Uit de pers
Nood in Roemenië
De ontwikkelingen in de landen van het Oostblok blijven een punt van aandacht, zowel in politiek opzicht als ook vanuit de relatie tot de kerken aldaar bezien. Ondanks de beweging van perestrojka in de Sovjet-Unie is de situatie in enkele Oostbloklanden somber. Met name het bewind van Ceausescu in Roemenië is rampzalig voor grote bevolkingsgroepen, waarbij in de eerste plaats genoemd moeten worden de nationale minderheden van Hongaren en Saksen in Zevenburgen, die onder zware druk staan zich te laten 'roemeniseren'. Hun eigen identiteit moet verdwijnen. Langzamerhand dringen geluiden omtrent hun situatie ook door in de pers en wordt er de aandacht op gevestigd.
In Vandaar van juni wordt in een artikel over Roemenië erop gewezen dat vanaf de tweede helft van de zeventiger jaren de economische situatie van het land verslechtert. De uiterst kritieke toestand wordt door de machthebbers als zodanig niet erkend. Met harde hand probeert de top haar beleid door te drukken. En de bevolking is daarvan de dupe. Het plan om duizenden dorpen op te ruimen riep in binnen- en buitenland protesten op.
In Roemenië zelf stelde vorig jaar een aantal predikanten van de Hervormde Kerk daarover een petitie op.
Doina Cornea, een vormalig docente Frans aan de Universiteit van Cluj, schreef in een open brief aan Ceausescu:
"Houd op met het afbreken en het verwoesten van dorpen in het land. Denkt u toch aan de verstrekkende gevolgen van deze verordeningen!
Het ligt voor de hand dat de geestelijke, maatschappelijke en zelfs economische nadelen die uit deze maatregelen voortvloeien, veel groter zullen zijn dan de onzekere voordelen, die er van verwacht worden.
De gedwongen verhuizing van mensen zal tot ontmoediging en chaos leiden en honderdduizenden gezinnen tot randgroepen in de nieuwe gemeenten maken.
Het verdrijven van mensen uit het huis en van de haard van hun vaderen, waar hun leven zin en een doel had, en waar zij voor zichzelf huizen gebouwd hebben, overeenkomstig hun behoeften, is heiligschennis."
De nationale minderheden
De Hongaren en Saksen in Roemenië hebben behalve met bovengenoemde problemen nog te maken met de roemenisering: Roemeen worden of vertrekken is de keus. Tot voor een paar jaar waren er nog Hongaarstalige radio- en tv-programma's in Roemenië. Deze werden echter gestaakt en de studio-archieven vernietigd. Hongaarse scholen krijgen het steeds moeilijker. Hongaren die een baan als leraar zoeken, worden in het deel van Roemenië aangesteld waar geen Hongaren wonen. In Zevenburgen, waar de Hongaren wonen, komen dan weer Roemeense leraren, die geen Hongaars kennen. Dit zelfde overkomt ook andere afgestudeerden.
Zo wordt de positie van de minderheden stelselmatig ondermijnd. Veel Saksen kiezen ervoor om het land te verlaten. De Westduitse regering betaald voor elke Duitser die Roemenië verlaat zo'n DM 10.000,– aan de Roemeense autoriteiten. De Saksen kunnen dan proberen in West-Duitsland een nieuw bestaan op te bouwen, wat hen door de andere mentaliteit vaak niet meevalt. De Hongaren hebben er in meerderheid voor gekozen om te blijven, al zijn er de laatste paar jaar ook veel Hongaren naar Hongarije vertrokken.
Hun aantal wordt geschat op 50.000.
Wat doet het Werelddiakonaat?
Uit het voorafgaande zal duidelijk geworden zijn dat het niet mogelijk is een paar vrachtwagens met hulpgoederen naar Roemenië te sturen. Die komen immers de grens niet over, want zo stellen de Roemeense autoriteiten: "er zijn geen problemen in Roemenië".
