De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. G. Wisse als prediker (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. G. Wisse als prediker (5)

8 minuten leestijd

Na in het derde en vierde artikel het theologische en het eschatologische element in de prediking van prof. G. Wisse te hebjben behandeld, willen we nu nog een aantal typerende trekken noemen, waaruit ook de blijvende betekenis en actualiteit van diens prediking blijkt.
We staan dan achtereenvolgens stil bij het opwekkingskarakter, daarmee samenhangend het appellerend karakter; voorts bezien we nog het bevindelijke element en daarna letten we er op dat Wisse als prediker een interkerkelijke, welhaast oecumenische gerichtheid had.

Opwekkend
Zonder enige overdrijving kan de prediking van Wisse opwekkingsprediking worden genoemd; in een 'persoonlijk woord' in 1938, in welk jaar hij zijn 40-jarig ambtsjubileum gedenkt, zegt hij: 'De Heere heeft ons verwaardigd middel in Zijn hand te zijn tot heil van medezondaren. Daarvan getuigde o.a. ook menige heerlijke brief, die mij wel eens in diepe verootmoediging voor God op de knieën bracht.'
In zijn Memoires maakt hij herhaaldelijk melding van vrucht op zijn werk. Vaak komen we zinnen tegen als: 'Ook onder vele jonge mensen was een kennelijke werking van Gods Geest merkbaar' (Amsterdam); '… dat daar voor velen een zielezegen gevallen is' (lezingen te Bennebroek); 'En… God werkte op bijzondere wijze in veler hart. Met name onder de jongere generatie.' (Kampen). Van zijn arbeid in diezelfde gemeente vermeldt hij nog: 'Week op week vernamen we van heerlijke daden Gods in het midden des volks.' en voorts: 'Het was letterlijk een geestelijke opwekking…'.
Van zijn tijdredevoeringen zegt hij: 'Het waren vaak evangelisatie- en opwekkingssamenkomsten.' Zeer grote kerken blijken vaak nog te klein te zijn als Wisse optreedt: de Laurenskerk in Rotterdam, de Nieuwe kerk te Midelburg, de Dom in Utrecht. Wisse merkt hierover op: 'Neen de Heere geeft zo iets niet, zonder daar eeuwigheidsvruchten aan te verbinden.'

Appellerend
Het zojuist genoemde opwekkingskarakter hangt, naar we menen, samen met een ander aspect, nl. het appellerende; hiermee bedoelen we dan met name het waarschuwende element in de preken van Wisse. We willen hier iets meer van zeggen.
Ook Wisse heeft weet van de tekst: 'u komt de belofte toe en uw kinderen.' Hij is er zich van bewust meestentijds te preken, niet op een onontgonnen zendingsveld, maar binnen de kring des verbonds. Het zijn geen missiepreken, maar preken in het kader van de gemeente.
Dit wil echter nog niet zeggen dat het waarschuwende element en ook de oproep tot bekering gemist kunnen worden! Hij hecht daar juist zeer sterk aan.
In dit verband maken oordeel en gericht deel uit van zijn appellerende prediking: Wetende de schrik des Heeren bewoog hij de mensen tot het geloof. En dan raakte hij de werkelijkheid van oordeel en straf niet zomaar even aan, om dan vlug lieflijker dingen ('zachte dingen') te zeggen! Dit signaleert hij juist als een gevaar, als een gebrek waaraan vele preken mank gaan. Hij merkt erover op: 'O zeker, in allerlei kerken is er soms nog wel een enkel woord ten deze te beluisteren; maar in de regel zuinig en schaars. Een enkel zinnetje zo nu en dan aan 't slot; b.v.: "en gij ongeredde mens haast u om uws levens wil, amen." Maar,' zo stelt Wisse dan vast, 'het klemt niet; men kan daar heel gemakkelijk rustig onder blijven.'
Wisse was doordrongen van wat we noemen: het gewicht der eeuwigheid. Gaarne placht hij te zeggen: 'Eeuwig duurt zo lang!'
Hierbij zij aangetekend dat hij woorden als hel, oordeel en straf niet zomaar gebruikte, voor de vorm of alleen maar om aan zijn preken een vleugje rechtzinnigheid mee te geven: deze dingen waren voor hem juist werkelijkheid. Benadrukkend dat het waarschuwende element niet mag ontbreken, zegt hij ergens: 'en dan zo dat men gevoelt: dat is voor die man daar op de kansel geen beschouwing, maar ontzaglijke realiteit.'
Iets van dit gewicht en van die realiteit gevoelen we nog als we hem in een preek over de 'klacht der verlatenheid' (van Christus aan het kruis) horen zeggen: 'Als Christus Zelf daarin ingedaald, zulk een klacht heeft moeten uitroepen. O, hoe zal het u dan vergaan, die daar afgevallen van God, nu nog buiten God ligt.' En verder: 'Dan zal ook u een stierenheir van Basan gaan omringen om u mee te voeren naar die plaats waar elke straal van hoop en licht afwezig zal zijn; en dan God àfwezig in Zijn genade en áánwezig in zijn eisend en verdoemend recht.'
Wat deze twee elementen aangaat, het opwekkende en het appellerende, we menen dat deze twee onderling ten nauwste samenhangen; zoals er van typische 'opwekkingsteksten (b.v. Rom. 3 : 19) gesproken kan worden, kunnen er ook typische opwekkingspreken zijn. Tot zover deze twee aspecten.

