De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Tent of binnenkamer

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Tent of binnenkamer

De kerkelijke onrust

12 minuten leestijd

De titel van dit artikel is om meer dan één reden gekozen. De vacantietijd breekt aan. We trekken er weer massaal op uit om tijdelijk een woning te betrekken waar we overigens niet thuis horen. Velen gaan met de tent op stap en hebben er behoefte aan een tijdje primitief te leven. Zet de zorgen aan de kant, de paden op de lanen in. Maar zorgen gaan niet met vacantie. Ook kerkelijke zorgen niet. Hoogstens tillen we de actieve bezigheid in datgene, wat ons vandaag ook kerkelijk beroert, even over de vacantie heen. De maanden juli en augustus zijn, vanwege de vacantiespreiding, geen maanden, waarin veel zaken kunnen worden gedaan. Even kunnen we dus op adem komen. Even kunnen we het gewoel, ook het kerkelijke gewoel achter ons laten. Maar we nemen overal onszelf mee. We nemen ook het verdriet mee. We nemen ook de bekommernis om de kerk mee, als de kerk ons tenminste ter harte gaat. Juist als er een periode van stilte valt kunnen dingen zelfs nog weer des te sterker op ons af komen.


Ik koos de titel om een diepere reden dan vanwege het feit, dat mensen in vacantietijd tentbewoners worden, dáár gaan wonen, waar ze de pinnen niet al te vast in de aarde kunnen slaan, in letterlijke zin. Wat me de laatste weken bezig hield in de drukte van het kerkelijk beweeg is of we ook in de kerk niet bezet zijn met wereldse methoden over kerkelijke zaken. In mijn vorige artikel, naar aanleiding van de Hoedemakerherdenking, sloot ik af met de gedachte dat Gods volk in de binnenkamer vertoeft. Het zal vandaag moeten gaan om verootmoediging, om levende deernis om het gruis van Sion. Intussen is er het rumoer van vergaderingen, ook van kerkelijke vergaderingen met persconferenties en verklaringen. We stellen zelfs verklaringen op, waarin ook de woorden gebed en verootmoediging voorkomen, terwijl intussen de hete adem van de pers al wordt gevoeld. De 'persmuskieten' liggen aan de deur van ook 's lands kerkelijke vergaderzalen en de microfoons hangen boven groepjes mensen om pikante uitspraken op te pikken, waarmee men ijlings naar de perstafels gaat. Voor begrippen als gebed en verootmoediging, deernis over het gruis van Sion heeft de pers geen belangstelling. Geen woorden maar daden! Voor daden en krasse woorden heeft de pers wel belangstelling. Het was zelfs schrijnend te moeten opmerken, dat persmedia er soms zèlf op uit waren gedachten van 'doleantie' te koesteren en op te wekken. Dát zou pas nieuws geweest zijn. Het scheidingsbloed en doleantiebloed zit velen kennelijk diep in het vlees. En het hart van de mens is arglistig.
Mogen we intussen bewaard blijven voor nieuws, dat nieuwe scheuringen tot achtergrond heeft. Ieder heeft te waken voor (tegen) de verlokking van de publiciteit die, om het met een variant op de revolutie te zeggen, de eigen kinderen verslindt. Geesten worden maar al te gemakkelijk opgeroepen, die vervolgens met geen mogelijkheid meer in de fles terug te brengen zijn.