De hulp die we kunnen geven moet in relatief kleine hoeveelheden daar naar toe gebracht worden.
Levensmiddelen, medicijnen en medische hulpgoederen, literatuur en zondagsschoolmateriaal, vervoermiddelen voor predikanten, "stille hulp", het is allemaal hard nodig.
De vele contacten die bij dezer hulpverlening ontstaan zijn tussen christenen hier en daar vormen een wederzijdse bron van bemoediging en inspiratie om vol te houden in deze moeilijke tijden. De afgelopen paar jaar heeft de Europa-Commissie, waarin de werelddiakonaten van de Nederlandse Hervormde Kerk, van de Gereformeerde Kerken in Nederland, en van een aantal kleinere kerken hun werk ten behoeve van Oost-Europa bundelen, mede dankzij de inzet van een groot aantal vrijwilligers, voor zo'n ƒ 150.000,– per jaar hulp aan Roemenië kunnen leveren. Voor de opvang van de Roemeense vluchtelingen in Hongarije hebben de werelddiakonaten de afgelopen maanden een bedrag van ƒ 85.000,– beschikbaar gesteld. Ook de komende tijd hopen we niet uw steun hulp te kunnen bieden aan de noodlijdende Roemenen.'
Het is triest als we moeten constateren dat op grote oecumenische bijeenkomsten vaak in alle talen over de problemen van Oost-Europa gezwegen wordt. Selectieve verontwaardiging gaat dan overheersen.
Daarom is het goed wanneer via de kanalen van het Werelddiakonaat de nood van de Roemenen toch onder onze aandacht komt.
De verdwijning nabij?
Roemenië is niet het enige land, dat aandacht vraagt. Wat er gebeurt in Polen, Hongarije, de DDR en in Rusland mag niet minder onze aandacht vragen. Wanneer er meer speelruimte komt inzake vrijheid van meningsuiting, voorzichtige stappen in de richting van een democratisch bewind, nieuwe mogelijkheden voor de kerken en in het algemeen voor minderheden, mogen we ons daarin verheugen. Moeilijk blijft hoe we het moeten inschatten. In het Centraal Weekblad van 26 mei wordt de mening weergegeven van de bekende Roemeense predikant ds. Joseph Ton, in 1981 verbannen uit zijn vaderland en uitgeweken naar de V.S. waar hij werkzaam is als direkteur van het Roemeense Zendingsgenootschap. Tijdens een bezoek aan ons land gaf hij als zijn mening te kennen dat de verdwijning van het communisme een kwestie van tijd is. Het blijkt, zegt Ton, een onproduktief systeem te zijn met negatieve effecten voor cultuur en samenleving. Maar wat betekent de uitholling van het systeem? Wat gebeurt er nu velen er zich van afkeren? Een vacuum is dan niet denkbeeldig.
'Nu het communisme als alomvattend systeem tanende is, ontstaat er echter een hiaat op het gebied van de normen. Ds. Ton: "Diverse prominente schrijvers en wetenschappers in Rusland hebben publiekelijk gezegd dat alle geestelijke duisternis in hun land zijn oorzaak vindt in atheïstische propaganda. Zij willen dat de bijbel aan de mensen teruggegeven wordt en dat de kerken vrijheid van handelen krijgen. Alleen dat zal de moraal van de natie hoog houden, zeggen zij.
Met andere woorden: het christelijk geloof is het enige mogelijke antwoord."
