De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. G. Wisse als prediker (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. G. Wisse als prediker (4)

9 minuten leestijd

In deze bijdrage bespreken we een ander typerend element van de prediking van prof. G. Wisse: het eschatologische element. Geheel zijn leven lang heeft Wisse gewerkt vanuit het besef, dat, zoals de apostel Petrus zegt, 'de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten'.
Aan deze innerlijke overtuiging heeft hij ook uitdrukking gegeven in zijn preken, tijdredes en geschriften. Wisse was een eschatologisch prediker in de eigenlijke zin van het woord, dat is: hij handelde vaak en uitdrukkelijk over het einde aller dingen, en over de tekenen die daaraan voorafgaan.
Een tweetal vragen zullen we hieronder beantwoorden:
1e) Hoe ziet hij het verloop der dingen, zo men wil, de tijd, en de gebeurtenissen die aan de laatste dag voorafgaan?
2e) Wat moeten de gelovigen doen? Wat is de plaats en de opdracht van de kerk Gods in deze tijd?

Circulatie
Wat de vraag naar het wezen van het verloop der dingen betreft, de visie van Wisse hierop kan worden weergegeven met een tweetal kernbegrippen: a) dat van de circulatie; b) dat van de spiraliteit.
De eerste beweging die Wisse in de gang der dingen, in het verloop der geschiedenis dus, ziet, geeft hij weer met circulatie. Hiermee bedoelt hij dat alles hetzelfde blijft; er is in feite niets nieuws onder de zon. De mensen zijn in de opeenvolgende tijden wel anders, de mens blijft dezelfde! En hoe ziet hij die mens die in wezen, in zijn hart toch dezelfde blijft er dan uit? Hij antwoordt: 'De mens met zijn begeerten en praktijken; de mens van de streving en de concurrentie, van begeerzucht en misdaad; van duizendvoudige poging tot zelfverlossing; en altijd maar door weer oorlogen, revoluties, strijd om het bestaan, zingenot, machtswellust, krachtontplooiing enz. enz.
Ja, ''t Is net als een mallemolen (carroussel) die altijd ronddraaiende telkens dezelfde beesten, leeuwen, paarden, etc. aan uw oog doet voorbijgaan.
De vorm, de manier moge zich wijzigen, maar 't is alle eeuwen door 't zelfde in het wezen der zaak'.
'Alle kwesties zijn er feitelijk altijd geweest; alle strevingen dito, alle botsingen eveneens. Alle goddeloosheid en ook godzaligheid vinden we overal en altijd terug.'

Spiraliteit
Maar men mene nu niet dat dit eeuwig zou doorgaan en dat er van progressie, van opklimming (eigenlijk: neerdaling!) in dit alles geen sprake zou zijn. Wisse ziet namelijk nog een tweede beweging of lijn, die van de spiraliteit! In de zojuist genoemde eerste ronddraaiende beweging, is een andere beweging, een lijn opwaarts, te bespeuren: 'Er is klaar een proces in dit alles te ontwaren. Een stijging, een klimming, een breder spiraalslag'. En wel verre vandaan dat het beter zou gaan, gaat het juist slechter. Wisse durft zelfs te stellen dat de zonde zich moet kunnen uitleven, en daarom zal haar lelijkheid steeds meer openbaar worden, in het leven der mensen en op het vlak van de wereldgeschiedenis. 'En naarmate de geschiedenis nu voortschrijdt, en de spiraalslag groter wordt in het wereldgebeuren, zal dan ook te ontzettender openbaring worden aanschouwd van de in mensheid en schepping inwonende krachten der duisternis'. Onder invloed, en inwerking van het Beest uit de afgrond, kan de zonde zelfs een religie, een godsdienst, worden: 'Zie dat is het fatale, de zonde is geen zonde meer; dit niet alleen: de zonde is godsdienst geworden, 'een religieus getinte uitbarsting der vleselijke begeerte met een zekere wijding van eredienst'.
En God? Is Hij onmachtig om dit proces, deze 'richtinglijn tot ondergang', af te breken of te stuiten? Kan Hij niet tegen de zonde op? Jawel, hoe driest het ook wordt, en 'alles moet vliegen en rennen, en bruisen en boksen, en springen en dansen, en gillen' (aldus Wisse zinspelend op de sportmanie). De Heere weet ervan. Hij ziet en hoort 't. Hij heeft er zelfs, in zekere zin althans, de hand in: 'Maar God Almachtig zal dit toelaten, bestieren zelfs', zo merkt hij op. Doch: met een bepaald doel: 'Maar opdat uitkome, dat Zijn Geest des levens zelfs het fataalste van zonde en dood aankan.'.
Tot zover het antwoord op de eerst gestelde vraag: naar de visie van Wisse op het verloop der dingen.

Wat staat ons te doen?
We richten ons nu op de tweede vraag: wat staat hen te doen die het merkteken van het beest niet ontvangen hebben? Wat is de plaats en taak, en verantwoordelijkheid der christenen in het laatste der dagen? Hoe moet hun houding zijn? Hun opstelling en levenswijze?
We kunnen – als we antwoord geven – dit omschrijven met een tweetal werkwoorden: waken en getuigen.