Bevindelijk
Een derde trek die we vaststellen betreft het voluit bevindelijke element. Hiermee bedoelen we de component van de beleving. Wisse benadrukt: er is een zgn. voorwerpelijke weg der verlossing; waarmee hij o.a. bedoelt dat het heil in God alleen, dus buiten ons, vast ligt. Christus kwam in de wereld zonder ons, buiten ons en verwierf zo het heil. Maar behalve dat uiterlijke gebeuren, dat God tot stand bracht, is er ook een innerlijk gebeuren; dezelfde Christus – zo stelt Wisse – die buiten ons om leed, stierf, opstond etc, bedient ons ook inwendig. Er is dan ook zoiets als een inwendig geestelijk leven.
Er is dus enerzijds wel een voorwerpelijke weg der verlossing, maar anderzijds wordt het heil ook in ons uitgewerkt en dan is er sprake van: beleven, gevoelen, gewaarworden, meemaken, kortweg: bevinden. In dit verband durft hij zelfs te spreken van een onderwerpelijke weg der verlossing: de verlossing functioneert ook binnen in ons! Daar hangt zelfs, in zeker zin, ons eeuwig heil van af! Wisse verduidelijkt de noodzaak van de beleving, de innerlijke ervaring, oftewel de bevinding met het beeld van de zon en het oog: 'Al stonden er honderd zonnen aan de hemel te schitteren, en wij hebben geen oog om het licht op te vangen, dan zouden wij van al dat licht niets gewaar worden. Het oog moet erbij. De voorwerpelijke zon, en het onderwerpelijke oog.'
De vraag zij nu nog gesteld: hoe zit het met de bevinding in de prediking? Hoe en wanneer is een preek niet alleen maar Schriftuurlijk, maar ook bevindelijk? Beide elementen moeten in een verantwoorde prediking toch aanwezig zijn? Interessant en leerzaam is 't om Wisses visie in dezen te vernemen. Als we die nagaan dan blijkt dat zijn standpunt is: bijbelse prediking is vanzelf ook bevindelijke prediking. En het bevindelijke komt dan niet pas ná de uitleg, achteraan dus, het hangt er niet wat bij als zijnde de toepassing van de preek, maar het is van het begin af in een goede (dat is bijbelse) preek opgenomen en dus aanwezig! Met andere woorden: de juiste uitleg, zal vanzelf ook een bevindelijke uitlegging zijn. Wisse benadrukt dat niet wij, de prediker, de bevinding erbij moeten maken; en die behoeven wij ook niet uit te vinden, want: 'die zit al in de tekst zelve.' 'Wie door de genade des Geestes de volle Christus mag kennen en prediken, preekt meteen (vanzelf dus) voorwerpelijk-onderwerpelijk; en onderwerpelijk-voorwerpelijk.' En als we vragen waar die harmonie in zo'n preek dan toch wel vandaan komt, antwoordt Wisse heel eenvoudig: 'Wel omdat de Christus, voorwerpelijk beschouwd, (…), tevens en tegelijk een functionerende Christus is. Die Zijn werk voor ons, nu ook verheerlijkt in ons.'
Een laatste opmerking over het bevindelijke aspect zij hier nog gemaakt. Wisse heeft de component van de beleving, de inwendige ervaring, het onderwerpelijke dus, nimmer zó beklemtoond dat het een voorwaarde werd om tot zekerheid des geloofs te komen; dit gevaar is wèl reëel. Bij hem echter niet. Al wat de (zwak- en sterk-)gelovigen meemaken is geen voorwaarde en 't bevat niets verdienstelijks in zich. Integendeel: Bij hem is de bevinding eerder een het geloof begeleidend verschijnsel! Bevinding is ingebed in, eigen aan, vrucht van, wat er eerst is: geloof. 'Tranen, belijdenis, boete, strijd en smeking, uitgangen der ziel naar de Heere Jezus, dit alles verdient niet de vergeving.' Wat zijn het dan wel? Wisse antwoordt: 'het zijn de verschijnselen die het geloof als het ware begeleiden, die er in zekere zin een element in zijn,' waarbij hij eraan toevoegt: 'zonder dewelke er voor Christus in ons geen rechte plaats komt.'
Tenslotte: Scherp is Wisse er zich van bewust, helder heeft hij geleerd, dat ook de bevinding nooit uit oms te verklaren is. Een geliefkoosde uitdrukking van hem was: dat de genade de zonde een eeuwigheidsseconde vóór is geweest. God is de Eerste, ook wat de bevinding betreft. 'Ware dit niet het geval, er zou bij geen der kinderen Gods ooit sprake kunnen zijn van (o.a.) berouw en smeking. Want al zulke zielsgesteldheid kan alleen uit de genade bij God worden verklaard.'

Joh. de Rijke, Stad aan 't Haringvliet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Prof. G. Wisse als prediker (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's