Puntsgewijs
De kwestie Balke
Wat we vorige week al vermoedden is bewaarheid. De Commissie voor het Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs (TWO) heeft de voordracht voor een bijzonder hoogleraarschap voor dr. W. Balke aan de theologische faculteit van Groningen ongedaan gemaakt. Men móest wel, omdat het Groningse faculteitsbestuur een veto had uitgesproken. Intussen werd ook vermeld dat daarmee de hele leerstoel in Groningen van de baan was, omdat er behalve Balke, niemand is die deze leerstoel voor de geschiedenis van de Reformatie en Contrareformatie zou kunnen bezetten.
Intussen heeft de Leeuwarder Courant vermeld, dat de werkgroep Kairos, die Balke heeft aangeklaagd bij de Groningse faculteit, toegang zou hebben gehad op het bureau van de synode om daar de Zuidafrikaanse doopceel van Balke te lichten. Verder heeft zich dit alles afgespeeld zonder dat er een gesprek met dr. Balke heeft plaatsgevonden. Drs. G. Boer, functionaris van de kerk als directeur van de Generale Diakonale Raad, zou Kairos zelfs hebben geadviseerd geen gesprek aan te gaan omdat dit toch 'geen zin' heeft.
We constateren allerwegen verontwaardiging over deze zaak. Balke, die internationale naam heeft als het gaat om Calvijnkennis, is dank zij 'zogenoemd' crimineel gedrag van een politieke actiegroep terzijde geschoven. Zowel in Zuid-Afrika als in Oost-Europa heeft hij Calvijnlezingen gehouden. Banden met Zuid-Afrika zijn echter kennelijk bij voorbaat misdadig, tuchtwaardig. Terecht heeft synodepraeses ds. B. Wallet daarom gezegd, dat Groningen 'sneltucht' heeft geoefend. Dat is juist gesteld. Men mag in de kerk alles leren en zeggen zonder dat er van tucht sprake is. Men mag ook elke willekeurige politieke richting zijn toegedaan als het gaat om verantwoordelijke posten in de kerk. En wannéér er al eens sprake is van een tuchtprocedure is het een lange weg. Maar betrekkingen onderhouden met christenen in Zuid-Afrika is bij voorbaat uit den boze. Wat de Groningse faculteit heeft gedaan is daarom schandelijk in het kwadraat. We hopen dat in deze zaak alsnog recht zal worden gedaan en dat het moderamen wegen vindt om duidelijk te maken dat wat nù geschied is niet kan. De synode besloot met algemene stemmen tot een voordracht. Zij heeft nu de taak om de integriteit van één van haar theologische wetenschappers te beschermen en mag niet door de knieën gaan voor chantage. Er is haast bij een publieke verantwoording van het moderamen.
Goedkoop medeleven
Vorige week maakten we er reeds melding van: de kerkelijke bladen staan bol van meeleven met wat er in de Hervormde Kerk vandaag aan de orde is. Het is ook allemaal niet niets: het synodebesluit inzake tuchtoefening over homosexuele geaardheid en praxis, de kwestie Van Gennep, de kwestie Balke, de crisis in Samen op Weg!
Maar er is wel sprake van goedkoop medeleven. In alle toonaarden horen we de roep om afscheiding, maar niemand zegt: kom over tot ons. Integendeel, hoe zou het kunnen. Al diegenen, die om afscheiding roepen, kunnen ook niet sámen kerk zijn.
L. M. P. Scholten spuit in de Wachter Sions zijn gallewater om wat er in de Hervormde Kerk gebeurt.
Ds. A. Moerkerken schreef in de Saambinder, dat het nu tijd wordt dat gereformeerden in de Hervormde Kerk zich eens gaan beraden over de vraag of de Hervormde Kerk niet de valse kerk was geworden. Daarmee flirtte hij van afgescheiden zijde met een dolerend standpunt.
Intussen verdragen 'Scholten' en 'Moerkerken' elkaar niet. Ik bedoel dat beide Gereformeerde Gemeenten nu niet bepaald broederlijk naast elkaar leven.
Ds. J. H. Velema liet verder ook de afscheidingsklok luiden maar had daarbij dan direct de droom van één reformatorische kerk. Ds. Moerkerken sneed hem op zijn beurt overigens direct de pas af door op te merken, dat het een illusie is te denken dat we kerkelijk bij elkaar horen. Met andere woorden: scheid u af maar ga inmiddels heen en wordt warm.
In het Nederlands Dagblad heeft A. Wisse kéér op kéér de Doleantietrompet gestoken. Haastig viel hij daarin ds. Moerkerken in de arm, omdat die nu toch als 'afgescheidene' ook een keer bij artikel 29 over de valse kerk was terechtgekomen.
Intussen strandden in het verleden alle samensprekingen tussen Christelijke Gereformeerden en Vrijgemaakte Gereformeerden. En over samenspreking (zelfs) van Gereformeerde Gemeenten en Geref. Kerken (vrijg.) valt helemaal niet te denken, omdat dan de 'bevinding' als aparte locus in de confessie kennelijk bij voorbaat elkaar uitsluitend werkt.
Welnu, wanneer vandaag afscheiding zou plaatsvinden van de Hervormde Kerk zijn de nieuwe afgescheidenen voor de één te bevindelijk, voor de ander niet bevindelijk genoeg, voor de één te confessioneel, voor de ander niet confessioneel genoeg. Het betekent gewoon een nieuwe scheur in kerkelijk Nederland, met alle gezinsontwrichtende gevolgen van dien.
Ik moet zeggen dat ik – met uitzondering van een artikel in De Wekker van de hand van drs. K Boersma, dat open en eerlijk was, – met innerlijk leedwezen kennisnam van het rumoer in de kerkelijke pers. Eén ding is duidelijk: we zullen, hóe dan ook, als hervormd gereformeerden onze weg alléén blijven gaan; afscheiding of geen afscheiding. Van gezamenlijke verootmoediging vanwege gezamenlijke schuld, en van een gezamenlijk buigen onder het oordeel en van gezamenlijk optrekken is geen sprake.
Dan toch maar lijden aan de kerk! Iemand vroeg of de Heere zulk lijden wel van ons vraagt. Ik ben van harte overtuigd van wel. Zoals de profeten geleden hebben aan de zonde en de afval van het volk! Zou er dan in andere kerken helemáál geen lijden aan de kerk (meer) zijn?
Zou het overigens een teken van geestelijke welstand zijn als er geen lijden meer is, al is het alleen maar om de verdeeldheid en de ontrouw van het Lichaam van Christus?
Intussen weten wij niet de weg die de Heere met Zijn Kerk vandaag gaat. Want, laat ik dat ten overvloede zeggen, we onderschatten de ernst van de situatie, waarin vandaag alle dingen schijnen opeen te stapelen, niet. Maar we hebben in de kerkelijke pers nog niet zoveel gelezen dat ons samen verheft tot de geestelijke stand van; de verootmoediging.
v. d. G.
P.S. Nadat bovenstaande gereed was gemaakt las ik dat A. Wisse in het N. D. stelde te kunnen aantonen, dat nieuwe afgescheidenen bij de vrijgemaakten welkom zouden zijn, mits… men trouw zou zijn aan de confessie. Maar afscheiding op zich betekende toch altijd al: trouw aan de confessie?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1989
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1989
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's