Naar uw tenten?
Er is diepe reden om elkaar op te roepen het rumoer te verlaten en de binnenkamer op te zoeken. Ligt dat dan in de titel van dit artikel opgesloten? Naar uw tenten, düs naar uw binnenkamer? In eerste instantie niet. Integendeel! Er is een uitdrukking 'naar uw tenten, o Israël'. Deze uitdrukking is ontleend aan 1 Koningen 12. Israël vraagt daarin om verlichting van lasten, door Salomo opgelegd. De ganse gemeente van Israël kwam samen en zei tot koning Rehabeam: maak het juk, dat uw vader ons opgelegd heeft lichter. Rehabeam volgde de raad van zijn oudsten toen niet. Hij luisterde niet naar de oudsten maar naar 'de jongelingen'. Die vonden dat het juk van vader Salomo nog zwaarder moest worden gemaakt. Zeg maar tot het volk: Mijns kleinste vinger zal dikker zijn dan mijns vaders lenden'. 'Mijn vader heeft u met geselen gekastijd en ik zal u met schorpioenen kastijden'. De koning hoorde derhalve naar het volk niet, 'want – merkwaardige ombuiging – deze omwending was van de Heere'. De Heere had immers al tot Salomo gezegd, dat het rijk zou scheuren omdat hij het verbond niet had gehouden en Gods inzettingen had vertreden. (1 Kon. 11 : 11). Toen riep het volk dan ook vergramd tegen de koning: 'Wat deel hebben wij aan David? Ja geen erve hebben wij aan de zoon van Isaï; naar uw tenten o Israël! Voorzie nu uw huis, o David. Zo ging Israël naar zijn tenten'. Op die wijze vielen de Israëlieten dus van het huis van David af Ieder ging naar zijn tent en ging lopen voor eigen huis.
Jerobeam werd vervolgens over heel Israël, dat wil zeggen over de tien stammen, koning gemaakt. Maar wat was uiteindelijk Gods antwoord toen Rehabeam – gevlucht naar Jeruzalem – tegen Jerobeam wilde gaan strijden? 'Gij zult niet optrekken, noch strijden tegen uw broederen, de kinderen Israëls. Een ieder kere terug tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied'.


Het Rijk scheurde. Maar aan beide zijden van de scheur ging de goddeloosheid mee. Jerobeam ging – met zijn twee gouden kalveren in Dan en Beth El – de geschiedenis in als de man, die Israël zondigen deed. Rehabeam ging met slechts de twee stammen Juda en Benjamin verder, hoewel verbonden met het huis van David en met de uitverkoren stad Jeruzalem. Maar ook in zijn rijk heerste de goddeloosheid tot en met de 'schandjongens'. En ondanks die goddeloosheden ging Gods Verbondstrouw door. Totdat uiteindelijk uit Juda's stam de Verlosser voortkwam. En ondanks de scheur verbood God de strijd der broederen.
Deze geschiedenis is daarom de doodsteek voor elk kerkelijk program. Want de scheuring was slechts oordeel. En God ging toch vrijmachtig Zijn weg in Juda's stam. Niemand kon zich beroemen of beroepen op gehoorzaamheid.