De huidige wetgeving in de Sovjet-Unie laat een dergelijke geloofsvrijheid niet toe. Het nieuwe parlement is echter bezig met nieuwe wetten, die onder andere kerken de vrijheid zal geven eigen scholen te openen. Er wordt al op de nieuwe wetgeving vooruitgelopen. In de Sovjet-Unie wordt de ene kerk na de andere heropend. "De overheid geeft zelfs de prachtigste kerkgebouwen terug voor kerkelijk gebruik", vertelt ds. Ton. Daar blijft het niet bij: de kerken zijn veel vrijer in hun aktiviteiten. "Ik was diep ontroerd toen ik laatst uit de provincie Maldavië foto's kreeg van kinderkoren. Een aantal jaren geleden ging je nog naar Siberië als je betrapt werd op zondagsschoolonderwijs aan kinderen. Nu hebben de grotere baptistengemeenten kinderkoren met vijftig tot honderd kinderen. Die foto's vormden het bewijs dat het waar is."
Tien of twintig jaar geleden oefenden de dissidenten als eersten kritiek uit op het communisme. Ds. Ton: "Zij riskeerden hun leven ervoor. Gorbatsjov hield zijn eerste toespraak over het falen van het communisme twee maanden na Sacharovs vrijlating uit Gorky. Sacharov hoorde die toespraak aan en gaf tegenover een journalist de volgende reactie: "We horen hier Gorbatsjov dingen zeggen waarvoor dissidenten naar Siberië werden gestuurd. Niemand stuurde hèm naar Siberië."
Krampachtig
Het is alleen een kwestie van tijd voordat de doorbraak in de Sovjet-Unie zich zal herhalen in andere Oosteuropese landen. De leiders in die landen zijn boven de zeventig: ze wonen in prachtige paleizen, terwijl de hele bevolking verandering wil. Als je buurlanden een dergelijke verandering doormaken, hoelang kan je regering je dan krijgsgevangen houden?" Ook voor Roemenië, zijn vaderland, is ds. Ton hoopvol. Ceaucescu's plannen om kleine dorpen te vernietigen beschouwt hij als een krampachtige poging om de situatie bij het oude te houden.
"Hij wil 8000 dorpen geheel vernietigen en in 7000 andere de centra (waar de kerken staan). Hij wil daar woningen voor in de plaats bouwen, waar de mensen uit die andere 8000 dorpen kunnen gaan wonen. Je moet begrijpen wat daar achter zit: door deze maatregel wordt een terugkeer naar particuliere boerderijen bijna onmogelijk. Dat wil Ceaucescu bereiken. Maar het zou de woede van iedereen in de wereld moeten wekken. Gelukkig zijn het Gemenebest en de Verenigde Staten nu begonnen hem economisch te boycotten."
De Roemeense president heeft zijn plannen nog haast niet uitgevoerd; alleen in de buurt van de hoofdstad Boekarest zijn enkele dorpen met de grond gelijk gemaakt.'
Is Ton te optimistisch? Het is misschien nog te vroeg om daarover te oordelen. Duidelijk blijkt wel – de recente gebeurtenissen in China laten dat nog weer eens zien – dat een dictatoriaal bewind niet zomaar weg te krijgen is.
Je hebt het gevoel dat veranderingen lang werk hebben en vaak wat in de marge blijven. Maar we mogen blijven hopen en bidden om meer gerechtigheid en ontspanning en bovenal ook om wijsheid voor hen die vanuit het Evangelie zich dienstbaar willen opstellen ten opzichte van hun volk. Maar je leest de berichten over meer ontspanning toch met wat gemengde gevoelens. Waar zal het op uitdraaien? Welke machtsstrijd voltrekt zich? De effecten van tal van maatregelen worden verschillend ingeschat. Zo is de organisatie van Kruistochten van mening dat de teruggave van kerken in de Sovjet-Unie niet zo mooi is als het lijkt.
'Zowel volgens patriarch Pimen als metropoliet Filaret zijn er in 1988 tussen de 700 en 800 kerkgebouwen aan de Russisch-Orthodoxe Kerk teruggegeven. 'Volgens een bericht van het Engelse persbureau Keston College zou Filaret zelfs beweerd hebben dat deze kerken al geopend waren. Metropoliet Filaret is voorzitter van het Departement voor Buitenlandse Betrekking van het Moskouse patriarchaat.