Ten eerste is het de opdracht der gelovigen in een tijdsgewricht waarvan Wisse zegt: 'Maar het kan en zal er spannen' waakzaam te zijn. Ze moeten ogen en oren openhouden. Wisse roept ze op op de klok der wereldgeschiedenis te kijken, dus te letten, acht te nemen, op alles wat er geschiedt, want de gebeurtenissen en toestanden van onze eeuw doen ons zien, 'dat de wijzer op het uurwijzerbord der wereldgeschiedenis zich zichtbaar beweegt naar de volle middag'.
Elders spreekt hij over de tekenen der tijden als over 'seinen van de hemel'. En wat zijn dan die seinen van de hemel? Een van de meest opvallende tekenen of seinen die hij dan noemt is de zakelijkheid, de verharding van het leven van alledag. Het is wel waar – zoals hierboven gezegd – dat de zonde zich moet uitleven en zelfs een godsdienst kan worden; dit wil echter niet zeggen, dat het zo aanwijsbaar is.
Integendeel: Wisse merkt ook op, dat de mensen zo gewoon zullen leven, de een op z'n akker, de ander in z'n koopmansschap. Het leven van velen zal zo huiselijk zijn, ja zo platvloers gewoon, maar tegelijk ook zo ver van God vandaan. 'Alles beweegt zich dan om de stoffelijk zijde van het leven'.
De mensen zullen zijn opgaande in de materie, levende voor de buik, en, zo men nog een antenne heeft, zal men bij nadere kennismaking met dit type mens – vlak voor het eindgericht – moeten vaststellen: 'Onaandoenlijk, onontroerd, onopmerkzaam, ongevoelig, onbekeerd!'.
Wisse benadrukt dus dat een van die tekenen der tijden is, dat alles zo gewoon ('eten en drinken en huwen') eraan toe zal gaan. En dat moeten de christenen nu opmerken en daar zeker niet aan meedoen, want: Dat gewone, zo stelt Wisse dan, dat was het juist. Zij hadden ongewoon moeten zijn en doen, namelijk onder de ongewone omstandigheden van het naderend gericht.
Waakzaamheid is dus geboden en Wisse weet dat dit waakzame type mens – de kinderen Gods – in die tijd ook gevonden zullen worden. Volstrekt en principieel onderscheiden van dat 'gewone' type mens. Wie zijn zij en waar zijn zij te vinden? Hoe moeten we hen zien? Wisse antwoordt dan: 'Daar zullen er nog zijn, in wier hart de polsslag van het geestelijke, eeuwige leven klopt'. Dat type mens, uit God Zelf geboren, 'welks eigenlijke leven niet is veld, molen, bed'. Dat zit dan niet in een apart hoekje van deze wereld. Nee, aldus Wisse, maar het zit als in de wereldmassa in. 'Goed verstaan' – zo zegt hij dan – 'wij zullen er in vermengd zijn, in legers, fabrieken, magazijnen, werkplaatsen, op velden en akkers.' Overal dus, al is het waar: 'In die grote massa zijn ze als een nachthutje in de komkommerhof, als een eenzame lelie onder de doornen.'
Een tweede aktiviteit die de kerk Gods in deze laatste dagen aan de dag moet leggen is: getuigen.
Nadrukkelijk beklemtoont Wisse dat er van hun kant, op enigerlei wijze, gesproken moet worden. Afgezien van effect of vrucht! Wisse weet ook wel: 'Er kan een tijd aanbreken, dat er niet veel meer te verwachten valt van debat of evangelisatie, maar waar niettemin het Woord Gods niet mag verstommen.' Getuigen is dan ook, in die benauwdheid der dagen, als 'een opvonken, een vlam die uitslaat uit de drang der van het heilig beginsel doorvulde en doorgloeide ziel.'
Wat opvalt is dat, volgens Wisse, de gelovige ook hier weer theoloog is: 'Als getuige staat men als het orgaan van God, georiënteerd náár God, en daarom sprekende tot de wereld.
En nog eens, wat het resultaat, zo men wil, de vrucht van hun getuigend werk betreft, Wisse antwoordt kort maar krachtig: 'Of ze het horen zullen of laten zullen'. Men hebbe dus in dit getuigenis niet als primair doel om 'zielen te winnen' (want de praktijk zal vaak zijn dat men zich niet gewonnen zal geven!), maar getuigen of prediken omdat God het wil! Omdat God het waard is! 'We hebben dus niet in de eerste plaats te vragen, zal het baten? Zal men horen? etc. Nee, maar doorvuurd van Gods naam, en heiligheid en recht, en ook afgezien van wat men ervan denkt en er al of niet mee doet, hebben we 'in de naam Gods maar positie te nemen, en te stellen, en te zeggen: Zo en zo is het en niet anders. Zwijg voor Zijn aangezicht gij ganse aarde!'
En zo gaat het op het einde aan. Twee lijnen in de gang der geschiedenis; twee typen van mensen op het toneel van deze wereld. Het ene vaart straks ten hemel, het andere daalt dan in de afgrond. Intussen zolang die dag nog uit-staat, is het een en al beweging en een en al gerichtheid. Ja, zegt Wisse dan: 'Het kwade wordt al kwader; maar wat uit God is ook al intenser. Die twee cirkels raken elkaar straks tot een botsing van al wat in het gans heelal zich beweegt. Dan komt de gloriërende Christus weder; zichtbaar in onbeschrijfelijke hemelluister verschijnend. Dan spreekt Hij het laatste woord, waarmee de wereldstrijd tussen het licht en de duisternis wordt beslist.
Dan zal de rechtvaardige moeten uitroepen: de weg was lang en bang; nauwelijks maar niettemin toch zalig geworden.
Maar waar zal de goddeloze en zondaar verschijnen?'

Joh. de Rijke, Stad aan 't Haringvliet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prof. G. Wisse als prediker (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's