Uit de pers
Bazel 1989
In mei van dit jaar werd in Bazel de Europese Oecumenische Conferentie over het conciliair proces gehouden, een grote conferentie van Europese kerken waarbij ook de Oostbloklanden vertegenwoordigd waren, en ook de Rooms Katholieke kerk als deelnemer aanwezig was. Op deze conferentie werd een slotdocument gepresenteerd in zes hoofdstukken. Hoe men ook over de betekenis van dergelijke grote conferenties moge denken, een feit is dat we aan de onderwerpen die daar aangeroerd werden niet voorbij kunnen gaan. Ook wie wil spreken en handelen in het spoor van de Reformatie zal zich aan de bezinning niet mogen onttrekken. Een slotdocument waar door 500 personen over is gediscussieerd en gesproken is uiteraard een stuk dat de sporen van een compromis draagt, temeer als we bedenken dat in Bazel de verschillende christelijke tradities – als ik het zo mag zeggen – bijeen waren. In het Centraal Weekblad van 16 juni geeft ir. M. van Alphen een impressie van dit document. Ondermeer komen de wortels van de crisis die onze wereld teistert ter sprake.
Voor velen is het duidelijk dat de wortels van de crisis liggen in de immense hoeveelheid middelen en mogelijkheden die door wetenschap en techniek binnen menselijk bereik zijn gekomen. Zonder hieraan voorbij te gaan legt het document de werkelijke oorzaak echter in het hart van de mens, in zijn houding en mentaliteit. De zelf-verheffing, het vertrouwen op de maakbaarheid van de wereld heeft geleid tot een overschatting van de mens in het geheel van het leven. Aan de wortel van onze economische systemen, in West en Oost, ligt een ideologie van voortdurende groei die geen rekening houdt met ethische waarden.
De bronnen van wetenschap en techniek hebben we nodig om de problemen waarvoor we staan te lijf te gaan. Maar de verwachtingen die zij hebben geschapen moeten opnieuw gewaardeerd worden. Als christenen moeten we ervoor waken die ideologie van menselijke vooruitgang kritiekloos te bepleiten die geen rekening houdt met de mens als geheel. Dus geen blind vertrouwen in de menselijke mogelijkheden, maar ook niet toegeven aan gevoelens van machteloosheid en wanhoop. Christelijke hoop is een beweging van verzet tegen fatalisme. Door bekering tot Christus zullen wij de diepere betekenis van het menselijk leven ontdekken.'
Het is verheugend dat men in Bazel aandacht heeft gehad voor de noties van zonde en bekering en dat er uitvoerig gesproken is over de relatie van mens tot de Schepper van hemel en aarde, de zonde, en de noodzaak van de verzoening met God als fundament voor vrede, gerechtigheid en heelheid.
Bazel en Europa 1992
Uiteraard is men op deze conferentie niet voorbijgegaan aan het vraagstuk van een verenigd West-Europa en de kwestie van de tweedeling tussen Oost en West. Dr. K. Blei zegt hierover in Woord en Dienst van 24 juni:
Zoals ik zei, vormt Bazel een onderstreping van het conciliaire proces. Het vormt ook een onderstreping van de geloofsdimensie van dit proces. Verder is erg belangrijk dat in bazel Europa heel nadrukkelijk zichtbaar werd.
1992 staat voor de deur, met een begin van de eenwording van West-Europa. Op de Assemblee kwam heel duidelijk de zorg naar voren dat deze eenwording zal leiden tot een westeuropees bolwerk tegenover een verpauperd Oost-Europa. Voor de Nederlandse Hervormde Kerk geldt daarbij nog dat deze vanouds betrokken is op de Nederlandse nationaliteit. Er is altijd een zeker theocratisch élan van een vaderlandse kerk geweest, zoals dat nog steeds tot uitdrukking komt in artikel 8 van de kerkorde, dat spreekt over kerstening van de maatschappij. Nu we op 1992 afgaan worden wij als vanzelf losgeweekt van onze Nederlandse betrokkenheid. Bazel heeft me eens te meer bewust gemaakt van de relevantie daarvan, juist voor de Nederlandse Hervormde Kerk.
Wat die kerstening betreft, u had er uw vrees over uitgesproken dat de Assemblee een aanzet zou kunnen geven voor een herkerstening van Europa; vanuit de Assemblee zou het beeld van "triomfalistisch christendom" kunnen ontstaan. Hebt u dat ook echt gemerkt?