Actueel
Het kerkelijk rumoer van vandaag heeft – voor zover ik mij herinner – geen vergelijk met alles wat de afgelopen jaren kerkelijk aan de orde is geweest. Als ik naga in mijn herinnering welke zaak een vergelijkbaar diepe beroering gegeven heeft in het kerkelijk leven, als het recent genomen besluit van de hervormde synode inzake verbod op tuchtoefening over homosexuelen, dan is het geweest de kwestie van het Getuigenis in 1971. Méér dan 70.000 reacties kwamen binnen op het Getuigenis, dat zich verzette tegen de vermaatschappelijking en verpolitisering van de theologie. Duizenden brieven waren er van instemmende, bezorgde, meedenkende of kritische leden der kerk. Zo is het ook in deze dagen, niet getalsmatig maar wel gevoelsmatig wat de innerlijke betrokkenheid betreft.
Toen het Getuigenis in de synode werd behandeld gebruikte prof. dr. G. C. Van Niftrik ook de woorden uit 1 Koningen 12. Hij zei:
'de Synode moet goed begrijpen, dat er een ogenblik kan aanbreken waarop in de Hervormde kerk de kreet wordt aangegeven: wij hebben geen deel aan David, en geen erfbezit met de zoon van Isaï! Naar uw tenten, Israël! Zorg nu voor uw eigen huis David!'
Van Niftrik voegde er aan toe: 'Dat is geen dreigement. Dat is een waarschuwing.'
Welnu, zo hoorden we deze 'waarschuwing' afgelopen weken opnieuw, zij het in bedekte toonaarden. Daarop kwam de pers gretig af. Zat er toch zoiets als een nieuwe scheuring in de lucht? Intussen moesten we de afgelopen weken hetzelfde constateren als in de tijd van het Getuigenis. Er werd in de dagen van het Getuigenis van verschillende kanten 'ach en wee' geroepen over het feit, dat het zó ver kon komen met kerk en theologie. Maar niemand riep diegenen, die tot nieuwe scheiding werden opgeroepen, een welkom toe in eigen gelederen. Hetzelfde zien we vandaag. Elk roept ach en wee, maar ook ook bij hen, die zich in de Hervormde Kerk niet thuis kunnen weten (omwille van het afscheidings- of doleantiebeginsel) is er vaak géén hartelijke betrokkenheid (meer) in de strijd, waarin gereformeerden in de Hervormde Kerk vandaag staan) terwijl het toch vaak gaat om zaken, waarmee men in eigen kring ook te maken heeft maar waarover men zich in kerkelijk stilzwijgen hult. Is er niet al te vaak gemis aan besef van gemeenschappelijke schuld omdat we ons kerkelijk hebben verschanst?
Er zijn de laatste weken ook artikelen in bewogenheid geschreven. Maar zo weinig wordt verder de smart gevoeld om het feit dat het verbondsvolk al gescheurd is en dat de gescheurdheid oordeel Gods is en dat nieuwe scheuring opnieuw oordeel Gods zou zijn, waar we allen in betrokken zijn. 'Naar uw tenten o Israël' heeft alles te maken met Gods oordeel omtrent aller ongehoorzaamheid, terwijl niemand aan de schuld ontkomt. Feit is namelijk ook, dat de afgelopen weken mij tal van (ik wéét wat ik hier neerschrijf) reacties toekwamen of bekend werden van mensen, over wier leven nu een golf van polarisatie spoelt en die voortkomen uit of voorkomen in de meest rechtzinnige gelederen. Roept dat dan niet om solidariteit in de schuld en in de nood?

Naar de tenten
De oproep om terugkeer naar de tenten zou ook vandaag voortkomen uit Gods oordeel over land en volk. Wie neemt vandaag dit oordeel Gods ter hand? Ik weet niet of we vandaag mogen zeggen dat we eerst met geselen en nu met schorpioenen worden gekastijd en dat de pink van deze synode dikker is dan de lenden van vroegere synoden. Wel is het synodale 'juk' opnieuw aan de orde. Feit is immers wèl, dat de synodale beslissing, om gemeenten de vrijheid te ontnemen tucht te oefenen dáár, waar ze dat naar Schrift en belijdenis menen dit te moeten en mogen doen, heel hard is aangekomen. En dat dáárom de roep is opgewekt: 'naar uw tenten o, Israël.' Maar evenals ten tijde van Jerobeam en Rehabeam zou Gods weg daarna in het heiligdom blijven.

Terug naar huis
Er is daarom wel terdege een boodschap in 1 Koningen 12 voor het kerkelijk leven vandaag. Israëlieten vielen af van het huis van David. Ze gingen naar 'hun' tenten. Ieder ging lopen voor eigen huis. De boodschap is de waarschuwing voor het oordeel en de belofte van het 'nochtans'. Uiteindelijk werd uit Juda's stam de Messias geboren. De hoop bleef via deze stam levend en leidde uiteindelijk tot de Verlossing. Ik weet dat velen geen raad weten met zulke oud-testamentische gedeelten als het gaat om de kerk des Heeren. Maar ook dát heb ik bij Hoedemaker geleerd en ik heb er grote troost uit geput. Gods Verbondsgeheimenissen en Gods Verbondsoordelen zijn niet te programmeren.


