert nl. hoogtij. Jammer, want juist nu in deze crisistijd hebben we elkaar zo hard nodig.
Het valt me op hoe vooral de kinderen uit volle borst meezingen. ledere keer trekken die meestal vervuilde kindersnoetjes (wat wil je als je in een grote zandbak leeft!) weer mijn aandacht. Voor de preek gaan ze naar hun zondagschoolklas. Iets minder rumoer dus om te kunnen preken. Ik preek over Col. 4 : 2-6. We moeten volharden in het gebed en met wijsheid wandelen bij diegenen die buiten zijn. Heerlijk om in die woestijn te preken over het feit, dat God de deur voor het Evangelie opent. Het Evangelie van Christus, wat nooit ophoudt een geheimenis te zijn, dat alle aanbidding en verwondering waardig is. Als een reiger sta ik daar. Op één been. Omhoogwijzend. Trachtend hen te boeien, wetend dat Gods Woord ons niet weer los laat als het ons begint te boeien. Dat is voor Paulus belangrijker dan het ontslagen worden uit de gevangenis!
Daarna: Het bord en de beker voor het Avondmaal stonden wel al op tafel, maar ik bespeur geen brood en geen wijn. Bij navraag zegt men dat men dacht dat ik dat wel mee zou nemen. Nee dus. Goede leer voor de volgende keer. Ze moeten leren zèlf aan alles te denken. Blijkt er geen brood meer te koop te zijn en brengt men biscuitjes. Ik zeg maar niets.
Ook ontbreekt het doopvont en het doopwater. Het doopvont is gebroken, zegt Francisco. Dan maar een schoon rood afwasteiltje. Kan ik meteen mooi op inhaken om nog eens eenvoudig uit te leggen wat de doop betekent: we zijn vuil (het Spaanse woord klinkt hen als 'vuilakken' in de oren en dat komt harder aan dan te zeggen dat we zondaren zijn) en moeten afgewassen worden. Na de belijdenis en doop geeft ieder een kort getuigenis. Minder welbespaakt dan gewoonlijk. Opvallend dat voor drie 'hermanos' een genezing van ziekte een belangrijk motief is geweest om gedoopt te willen worden.
De belijdende leden worden daarna uitgenodigd voor de viering van het Heilig Avondmaal. Inmiddels zijn de kinderen ook teruggekomen. Hoe moet dat nu? Ruimte voor tafels is er niet. Banken verzetten lukt ook niet. Dan maar in een dubbele kring gaan staan. Dat geeft tegelijk de mogelijkheid om elkaar een hand te geven tijdens het bidden.
Het was hier dit keer niet mogelijk om zoals in een Nederlandse gemeente iets van de rust te proeven die overblijft voor het volk van God. Maar wèl was het mogelijk om bij kaarslicht te ervaren, dat we in deze donkere wereld elkaar als leden van één lichaam nodig hebben, dat we elkaar vast moeten houden tijdens de woestijnreis en dat we met groot verlangen mogen uitzien naar het beloofde land. Dat zijn toch ook waardevolle aspecten van een avondmaalsviering!
Ik kan het u aanbevelen om na elke avondmaalsdienst eens op te schrijven welke aspecten van het rijke Evangelie u het meest boeiden en welke omstandigheden daarbij een rol speelden. Na een paar vieringen kunt u dat opgeschrevene naast het avondmaalsformulier leggen om te kijken hoe veelzijdig u het Avondmaal beleefde.
Ook mag u het geschrevene opsturen naar Overzee: Apartado 930, Lima-100, Peru.
ds. L. W. Smelt, Lima, Peru
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's