Een beetje. Ook in het document steekt het hier en daar de kop op. Zoals in de grote nadruk die wordt gelegd op het onderstrepen van het recht op godsdienstvrijheid, of in de vanzelfsprekendheid waarmee de kerken worden opgeroepen om het evangelie te verkondigen, als dè therapie die leidt tot gerechtigheid, vrede en heelheid. En wat me echt aan het hart is gegaan, is dat de eigenheid van Israël als Gods volk niet wordt gehonoreerd. In het document staat geen woord over de jodenvervolgingen of over de holocaust die heeft plaatsgevonden. Zeer duidelijk spreekt er een visie van de kerk als het nieuwe Israël uit.
Geluiden die in Nederland sterk worden benadrukt – zoals over de eigenheid van Israël – krijgen wat dat betreft moeilijk gehoor in de oecumene.'
Het zijn stuk voor stuk zaken van belang die aan de orde gesteld zijn. Wat bedoelen we met de kerstening van Europa? We zullen een dergelijke vraag niet zonder de geschiedenis erin te betrekken kunnen beantwoorden? Het Evangelie en Europa is een onderwerp dat al vanaf Handelingen 16 aan de orde is. En waar dr. Blei spreekt over de R.K. aandacht voor de droom van een wederom christelijk Europa roept dat meteen de problematiek op van Rome/Reformatie. Welke ruimte en welke inbreng zal er zijn in een verenigd Europa voor het reformatorisch erfgoed ten aanzien van cultuur en samenleving? Een persoverzicht signaleert verschijnselen. Het is hier niet de plaats breedvoerig op deze zaak in te gaan. Ook onthoud ik me hier van een beoordeling van het slotdocument, aangezien ik de tekst daarvan nog niet onder ogen heb gehad. Wel wil ik op iets anders wijzen, nl. op de vraag in hoeverre er vanuit hervormd-gereformeerde optiek wezenlijk over deze zaken wordt nagedacht. .Als ik soms hoor en lees met welke zaken we onder ons bezig zijn, dan bekruipt me de vrees dat we enorm veel tijd investeren in de polarisatie in eigen kring en de discussies binnen de gereformeerde gezindte, terwijl de grote vragen die op een conferentie als in Bazel aan de orde kwamen nauwelijks aandacht krijgen. Men kan er uiteraard over twisten in hoeverre dit alles op het bord van de kerk moet liggen. Maar vast staat dat juist wie in de lijn van Calvijn met zijn grote aandacht voor oecumene, theocratie, overheid en samenleving wil denken en handelen, aan de bezinning op wat ik nu maar noem Europa 1992 niet voorbij kan gaan. We staan ook als Hervormd-Gereformeerden midden in de tijdsontwikkelingen en leven niet op een eiland. En juist als we menen dat de gereformeerde belijdenis een wezenlijke bijdrage bevat voor de aktuele vragen, moeten we niet in die 'eilandmentaliteit' volharden.
San Antonio
Het is dit jaar wel een jaar van conferenties. In San Antonio in de Verenigde Staten vond van 22 mei tot 1 juni de grote zendingsconferentie plaats van de kerken, die betrokken zijn bij de Wereldraad. In juli van dit jaar komen in Manila de 'evangelicals' die zich groeperen rondom de Lausanne-verklaring bijeen. De dagbladen hebben aan San Antonio nogal er wat aandacht besteed, al kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat die aandacht erg selectief is. In het Centraal Week blad van 23 juni trof ik een vraaggesprek aan met één van de deelnemers aan San Antonio, dr. G. J. van Butselaar. Ook van dit vraaggesprek geef ik hier enkele impressies weer. Het wachten is uiteraard op de publicatie van de documenten. In het vraaggesprek kwamen o.a. aan de orde de kwestie van de dialoog en de relatie tot de Derde Wereld.
Is er ook gesproken in termen van waar of niet waar, waar het andere godsdiensten betreft?
"Nee, en het zou natuurlijk ook onzin zijn om in die termen te spreken. Je hebt een heleboel religies, ideologieën, en we kunnen in tien dagen met zeshonderd mensen uit alle hoeken van de wereld niet even uitmaken wat waar en wat niet waar is. Wat je wel kunt zeggen is: de Heere God is veel groter dan wij geloven. En dat betekent dat Hij best eens wat zou kunnen doen wat ik niet zie, wat ik niet kan begrijpen. Het kan best zijn dat Hij al lang met mensen bezig is geweest op een of andere manier. Dat moet je niet uitsluiten. Dat geeft gelijk de opening dat je de ander nooit kunt zien als object van jouw bekeringsactiviteiten, maar als een subject van goedsdienst. Dat betekent dat je elkaar op voet van gelijkheid benadert en dat je op die grond het verhaal van Jezus Christus door mag geven. Dat is een heel belangrijke, nieuwe manier van deze dingen op elkaar afstemmen. Als je goed zending wilt doen, als je denkt dat Jezus Christus de redding voor deze wereld betekent, dan moet je in dialoog treden, dat kan niet anders."