Al zou er dan ook geen rund meer in de stallingen wezen, 'nochtans' zou mijn hart opspringen van vreugde in de Heere. Dat wordt intussen in de binnenkamer geleerd – in de binnenste tent van de tent – en niet ge- en be-oefend voor televisiecamera's en radiomicrofoons en ten aanhore van driftig schrijvende kerkblad-journalisten. Een oproep tot verootmoediging en inkeer verdraagt zich niet met persrumoer.
Daarom wil ik, na de uitdrukking 'naar uw tenten, Israël', toch ook aandacht vragen voor dat andere woord uit 1 Koningen 12: 'een ieder kere weder tot zijn huis, want deze zaak is van Mij geschied' (vs. 24). Dus toch naar uw binnenkamer, Israël! Daar bent u thuis. Thuis bij de Vader, thuis bij de Zoon, thuis bij de Heilige Geest, waar de Verbondsgeheimen worden verklaard.
Het is mij de afgelopen weken indrukwekkend gebleken, dat er mensen waren, die wisten van een schuilplaats in de binnenkamer. Zulke dingen komen niet in de krant. Ook uit afgescheiden kring werd soms, gezegd – hoezeer men ook de weg van hervormden niet kon gaan – dat er een worsteling was aan de troon der genade om de zaken die nu in de vaderlandse kerk speelden. Juist zíj́ spraken niet over afscheiding. Zij beseften  dat het (opnieuw) ging om het gruis van Sion en om oordelen die laag hangen.

Program
Nee, in de binnenkamer maken we geen program. We leven in een kerkelijke situatie, die oproept tot diepe verootmoediging vanwege de gemeenschappelijke kerkelijke schuld, die alles te maken heeft met de ontzinking van onze natie aan haar christelijk verleden. In die schuld delen allen, die welke afscheiding of doleantie hebben gewild of willen of niet willen, ook al wil men 'staan' voor Schrift en belijdenis, en diegenen die in louter medemenselijkheid Gods inzettingen vertreden. We maken samen en allen deel uit van een gezamenlijke schuld. Dat zeg ik niet uit kerkpolitieke overwegingen of om de ernst van de zaken, die nu aan de orde zijn, af te zwakken of te verhullen. Juist om ze aan te scherpen! Ik zeg het wel om alles wat nu speelt weg te halen uit de sfeer van vergaderingen, ook synodevergaderingen, van pers en publiciteit, van macht en getal, van hovaardij en kerkelijk farizeïsme, van zakelijkheid en vleselijkheid, van onbekommerdheid om de verbreking van Jozef.
'Naar uw huizen, o Israël'. Om ons te verootmoedigen om de verbreking der broederen en niet in kerkelijke hovaardij verder te leven. We mogen ons ook in hervormd gereformeerde kring afvragen of alIe vuur van het altaar komt en of onderlinge strijd, bijvoorbeeld in missionaire vragen, zich verdraagt met gemeenschappelijke verootmoediging. Laten we 'links-rechts-Bond' maar een tijdje vergeten, zei dezer dagen iemand. Anders hebben we niets geestelijks meer te zeggen.
'Naar uw tenten' betekent dat het oordeel Gods voltrokken wordt.


Verootmoediging is ons enige program. Misschien helpt de vacantie, het ledig zijn voor Gods Aangezicht, om weer iets van die dieptedimensie ten aanzien van het kerkelijk vraagstuk te gaan beleven.
Allen een goede vacantie gewenst, in een tent of een huis van waaruit men toch weer thuis komt. Een ieder kere in tot zijn binnenkamer.

v. d. G.

P.S. In mijn vorige artikel stond een onjuistheid. Uit de kontext kon wel blijken dat Hoedemaker niet tegen de zin van zijn vader maar tegen de zin van zijn moeder in de Afgescheiden Kerk van Utrecht werd gedoopt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Tent of binnenkamer

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's