De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

11 minuten leestijd

A. H. van Zijl, 1 Samuel, dl. I, 252 blz., geb. ƒ 65,50 (bij int. ƒ 59,50), uitg. G. F. Callenbach, Nijkerk, 1988.
In dit deel van de serie De prediking van het Oude Testament wordt verklaring gegeven van h. 1 : 1-1535 van 1 Sam., een afgesloten tijdperk. Meer dan eens wordt gewezen op de eenheid van lijn en hoofdgedachte. Ook in dit deel komt uit, dat ernst gemaakt wordt met de prediking, die uitgaat van de tekst. Zo komt telkens iets boven van de betekenis van het heden der Schriften. Een enkel voorbeeld uit h4 : 1b. v.: De Heere blijft onder alle omstandigheden Heer van de geschiedenis. Hij is van niets en niemand afhankelijk. Als de ark in Kirjat-Jearim in veiligheid is gebracht, dan zeggen de Filistijnen: er is niemand die kan standhouden tegenover 'deze geweldige God', h. 4 : 8 (St. vert: Wee ons, wie zal ons redden uit de hand van deze heerlijke goden). De Heere geeft uitkomst. Hij alleen. Menigmaal wordt gesproken van de hand des Heeren… Het boek Sam. verplaatst ons naar dagen van diepe inzinking van het geestelijke leven. Er was geen openbaar gezicht: Echte Goddelijke openbaring was iets zeldzaams… Wij worden herinnerd aan Am. 8 : 12: Zij zullen het woord des Heeren zoeken, maar zij zullen het niet vinden. Maar de Heere laat Zijn volk niet zonder leiding en niemand zal Zijn woord tegenhouden. In het woord des Heeren schuilt een machtige kracht. Jer. 23 : 29.
Op enige stukken vestig ik de aandacht van onze lezers. Samuel is niet de schrijver van het naar hem genoemde boek in h. 25 : 1 wordt zijn dood vermeld en zijn begrafenis in Rama. De schr. vraagt zich af of Samuels naam aan het boek verbonden is, omdat hij de voornaamste figuur is van het drietal Eli, Samuel en David. Hij stelt, dat de auteur de geschiedenis geïnterpreteerd heeft, uitgaande van het thema dat het de Heere is die de geschiedenis van volk en enkeling beheert en bestuurt. Bij herhaling wordt gewezen op de inherente kracht van het woord des Heeren, een kracht, die effectief werkt. Meer dan eens wordt onderstreept, dat de Heere van alles de leiding heeft. Gewezen wordt op het doelgerichte leiderschap van Samuel en het zwakke optreden van Eli, die moest capituleren tegen de Filistijnen. Samuel telt onder de groten van Israël. In het boek van Jeremia staat de aangrijpende openbaring des Heeren (h. 15 : 1): Al stonden Mozes en Samuel voor Mijn aangezicht, dan zou mijn ziel niet tot dit volk zijn (dan zou mijn ziel toch niet tot dit volk neigen, NBG). Samuel was een kind des gebeds, de geroepene van der jeugd af aan. In dit verband wijst de schr. op h. 3 : 9: Het is een doorlopende eis van God, dat de mens naar Hem luistert (1 Sam. 15 : 22 e.a.). Gods regering over Israël wordt zichtbaar in de dienst van Samuel als richter, priester en profeet. Samuel richtte Israël alle de dagen zijns levens, 1 Sam. 7 : 15. De schr. vergelijkt Samuels leven met dat van Mozes: hij was een charismatig leider, die in gehoorzame dienst aan de Heere, leiding geeft als profeet, priester en vrederechter. Zwaar was voor Samuel de roep van het volk om een koning. Daarbij kwam, dat de zonen van Samuel (richters over Israël) niet wandelden in huns vaders wegen (h. 8 : 3). Zij maakten zich schuldig aan uitbuiting en bedrog, zij verdraaiden het recht en namen steekpenningen aan. Israël heeft zijn God verworpen. Het woord des Heeren kwam tot Samuel: zij hebben niet u verworpen, maar zij hebben Mij verworpen, dat Ik geen koning over hen zal zijn. Gewezen wordt op het verbond tussen den Heere en het volk h. 10 : 19, Gij hebt Uw God verworpen! Herinnerd worden wij aan het woord van Hos. 13 : 11: Ik gaf U een koning in Mijn toorn en nam hem weg in Mijn verbolgenheid. Tegen alle waarschuwing in komt er een koning: Te Gilgal wordt Saul met groot enthousiasme ingehaald, 1 S. 11 : 15. Samuel moet Saul zalven tot 'nagid', voorganger, gezalfde (vert. NGB vorst, eveneens vorst in Jes. 55 : 4). Samuel maakt zich niet los van het dwalende volk. Hij blijft het volk vermanen om de Heere met het ganse hart dienen. Hij zou zondigen als hij ophield voor het volk te bidden (h. 12 : 20). De eigenwilligheid en ongehoorzaamheid van Saul komen spoedig aan de dag (misstap van Gilgal); het gaat met Saul van kwaad tot erger. Om zich te verdedigen verschuilt hij zich achter het volk. Het ging van Saul van kwaad tot erger, 1 Sam. 15 : 21. 'Gehoorzaamheid is beter dan slachtoffer'. Als Saul als koning verworpen wordt luidt het woord des Heeren tot Samuel: Het berouwt Mij, dat ik Saul tot koning gemaakt heb. Met diepe ontroering vernam Samuel dit oordeel en hij riep tot de Heere de ganse nacht, h. 15 : 11 v. Israël heeft zijn Moschia (verlosser) verworpen. Maar het koningschap des Heeren is door de roep van het volk niet opgeheven. Israël is en blijft het volk des Heeren. Maar dat bijzondere voorrecht vraagt volharding in geloof, h. 1 : 17v., 7 : 2v. en echte bekering.
Samuel maakt zich niet los van het dwalende volk. Hij zou zondigen als hij niet meer voor het volk zoude bidden. H. 12 wordt wel de afscheidsrede van de profeet genoemd. De verbondsverhouding tussen de Heere en Israël is het uitgangspunt. Sam. heeft men wel een profeet Gods zonder kroon genoemd. Sam. blijft het volk vermanen om de Heere met het ganse hart te dienen, h. 12 : 2ov. Hij zou zondigen als hij ophield om voor het volk in te treden en hen te onderrichten. De profeet vermaant het volk: Wie de Heere dient, moet uitsluitend Hem dienen en dat in volledige overgave, h. 12 : 19v. Ziehier enige aantekeningen uit dit veelomvattend werk, dat ik gaarne aanbeveel, ook voor niet-theologen van professie. Breed uitgewerkt en opbouwend van inhoud zijn de stukken getituleerd 'de prediking van…'. Menige opmerking op de voorgaande bladzijden uit deze Schriftverklaring is geciteerd uit deze nibrieken. De vele noten achterin, verwijzingen naar commentaren, monografieën e.d. zijn noodzakelijke bronnen voor nadere vakstudie.
H. Bout, Huizen

