Hoedemaker in Amsterdam
Op vrijdag 23 juni werd in de Amsterdamse Noorderkerk herdacht dat dr. Ph. J. Hoedemaker 150 jaar geleden geboren werd. Hoedemaker heeft scherpe polemieken gevoerd met dr. A. Kuyper inzake diens Doleantiestreven. Hoedemaker wist zich geroepen te ijveren voor kerkherstel binnen de Vaderlandse Kerk.In de dienst werd gesproken door dr. G. Bos, lid van het hoofdbestuur van de Confessionele Vereniging over 'Kerk en Koninkrijk in Hoedemakers levensarbeid' (Kerk en Koninkrijk vallen niet samen. Dit te stellen doet te kort aan Christus Konings heerschappij). Verder spraken de heer A. J. Kalland (voorzitter CDA-fractie in Eerste Kamer) en dr. K Blei, secr. generaal van de Ned. Herv. Kerk over 'Hoedemakers blijvende betekenis'.De sluiting werd verricht door drs. C. Blenk, predikant van de Noorderkerk te Amsterdam. Bijgaand de tekst van het slotwoord en het gebed van ds. Blenk.
Al jaren vóór Hoedemaker in Amsterdam werd beroepen, had hij hier als student al eens gepreekt: in de Oosterkerk. Onvergetelijk. 'Hij heeft reeds toen op dien kansel gevoeld – met angst in het hart gevoeld – hier is uwe plaats en dis is uw werk' (Scheers, p. 15).
Hier. Dat is: hier in Nederland. Want Hoedemaker was uit Amerika op doorreis naar Duitsland. Hier! Dat is ook: hier in de Ned. Herv. Kerk. Want de Afgescheidenen hadden hun beurt afgezegd om deze Hervormde beurt. Maar 'hier' blijkt achteraf ook te betekenen: hier in Amsterdam.
Hier, waar toen nog maar één orthodox predikant over was. Hier heeft hij toen zijn meest bevindelijke preek gehouden. 'U dan die gelooft is Hij dierbaar.' (Och, dat ik wist waar ik Hem vinden kon. Ik heb Hem gevonden die mijn ziel liefheeft…)
Toen Hoedemaker dan – na Veenendaal en Rotterdam – hier in Amsterdam beroepen werd, had de gereformeerde beweging, in de Nederlandse Hervormde Kerk intussen de meerderheid gekregen! Kuyper betrok Hoedemaker bij de V.U. en bijna bij de Doleantie. 'Al Gods volk gaat met mij mede', zei hij, 'Jan Rap en zijn maat blijven achter'. Wist u dat die bekende uitdrukking bij Kuyper op Hervormd Amsterdam sloeg? 'Een vermengde hoop… voor verreweg het merendeel bestaande uit Jan Rap en zijn maat, uit straatslijpers en komediegangers, uit stoïcijnse filosofen en onaandoenlijke Nutslieden.' Ook de officiële verklaring van de Dolerenden noemde met name Hervormd Amsterdam 'een Augiasstal' (Rulman, p. 354). En Hoedemaker? Hij vreesde dat ook! Maar ineens hoorde hij er de hoogmoed in. Toen jubelde het in de ziel: 'dat duldt Gods glorie niet'. Van nu aan behoor ik bij Jan Rap en zijn maat. Maar dat heeft hij wel geweten. Na twee jaar Friesland was hij weer was hij weer terug in Amsterdam. Op het nippertje beroepen. Intreepreek over het tarwegraan dat sterven moet… Onder zijn collega's een eenling. Op straat herkende hij zijn vroegere gehoor, op weg naar elders. Dat volk was zijn volk. Zijn nieuwe gehoor miste vaak de nodige voorkennis. Maar… had hij niet 31 jaar geleden al op die kansel gevoeld – met angst in het hart gevoeld – hier is uw plaats en dit is uw werk? (1893 gepubliceerd!). En had hij in 1886 niet van de Afscheiding geschreven: 'Wij zijn niet uit onkunde, niet uit slapheid – maar uit beginsel in de Ned. Herv. Kerk gebleven; gebleven om te strijden, gebleven om te reformeren; gebleven niet alleen omdat het Woord dit toeliet, maar omdat dit Woord het eiste'. (Op het fundament van Apostelen en profeten, p. 273, aangehaald bij Scheers, p. 213). Intussen: 'Wij gevoelen ons persoonlijk zeer nauw in geloofsgemeenschap verbonden met hen, die in bijkerkjes zitten, veel inniger dan met duizenden die in onze eigen kerkgemeenschap staan…'
Maar niet alleen Jan Rap bleef achter, ook de edele vriend Gunning. Hoedemaker schreef zeker de Ethischen niet af. Hoe voorbeeldig was zijn richtingengesprek met Gunning, en Gunning luisterde! Maar Hoedemaker kon het niet volgen dat Kuyper, die hen mét Jan Rap als de 'halven' afschreef, in de politiek een coalitie aanging met… Rome en de neutrale staat accepteerde! Laten wij Hem niet annexeren, vandaag!
Wat bezielde deze eenzame strijder? Het theocratisch visioen! Ik citeer: 'Gelooft gij dat God Nederland weer een christenland, Neerlands overheid een christelijke overheid, Neerlands Kerk een welingerichte Kerk kan maken? Laat mij anders formuleeren: gelooft gij dat Hij… dit zàl doen? Neen, ook deze vraag is nog niet geheel ter zake. Ik zal haar zóo stellen: wènscht gij dat Hij dit doe; zoudt gij het een zegen achten, indien Hij het deed, zijt gij overtuigd dat wij verloren zijn, indien Hij het níet doet?' (Scheers, p. 147) Profetische vraag!
Na een eeuw moeten wij zeggen: het heeft God niet behaagd! Hoedemaker zou zeggen: het heeft Neêrlands volk en kerk niet behaagd. Hoe ontsteld zou Hoedemaker opkijken in dit Amsterdam! Maar verlóren, echt verlóren zijn we als in deze ballingschap geen profetie meer klinkt, geen rest meer is, geen Elia en geen 7000, geen God van Elia.
Gebed
'O God, die droeg ons voorgeslacht, het tarwegraan dat in de aarde viel en stierf bleef niet alleen, maar droeg vrucht. Wij danken u voor zulke profetische en priesterlijke gestalten in het verleden. Geef ze ook heden.
Wij bidden voor heel de kerk en heel het volk. Vergeef de zonde, heel de wonden. Wij bidden U dat Afscheiding en Doleantie, heel de Afscheiding en heel de Doleantie, in waarheid opgeheven mogen worden. En bewaar ons alstublieft voor een tweede, voor spelen met dat vuur, voor nieuwe brandstof. Wij bidden u dat deze profetie niet zal ontbreken en het visioen niet zal verbleken. Wij bidden U voor de overheid. Uw dienares. Geef dat Christelijke oppositie als die van Elia mag zijn en Christelijke deelname aan de regering als die van Obadja aan Achabs hof: om te redden wat te redden valt.
Wij danken u dat Uw kerk ná Hoedemaker waarlijk wereldwijd .is geworden en beluisteren daarin het komen van de Koning. Geef dat wij bij Uw komst onstraffelijk wezen mogen. Ontferm, ontferm u Heere. Ook over deze stad Amsterdam, deze Jordaan hier, om de hoek.
Dat wij allen op onze eigen post mogen weten: hier is uw plaats en dit is uw werk, verheugd met beving.
Om Jezus' wil, onze hoogste profeet, enige Hogepriester en eeuwige Koning. Amen.
C. Blenk, Amsterdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's