De deelnemers uit de Derde Wereld hebben natuurlijk heel andere opvattingen dan de deelnemers uit het Westen. Hun inbreng was dan waarschijnlijk ook een heel andere.
"Ja. Je kunt bijvoorbeeld heel duidelijk merken dat er in de Derde Wereld een bepaalde volksreligiositeit bestaat. Het kost ons hier verschrikkelijk veel moeite om in de samenleving duidelijk te maken waarom Jezus en God relevant zijn. Wat is bijvoorbeeld de relatie tussen het evangelie en de smog en wat heeft God daarmee te maken? Er is hier niemand die op het idee komt: wat doen we met de schepping van de Here Jezus of: zouden we daar niet wat aan kunnen veranderen? En ik heb ook nog niemand horen opperen om gebedsdiensten te houden om te zorgen dat dit ophoudt en we met z'n allen bekeerd kunnen worden tot een ander gedrag. Die brug is in onze cultuur niet vanzelfsprekend. In de cultuur van de Derde Wereld wel. Zoals een Afrikaan het uitdrukte: "Wat er ook gebeurt in mijn leven, het heeft met God te maken." Vaak doen wij een beetje smalend over mensen die zo denken, zoals: "Ik ben ziek. Wat zou God op mij tegen hebben?" Maar mensen in de Derde Wereld hebben een ervaring in het omgaan met Jezus, daar kunnen wij nog wat van leren. Dat hebben we nu gezegd."
Is in dat verband de uitspraak dat de Derde Wereld zending zou moeten bedrijven in het Westen zinvol of toch een beetje overdreven?
"Overdreven niet. Maar of de Derde Wereld qua zendingspatroon iets kan bereiken zoals wij dat in de negentiende eeuw hebben gedaan, weet ik niet. Maar ik denk dat er hier wat moet gebeuren en ik denk dat dat door de kerken in de Derde Wereld moet worden georganiseerd. Wat we tot op heden als zending van hen naar ons toe hebben ervaren, is dat we mensen van daar uitnodigen om deel te nemen in onze kerken. Wat we moeten hebben, is dat kerken in de Derde Wereld initiatieven nemen los van onze structuren, want onze structuren werken niet meer zo goed. Dan krijg je nieuwe zendingservaringen. Wij hebben bewezen dat we het niet helemaal snappen en niet helemaal kunnen. Maar tot op heden zijn de kerken in de Derde Wereld nog niet op dat punt aangekomen. Ik wacht daarop. Het hangt natuurlijk ook samen met de geweldige uitdaging die ze in hun eigen samenleving hebben. Daar hebben ze de handen aan vol."
Ook hier moeten we zeggen: Het is zaak de ontwikkelingen nauwlettend te volgen. Er blijken in San Antonio verschillende stemmen geklonken te hebben. In een van de verslagen viel me op de toch wel zeer eenzijdige benadering van het conflict tussen Israël en de Palestijnen. De vraag is dan: Kan een bijbels zicht op zending bestaan zonder de eigenheid van Israël als volk Gods te erkennen? Verder blijft uiteraard een belangrijk punt de vraag van de dialoog, de ontmoeting met de wereldgodsdiensten en het getuigenis dat Jezus Christus de enige weg tot God is. Met name Newbegin heeft op dat punt verhelderende dingen gezegd en krachtig stelling genomen tegen een tendens om de religies als heilswegen tot God te zien.
Voor ons ligt ook hier een belangrijk veld van studie en bezinning. Niet alleen voor wat betreft de GZB – de relatie tot de Derde Wereld bijvoorbeeld – maar ook voor de IZB, gezien allerlei takken van werk (o.a. binnen de stichting Evangelie en Moslims). Heel belangrijk zal zijn of we duidelijk kunnen maken dat de nadruk op Jezus Christus als de enige weg tot het heil en de noodzaak van geloof en bekering voor ieder mens niets te maken heeft met superioriteitsbesef en gepaard kan en moet gaan met een houding van bescheidenheid, ootmoed en openheid naar anderen toe.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's