Clive Calver, de Geest die levend maakt, uitg. Voorhoeve, Den Haag; 102 blz., ƒ 19,50.
Dit uit het Engelse vertaalde boekje (vertaling door ds. J. G. Mees) wil onderstrepen wat de Geest heiligend wil doen in het leven van een christen. Voor de schrijver was het een ontdekking dat het christelijk geloof meer is dan louter geloof. De Heilige Geest geeft er de dimensie van de heiliging aan. Hij geeft ook gaven, waarnaar elke christen moet staan. Ik heb met heel wat dingen in dit boekje moeite. Bijvoorbeeld als ik lees: omdat Jezus overwinnaar was en wij dezelfde Geest als Hij hebben kunnen ook wij de overwinning over de verzoekingen van de duivel hebben. En: wij zijn niet maar geroepen om Jezus na te doen, maar in feite aan zijn eigen natuur deel te hebben, zodat Gods heerlijkheid door middel van de Heilige Geest door ons leven heen zou stralen. Ik mis daarin de belijdenis van Paulus (die de Geest ons ook leert), dat de allerheiligsten slechts een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid hebben (Rom. 7). Wat de gaven van de Geest betreft zegt de schrijver: Experimenteer met zoveel gaven als je kunt. Tracht uit te vinden wat je het meeste ligt. Wees niet bang als iets mislukt. Pas als wij ons voor de Heer open stellen, kan Hij ons gaven geven en ons gebruiken. Het boekje is sterk vanuit de ervaring geschreven en mist de diepte van het reformatorisch belijden.
H. Veldhuizen, Hillegersberg