Volgens de Russisch-orthodoxe aktivist Valeri Senderov zijn er echter niet veel meer dan 40 kerken geopend. Hij is het wel eens met het getal van ruim 700 kerken die zijn teruggegeven, maar "alleen op papier".
In werkelijkheid zijn de meeste "teruggegeven" kerken tot ruïnes vervallen en zal het minstens vijf jaar duren voordat die kerken hun deuren weer voor de gelovigen kunnen openen. In sommige gevallen is de schade zo groot dat het wel 12 jaar kan duren, aldus Senderov, tegenover een bezoeker van Kruistochten.
Minstens zo erg is de lokatie van de kerken. Zo'n vierhonderd bevinden zich in het westelijk deel van de Oekraïne. Dat is precies het gebied waar de Oekraïns-Katholieke Kerk haar bolwerk heeft. Aangezien deze kerk geweigerd heeft op te gaan in de Russisch-Orthodoxe Kerk, is zij onwettig verklaard en functioneert ondergronds. De Oekraïns-Katholieke Kerk beweert vijf miljoen aanhangers te hebben. Aangezien de teruggegeven kerken alleen door Orthodoxen bezocht kunnen worden, is in de West-Oekraïne niemand gemotiveerd om deze bouwvallen te restaureren.
Volgens Senderov en zijn vrienden dient de teruggave van de kerken drie doelen.
1. Propaganda. Op een gemakkelijke wijze krijgen de Sovjet-overheid en de Russisch-orthodoxe Kerk positieve aandacht in het Westen.
2. De Sovjet-autoriteiten gebruiken de Russisch-Orthodoxe Kerk voor hun russificeringsbeleid. In plaats dat er kerken geopend worden in gebieden waar de orthodoxe gelovigen behoefte aan kerken hebben (zoals Europees Rusland en Siberië), worden er kerken teruggegeven in gebieden waar de nationale minderheden in de meerderheid zijn (zoals in de Oekraïne en de Baltische staten).
3. Er worden kerken van een bepaalde denominatie heropend in gebieden waar de meeste gelovigen tot een andere gezindte behoren. Orthodoxe kerken worden teruggegeven in gebieden waar de katholieken de meerderheid uitmaken en baptisten krijgen kerken terug in gebieden waar de orthodoxen de meerderheid vormen. Hierdoor kunnen spanningen ontstaan tussen de diverse denominaties."
Dat het communisme de verdwijning nabij is lijkt me wat te optimistisch. Dat het als systeem gefaald heeft is duidelijk – evenzeer trouwens als dat ook van tal van westerse ideologieën gezegd moet worden – maar een falend systeem kan toch door een kleine groep hardnekkig verdedigd worden.
Fundamentalisme
In Opbouw van 9 juni schrijft ds. A. v. d. Dussen enkele artikelen voor het fundamentalisme. Hij meent dat het waardering verdient om zijn opkomen voor de betrouwbaarheid van de Bijbel als Gods Woord, maar tegen de manier waarop heeft v. d. Dussen nogal wat reserves. Fundamentalisten lopen gevaar het geloof te laten opgaan in een 'boekreligie', waarbij vergeten wordt dat de Waarheid niet primair een boek maar een persoon is (Joh. 14 : 6) die in de mantel van het Woord tot ons komt. Voorts vervalt men soms tot de fout op een intellectualistische manier alles sluitend te maken. Vooral in hun kijk op Israël wreekt zich dat. Van der Dussen zegt in dat verband:
'Israël-theologie
Voor wie de boeken van Hal Lindsey een te extreem voorbeeld vindt van fundamentalistische uitleg van profetieën, wil ik een citaat geven uit een bepaald soort Israël-theologie, die naar mijn mening aan hetzelfde euvel lijdt. Ik laat hier enkele regels volgen uit een artikel van Feike ter Velde in de krant Christenen voor Israël van april 1989:
Deze "goede aarde" …is "bezet gebied" en moet bevrijd worden. … Deze bevrijding zal niet geschieden door de VN, of door middel van een rondetafelconferentie, maar door de Messias van Israël. De grote Jozua zal komen. Het zal een tijd van enorme strijd zijn. … De volkeren zullen ten strijde worden verzameld tegen… Jeruzalem. (Zach. 14 : 2) En in die grote verdrukking zal de HEERE uittrekken, net als in de dagen van Jozua (vs. 3). Dwars door dat alles heen – wat een wereldwijde turbulentie! – wordt de Heere de koning over de ganse aarde.