Dr. H. Berkhof e.a., Voorbij Domineesland, uitg. De Horstink en Dagblad Trouw, 198 blz.
'God is geen relevante factor meer in ons leven en samenleven. Hij mag in kerken, gezinnen, christelijke instituten en verenigingen als gepensioneerde Zijn leven nog een tijd voortzetten, maar in maatschappij en cultuur is voor Hem geen plaats meer. Hij is verklaard tot het laatste wat Hij ooit voor zijn wereld zou willen zijn: 'Privatsache'.'
Je zou dat de kernregel kunnen noemen van de inleiding die prof. Berkhof schrijft ter opening van deze bundel schetsen over de gevolgen van de secularisatie. Berkhofs beschouwing verscheen 1 april 1988 voor het eerst in het dagblad Trouw. De samenstellers van deze bundel vroegen vervolgens allerlei mensen uit kerk, maatschappij en politiek op de probleemstelling te reageren. We hebben in de hier besproken uitgave het resultaat.
Prof. Berkhof geeft aan wat hij met de aan Buber ontleende en door hein recentelijk ingevoerde aanduiding bedoelt om weer te geven wat er in onze tijd aan de hand is. Kern van de secularisatie acht hij de 'Godsverduistering'. 'Zoals de maan bij tijden zich tussen de zon en de aarde schuift, zo verduistert het dogma van de autonomie van de mondige mens ("Verlichting" geheten!) het licht van God.'
In het Nawoord, waarin prof. Berkhof kort reageert op de bijdragen van de anderen die aan deze bundel meewerken, geeft hij aan afscheid te hebben genomen van het woord 'secularisatie'. Hij acht het een veel te versluierend woord voor de ernst van de situatie. Het doet het teveel voorkomen alsof we erin met een soort onafwendbaar natuurverschijnsel te maken hebben waaraan we ons maar hebben over te geven. Maar de geschiedenis is geen onzijdig natuurproces, veeleer een strijdtoneel waarop God en de mensen hun doeleinden najagen, als bondgenoten of als tegenstanders, maar altijd wel als personen, als subjecten.
Hij had eigenlijk gedacht dat zijn medechristenen de naamsverwisseling naar 'Godsverduistering' zouden begroeten als een veel treffender typering voor de geestelijke situatie van onze tijd. Dat sommige wetenschappers liever vasthouden aan het objectiverende beschrijven en duiden van een proces, kon volgens prof. Berkhof weleens verraden hoezeer de secularisatie, neen: de godsverduistering zich al in onze harten genesteld heeft. Volgens hem ligt hier de grote scheiding binnen de kerken: moeten we God zien als een gemarginaliseerd discussie-object of allereerst als een relatiestichtend Subject? Hier komt inderdaad een verschil in visie openbaar op het proces waarin we als christenheid terecht zijn gekomen. Bij prof. Berkhof komt veel meer aan de orde het gegeven dat we de verduistering aan onszelf te danken hebben. Zeker, dr. Blei heeft dunkt me gelijk als hij stelt dat we naast 'schuld' ook hebben te spreken over 'lot'. De wolk die vandaag velen het zicht op God ontneemt is echter geen noodlot maar eigen keus namelijk voor onze autonomie. Daarom verwacht Berkhof dat deze fase in de geschiedenis ook weer voorbij zal gaan. De menselijke autonomie zal op haar eigen grenzen stuiten. Er is uiteraard op de vragen rond secularisatie en Godsverduistering nog wel meer te zeggen dan door Berkhof e.a. wordt aangegeven. Mij trof onlangs wat dr. Spijkerboer in de Kroniek van Kerk en Theologie (jan. 1989) schreef reagerend op Berkhofs stellingname in het hier besproken boek. Z.i. wordt onze samenleving sinds WO II beheerst door een bijna geperverteerd verlangen naar vrijheid omdat het zo uitermate individualistisch gekleurd is. Maar wat echte vrijheid is, aldus Spijkerboer, is alleen in het Oude en Nieuwe Testament te leren. Je wordt bevrijd van de afgoderij en het wetticisme en je wordt bevrijd om de Here God en je naaste van harte lief te hebben. En de grondfout van het individualistisch verlangen van onze tijd is dat het in principe ook zonder de ander kan. Ontkerkelijking heeft daar alles mee te maken, met dat individualistisch verlangen naar vrijheid. Je bindt je toch niet aan zoiets antieks als de kerk. Ik meen dat Spijkerboer in deze analyserende opmerkingen terzake de problemen van onze tijd rake dingen zegt.
We kunnen niet verder ingaan op wat deze bundel te bieden heeft. Er valt wel het een en ander uit te leren voor wie zich betrokken voelt bij de bedreigde positie van kerk en christendom in onze cultuur.
J. Maasland, C. a. d. IJ.

Ja kun je krijgen, onder redaktie van E. Talstra. Over de integratie van mongoloïde kinderen in het reguliere onderwijs. Uitgave van Meinema, Den Haag, prijs ƒ 16,90
In 1986 is er door een aantal ouders de Vereniging voor een geïntegreerde opvoeding voor mongoloïde kinderen opgericht (V.I.M.). De bedoeling is dat de kinderen met het zogeheten Down-syndroom niet naar een ZLMK-school toegaan, maar naar de basisschool. In artikel 2 van de statuten van de vereniging staat: 'De vereniging heeft ten doel de mogelijkheid te creëren dat ouders ervoor kunnen kiezen hun kind met het syndroom van Down naar school te laten gaan in reguliere onderwijsinstellingen'.
In deze paperback zijn een aantal lezingen en praktijkervaringen van ouders, ondenvijsgevenden en begeleiders verzameld.
De bijdragen zijn goed leesbaar, ook voor belangstellenden buiten het onderwijs. Het gaat om meningen die pro zijn; ongetwijfeld zijn er tegenstemmen.
Het initiatief moet wel serieus genomen worden, omdat er al een dertigtal van deze kinderen op een aantal scholen in het onderwijsproces opgenomen zijn.
Het boekje is het teken dat de vereniging na een startfase in de openbaarheid treedt. De pers heeft aandacht gevraagd voor dat initiatief en in onderwijsland zal er ongetwijfeld ook op gereageerd worden.
We zijn benieuwd naar het vervolg en de mogelijke bijsturing.
De vereniging stelt niet dat alle kinderen naar de basisschool moeten, selektie blijft geboden.
Deze bespreking heeft alleen tot doel om op het initiatief te wijzen. De beoordeling moet in onderwijsbladen plaats vinden.
I. A. Kole

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's