In dit geval is het de profetie van Zacharia 14, die gelezen wordt als de aankondiging van een konkrete oorlogsvoering rondom een konkrete plaats, waarover de kranten te zijner tijd met foto's en al verslagen zullen kunnen plaatsen op hun voorpagina's. De schrijver laat zich daarbij weliswaar minder "science fiction"-achtig uit dan Lindsey, maar doet naar mijn gevoelen in wezen even weinig recht aan de manier waarop de bijbel in de toekomst schouwt. De bijbelse profetieën hebben toch een ander klimaat dan dit soort gedetailleerde, bijna "technische" voorzeggingen. Men veroorzaakt als het ware kortsluiting, wanneer men de visioenen waarin geopenbaard wordt hoe Christus koning zal worden over deze wereld, rechtstreeks verbindt met de konkrete tijdstippen, getallen, plaatsen en politieke machtsverhoudingen waarover onze kranten berichten. Ongetwijfeld is de boodschap van de bijbelse profeten en zieners van betekenis voor de konkrete werkelijkheid waarin wij leven en werpt zij licht op de krachtsverhoudingen die de berichtgeving in onze kranten domineren. Maar men moet leren verstaan hoe Gods toekomstige handelen in de bijbel geschetst wordt in een soort gelijkenissen: met behulp van beelden, die de bijbelschrijvers ontlenen aan gebeurtenissen en krachtsverhoudingen uit hun eigen tijd, duiden zij de werkelijkheid van Gods gerichten en overwinningen in de toekomst aan. Als Zacharia met het oog op de grote dag des HEEREN profeteert over verkrachting van vrouwen en ballingschap, over de jaarlijkse viering van het Loofhuttenfeest en de bestraffing van de Egyptenaren die daaraan niet deelnemen (Zach. 14 : 2, 16-18), dan spreekt hij een taal die zijn tijdgenoten verstonden! Maar daarmee is allerminst gezegd, dat hij exacte feiten aanduidde. Het zou wel eens kunnen zijn, dat al die aanduidingen een veel grotere symboolwaarde hebben dan wij ons realiseren. Ik betwijfel dan ook ten zeerste, of wij uit Zacharia 14 echt moeten afleiden, dat Jeruzalem metterdaad aan het eind der tijden het middelpunt zal zijn van waaruit God zijn koningschap vestigt. Nog afgezien van wat het NT zegt over de rol die het aardse Jeruzalem (niet?) zal spelen: ik geloof niet dat die uiteindelijke manifestatie van Gods majesteit een gestalte zal aannemen die in sensationele televisiebeelden zal kunnen worden vastgelegd. Juist doordat het fundamentalisme aan de profetieën exacte feiten wil ontwringen, neemt het de dieptewerking eruit weg. Juist doordat het de bijbelse visioenen over de eindtijd uitvergroot tot de meest fantastische en spektakulaire filmbeelden, is het niet in staat het geheim van de komst van Gods Koninkrijk erin te ontwaren.'
'k Meen dat de waarschuwingen van de schrijver terecht zijn. Men moet de profeten verstaan in hun eigen aard, maar dat neemt niet weg dat ik over de plaats van Jeruzalem in het licht van Gods heilshandelen toch wat genuanceerder zou willen spreken dan Van der Dussen.
A.N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's